Een nacht in het klooster – Regina Carmeli, mei 2018

2018 REpaired&Reposted

In de nacht van 26 op 27 april, daags voor zijn honderdste geboortedag – die we op 5 mei zouden vieren – verscheen Maarten me in een droom, zijn gestalte was duidelijk zichtbaar. Maar zijn boodschap leek persoonlijk te zijn, hij zei me: “Breng maar een nacht in het klooster door…”

Die boodschap was voor mij glashelder. Dat zat zo:
Ik was van plan een tentoonstelling in museum ‘De Domijnen’ in Sittard te bezoeken, maar vond de reis op één dag teveel. Ik kreeg een tip dat ik in het klooster ‘Regina Carmeli’ terecht zou kunnen, niet ver van het museum.
Dat leek me een apart avontuur – we zijn tenslotte met Maarten vaak in kloosters geweest – en een verblijf daar was niet duur. Ik was het nog aan ’t overwegen, toen ik ’s nacht die droom kreeg – voor mij een soort ingreep van de hemel, waar ik zeker gevolg aan wilde geven.
De volgende dag mailde ik met het klooster en uiteindelijk kon ik er 22 mei terecht.

Toen ik die dag ‘s middags in Sittard aankwam, hing er een dreigende lucht. Er was onweer voorspeld. Ik zette m’n auto in een parkeergarage vlakbij het museum. Maar toen ik buitenkwam stonden de sluizen van de hemel wijd open, ondanks m’n paraplu was ik in een mum van tijd doorweekt. De regen was inmiddels overgegaan in hagel. Ik schuilde tegen een gevel, maar zag dat het hopeloos was. Ik vluchtte de garage weer in en besloot het museum over te slaan en direct naar het klooster te rijden.
Buiten kolkte het water door de straten, putdeksels lagen naast open gaten. Bij het klooster gekomen, moest ik tot aan m’n enkels door het water waden om de ingang te bereiken. Toen ik binnenkwam, was het eerste wat ik zag een ondergelopen keuken. Boven gekomen zag ik vanuit mijn raam de eerste hulpdiensten op de binnenplaats van het complex verschijnen, die slangen uitrolden. Alle kelders bleken ondergelopen te zijn.

Bij het avondeten vertelde een zuster dat ze urenlang opgesloten had gezeten en geklop en noodkreten had gehoord: “Ik heb een uur tot de Heilige Jozef – de schutspatroon van de orde – gebeden of hij we wilde redden, maar bedacht toen dat ik ook geduld moest hebben…” Ze was nog steeds opgewonden en hield een lederen gebedenboek tegen de borst geklemd. Mijn wijsneuzige opmerking dat je toch maar jezelf moest zien te redden, werd weggewimpeld – misschien had ik zelf wel tot Maarten gebeden…

Van uitputting ging ik vroeg naar bed. Toen ik middenin de nacht wakker werd, drong het tot me door dat dit de overnachting was waar Maarten me in m’n droom in zekere zin heengeleid had… En ik vroeg me af wat de betekenis kon zijn. Ik was midden in een ramp in een klooster beland, misschien wel daardoor was al het oude achter de horizon verdwenen. Ik was daar weliswaar een vreemde eend in de bijt, maar ik mocht op dat moment wel in hun leven delen…
Ik had gelezen dat de orde (die wereldwijd verbreid is) gesticht was door een Duitse vrouw, de zalige moeder Theresa die daar in Sittard begraven lag. Haar botten waren herbegraven in de kapel en haar portret hing in vrijwel alle vertrekken. En natuurlijk hingen er de onvermijdelijke crucifixen, waar de boodschap ‘Your Body is A Temple’ niet aan besteed was. Ik keek er nog eens goed naar en kon me voorstellen dat de Kerkhervorming de lijdende Christus van het kruis had gehaald…

De ontbijtzaal bleek die ochtend leeg, maar even later kwam de non van de vorige avond binnen, samen met haar zuster uit Aken, die bij haar op bezoek was. Er werd voor het eten niet gebeden en we praatten over de zorgen in Aken over de Belgische kerncentrales.
Na gepakt te hebben besloot ik direct terug naar huis te gaan en het museum over te slaan. Ook van een gepland bezoek in Tiel zag ik af, het was gewoon genoeg geweest. Het werd me inmiddels duidelijk wat hoofd- en bijzaak was…

Ik had een fortuinlijke terugrit, maar ontdekte bij mezelf onderweg wel sporen van een Messiascomplex: bij een stop ik bleek al te toeschietelijk (‘laat u uw blad maar gewoon staan’) en ik maakte me zorgen over een man die z’n vrouw liep te zoeken … terwijl ik zelf even later de weg kwijtraakte. De Goede Werken hadden hun werk gedaan…
Thuisgekomen ontdekte ik nog iets anders: toen ik Klaaske van m’n avontuur vertelde en een schimpscheut uitdeelde wegens hun verering van de zalige Theresa, moest ik plotseling aan onze viering van Maarten’s 100e verjaardag denken, zo maar uit het niets drong de parallel zich aan me op: dat het niet gaat om het verbreiden van een geloof of het vereren van een heilige, maar louter om het verdiepen van het eigen inzicht. Ik schrok van m’n onnozelheid – was dát de diepere betekenis van mijn droom?

Ik moest ook even denken aan de ‘dwaze monnik’ en zijn klooster in het Noorden. En aan alle mensen die nog op zoek zijn naar een ‘klooster’, die lange zitsessies en nieuwe meesters volgen. Nee, één is voor mij genoeg voor een heel leven – meerdere levens…

Automania #4 | 49-RB-SZ | En toen was er airco…

Boven: De 49-RB-SZ op de Route du Soleil
Vergroten door te klikken


Vergroten door te klikken

Automania #1 – Ontwaakt in de Krimpenerwaard

2022 REpaired&reposted
Jaarsveld a/d Lek
foto Ingrid Bakker

In september 1946 reed een verhuiswagen van Utrecht naar Krimpen a/d IJssel, mijn moeder, Meino en ik zaten voor in de cabine. Het monster op wielen zocht zich een weg tussen de grote rivieren van IJssel en Lek, grotendeels rijdend van dorp tot dorp langs lokale wegen. De N210, die dwars door de polder loopt en op betonnen palen staat, moest toen nog aangelegd worden. Alleen de provinciale weg N228 bestond toen al – een weg met een grillig verloop en een bewogen geschiedenis…

De eerste 3,5 km van de N228, van De Meern tot aan de Hollandse IJssel, gaat over de Meerndijk. Daarna loopt hij aan de zuidzijde van de Hollandse IJssel verder, tot aan de Stolwijkersluis, enkele honderden meters voor Gouda.

Deze N228 werd aangelegd tussen 1928 en 1934 in het kader van het Provinciaal Wegenplan 1927. Dit werd uitgevoerd door de Provinciale Waterstaat in Utrecht, dat destijds onder leiding stond van Anton Mussert. Langs de weg zijn nog steeds grenspaaltjes te vinden die naar hem vernoemd zijn, de zogenaamde ‘Mussertpalen’ [bron: Wikipedia].

