Trumps Griekse tragedie kent geen katharsis

 Iran 
Trump lijkt het Midden-Oosten door hoogmoed, verblinding en misrekening in een uitzichtloze oorlog te hebben gestort. Jos de Mul onderzoekt wat dit betekent voor Europeanen en trekt parallellen met de klassieke oudheid.

Jos de Mul is emeritus hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit essay is een update van zijn bespiegelingen over de Idee van Europa in Paniek in de Polder. Polytiek in tijden van populisme waarvan onlangs een vierde druk verscheen. 
Gepubliceerd op 8 mei 2026

Ondanks president Trumps voortdurende grootspraak over de militaire successen en spoedige overwinning, lijken de VS de grote verliezers van de oorlog in Iran. Bij het ingaan van de recente wapenstilstand was geen van de gestelde doelen bereikt en het eind van de oorlog is nog niet in zicht. Trump lijkt door hoogmoed, verblinding en misrekening in een Griekse tragedie zonder katharsis terecht te zijn gekomen.

Heel, heel lang geleden, toen Iran nog gewoon Perzië heette, was het een ware supermacht. De even wrede als wijze Sjah Dâriûsh (522-485 v.C.), in het Westen bekend als koning Darius de Grote, heerste over een immens rijk dat vrijwel de gehele ‘oude wereld’ omvatte en zich uitstrekte van Macedonië tot Oman en van Egypte tot Pakistan. Heel de oude wereld? Neen, alleen een klein moedig stadstaatje, Athene geheten, bood dapper weerstand. Sterker nog, het stichtte voortdurend kolonies in gebieden die tot het Perzische Rijk behoorden, zoals aan de Ionische kust in het huidige Turkije.

Erger nog: ze experimenteerden in Athene naar hartenlust met woke praktijken als democratisch zelfbestuur. Darius besloot de Atheners een lesje te leren en Griekenland binnen te vallen, toentertijd een verzameling stadsteden die de Griekse taal en mythologie deelden, maar onderling ook voortdurend overhoop lagen.

Darius veroverde met zijn gigantische leger meerdere Griekse eilanden in de Egeïsche zee en verwoestte de belangrijke handelsstad Eretria. Maar toen hij in 490 v.C. het vasteland van Attica binnentrok, werd hij in de beroemde slag bij Marathon verslagen door de Atheners. De behoedzame Darius keerde met de restanten van zijn leger terug naar huis. Wie sterfelijk is, moet zijn grenzen kennen.

Nu had Darius een eerzuchtige zoon, Khashayar – Grieks: Xerxes – die na de dood van zijn vader besloot het karwei af te maken en een regime change te bewerkstellingen door heel Griekenland te onderwerpen. Met twaalfhonderd triremen (enorme galeischepen met drie rijen roeiers boven elkaar), drieduizend andere schepen en tweehonderdduizend militairen trok hij op naar Griekenland. De Griekse geschiedschrijver Herodotus verhaalt in zijn Historiën hoe Xerxes een rijkversierde troon op de berg Aigaleos had laten plaatsen, van waar hij mooi kon toekijken hoe zijn armada de Griekse vloot van amper driehonderd schepen zou wegvagen.

In de nauwe zee-engte bij Salamis, waar in 480 v.C. de zeeslag plaatsvond, konden de logge triremen echter nauwelijks manoeuvreren, waardoor de kleine schepen van de Atheense vloot de triremen in de flanken konden aanvallen en vernietigen. Xerxes sneakte ijlings terug naar Perzië. Het gedemotiveerde leger dat hij achter liet, werd in 479 v.C. in de slag bij Plataeae definitief verslagen. Deze vernedering betekende het begin van het einde van het Perzische Rijk. Het bleef weliswaar nog een eeuw bestaan, maar werd allengs zwakker en werd in 331 v.C. veroverd door de Griek Alexander de Grote, die zich uitriep tot de nieuwe sjah van Perzië. Het kan verkeren in het leven.

Medelijden met de vijand

De tragedie Perzen van Aischylos, het oudst bewaarde drama uit de Europese literatuur, handelt over Xerxes’ nederlaag. Aischylos nam als infanterist deel aan alle drie de genoemde veldslagen en verloor net als Xerxes een van zijn broers op het slachtveld. Wat vooral fascineert aan deze tragedie, is dat het geen triomfantelijk verslag is van de Atheense overwinning, maar de slag bij Salamis beschrijft vanuit het perspectief van de Perzen en vooral medelijden met de vijand oproept. Het hoofdpersonage van de tragedie is koningin Atossa, de moeder van Xerxes, die in haar paleis steeds rampzaliger berichten krijgt van het front.

