
Bovenaan:
Dit iconische gebouw is het Wereldmuseum Amsterdam (tot eind 2023 bekend als het Tropenmuseum). Het imposante complex ligt in Amsterdam-Oost aan de rand van het Oosterpark. Het monumentale pand werd tussen 1915 en 1926 gebouwd als het Koloniaal Instituut. Bij de opening in 1926 was dit het grootste gebouw van Amsterdam.
Het complex is ontworpen door architect Johannes van Nieukerken en zijn zonen, in een rijk versierde Hollandse neorenaissancestijl. Zowel de gevel als het interieur zitten vol met beeldhouwwerken en symboliek die rechtstreeks verwijzen naar de koloniale geschiedenis en de voormalige overzeese gebieden van Nederland.
Tegenwoordig is het een volkenkundig museum dat zich richt op wereldculturen, kunst en de doorwerking van het koloniale verleden. (A.I.)
In een opiniestuk in Het Parool van 14 juli 2026, ergerde landschapsarchitect Egbert Schuttert zich groen en geel aan hoe de entree van het Wereldmuseum, voorheen het Tropenmuseum, nu begraven is in een souterrain. Hij pleitte voor het in ere herstellen van de oude entree: ‘Haal de entree van het Wereldmuseum naar boven, weg uit dat claustrofobische souterrain.’
Dat bracht bij mij een heleboel herinneringen boven…

Mijn tropenjaren:
zestig meter Afrika
zestig maal per dag.
Van 1976 tot 26 september 1993 heb ik in de weekenden parttime als suppoost in het Tropenmuseum – het huidige ‘Wereldmuseum’ – gewerkt.
Nadat ik mijn studie psychologie aan de VU had afgebroken en de inkomsten uit mijn assistentschap daar verloor, had ik wisselende baantjes gehad, van schoonmaker tot maaltijdbezorger. Suppoost leek me weliswaar een nederige positie, maar het gaf wel enige bestaanszekerheid.
Toen Maarten Houtman me bij onze kennismaking, in 1980, vroeg wat voor werk ik deed, zei ik met enige schroom: “Ik ben suppoost in het Tropenmuseum…”
“Geweldig,” zei hij.
Ik keek hem aan, van: meent hij dat nou… Maar hij meende het, ik kon het nauwelijks geloven. Ik was zo blij…
Parttime suppoost

De eerste jaren liep ik rondjes over de verdiepingen, dat waren lange uren… Later werd ik portier, voor de toegangscontrole en de kaartverkoop.
Aanvankelijk heb ik daar gewerkt onder Pauline Kruseman, met wie ik goede maatjes werd. Na haar benoeming tot directeur van het Amsterdam Museum, bood ik haar bij haar afscheid een handgemaakt bundeltje gedichten aan, die ik tijdens mijn rondjes door het museum geschreven had: ‘Kekers op laagwater, transculturele haiku’s uit het T.M.’:
Vergroten door te klikken


Zeventien dienstjaren later kwam ik, dankzij mijn kennis van de computer, in vaste dienst bij Lobbes Insurance Consultants. Toen heb ik het Tropenmuseum maar opgezegd, twee functies werd me teveel.
Bij mijn afscheid kreeg ik een herinneringsboek en een CD met Soefie-muziek:
One truth
all the same
what has been found and written,
what has been taught,
all the same, all the same.
the same game,
we’ve been playing the same game,
since the beginning the same game,
all the same; the truth
all the same; all the same.
all the same, all the same,
what has been found, all the same.
know yourself, that’s the power.
look at yourself, watch your breath,
that’s the wisdom,
that’s all that has been found,
by the children of adam,
since the garden of eden.
we are breath, but nothing else,
let’s watch it, enjoy it.
let’s give thank tot the lord
for the gift, for the breath.
you are the lord, you are the joy,
you are the source, you are the secret
and the same truth.
since the beginning, the same game.

‘Een museum voor mensen’
“Het Wereldmuseum Amsterdam is gevestigd in een van de mooiste originele museumgebouwen van Nederland. De objecten vertellen stuk voor stuk een menselijk verhaal en maken nieuwsgierig naar de enorme culturele diversiteit die de wereld rijk is. Ze vertellen over universele menselijke thema’s zoals rouwen, vieren, versieren, bidden of vechten. Van Afrika tot West- en Zuidoost-Azië, van Nieuw-Guinea tot Latijns-Amerika: in Wereldmuseum Amsterdam ontdek je dat we op de verschillen na, allemaal hetzelfde zijn: mens.”

