Gestrand

Strand van Texel overdag
[klik om te vergroten]

In de de vroege morgen van de nacht van donderdag op vrijdag 9 februari j.l., rond vijf uur, verliet ik ons zomerhuisje op Landal Sluftervallei (het klinkt als het begin van een opsporingsbericht… ), om na een week verblijf op Texel ‘fysiek’ contact te maken met de zee – daar was het nog niet van gekomen. Ik voelde een grote gedrevenheid in me, ik ‘wist’ dat ik het doen moest.
Ik trok m’n dubbellaags Berghaus regenjasje aan, met daaronder een dikke katoenen trui en twee T-shirts. Verder een corduroy broek met maillot en over m’n ijsmuts een warme pet. Plus zaklantaarn en iPhone. Dat moest voldoende zijn.

Niet ver van ons huisje is een goed begaanbare pad door de duinen. Het bleek in het donker enigszins op te lichten, dus ik hoefde m’n kleine led zaklantaarn niet te gebruiken. Maar voor de zekerheid zette ik m’n voeten zo zorgvuldig mogelijk neer. Intussen hielden de twee lichtbundels van de Vuurtoren Texel me elke tien seconden gezelschap, waardoor de omgeving telkens in een flits even belicht werd. Zo bereikte ik na een halfuur de duinovergang.
Mijn idee was om via het strand naar de volgende (‘officiĂ«le’) duinovergang Krimweg te lopen, waar een goede weg met fietspad naartoe leidt.
Op het strand aangekomen zag ik in de verte het donkere vlak van de zee door de lichtbundels van de vuurtoren telkens even zichtbaar worden, het was eb. Ik liep blindelings af op waar ik de vloedlijn vermoedde en had het geluk geen zwin tegen te komen. Toen stond ik op het strand der zee… Maar er was geen engel die mij ‘verborgenheden meedeelde’, zoals aan Johannes op Patmos … ijlings moest ik me terugtrekken voor het opkomende tij.

Het was koud. Ik besloot direct m’n bestemming, de volgende duinovergang, op te zoeken. Maar nauwelijks op weg, wist ik me plotseling afgesneden van m’n aanlooproute en drong tegelijk tot me door dat ik de volgende overgang, Ă©Ă©n kilometer verderop, wel eens moeilijk zou kunnen vinden. De schrik sloeg toe…
Ik troostte me met de gedachte dat het een route was die ik al vele malen had gelopen en dat ik de afstand om en nabij zou kunnen inschatten.
Automatisch liep ik schuin richting duinenrij, daartoe mede gedwongen door zwins die nu en dan opdoken, maar zorgde ervoor op harde ondergrond te blijven. Gelukkig was er nog wat licht aan de hemel van het maansikkeltje, waardoor, als je goed keek, de duinenrij enigszins tegen de lucht afstak. Toch werden de kou en de beklemming steeds groter, als ik hier maar weg kon komen… Schuilen tegen de duinenrij was er niet bij, de wind joeg recht langs het strand.
Toen ik een knik in de duinenrij zag – ik wist het niet meer, het leek me wel wat vroeg … of was ik er al voorbij? – liep ik erheen … en stond even later naast een strandpaal met nummer 28. Met m’n rug tegen de paal zette ik m’n iPhone aan en zag dat duinovergang Krimweg, met Strandpaviljoen Paal 28, vlakbij moest zijn. Even later zag ik het gedimde licht van het paviljoen op het duin. Gered!

Toen was het nog een heel stuk terug over de Krimweg en dan nog door het park. Weliswaar voelde ik me opgelucht, maar allesbehalve kiplekker, er was alleen maar die weg die afgelegd moest worden… Thuisgekomen trok ik m’n doorweekte kleren uit en dook in het bad dat het huisje godzijdank rijk is. Maar de volgende ochtend kwam de ontregeling: uitputting, spierpijn en maagpijn. De kou en de spanning waren teveel geweest.

Nu is er de rust van het bijkomen … en het uitvinden wat je lijf, je maag aangenaam vindt. Heerlijk, je mag gewoon weer opnieuw beginnen…

Als toegift Dhafer Youssef – die ik afgelopen jaar in het Concertgebouw zag – met ‘Delightfully Odd’.