In de tragedie wordt Xerxes’ ondergang geweten aan diens hubris, hoogmoed, overmoed en arrogantie; hij waant zich onoverwinnelijk. Zijn eerzucht verleidt hem tot ate, verblinding – we zouden nu van tunnelvisie spreken – die hem blind maakt voor de risico’s van zijn onderneming, en tot hamartia, de fatale misrekening dat zijn armada de kleine Griekse vloot eenvoudig zou kunnen verslaan.

In de tragedie spreekt de schim van koning Darius, die vanuit de onderwereld aan zijn voormalige echtgenote verschijnt, dit oordeel uit, in de fraaie recente vertaling van Patrick Lateur:

Eerst vlijt Ate vriendelijk een mens en lokt hem in haar netten,
waaruit geen sterveling ontsnappen kan en vluchten 

En voor het oog der mensen blijven stapels lijken
getuigen zonder stem drie generaties ver:
wie sterflijk is, mag zich niet arrogant gedragen.
Gedijt de overmoed, haar vruchten vormen aren
van ondergang…

Dat Xerxes boven de goden denkt te staan en de aan de Griekse goden gewijde tempels vernietigt, rekent Darius hem ook zwaar aan:

Hij, sterveling dacht in zijn onverstand
te staan boven de goden allemaal,
ja, zelfs boven Poseidon. Ach mijn zoon
was geestelijk gestoord, hoe kan het anders.

Het koor dat, als een klassieke voorloper van de hedendaagse opiniepagina en talkshow, in de tragedie Xerxes’ ondergang becommentarieert, strooit nog wat zout in de wonde:

Het land weeklaagt
Om de jeugd van het land,
Door Xerxes gedood.
Hades volgepropt met Perzen

Aiaiai! Schreeuw en vraag hem uit.
Waar is de rest van de massa vrienden?
Waar blijven zij die u terzijde stonden?

De tragedie eindigt met een lange klaagzang van Xerxes, die „nat van tranen en erbarmelijk” beseft dat hij „een ramp is geworden voor stam en staat van onze vaderen”.

Dit inzicht leidt uiteindelijk tot katharsis, een zuivering van hoogmoed en verblinding, niet alleen bij Xerxes, maar ook bij de toeschouwers van de tragedie. In die zin is het treurspel een pedagogische les, met als boodschap: don’t do this at home!

Met deze wonderbaarlijke tragische sensibiliteit neemt ‘de Idee van Europa’ zijn aanvang.

Boven het orakel van Delphi stond de spreuk ‘Ken uzelve’. Dit jaar is het motto van de Maand van de Filosofie een variant daarop: ‘Ken onszelve’. De turbulente geopolitieke transformatie die zich momenteel wereldwijd en op extreem gewelddadige wijze voltrekt, stelt ons voor de vraag wat dit betekent voor ons, Europeanen, en voor onze identiteit. 

George Steiner argumenteert in zijn essay The Idea of Europe (2003) dat Europa op twee pijlers berust, die van meet af aan in een strijdige harmonie hebben verkeerd: de joods-christelijke traditie, verzinnebeeld in Jeruzalem, en de in de Griekse oudheid wortelende rationalistische traditie, verzinnebeeld in Athene. 

Wijsheid door schade en schande 

Voor dat idee valt het nodige te zeggen, maar het lijkt ook te wringen. In de eerste plaats omdat Jeruzalem buiten Europa ligt en Athene eeuwenlang deel uitmaakte van het Byzantijnse en Ottomaanse rijk. In de tweede plaats omdat volgens deze maatstaf de Verenigde Staten veel Europeser zijn dan Europa zelf. Tegenover het seculiere Europa ogen de VS als een bastion van christelijk fundamentalisme: daar is de religie steeds een dominante maatschappelijke kracht geweest, zeker met kruisvaarders als de huidige Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth. En wat het geloof in het eigen rationalistisch-technisch kunnen betreft, hebben de VS Europa ook ver achter zich gelaten.

Wat ‘het oude Europa’ vooral van de VS onderscheidt, is een derde pijler, die van de tragische sensibiliteit. Deze komt tot uitdrukking in de blijvende actualiteit van de Griekse en vroegmoderne tragedies, in de Europese roman- en filmtraditie en in de populaire kunst, van de Portugese fado (van fatum: noodlot) tot de Nederlandse smartlap. Maar ook, en niet in de laatste plaats, in politieke instituties die onverholen machtsuitoefening tegengaan, zoals democratisch zelfbestuur, trias politica en rechtsstatelijkheid, aandacht voor diplomatie en tact, maar ook in de op solidariteit en medemenselijkheid gevestigde Europese verzorgingsstaat.

