Wo warst du, Adam?

Toen mij gevraagd werd “of het je bewust worden deel te zijn van een onbegrijpelijk mysterie, maakt dat de wereld ten goede verandert,” antwoordde ik: “Het leed dat de wereld teistert komt voort uit hetzelfde mysterie, maar als je je daarvan bewust bent, kun je dat in je leven laten zien.”
Maarten Houtman, Geschiedenis van de Tao-zen meditatie, 2005
Hiroshima Ground Zero, Augustus 1945

Toen ‘Little Boy’ op 6 augustus 1945 boven Hiroshima tot ontploffing werd gebracht, veranderde de stad in een hel van smeltende stenen en verdampende lichamen. En toen was er nog de straling, die nog vele jaren als een sluipmoordenaar onder de overlevenden bleef rondwaren. Zoals bij Sadako Sasaki, het meisje uit God’s tears over Japan, dat nog in sprookjes geloofde en tot aan haar dood kraanvogels bleef vouwen. Zij overleefde de ramp tien jaar.

Sadako Sasaki als schoolmeisje (foto: Masahiro Sasaki, 1949)

Als het ging over schokkende dingen die in de wereld gebeurden, zoals de Bijlmerramp in oktober 1992 en de Twin Towers in september 2001, vroegen we later wel eens aan elkaar: waar was jij toen … waar was jij toen de Twin Towers instortten?
Dan blijkt zo’n onvoorstelbare ramp in je eigen levensverhaal een plaats gekregen te hebben – pas als de wereld in elkaar stort, beseffen we het hier en nu van het bestaan, zijn we even wakker.

Ik weet nog, na de kernramp bij Tsjernobyl van 26 april 1986, hadden we een bijeenkomst van de Leerhuis-groep van Maarten Houtman op de Zen-zolder van ‘De Kosmos’ in Amsterdam. Ad Verhage – zelf natuurkundige en protagonist van de nieuwe fysica – kwam daar ’s ochtends binnen met het nieuws. Hij was geschokt. En dat waren wij allemaal.

En ik vroeg me af: waar was ik in augustus 1945, toen de bommen op Hiroshima en Nagasaki vielen?
Ik was toen 2½ jaar, het was mijn laatste zomer in Utrecht, vóór ons vertrek naar de betonfabriek langs de Hollandse IJssel. En ik had natuurlijk geen flauw idee van die atoombommen, die aan de andere kant van de wereld, ver van ons vandaan, een niets en niemand ontziende vernietiging teweeg hadden gebracht – in het Krimpen van die tijd zouden ze het ‘werktuigen van de duivel’ genoemd hebben…

Twee wereld die naast elkaar bestaan. Hoe hoe is dat mogelijk? Of is er een verbinding? Ben ík soms die verbinding, door me ervan bewust te zijn, door erdoor geraakt te zijn…

Tot op het bot in de kern gespleten
draagt mijn wereldbeeld haat uit,
zaait tweedracht – ik ben de bom	

Daardoor is mijn wereld op zoek
naar medestanders, gelijkgezinden,
om die eenzaamheid te verdragen	

Toch kan alleen een ‘Alleingang’, 
een lange weg van inzicht en besef,
durend aan haar wortels knagen

Der Tod ist ein Meister aus Deutschland
heeft ook in Japan flink huisgehouden,
één vuurbal en alles is opgelost in stof.	

Een maand nadat de bom ontploft was, had een Amerikaans onderzoeksteam ter plekke de effecten bestudeert. Maar de regering Truman had de pers gemaand de foto’s ervan (zoals die bovenaan) niet te publiceren.
Hoe het toen verder met die foto’s ging, is een bizar verhaal: één van de fotografen had ze mee naar huis genomen en op zolder opgeborgen. Na zijn de dood, zette zijn dochter ze bij de vuilnisbak – waar iemand ze vond.
Zo kwamen de foto’s uiteindelijk in augustus 2011 op een tentoonstelling in New York terecht.
Het bericht erover in het NRC-archief luidde: “Emotieloze foto’s die systematisch de schade inventariseren in de Japanse havenstad, die veranderd was in ‘een stad van as en schoorstenen’, in de woorden van John Kenneth Galbraith.”

De vraag blijft wat die meedogenloze terreuraanslagen op burgers – ‘non-combatants’, zoals dat in het Internationaal humanitair recht heet – voor de mensheid als geheel heeft betekend, zeg maar voor het ‘wereldbewustzijn’, voor jouw en mijn bewustzijn. Nog helemaal los van de vraag, hoe zo’n aanslag er in het kader van dat recht zelf uitziet.

Het is heel begrijpelijk, als in de centrale van het ‘ik’ opeens een heleboel energie komt, dat het ‘ik’ denkt: ha, heerlijk, nou kunnen we wat…
Dat is natuurlijk op alle gebieden zo, dat is in de wetenschap, dat is in de vechtkunst, dat is in sex, dat is overal. Maar het is natuurlijk een misvatting. En als mensheid hebben we die misvatting natuurlijk geregeld gepleegd, op grovere niveaus. De beschikking over kernenergie heeft het allereerste geleid tot kernwapens, en zo ga je door. Dus het is heel belangrijk om dit te begrijpen, want dan weet je tenminste wat het betekent.
Maarten Houtman, ‘De inzichtelijke reis’, Eefde, juli 1990
Hanna Mobach, Z.t., 1978. Inkt en penseel op papier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *