Honderd gedaantes van de maan


2️⃣

Biografie Tsukioka Yoshitoshi

Tsukioka Yoshitoshi (Japans: 月岡 芳年), ook wel bekend als Taiso Yoshitoshi (大蘇 芳年) (Edo, 30 april 1839 – Ryōgoku (Tokio), 9 juni 1892), was een Japans prentkunstenaar. Hij wordt beschouwd als de laatste grootmeester van de Ukiyo-e traditie van blokdrukkunst en de belangrijkste leerling van zijn meester Utagawa Kuniyoshi (1798-1861).

Vroege jaren


Yoshitoshi werd geboren in Edo op 30 april 1839 onder de naam Owariya Yonejiro (米次郎). Zijn vader Owariya Kinzaburō was een rijke koopman, maar over zijn moeder is niets bekend. Kinzaburō kocht een plaats in een samoeraifamilie. Daardoor veranderde de familienaam van zijn gezin in Yoshioka (吉岡). Zo werd Yoshitoshi technisch gezien geboren als een samoerai. Aangezien zijn vader er diverse minnaressen op nahield door zijn status, is de kans groot dat Yoshitoshi zelf het kind was van een van de minnaressen van zijn vader. Na de scheiding van zijn ouders werd Yoshitoshi door een oom in huis genomen, omdat er wrijving ontstond tussen de driejarige jongen en een nieuwe minnares van zijn vader.

Er is niet veel bekend over het onderwijs dat Yoshitoshi gevolgd heeft, maar volgens de geschriften van een van zijn leerlingen, zou Yoshitoshi naar een terakoya gegaan zijn. In 1850, op de leeftijd van elf jaar, stuurde zijn oom hem naar de kunststudio van de befaamde Utagawa Kuniyoshi, een van de beste kunstenaars binnen de Ukiyo-e-traditie. Daar kreeg hij de naam Yoshitoshi van zijn meester. Hoewel hij de lieveling was van meester Kuniyoshi, werd hij niet onmiddellijk aanvaard in de academie. Zijn meester liet hem dan ook non-stop zijn werken kopiëren en gebruikte die als bron van inspiratie (?) Yoshitoshi verdiepte zich daarenboven in de Westerse cultuur, hoewel hij in de periode van de Sakoku (afsluiting van Japan) leefde. 

In 1853 werd Yoshitoshi’s eerste werk gepubliceerd. Het was een drieluik over de oorlog tussen de Taira- en de Minamoto-clans in de 12de eeuw. Deze eerste prenten werden goed ontvangen. Van de volgende vijf jaar zijn er geen werken van Yoshitoshi teruggevonden, mogelijk doordat hij in die periode geen werken heeft gemaakt. Het waren barre tijden in Japan. Het beleid van de Tokugawa-clan viel in duigen. Financiële problemen in heel het land en het einde van de seclusie door de aankomst van de zwarte schepen van Commodore Perry in 1853 maakten de situatie nog erger. In 1860 keerde Yoshitoshi daarom terug met een reeks blokdrukprenten over buitenlanders, voordat dit onderwerp als ongeschikt en onpopulair werd bestempeld.

Yoshitoshi had een moeilijke jeugd en dit was duidelijk zichtbaar in zijn werk. Hij schilderde in zijn vroege carrière getourmenteerde, gewelddadige beelden die zijn pijn en onrust weerspiegelen. In 1861 stierf zijn meester Kuniyoshi; Yoshitoshi bleef verslagen achter en zijn mentale gezondheid leed eronder. Hoewel zijn opleiding nog niet voltooid was, nam hij toch vele opdrachten aan om zijn brood te verdienen. Hij produceerde onder andere 44 prenten in 1862 en nog 19 andere in 1863; de meerderheid hiervan had het Kabuki theater als thema. Yoshitoshi’s vader stierf in 1863 waardoor hij mentaal brak; dit uitte zich in een rebellerende periode in zijn kunstwerken. Hij schilderde wrede moorden en bloederige scènes. Tegelijkertijd creëerde hij prenten met fictieve figuren, die tot dan toe nog nooit gezien waren. Voorbeelden hiervan zijn de printseries ‘A Modern Journey to the West’, ‘One Hundred Ghost Stories of China and Japan’ en ‘Tales of the Water Margin’.