De tocht door Krimpenerwaard langs wegen van rond 1946 – de rode lijn kan de route geweest zijn.
[klik om te vergroten]

Ik had mijn eerste 3½ jaar aan de Goethelaan in Oog en Al gewoond,met opa en oma, ooms en tantes om de hoek – een vredig bestaan, lijkt het, maar het was toen wel oorlog…
Die tocht daarna, met de verhuiswagen de stad uit, moet ook mijn eerste autorit ooit geweest zijn. Ik was helemaal gebiologeerd. Ik zat daar voorin op mijn hoge troon als een koning van de weg, het grommend monster onder me … maar dat is alles reconstructie.
Maar het moment dat de verhuiswagen aan het eind van de rit, in Krimpen vanaf de IJsseldijk de fabriek op draaide, staat in mijn geheugen gegrift… Alsof ik ontwaakte in een nieuwe wereld – een wereld waarin mijn bewuste aanwezigheid voortaan mijn ‘standaardmodus’ zou worden.
Van het daarvóór kon ik me nauwelijks meer wat herinneren, alleen het afscheid van mijn grootmoeder in Utrecht die me een koekje presenteert uit de trommel bovenin de kast.
Voor de rest is het weg, alsof wat daarna kwam het in de vergetelheid heeft gebracht.

De wereld waarin ik terecht kwam, was ook van een totaal andere orde als het slaperige bestaan aan de Goethelaan… Hier waren niet de vertrouwde familieleden, maar arbeiders die zwaar werk deden… Staande op de mal van een grote rioolbuis in aanbouw, stampten ze met een pneumatische stamper met lange steel de daarin aangebrachte betonspecie aan, zodat het een hecht geheel werd. En als het beton na een dag of wat gehard was, mocht de mal eraf en werden de buizen opgestapeld. Daarna stond er ’s zomers een sproei-installatie om ze nat te houden – waaronder ik dan ’s avonds weer stond af te koelen in de snikhete zomer van 1947 – zie: Coronadagboek #6 het witte huis.

Vader, Meino, Hein en moeder op het fabrieksterrein, niet lang na aankomst.

Op een werkdag – en dat waren er nog 5½ in de week – wemelde het daar van de ronkende machines en reden aller handen voertuigen af en aan: trucks met aanhangwagen om de buizen af te voeren, vorkheftrucks – ik keek met open mond naar hun wendbaarheid, en de trucjes die ze ermee konden uithalen – er waren kiepwagentjes, ga zo maar door.

Het duurde dan ook niet lang of ik begon dat ‘speelgoed’ zelf te sparen, ik bouwde mijn eigen wagenpark op in de vorm van Dinky Toys. Dat werd al gauw mijn grote manie – terwijl ik, kruipend over de vloer van de huiskamer, ze voortbewoog: een vuilniswagen met schuifluikjes, een truck met oplegger, natuurlijk een verhuiswagen, een racewagen, en nog vele anderen. En allemaal in bonte kleuren. Ik was automaniak geworden!

Road show van mijn Dinky Toys, rijdend over de balustrada van mijn studio.

Vergeleken met de fabriek en het dorp langs de IJsseldijk, had de polder aan de andere kant van de dijk iets heel geheimzinnigs, je kon daar de kracht van de natuur voelen.

Toen ik rond 1953 een jaar in het centrum van Krimpen woonde – mijn vader was bij Waco-beton weg en vooruit gereisd naar zijn nieuwe baan in Nijmegen – stond ik een keer aan de rand van de bebouwing over de polder uit te kijken, over het prikkeldraad heen. Het had een magische uitwerking op me, de ruimte, de leegte –een andere wereld, los van het bekende…

Luchtfoto Krimpenerwaard
© Foto Siebe Swart

‘Gelukkig door verdiensten’

We are such stuff as dreams are made on; and our little life is rounded with a sleep.
William Shakespeare

Toen een vriendin me onlangs schreef, dat ze een droom had gehad ‘waarin ze blij omhoog keek, staande voor het oude Shaffy Theater’, was ik toch wel nieuwsgierig welk gebouw dat was, hoe ik me die scène voor moest stellen – als taal van het onbewuste, hebben dromen altijd mijn belangstelling gehad.
Al gauw ontdekte ik – als import-Amsterdammer met behulp van A.I. – dat met het ‘oude Shaffy Theater’, Felix Meritis bedoeld moest zijn. Na enig zoeken vond ik deze fraaie foto uit het Stadsarchief Amsterdam:

Felix Meritis ('Gelukkig door verdiensten') is de naam van een voormalig genootschap dat van 1777 tot 1888 bestond en van het bijbehorende gebouw aan de Keizersgracht 324 te Amsterdam, dat in 1788 in gebruik werd genomen. Het fungeerde in die periode als een cultureel centrum voor de stad. Later was er onder meer een grote drukkerij gevestigd en van 1947 tot 1981 bevond zich hier het landelijk hoofdkwartier van de Communistische Partij van Nederland.

Het gebouw is sinds 2014 eigendom van de gemeente Amsterdam en heeft weer een publieke functie. Er worden publieksprogramma’s als lezingen, debatten, optredens, film, exposities, en workshops georganiseerd rondom de domeinen van het oorspronkelijke genootschap: kunst, wetenschap en ondernemerschap. Bij de heropening van Felix Meritis op 25 september 2020 is daaraan als vierde domein ‘technologie’ toegevoegd.

Ik las verder dat het gebouw opgericht werd als ‘Tempel van de Verlichting’. En dat het achterin een kleine muziekzaal heeft met een heel fraaie akoestiek, die model stond voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Zoals het hele gebouw qua functie en aanzien, een voorloper van het Concertgebouw was.
Maar daarnaast was het indertijd ook dé Amsterdamse club voor de High Society, waar Tout le chic lid van was.

Als de Shaffyzaal in februari 1968 opent, zijn de jaren zestig alweer bijna voorbij, maar nog lang niet helemaal.  
Na provo brengt in mei 1968 de Parijse studentenrevolte de legendarische slogan ‘de verbeelding aan de macht’ in de wereld, weer een jaar later bezetten studenten in Amsterdam het Maagdenhuis. Een nieuwe tijd in de geschiedenis van de stad is begonnen. Provo Luud Schimmelpennink omschrijft later het collectieve gevoel: “Het was alsof we de wereld naar onze hand konden zetten.” Die sfeer heerst ook in het Shaffy Theater. 
Al ruim vóór de oprichting van het Shaffy Theater was er in de hoofdstad sprake van een nieuwe culturele trend. Jonge makers van buiten het gevestigde theatercircuit toonden alternatief cabaret in kleine zalen. Een van de bekendsten van deze nieuwe lichting was de half-Russische Egyptenaar Ramses Shaffy – het enfant terrible van het Nederlandse toneel. Met de productie Shaffy Chantant, die in oktober 1964 in première ging in het Amsterdamse Miranda Paviljoen, vestigden hij en zangeres Liesbeth List hun naam. De pers loofde Shaffy’s literair-poëtische cabaret met zijn on-Hollandse joie de vivre. Na een periode van tournees wilde hij een eigen plek in Amsterdam. 