Van Koloniaal Museum naar Tropemuseum
Na de oorlog verandert het Koloniaal Instituut haar naam in Indisch Instituut. Als Indonesië op 17 augustus 1945 onafhankelijk wordt, accepteert Nederland dat niet. Het Indisch Instituut is dan betrokken bij de voorbereidingen van soldaten die tegen de Indonesische onafhankelijkheid gaan strijden. Er komen ‘politionele acties’, een eufemistische term voor de gewelddadige acties tegen de onafhankelijkheid.
De politiek wordt door de werkelijkheid ingehaald en kort daarna moet het museum opnieuw haar naam weer veranderen. Het wordt het Tropenmuseum, als onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Het valt niet langer onder het Ministerie van Koloniën maar onder Buitenlandse Zaken en richt zich vanaf dan op tropische landen. Aangezien de collectie opdat moment voornamelijk bestaat uit voorwerpen uit de (voormalige) koloniën moet deze flink uitgebreid worden. Een deel van de bestaande verzameling wordt geruild met of verkocht aan andere musea. Aanvankelijk ligt het maken van tentoonstellingen over Indonesië gevoelig en richt de aandacht zich onder ander op Papua, dat tot 1962 nog onder Nederlands gezag viel.
Verbouwing jaren ’70

Een nieuwe koerswijziging volgt: in de jaren ’70 richt het museum zich op het tonen van ontwikkelingslanden en hun problematiek. Er komen tentoonstellingen met relatief goedkoop verkregen gebruiksvoorwerpen, geluidsopnames en nagebouwde ‘dorpstaferelen’: voor die tijd zeer vernieuwende tentoonstellingsvormen. Dit vereist een uitgebreide verbouwing. De trap aan de voorkant wordt gesloopt en de entree komt een verdieping lager. De betegelde vloeren van de museumzalen worden voorzien van een houten vloer, o.a. voor geluidsdemping. Een aangebouwde vleugel aan het voormalig restaurant maakt ruimte voor het kindermuseum Tropenmuseum Junior en het Tropentheater die in 1975 openen.
Tentoonstellingsposters
Vergroten door te klikken







Bezoek Beatrix en Claus

Een van mijn mooiste herinneringen aan het Tropenmuseum is dag dat Beatrix en Claus daar op bezoek kwamen.
Het was niet lang na de treinkaping bij De Punt (mei/juni 1977) – waarbij ons koloniale verleden een centrale rol speelde. Dus alles stond op scherp.
Ik stond beneden bij de ingang – de hal was verder leeg – zo waakzaam als ik kon. Plotseling kwam Claus eraan gelopen, op weg naar de uitgang, hij hield het kennelijk voor gezien. In het voorbijgaan keek hij me aan, ik kreeg een kort knikje. Maar die ogen … die stonden ernstig en gaven je het gevoel dat je er óók bij hoorde – ondanks mijn eigen gevoel van geringe status: van mens tot mens, de wereld die samenkwam in het Wereldmuseum was één geheel. Omgekeerd zei zijn blik me dat hij het zwaar had, met zijn rol, met zijn verantwoordelijkheden.
Het was een ontmoeting in een onderdeel van een seconde, in een voorbijgaand moment. Nou, als je zo’n vader gehad hebt, zoals onze koning Willem Alexander, dan zit het wel goed met je…
Vergroten door te klikken
…

Demonisering
De demonen zijn los. Aanval, verdediging, haat, woede, moord en doodslag, marteling en verkrachting golven voort.
Wat heb ik ermee te maken? Ik, de enkele mens?
Maar ik behoor toch tot deze wereld.
Hoe?
Meegenomen op de golven?
Besef ik dat? Besef ik wat plaats heeft, in me en buiten me?
Ik schrik ...zoveel?
Terug naar je laten voortdrijven?
Dat kan ik niet meer.
Ik kan het niet vergeten.
Dus verdergaan.
Ik weet niet waar ik uitkom. Doet dat ertoe?
Voordat ik aan mijn onderzoek begon wel.
Ik wilde zekerheid in de baaierd van moord en doodslag.
Ik weet nu dat dat niet kan.
Klein en onmachtig moet ik verder.
Maar ik weet dat ik nu in de werkelijkheid sta, hoe die er ook uitziet.
Maarten Houtman, Convocatie Vijfdaagse van 10 t/m 15 december 2004 te Maarssen.
| EINDE |