In 1868 kregen de anti-shogun legers van de radicalen de bovenhand over het keizerlijk paleis in Kyoto en werd de restauratie van de rechtmatige keizer uitgeroepen, samen met een nieuwe periode van herstel onder de naam Meiji (1868-1912). De strijdkrachten van de Shogun trokken zich terug naar Edo om de Shogun te beschermen, maar ze werden verslagen in de Slag om Ueno in de Boshin-oorlog. Yoshitoshi en zijn leerling Toshikage haastten zich naar het slagveld om het vast te leggen in de bloederige printserie ‘One Hundred Warriors’. De serie werd een groot succes bij het volk. Toen de Meiji restauratie zich aan het voltrekken was, kreeg Yoshitoshi aandacht van de media; hij werd vierde op de ranglijst van bekende blokdrukkunstenaars.

Tussenjaren

Ondanks het succes van de Meiji-restauratie was de Japanse samenleving en ook Yoshitoshi ontredderd. Hij verwaarloosde de printserie ‘One Hundred Warriors’, maar 61 printen werden toch nog uitgegeven. Vanaf 1869 tot eind 1871 publiceerde Yoshitoshi bitter weinig. Ook zijn kunststudio was niet meer rendabel; er werden bijna geen nieuwe opdrachten aangevraagd. De strijd van Ueno betekende het einde van de Tokugawa clan en tevens van Yoshitoshi’s mentale stabiliteit. Yoshitoshi zag waanbeelden van geesten en was tijdelijk werkloos. Hij keerde terug met een kleine printserie over serveersters en twee verschillende drieluiken over verwerpelijke onderwerpen. Daarna kwam er een jaar stilte.

Yoshitoshi viel in een diepe depressie. Hij werkte niet, noch was hij creatief bezig. Hij leefde in armoede samen met zijn minnaressen. Deze probeerden hem financieel te helpen door zichzelf en hun bezittingen te verkopen aan bordelen. Hij kreeg hulp van iedereen om hem heen. Hij hoefde geen huur meer te betalen en de dokter bood aan hem gratis te behandelen. Yoshitoshi begon weer te schilderen op aanbeveling van zijn dokter. Hij creëerde de prentserie ‘Essays by Yoshitoshi’. Door de vreemde, ongewone onderwerpen werd de printserie niet goed onthaald. Zijn depressie keerde terug en zette hem weer zes maanden buiten spel.

In 1874 schilderde Yoshitoshi de printserie ‘Biographies of Valiant Drunken Tigers’, gelijkaardig aan ‘One Hundred Warriors. Het onderwerp was hetzelfde, soldaten van de shogun legers werden verslagen getekend, maar in een minder donkere en sombere setting en met meer aandacht voor lichamelijke acties en details. Yoshitoshi lijkt eindelijk de donkere herinneringen achter zich gelaten te hebben, ook al had hij het nog altijd moeite om geld te verdienen.

Yoshitoshi’s blokdrukprent van de Satsuma Rebellie, 1877

Politieke gebeurtenissen betekenden onverwacht een groot voordeel voor hem. De Satsuma Rebellie ontvouwde zich in 1877. Op dat moment zochten mensen naar woodblock artiesten om de opwindende ontwikkelingen vast te leggen op papier om zo het volk te informeren en te entertainen. Yoshitoshi werd de meest gevraagde kunstenaar van het moment. Op een gegeven ogenblik creëerde hij drieluiken voor negen verschillende uitgevers tegelijkertijd. Als resultaat van deze bestellingen vermeed hij verdere armoede en kon hij zijn minnares Okoto terugbetalen. Eind 1877 was Yoshitoshi in staat om een klein comfortabel huisje te kopen in centraal Tokyo, waar hij onmiddellijk introk met zijn nieuwe minnares Oraku, een geisha. Vanaf dat moment begon een nieuwe fase in zijn leven. Hij begint zich te interesseren in het schilderen van bijin-ga.[3] Hij maakt zijn eerste werk over mooie vrouwen, de printserie ‘Collection of Desires’.