Psychedelische kleuren

Eind 1967 viel zijn oog op Felix Meritis, het pand van de Communistische Partij van Nederland (CPN) aan de Keizersgracht. Hij maakte er de roemruchte happenings en provadya’s mee van Ad Visser, Koos Zwart en Fluxus-kunstenaar Willem de Ridder. Alternatieve avonden met dans, theater, film, poëzie, lichtshows en livepopmuziek inclusief goochelacts, naaktdanseressen en seksfilms. In deze omgeving voelde Shaffy zich thuis. Zijn manager Thijs Chanowski – bekend als producent van de Fabeltjeskrant – sloot een huurovereenkomst met de CPN. Een bovenzaal aan de achterkant van het pand kreeg psychedelische kleuren met in het hart een grote vijfpuntige ster en een inrichting met spoorbielsen en Perzische tapijten van het Waterlooplein: de Shaffyzaal was geboren.
De nieuwe voorstelling Shaffy Chantate (februari 1968) was een groot succes. In de weekends werden de balkons volgepropt en van een tweede rij voorzien; elke avond moesten er vele tientallen mensen worden weggestuurd die op de bonnefooi naar Felix Meritis waren gekomen. Toch kwam de productie niet uit de kosten vanwege de torenhoge investeringen in zaalinrichting en techniek. Chanowski trok zich daarom terug uit de onderneming en zijn werknemer Steve Austen, destijds al twee jaar roadmanager van Ramses Shaffy, nam als zelfstandig producent het roer over. Hij sloot een huurovereenkomst met de CPN en kreeg van Shaffy toestemming om diens naam als merk te gebruiken en ook anderen in de Shaffyzaal te programmeren.

Alternatief

Op 21 januari 1969 opende het Shaffy Theater met Shaffy Verkeerd, waaraan het trio Louis van Dijk en het trio Thijs van Leer meededen. Een van de vele gasten was Rob van Houten, die later naam maakte met zijn flamboyante Funhouse-shows. Vanaf het eerste seizoen gebruikten ook anderen de nieuwe zaal, onder wie de liedjesschrijver Lennaert Nijgh en Teater Terzijde (1965-1969), Nederlands eerste politieke multimediale theatergroep onder leiding van regisseur Annemarie Prins. Zelf bleef Ramses Shaffy niet lang in het pand. Al in het tweede seizoen zette hij zijn carrière elders voort, alhoewel hij nog jarenlang regelmatig terugkwam om als gastheer op te treden in het theater dat zijn naam droeg.
Het Shaffy Theater werd dé plek voor artistiek alternatief Amsterdam. In korte tijd nam het aantal voorstellingen explosief toe. Ruim 300 stonden er in het voorjaar van 1972 op het programma, met bijna 25.000 betalende bezoekers. Een paar jaar na de oprichting nam het Shaffy Theater ook de Zuilenzaal, de Concertzaal en twee grote ruimtes aan de voorkant van het pand in gebruik. In de rechterruimte kwam de kassa, in de linker (de voormalige CPN-koffiekamer) het café met een kleine, donkerrode bar, die midden jaren zeventig plaats maakte voor een knalroze/blauwe bar tegen de achterwand.

Knokploeg

Deze bar was het eerste echte theatercafé in de stad. Anders dan in andere theaters kon je er niet alleen tijdens de koffiepauze, maar ook vóór en na de voorstellingen drankjes bestellen. Het café werd een trefpunt waar spelers en publiek de voorstellingen met elkaar doornamen en bleven hangen, alsook een populair blowcentrum. Ze konden er tot zes uur ’s ochtends doorgaan – de politie liet zich niet zien, dat stond de CPN niet toe.
De CPN en het Shaffy Theater waren geheel verschillende circuits, maar hadden een goede verstandhouding. Austens toenmalige echtgenote Ineke – sinds 1971 publiciteitsmedewerker van het Shaffy Theater – herinnert zich: “Toen ze merkten dat het Shaffy een directeur had die zelf ook een bezem hanteerde, kon eigenlijk alles. Ze hielpen ons vaak. Op een gegeven moment hadden we een Vlaamse voorstelling over de nationaalsocialist Cyriel Verschaeve. We wisten dat Glimmerveen-aanhangers stennis wilden komen trappen. In de straten rond Felix paradeerde de politie te paard. De CPN wilde geen politie in het pand, dus kregen we van de partij een knokploeg. Toen die neonazi’s binnen met eieren begonnen te gooien, gooide die knokploeg ze eruit.” [Joop Glimmerveen was een Haagse neonazi, die in 1974 voorzitter werd van de extreemrechtse Nederlandse Volksunie, red.] Het door een CPN-dame bemande portiershokje midden in de gang naar de theaterzalen valt achteraf te zien als het symbool van de wonderlijke, maar destijds vanzelfsprekende samensmelting van de functies van het gebouw: enerzijds CPN-hoofdkantoor en krantenredactie van De Waarheid, anderzijds thuishaven van uiteenlopende kunstartiesten en podiumbeesten.

Bijenkorf

De grote bloei beleefde het Shaffy in de jaren zeventig, de hoogtijdagen van hippies en flowerpower. Het succes was te danken aan de kwaliteit van de vaste bespelers: Neerlands Hoop (het duo Freek de Jonge en Bram Vermeulen met hun geheel eigen, dwarse opvatting over cabaret); toneelgroep Baal (toneel en muziektheater onder leiding van regisseur Leonard Frank en met medewerking van componisten Willem Breuker en Louis Andriessen); het Onafhankelijk Toneel (theatermakers en beeldend kunstenaars die een geheel nieuwe speelstijl in het theater introduceerden waarin de acteur zelf centraal stond) en Hauser Orkater (beeldend muziektheater met als spil de broers Van Warmerdam, die nog steeds actief zijn als makers van film, theater en muziektheater). Ook op het gebied van de moderne dans (Krisztina de Châtel en Stichting Dansproduktie) en hedendaagse muziek (de STAMP-concerten onder leiding van saxofonist en componist Theo Loevendie) bood het Shaffy de nieuwste ontwikkelingen. Bovendien was in het pand een van de eerste filmhuizen van Amsterdam gevestigd.
Het Shaffy Theater speelde een centrale rol in het leven van jonge kunstenaars en kunstminnaars. Wie in het weekend onder de pannen wilde zijn, ging naar het Shaffy. Om te zien en gezien te worden, om te versieren en versierd te worden en om zich te laven aan de niet te stuiten golf van culturele vernieuwing. Er waren in sommige zalen wel drie voorstellingen achter elkaar te zien. En dan kon je ook nog naar een nachtvoorstelling gaan en naar livemuziek in het café. Rudolf Lucieer, destijds acteur bij toneelgroep Baal: “Nergens anders buitelden al die theatervormen in hun verscheidenheid zo over elkaar als in het Shaffy Theater: de artistieke bijenkorf van het experimentele.”