Yoshitoshi bewees nog maar eens dat hij niet in staat was om een langdurige en achtenswaardige relatie te onderhouden met vrouwen. Oraku verkocht eveneens haar bezittingen en lichaam aan een bordeel als steun voor hem, om vervolgens door Yoshitoshi aan de deur te worden gezet. De mensen rondom Yoshitoshi gaven daarom ook openlijk kritiek. Daarbovenop waren er rond de printseries over bijin-ga ook veel bedenkingen door de vulgariteit ervan. Toch was er geen verandering in het succes van Yoshitoshi. Naast de bijin-ga prenten volgde Yoshitoshi zijn echte passie: het schilderen van historische gebeurtenissen. De prenten van de glorieuze dagen van Japan gaven hoop en trots in een tijd van onzekerheid. Gezien het succes van deze stijl begonnen andere artiesten met het kopiëren ervan.

Na de breuk met zijn minnares Oraku in 1880 verhuisde Yoshitoshi naar een groter huis in Nezu. Daar ontmoette hij de ex-geisha Sakamaki Taiko, met wie hij in 1884 trouwde en hij adopteerde haar kinderen. Yoshitoshi was zoals altijd niet trouw aan zijn echtgenote, maar Taiko tolereerde het. Ze had een goede invloed op hem; hij kreeg meer opdrachten toen hij in 1882 gerekruteerd werd door de krant ‘Ein Jiyū Shinbun’. Hij schilderde slordig voor de krant met weinig inspanning, maar het bracht wel veel geld op. Door het grote aantal kinderen in het huis in Nezu verhuisden ze naar het Asakusa gebied in 1885.

Tamamo-no-Mae, de kwaadaardige kitsune van de Japanse legende. Uit ‘New Forms of Thirty-Six Ghosts’van Yoshitoshi. (1889-1892)

Ondanks het succes van een grote tentoonstelling van nationale artiesten waaraan hij deelnam, keerden de donkere gedachten van Yoshitoshi terug. Zijn meester Utagawa Kuniyoshi ging voor zijn dood naar een toneelstuk over een heks die voorbijgangers martelde en vermoordde op wrede manieren. Hij werd geobsedeerd door dit onderwerp van ‘The Hag of Adachigahara’ tijdens een heropleving van zijn rouw. In 1885 begon Yoshitoshi aan zijn bekendste werk: ‘One Hundred Aspects of The Moon’; een afbeelding van de heks is ook in deze reeks verwerkt. De serie was meteen een groot succes; de edities waren onmiddellijk uitverkocht. Daarnaast schilderde hij zijn beste werk van bijin-ga in 1888, nadat hij voor een laatste keer verhuisde van Asakusa naar een huis in Nihonbashi. Hij toonde hierin meer respect tegenover de vrouwen na de kritiek van jaren geleden.

Laatste jaren

In 1889 begon Yoshitoshi te werken aan een van zijn laatste werken, de printserie ‘New Forms of Thirty-Six Ghosts’ en ook verschillende andere drieluikstukken. Het was een gelijkaardige printserie over wezens uit Japanse legendes en mythes zoals ‘One Hundred Aspects of the Moon’, maar dan op een kleinere schaal. In deze fase van zijn leven heeft Yoshitoshi de emoties en de gedachtegangen van mensen leren waarderen. Dit is zichtbaar in de werken die zich eerder focussen op de mensen die er betrokken bij zijn dan op de geesten of yokai. De geesten zelf zijn ook belangrijk; ze kunnen geïnterpreteerd worden als de kwalen van Yoshitoshi zelf. In zijn laatste jaren kwamen zijn mentale problemen weer boven water samen met fysieke complicaties. Verschillende studenten van Yoshitoshi hebben hun meester moeten helpen bij het maken van ‘New Forms of Thirty-Six Ghosts’ omdat zijn zicht sterk was achteruit gegaan. Vanwege hallucinaties werd Yoshitoshi uiteindelijk opgenomen in een instelling, waar hij enkele maanden doorbracht. Zelfs in de instelling werkte hij non-stop aan nieuwe werken met zijn laatste levenskracht. Toen Yoshitoshi ontslagen werd uit het ziekenhuis in mei 1892 keerde hij niet rechtstreeks naar zijn huis in Nihonbashi, maar huurde hij een bed in Honjo. Drie weken later stierf hij daar aan een hersenbloeding op 9 juni 1892. Zijn eerste en beste pupil Toshikage schilderde een herdenkingsportret ter ere van Yoshitoshi’s overlijden en liet de ‘Yamato Shinbun’ krant dit publiceren. Zijn dood veroorzaakte een schok in Japan.

EINDE
Ga hieronder terug naar pagina 1️⃣ van ‘Honderd gedaantes van de maan’ :