Kaartjesscheurders

Het Shaffy Theater had ook een heel andere bedrijfsfilosofie dan de grote, traditionele schouwburgen. Enkel slagzinnen maakten dat duidelijk: ‘Shaffy, het theater waar alles kan’, ‘Het aanbod bepaalt de vraag’ en ‘Het theater voor makers, niet voor toeschouwers’. “Je kon vandaag bedenken dat je morgen wilde optreden. Je kon er ook voor kiezen geen pauze te houden of een aantal maanden in het theater te staan, zaken die in het commerciële theaterbestel waren uitgesloten”, vertelt Steve Austen. “Bij ons was altijd plek, want we konden altijd nachtvoorstellingen inlassen. We maakten gewoon plek als we het de moeite waard vonden.”
Ook de interne bedrijfscultuur week af van wat naoorlogs Nederland gewend was. Er waren collectieve vergaderingen, waarin iedereen zijn zegje kon doen. Steve Austen, die zichzelf zag als “een verlicht despoot”, had uiteindelijk wel het laatste woord, al was dat lang niet altijd duidelijk.
Hoe het eraan toeging, vertelt medewerkster Linda Snoep, aangenomen als ‘kaartjesscheurder’: “Tijdens de wekelijkse vergadering op maandagochtend, die door alle medewerkers en dus ook de kaartjesscheurders werd bezocht, werd werkelijk alles ter tafel gebracht en tot het gaatje bediscussieerd, helemaal in jarenzeventigstijl, waarin beslissingen democratisch en collectief genomen moesten worden. (…) Niet alleen de verstoppingen in de wc werden besproken, maar ook alle voorstellingen. Wat vonden we ervan en waarom? Ook werden daar de uitnodigingen voor voorstellingen buiten het Shaffy verdeeld. De bedoeling was om bij een volgende vergadering verslag te doen en een beoordeling te geven of deze voorstelling al dan niet geschikt was voor programmering in het Shaffy.”

Theater met een K

Snoep maakte zelf gebruik van deze mogelijkheid en rolde in de programmering. Nadat Steve Austen in de zomer van 1978 het Shaffy Theater als directeur had verlaten, namen zij en zijn jongere broer Matti de programmering over. Zij brachten ‘de Belgen’ naar Amsterdam, nog vóór de opening van het Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond. In 1981 organiseerden ze twee Belgische manifestaties in het Shaffy Theater. In alle zalen waren doorlopend voorstellingen. Op het programma stond onder meer Theater geschreven met een K is een Kater, het debuut van theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre. Een jaar later haalden zij de Belgische danseres en choreografe Anne Teresa De Keersmaeker naar het Shaffy met de voorstelling Fase. Voor beide Vlamingen was het de start van een succesvolle internationale carrière.
In de jaren tachtig werd alles anders in de stad en in het Shaffy Theater. Voor Amsterdam begon het decennium met de grote krakersrellen in de Vondelstraat en twee maanden later het oproer tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980. In 1981 verkocht de CPN Felix Meritis aan de gemeente Amsterdam. In september 1984 trad voormalig Hauser Orkater-lid Dick Hauser aan als nieuwe directeur van het Shaffy Theater. Hij werd geconfronteerd met grote veranderingen in het theaterbestel. Het zogeheten margetheater kreeg steeds meer invloed op het gevestigde theatercircuit. Dankzij het succes van het Shaffy Theater was er vraag ontstaan naar vlakkevloertheater (publiek op dezelfde hoogte als het toneel) en kleine zalen met een flexibel podium. Amsterdam kreeg zo een geheel nieuw theatercircuit. Zelfs ontstond er nog een ‘derde circuit’ voor beginnende jonge theatermakers, vaak in kraakpanden.

Shaffy-Onmisbaar-Marathon

Veel gezichtsbepalende groepen trokken nu weg uit het Shaffy of werden niet meer door Hauser geprogrammeerd. Vaste bespelers als Maatschappij Discordia (een afsplitsing van het Onafhankelijk Toneel) en de mimegroepen Nieuw West en Carrousel trokken aanmerkelijk minder publiek dan een aantal groepen in de jaren zeventig. Bovendien verliep de zoektocht naar jonge theatermakers bepaald niet over rozen. Een nieuwe generatie diende zich pas een paar jaar later aan.
Het tij keerde. Eind september 1988 lanceerde de Amsterdamse wethouder van cultuur Minnie Luimstra (CDA) het plan om de subsidie in te trekken en het pand toe te wijzen aan De IJsbreker, het centrum van hedendaagse muziek. Het theater bood tegenspel met een grote Shaffy-Onmisbaar-Marathon (29 oktober 1988), maar het mocht niet baten. De gemeenteraad stemde in met de subsidiebeëindiging.
Toch gaf het theater zich niet gewonnen. Een nieuwe zeskoppige directie (Steve Austen, Jan Joris Lamers, Chris de Jong, Matti Austen, Hugo de Greef, Nele Hertling) nam het roer over en kondigde aan in het pand een Europees Centrum voor Kunst en Wetenschap te vestigen. Nog geen jaar later viel de Berlijnse muur en was het nieuwe Europa een feit. En het Shaffy? Dat begon aan een nieuw tijdperk als discussiecentrum – maar dat is een weer een heel ander verhaal.

Nawoord van Ram[1] Hein

In mijn dromen ben ik regelmatig de weg kwijt in de stad, ik sta dan op een of ander plein en kijk hulpeloos om me heen. Als ik het niet meer uithoud, houd ik wanhopig iemand aan – om dan te ontdekken dat die het óók niet weet, dat ik op niemand vertrouwen kan.
Als in een reflex pak ik dan m’n telefoontje, dat van vóór de smartphone, als ik dat tenminste kan vinden, om Klaaske te bellen. Maar ik krijg haar telkens niet aan de lijn… Hoewel dat recent wel weer lukte, toen ik kreeg ik verbinding. Maar toen had er in m’n droom ook een nieuwe ontwikkeling plaats gehad: ik was nu m’n fiets kwijt! En degene die daar over ging, was nergens meer te vinden en haar plaatsvervangers evenmin.
Ik zou na het hele bovenstaande verhaal over het Shaffy Theater, natuurlijk graag zeggen: “Ook ik ben een Amsterdammer!” Maar daar hangen dus wat twijfels aan…

____________________
[1] 25 maart.

Terug naar Kijkduin

2019 REpaired&reposted

In het najaar van 1988 nodigde Leendert Goudswaard – medebestuurder van de kersverse stichting ‘Zen als Leefwijze’ en leeftijdgenoot van Maarten Houtman – me uit om mee te gaan naar een bijeenkomst van ‘Dynamische Meditatie’ in Kijkduin. Leendert was altijd wel in voor een experiment, om zijn misschien wat saaie bestaan als Haags ambtenaar op te rekken.
Op de Sterrelaan bijeenkomst van 26 november 1988 deden wij verslag van onze avonturen:

– Leendert: Ik heb met Hein een paar dagen geoefend in Kijkduin. Je wordt dan geconfronteerd met een heel ander soort mensen. We misten de rust van hier echt. Terwijl om ons heen vreemde, wilde dingen gebeurden, merk je hoe je daar in meegezogen kan worden…
In dit geval waren het reacties van huilen, van spontane bewegingen… Eigenlijk was het verschrikkelijk, ’t was net of de hele ruimte verstoort raakte met die veertig mensen. Dan voel je hoe moeilijk het is om bij jezelf te blijven, dat lukt niet.

– Hein: Ja, er kwamen nogal wat dingen boven die normaal onder de drempel zitten. Bij mij lokte dat iets uit waar ik nogal van schrok.

– Leendert: Er is dat beschermde gevoel als je jaren lang mediteert in een groep. Nu kom je ineens in een andere wereld terecht en ziet heel interessante dingen…

– Maarten: […] Je ervaart – dat is nou juist het leuke – dat het aan die plek gebonden is: ‘daar waren een stel wilde mensen’. Ik maak het nu maar even heel zwart-wit om het aan te duiden, zo ervaar je het. Maar je vergeet dat je jezelf meegenomen hebt. En als wij hier rustig zitten met elkaar, dan is die wilde troep in jezelf gewoon niet aan bod. Die is er wel.

– Hein: Dat zou ook een nadeel kunnen zijn…

– Maarten: Ja, natuurlijk is het een nadeel om altijd maar rustig hier in de groep te zitten.

– Leendert: Omdat er misschien toch een beetje dwang in zit…

– Maarten: Nou, niet dwang, maar voor-de-gek-houderij. Je houdt jezelf voor de gek. En niet bewust.
Mensen, misschien begrijpen jullie nou toch eindelijk eens waarom ik dikwijls zo wanhopig ben. Want jullie zijn allemaal zo lief! Dat meen ik.

Wij dansen onder de sterren
een punt in de eeuwigheid
een tel in de onmetelijke ruimte
voor altijd

In een gefilmd portret van regisseur Sherman de Jesus kwam Maarten terug op dat ‘lief zijn’:

Maarten: Dus opnieuw sta je voor iets wat je nooit hebt kunnen bedenken, namelijk dat je van elke ervaring maar een heel klein puntje hebt. En als je dat puntje de kans geeft, breidt het zich uit. Het is heel gek als je beseft dat wij in zo’n kleine wereld leven.

Sherman: Hoe komt het dat mensen hier niet mee bezig zijn?

Maarten: Omdat ze nog niet door de vertaling heen gevallen zijn, het leven heeft ze niet in staat gesteld om te twijfelen. Dat vind ik het afschuwelijke van onze samenleving hier, dat het zó ‘lief’ is, dat we het niet tegenkomen.
Dat is het grote voordeel dat ik in m’n leven gehad heb, dat ik veel beleefd heb wat afschuwelijk was, waardoor ik er gewoon doorheen zakte. Dat is echt een voorrecht geweest, dat geldt ook voor het kamp. En dat heb ik op het moment dat ik daar was beseft.

Dat speelde zich af in 1988. Twintig jaar later ben ik aan ’t ‘shaken’ geslagen (Osho zou het misschien ‘dynamische meditatie’ noemen). Wat verandert er eigenlijk…

In zijn observatie ‘Kwaliteiten van energie‘ maakt Maarten een fundamenteel onderscheid tussen twee soorten van energie:

  1. Een zachte, helende energie die langzaam op gang komt en geen beweging kan velen dan in een veel later, meer gevestigd stadium. De eigenlijke meditatie-energie.
    Gevestigd in die zachte, helende en verbindende energie heb je er geen behoefte aan jezelf te stellen of te verdedigen. Waarom zou je, je bent toch verbonden? Vanzelf ervaar en reageer je –wat dan eigenlijk ‘ageren’ is – uitsluitend als de zaak zelf erom vraagt.
  2. Een voor je gevoel spontane energie in de zelfhandhaving op alle niveaus: in beweging, in de spieren, in het rijden met de auto, trein en fiets, en niet aflatend in de gedachte- en gevoelsbeweging.
    Het geeft je een gevoel van leven, van ‘er-zijn’, en daarmee van zelfvertrouwen. Een gevoel je te kunnen handhaven tussen de andere ‘ikken’. Ongewild leidt dat tot geweld en agressie – ook als de ‘ikken’ zich verenigen, blijven ze afgescheiden. Uitbuiting, honger en oorlog vertellen ervan.
    Deze energie kan in zijn meest opgevoerde vorm andere ‘ikken’ wegblazen – we lezen erover bij zen- en tai-chi meesters. Het mist de verbindende openheid, waarin jij, de ander en de zaak evenwaardig zijn.

Dat ‘andere ikken wegblazen’ was me, in bijna letterlijke zin, toen in Kijkduin overkomen…
Vanuit het niets leek iemand, die zich op het toilet aan me opdrong, tegen de wand gesmakt te worden. Het was alsof het zich in een andere werkelijkheid afspeelde, ik was me niet bewust iets gedaan te hebben, maar ik wist dat ik erbij betrokken was…

Had die ‘Dynamische Meditatie’ dan toch gewerkt? Maar het was bepaald niet die meditatie-energie waar Maarten hierboven op doelde…

De terugkeer van Tiësto

Boven: Hanna Mobach, Stoel van Elia, 1973.

2017 REpaired&reposted

Toen Maarten Houtman in 2007 definitief stopte met zijn lesgroepen, schreef hij het pamflet ‘Aan mijn opvolgers’, waarin hij zijn leerlingen aanspoorde zijn werk voort te zetten:

 Nu ik na jarenlang met jullie geoefend te hebben, definitief afscheid neem, moeten jullie het van mij overnemen. Hoe dat zal gaan weet geen mens. Maar jullie moeten bij jezelf nagaan of je dat ook echt wilt. Niet om mij gerust te stellen, maar omdat meditatie een levenszaak voor je is.
[...]
Al met al een geweldige uitdaging, een die het uiterste van je vraagt, maar die ook alle kracht en vertrouwen in je activeert. Het is niet niks, maar dat was het ook niet toen ik de leiding nog had. Maar toen kon je nog, al was het onbewust, het gevoel hebben hij is er, dus...
Durf jezelf uit te dagen, de tijdloze werkelijkheid wacht op je antwoord. Altijd al, maar nu zeker.

Met onze eigen Amsterdamse ‘huiskamergroep’ hebben wij daar sinds 1 januari 2010 een bescheiden bijdrage aan geleverd.
We gaan nu dus ons achtste jaar in.
Het aantal deelnemers was nooit groter dan zes – meer gingen er gewoon niet in. Soms vertrok er iemand, soms kwam er iemand bij. Maar het was altijd gezellig, zeker tijdens het rondje theedrinken vooraf aan de keukentafel. En als er iemand zei: “Voor mij is zingen toch de betere meditatie,” dan hielden we een vrolijk afscheid – zie foto onder.

Mei 2013 overleed Ellen plotsklaps aan een hartstilstand. Het verlies zijn we maar moeizaam te boven gekomen, haar plek in onze huiskamerkring is sindsdien eigenlijk onbezet gebleven.

Casta (half-time) en Aloys (wintergast) hebben de leemte nu enigszins opgevuld.

’s Zomers moeten we het zonder Aloys stellen, van mei tot september is hij onze fietsende Tao-zen ambassadeur in Europa. De deelnemers aan de huiskamergroep ontvangen dan van heinde en verre zijn reisverslagen: van de Noordkaap tot Rome, van de Buiten Hebriden tot Sevilla.

En wij intussen maar zitten en shaken…

Onlangs stond, na jaren, Tiësto weer op ons shake-programma: onderstaande twee nummers van Panama (In Search Of Sunrise 3).
Ellen was onze grote Tiësto fan, als zijn muziek weerklonk shakete ze erop los… dus we draaiden hem veel.
Tiësto keert nu terug … als hommage aan Ellen!

Uit liefde voor het leven

Af. bovenaan: Hanna Mobach, Lovers rock, 1999. Zwarte klei met zwarte terra sigillata, 28 x 12 x 45 cm
2021 REpaired&reposted

Besef dat toch, je bent iets ongelooflijks, je bent zó’n geweldige mogelijkheid. En je zit je aldoor maar af te vragen, zal ik nou een boontje meer nemen of een boontje minder nemen… [gelach] Dat is jouw formaat niet.
De sterren en de hemel en het heelal, dat is jouw formaat. En alleen jij hebt het in de hand om in dat formaat je leven te leven.
En dan zul je ongetwijfeld brokken maken. Dat moet wel, je moet brokken maken in het leven, dat kán niet anders, het kan echt niet anders. Die illusie dat je zo regelrecht naar de hemel wandelt, die is er niet. Maar zorg tenminste dat, als je valt, val dan uit de dertiende verdieping en niet over de drempel. [gelach]
Ja echt, dat meen ik, want dan gebeurt er tenminste iets. [gelach]

Het principe van de eenwording
Eefde, december 1987, woensdagmorgen.

Aan deze uitspraak van Maarten Houtman moest ik dezer dagen denken, nadat me – inderdaad – een ongeluk overkomen was. Ik ben nog springlevend, hoor, daar niet van, maar wel is m’n gezichtsvermogen  aangetast.

Dat kwam zo:
Een paar maanden geleden bracht ik in de provincie een bezoekje aan een oude dame, die ik hoogacht. Ik had op haar verzoek een taartpunt meegenomen, Toen ik binnenkwam zat er een medewerkster van het tehuis waar ze woont – die bij m’n verschijning haar stoel afstond en het bloemetje dat ik meegenomen had in een vaas ging zetten. Ik was zeer gebrand op koffie bij het gebak, dat haalde ze ook nog voor ons.

Intussen had ik gemerkt dat de oude dame wartaal uitsloeg, waar ik vreselijk van schrok. De bezoekster was inmiddels verdwenen, en ik vroeg me af in wat voor situatie ik was beland – en stilletjes overgenomen had. De jarige knoeide intussen gebak op de grond, dat ik gauw wegwerkte. Zo had ik haar nog nooit meegemaakt… ik was geschokt en probeerde de situatie te redden.
Na een halfuurtje – waarin we ons zo goed en zo kwaad onderhielden, werd de middagmaaltijd binnengebracht, vis met patat. Wat ik toen zag bracht me nog meer in de war. De dikke kokkin – die even breed was als ze lang was – spoot uit een tube een hele sliert mayonaise over de patat. Wat ik zag voelde als een scène uit een Jeroen Bosch, mijn ogen puilden uit…
Toen het gesprek weer op haar familie van vroeger kwam, wist ik: nu moet ik weg…
Ik reed terug naar Amsterdam, voerde thuisgekomen een Skype-gesprek waarbij ik vreemde trillingen zag en zat daarna nog even achter de computer te werken.
Toen ik met Klaaske ’s avonds een video wilde kijken, merkte ik pas echt dat er iets mis was, ik zag strepen en kon de ondertiteling niet goed lezen.

De volgende dag had ik hoofdpijn en was mijn zicht slecht. Een ernstige vorm van migraine, dachten we, maar Klaaske belde na drie dagen toch de dokter en we konden vrijwel gelijk langskomen – zij moest me toen al begeleiden.
De dokter nam eerst onze gedachte over dat het migraine zou zijn, maar later belde hij dat hij voor ons toch een afspraak met de oogarts had gemaakt in de polikliniek van het Boven-IJ ziekenhuis. Nadat ik die de volgende dag nogmaals het verhaal vertelde wat ik meegemaakt had, bestudeerde hij mijn ogen. Zijn conclusie was dat het iets met het oogvocht was – een ouderdomsverschijnsel. Maar voor de zekerheid moest ik vier weken later terugkomen voor een ‘blikveldonderzoek’.
Ik heb die weken heel veel geslapen en m’n ogen zoveel mogelijk rust gegeven en hoopte dat het zicht zou verbeteren…
Maar nee hoor. Het blikveldonderzoek wees iets heel anders uit: het moest iets in de hersenen zijn, een infarct dus.
De oogarts was heel meelevend. Toch was er bij ons ook een zekere opluchting: eindelijk op het goede spoor…

Ik werd stante pede doorverwezen naar de neuroloog, die eerst een CT-scan liet maken van m’n hersenen. Toen hij later de foto op zijn scherm had staan, wees hij op verkleurde zenuwcellen bij het visueel centrum in de cortex: Er was inderdaad zuurstoftekort geweest, een herseninfarct door een stolseltje in de aderen. Op mijn vraag naar wat het verband kon zijn met wat ik meegemaakt had, was zijn antwoord ‘dat een infarct ook door een shock kon optreden. Maar dan wel precies in mijn visuele centrum, nergens anders… daar geloofde hij niet in.
Dat bleef mij intrigeren… Alsof ik in de zon gekeken had, of in het hellevuur…
Neurologisch was het in elk geval verklaard.
Ik kreeg de bijbehorende serie vervolgonderzoeken: bloedonderzoek, een hartfilmpje – een onregelmatig hart kan ook een stolling veroorzaken…
Een week later belde de neuroloog me op: “Nou, het hartfilmpje was goed, hoor … MAAR, er zijn sporen te zien van een hartinfarct…
Dus dat werd een doorverwijzing naar de cardioloog, plus weer een rondje ziekenhuis-onderzoek.


Intussen vroeg ik me af: een hartinfarct, maar wanneer dan, ik heb nooit iets gemerkt…
Toen kwam de bijna-dood ervaring bij me boven, die ik in de jaren zeventig had gehad, rond de dood van mijn vader die me erg aangegrepen had – misschien ook omdat mijn moeder in hun hutje-op-de-Mokerhei achtergebleven was, verlaten en stuurloos (ze kon inderdaad geen autorijden).

Het was rond 1976, ik was er slecht aan toe – niet alleen lichamelijk (ik had regelmatig spit aanvallen), maar ik was ook depressief: Klaaske en ik hadden beiden onze bijna voltooide studie psychologie afgebroken, omdat we bij onze – gemeenschappelijke – ’theoretische’ scriptie over gezinstherapie (Klaaske met het accent Kinderpsychologie, ik vanuit de Sociale psychologie) verzandden in ideeën en speculaties… waarbij ik bovendien gek werd van alle psychische afwijkingen, die ik in mezelf meende te herkennen… Maar ik kwam aanvankelijk niet op het idee de studie afbreken, ons gezamenlijke project… En ik voelde de druk van m’n ouders, die al zoveel jaren voor m’n studie hadden betaald…

Tijdens die lange, warme zomer werd het in onze niet-geïsoleerde woonboot ondraaglijk heet. Terwijl ik daar met klamme handen achter m’n studieboek zat, totaal vastgelopen, overkwam het me op een nacht dat ik uit het leven leek te vertrekken. Ik had een visioen waarin ik een lichtwezen zag, dat me naar boven wenkte. Die beleving duurde een eeuwigheid Totdat het idee bij me op kwam dat ik Klaaske niet in de steek wilde laten – het visioen was voorbij.

Vergroten door te klikken

Ik had de herinnering eraan diep in mezelf weggeborgen, maar er was wel een vaag besef dat ik ‘besloten had’ terug te komen en mezelf daarbij een opdracht had gegeven…
Intussen vond in mijn leven – ons beider leven – daarna een diepe verandering plaats. Nu ik terugkijk, leken we in alles geholpen te worden, we kregen contacten waarvan we nooit van hadden kunnen dromen,
Toen Klaaske bedacht dat we filosofie zouden kunnen gaan studeren – haar oude liefde, op dit moment is ze weer Jenseits von Gut und Böse van Friedrich Nietsche aan het lezen – was er voor onze bezige geest weer linnen voor de schaar. Bij ‘Oosterse Filosofie’ raakten we bevriend met een studiegenote, die 10 jaar in een ashram in India gezeten had. Via haar maakten we kennis met meditatie. En toen we op een vakantie in Oostenrijk waren, ontmoetten we daar een Theosoof die ons later uitnodigde bij hem in de leer te gaan…
Maar toen hadden we al kennisgemaakt met Maarten Houtman, die ons liefdevol onder zijn vleugels nam – en niet alleen om te leren mediteren, maar om een heel nieuw leven te beginnen… Hij praatte me de computer aan (“Krishnamurti heeft gezegd dat de computer de wereld gaat veranderen”) en zo kreeg ik later een bijpassende baan.

Een van de eerste dingen die Maarten tegen me zei toen we in Meditatiecentrum ‘De Kosmos’ bij hem gingen zitten, was dat ‘zitten’ ook goed voor de stoelgang was. Maar … hoe wist hij dat ik daar last mee had… Ik kreeg het gevoel dat ik een open boek voor hem was, dat hij me zomaar kon ‘lezen’. En dat terwijl ik juist zoveel geheimen had… Het voelde als een thuiskomst, na de lange jaren van ballingschap van mijn lichaam – die uiteindelijk tot mijn bijna-dood geleid had.

Pas onlangs heb ik over die bijna-dood ervaring kunnen praten en ik probeer ik hem nu door te geven in dit bericht.
En dat allemaal dankzij een verkeerde diagnose… Want uiteindelijk heeft de cardioloog – deze keer verscheen mijn kloppende hart op het scherm – geen gebrek aan mijn hart kunnen constateren, wat hem betreft kon ik nog wel een tijdje mee…
Als klap op de vuurpijl kreeg ik gisteren een alarmerend telefoontje van onze huisarts dat de in het ziekenhuis gemeten bloeddruk ‘veel te hoog was’. Daar schrokken we ons weer een hoedje van. Maar uiteindelijk leerde een rondje meten met vijf minuten tussenpauze in een stil kamertje bij hem op de praktijk dat het vals alarm was… Het was voor mij weer een heel nuttige ervaring te ontdekken dat de druk omlaag geschoten was op het moment dat ik – daar op m’n eentje zittend op een stoel – gevoeld had dat mijn innerlijk alarm verdween. Zo heb je er nog eens wat aan dat je hebt leren zitten ‘zonder opzet’…

De grote weg en de kleine weg

2019 REpaired&reposted
Afbeeldingen vergroten door te klikken

“Toen ik, rijdend in mijn wijnrode Ford Focus, aan het eind van m'n tocht, ... van mijn Latijn..., nabij San Luis Obispo in een flits de Stille Oceaan zag, hield op datzelfde moment de wereld haar adem in en voelde ik de voorlopigheid, die als een ontroering door me heen trok.”
Exiled to a wine red Ford Focus, Deel III van ‘Journey to California’

Toen hij hoorde dat wij een zilvergrijze Clio hadden gekocht, was Maarten Houtman geïrriteerd… Waarom moest het met alle geweld dezelfde kleur zijn als die van de Renault Kangoo waar Hanna en hij in reden…
Hij wist dat mij een rode auto voor ogen gezweefd had … eigenlijk de kleur van de wijnrode Ford Focus waarin ik het jaar ervoor in Californië rondgereden had…

Ik had in de garage weliswaar gehoord dat metallic lak sterker was dan de gewone, maar ik begreep precies waar de angel zat… Weer had ik hem als ‘model’, als ideaalbeeld, gekozen – terwijl ik wist dat hij zich daar bijzonder ongelukkig onder voelde. En hij had al zo vaak gezegd dat een leraar-leerling verhouding – waar hij toch al zo’n hekel aan had – bij meditatie zo niet werkte … juist niet!

Toen ik twee jaar eerder een tweedehandsje zocht, had Maarten mij zijn garage aangeraden. Toen ik erheen ging, ging hij met me mee. Het voelde heel goed, heel kameraadschappelijk – met wellicht een vleugje vaderlijkheid – om daar met z’n tweeën rond te kijken. Juist die totaal andere wereld, dat ‘gewone leven’, maakte het zo spánnend…

De eerste keren dat hij met me meereed, kreeg ik zo nu en dan een aanwijzing, zoals ‘je moet sneller doorschakelen’, als ik de motor teveel toeren liet maken. En toen ik invoegde op de snelweg, zei hij ‘dat het hem meeviel…’, toen hij zag dat ik medeweggebruikers de ruimte liet. Ook daar begreep ik overduidelijk de zere plek: mijn neiging om mezelf te poneren … wat in het verkeer natuurlijk heel verkeerd kan uitpakken.

Lang voordat we zelf een auto hadden, reden Klaaske en ik jarenlang met Maarten mee naar de maandelijkse bijeenkomsten van de Sterrelaangroep in Hilversum. Dat ging allemaal heel vanzelfsprekend en het was nog gezellig ook. Bovendien bereidden we ons zo allengs voor op de bijeenkomst die we straks zouden hebben – waarvoor de deelnemers van heinden en ver naar Hilversum kwamen.
De route die wij vanaf Amsterdam reden, langs de rand van de Loosdrechtse plassen, zal ik nooit vergeten…

Uiteindelijk kwam die auto er bij ons toch, ook al had ik er aanvankelijk – wellicht wat modieuze – bezwaren tegen. Feit is dat toen we het ons eenmaal konden permitteren, die auto er ook kwam – waarbij we alle ellende van het parkeren daar op die Binnenkant voor lief namen…
Vooral met de auto op vakantie naar Frankrijk was een thrill.
Maarten en Hanna raadden ons daar ook het adresje waar zij al langer verbleven – in de serre bij ‘Piet en Jetty’. Jetty was een oud-leerlinge van Maarten, ze hadden zich gevestigd in Olonzac in de Herault, niet ver van Narbonne. In die omgeving kon je ook rustig koersen op de bijna verlaten wegen, zodat Klaaske haar auto-angst bijna vergat…
Op een keer kwamen we Maarten en Hanna daar tegen – we hadden dat jaar een ander huisje gehuurd in de buurt – en hebben toen gezellig gegeten op de binnenplaats van restaurant ‘Le Couvent’.

Maar eigenlijk begon het allemaal met die keer dat Hanna me aanbood samen met haar in hun auto te rijden ‘als proefles’. Ik was het chaufferen bijna verleerd…

Als  Shake v/d Wake  Yo-Yo Ma met The Silk Road Ensemble met Silkroad on the Road, dat een muzikale impressie geeft van het ensemble ‘on the road’.
Het wordt gevolgd door een life optreden van de meester tijdens de Proms in 2015, met de Cello Suite Nr. 2 van Bach.
Ik heb ademloos naar die linkerhand gekeken, die in een duivelsdans over de snaren beweegt – slechts één moment leek hij hem heel even te ontspannen...
... en vervolgens begreep ik dat Yo-Yo Ma tijdens dat concert in The Royal Albert Hall, alle zes suites voor de cello gespeeld had, een optreden van bijna drie uur...

Bij ons op dat doodsaaie Plein…

Boven: Hoe saai kan een plein zijn… 

…nee, dan bij de vlaaienboer…

Afbeeldingen vergroten door rechtsboven te klikken.

Al meer dan twintig jaar spreken Klaaske, Rien en Hein op de zaterdagen af bij onze ‘vlaaienboer’, de Multivlaai op het Buikslotermeerplein – al dan niet in het gezelschap van Aloys, met wie we samen het bestuur van stichting ‘Zen als leefwijze’ vormen –  allemaal om te zorgen dat er geen formele plooien in de gezichten komen….
Het begon ermee dat Rien elke zaterdag zijn bestelde groenten ophaalde bij de kraam op de markt …
… om vervolgens aan te leggen bij de groene ‘Gezond en Wel’ winkel van Does – die nu de eindschakel vormt in de rode muur, die Dirk van de Broek onlangs op het Plein heeft laten verrijzen. Zodra ze bij Does dan zijn neus om de hoek zien verschijnen, worden zij ook prompt mobiel en snellen hem tegemoet met de dáár door hem bestelde boodschappen – waaronder altijd één fles wortelsap – om die dan vervolgens met een mobiel pinapparaat met hem af te rekenen. Zo hoeft Rien daar de drempel niet te overschrijden – die dan ook behoorlijk rolstoelonvriendelijk is… Vervolgens kijkt hij op z’n horloge, ziet dat Klaaske en Hein bijna op de bestemde plek: de vlaaienboer zullen zijn – en racet dan als een bezetene over het Plein, zo gaat het al jaren.
En daarna – zoals we hieronder in 2018 – rusten we samen vreedzaam uit op het terras:

…met Rien…

…of alleen…

…of met meer…

…maar altijd is er koffie…

…met…

…Limburgse vlaai!

Hein mag er ook bij! (foto Jeanne).
Woensdag 27 mei 2026 om 10:43

Vrij en blij ‘Boven ’t IJ’

Woensdag 10 juni 2026 – de narcissen zijn uitgebloeid…

In dat saaie rijtje bovenaan is Aion Studio[1] gekomen…

”Wij bieden chiropractische zorg om het volledige potentieel van uw lichaam te benutten en balans te creëren in uw fysieke, emotionele en energetische welzijn. Onze aanpak richt zich op het aanspreken van uw aangeboren helende vermogens, waardoor u een harmonieuze uitlijning bereikt en uw gezondheid verbetert. Door te luisteren naar uw lichaam en uw zenuwstelsel in balans te brengen, ondersteunt ons team u bij een reis van zelfontdekking en persoonlijke groei. Dit bevordert een optimale gezondheid, vitaliteit en een positieve invloed op uw waarneming, beslissingen en reacties in het dagelijks leven.” 
Afbeeldingen vergroten door rechtsboven te klikken.

____________________
[1] Zie ‘Helende handen‘.

Een liefdeloze rehabilitatie van de echte liefde

Dit artikel is geschreven door SEBASTIEN VALKENBERG
Gepubliceerd op 22 januari 2014, in Trouw.

Byung-Chul Han: De terugkeer van Eros.
Van Gennep, Amsterdam. 70 blz euro14,95.

Over de schrijver
Byung-Chul Han is hoogleraar filosofie aan de Universität der Kunste in Berlijn. Bij ons is hij vrijwel onbekend, maar in Duitsland geldt hij als een ster. De Süddeutsche Zeitung noemde hem zelfs al de opvolger van Peter Sloterdijk. In elk geval is hij net zo’n omnivoor. Er is nauwelijks een onderwerp waarover Han niet schrijft. Depressie, films, porno. Je komt dit – en heel veel meer – tegen in zijn boeken. Zo ook in zijn nieuwste essaybundel – of is het een pamflet? – ‘De terugkeer van Eros’ (2013).

Zijn ambitie
Eros rehabiliteren. De bundel bestaat uit zeven korte essays. Ze behandelen verschillende thema’s, maar de god uit de Griekse mythologie keert steeds terug. Hem associeert Han met de echte liefde, die steeds schaarser zou zijn geworden. De klacht luidt onder meer dat anderen fungeren als ‘seksobjecten’. De grote boosdoeners zijn de consumptiemaatschappij, het kapitalisme en de pornoficatie van de samenleving. ‘Porno is niet zozeer virtuele seks – zelfs de reële seksualiteit verwordt tot porno.’ Al na een paar bladzijden weet je dat de ondergang van het Avondland weer eens op handen is. Reden voor Han om te pleiten voor een tegenoffensief.

Het resultaat
Een verzameling stukken die lijdt aan ‘apodictitis’, een term die bij mijn weten is gemunt door journalist/redacteur Thomas Vanheste. Han poneert de ene stelling na de andere, maar laat de onderbouwing (veelal) achterwege. Hij gaat er wel erg gemakkelijk vanuit dat onze samenleving ‘steeds narcistischer’ wordt. Waar baseert hij zich op? Dezelfde vraag kan worden gesteld naar aanleiding van zijn aanname dat we midden in een ‘crisis van de liefde’ zitten. Hoezo? Alsof vroegere samenlevingen zoveel ruimte lieten voor de echte liefde. Meer dan tegenwoordig werden huwelijken gesloten uit berekening; of er amoureuze gevoelens in het spel waren, deed minder ter zake.

Opvallendste stelling
In deze tijd kan alleen een Apocalyps ons bevrijden. Zulke ferme woorden maken nieuwsgierig naar de precieze bedoeling van Han. Helaas steekt de apodictitis ook hier de kop op. De boude stelling komt uit een essay over ‘Melancholia’ (2011) van regisseur Lars van Trier. In deze film komt een planeet steeds dichterbij de aarde om hier aan het slot bovenop te knallen. Wil Han op vergelijkbare manier korte metten maken met de samenleving die hij ziet ontsporen? Geen idee, nadere toelichting ontbreekt. Wat rest is vrijblijvend geflirt met de Apocalyps.

Dikste zin
Veel zinnen in ‘De terugkeer van Eros’ zijn als een visgraat die in je keel blijft hangen. Ik sla het boekje op een willekeurige plaats open en kom op pagina 23 tegen: ‘De tijd zonder ogenblik is alleen additief en niet meer situatief.’ Of op bladzijde 55: ‘De seksualiteit past in de gebruikelijke orde van het habituele die het gelijke reproduceert.’ Maar de leermeesters van Han – G.W.F. Hegel, Martin Heidegger en verschillende postmoderne filosofen – blonken ook al niet uit in helderheid.

Reden om dit boek niet te lezen
Inhoud en vorm hadden amper meer van elkaar kunnen verschillen. Han breekt een lans voor de echte liefde, maar een echte ambassadeur van Eros mag hij niet heten. Daarvoor is zijn proza te liefdeloos. Het is moeilijk voorstelbaar hoe de dikke zinnen hierboven bijdragen aan de rehabilitatie die Han voor ogen staat. Daarnaast ontbreekt het aan originele invalshoeken. De rotheid van de consumptiesamenleving, de terreur van de markt, de pornoficatie van de samenleving. Het is een kliekje dat Han voor de zoveelste keer heeft opgewarmd.

Reden om dit boek wel te lezen
Als iemand de status heeft van filosofische ster, maakt dat nieuwsgierig naar zijn werk. Daarbij heeft Peter Sloterdijk een grote schare fans in Nederland. Misschien weet men het werk van diens opvolger (Han) ook te waarderen. In elk geval behandelen beide denkers vergelijkbare onderwerpen.

Geheel boven: Ontwerp gebaseerd op een foto van Byung-Chul van Isabella Gresser.