Nu vergt niet alleen individuele, maar ook culturele katharsis tijd. Europa heeft voor zijn tragische wijsheid betaald met een lange geschiedenis van burgeroorlogen, van de Peloponnesische oorlogen tussen Athene en Sparta, via de grote godsdienstoorlogen van de 16de en 17de eeuw en de koloniale strooptochten naar de in Europa ontstoken wereldoorlogen in de 20ste eeuw. Tragische wijsheid verwerft men door schade en schande. Kenmerkend voor tragedies is dat de tragische ‘helden’ hun catastrofes nu juist veroorzaken omdat ze alle tragisch besef missen.

Tragische ‘helden’ veroorzaken hun catastrofes nu juist omdat ze alle tragisch besef missen

De geschiedenis herhaalt zich, maar altijd met een twist. President George Bush senior slaagde er tijdens de Golfoorlog (1990-1991) met goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad in om de Iraakse troepen, die Koeweit hadden bezet, in enkele dagen te verdrijven en de militaire infrastructuur van Irak zwaar te beschadigen. Maar hij besloot niet op te trekken naar de hoofdstad Bagdad. Wellicht dacht de wijze Bush aan Vietnam. Wie sterfelijk is, moet zijn grenzen kennen.

Net als Darius had ook Bush een zoon. Nadat George Bush junior president van de VS was geworden, wilde ook hij het karwei van zijn vader afmaken. In 2003 vielen Amerikaanse troepen, nu op basis van leugens over Saddam Husseins massavernietigingswapens en zonder steun van de VN, opnieuw Irak binnen, teneinde onder het motto ‘We’re going to bring democracy to Iraq een regime change te bewerkstelligen. De wrede dictator Saddam werd gedood, maar de oorlog veroorzaakte ook de dood van honderdduizenden Iraakse burgers en duizenden Amerikaanse militairen. Bovendien leidde het machtsvacuüm tot langdurige instabiliteit en een burgeroorlog, waardoor Iran zich kon ontwikkelen tot een dominante macht in de regio.

Hubris is hardleers. Ook veel van de latere militaire interventies van de VS – Afghanistan (2001-2021), Libië (2011) en Syrië (2014) – bleken kapitale mislukkingen waarbij de gestelde doelen, zoals stabiliteit, democratisering of de vestiging van een pro-westers regime, niet werden behaald.

Ook Trumps hubris lijkt zijn wortels te hebben in een verlangen zijn vader – die hem voorging als vastgoedmagnaat in New York – te overtreffen. Maar omdat zijn vader het nooit tot president van de VS heeft geschopt, lijkt er voor Trump niets anders op te zitten dan zichzelf voortdurend te overtreffen. Aanvankelijk vooral met handelstarieven en -oorlogen, maar in machtsdronken hoogmoed besloot hij al snel de president van Venezuela te kidnappen (die van Cuba staat nog op zijn wensenlijstje) en te zeggen dat hij Groenland zal inlijven. En, verleid door ate in de gedaante van Nethanyahu, met een armada van vliegdekschepen en bommenwerpers een regime change in Iran te bewerkstelligen, de militaire infrastructuur van het land te vernietigen en het verrijkte uranium, dat Iran mogelijk tot atoommacht zal maken, in beslag te nemen. Toen dat niet lukte, dreigde Trump Iran terug in het stenen tijdperk te bombarderen en de hele Iraanse beschaving te vernietigen.

Hoogmoed en verblinding

Trump is de hypocrisie duidelijk voorbij, aangezien wie hypocriet is, zoals George Orwell opmerkte, in ieder geval nog de schijn ophoudt morele regels te respecteren. Trump bevindt zich niet alleen aan gene zijde van de moraal, maar is ook de waarheid voorbij. Hij lijkt niet in staat zijn hoogmoed en verblinding onder ogen te zien. Hij claimt zonder blikken of blozen de totale overwinning en zegt dat alle oorlogsdoelen zijn behaald. En door zich op zijn eigen sociale medium Truth Social als Jezus Christus te presenteren, stelt hij zich net als Xerxes gelijk aan de goden.

„Geestelijk gestoord, hoe kan het anders”, echoot de stem van Darius vanuit de onderwereld. Maar in tegenstelling tot Xerxes’ tragedie kent die van Trump geen katharsis, geen zuivering van hoogmoed en verblinding.

Wel probeert Trump net als Xerxes weg te sluipen als de realiteit zich niet wenst te buigen naar zijn zin. Niet voor het eerst. ‘Trump Always Chickens Out’, luidt het gezegde. Maar in geval van oorlog geldt: It takes two to TACO. De Islamitische Revolutionaire Garde, die alle macht in Iran naar zich toegetrokken heeft, werkt niet echt mee. Het Iraanse volk ziet in angst en beven een nog wredere tirannie tegemoet.

Met zijn bombardementen op civiele doelen en dreiging met genocide vervreemdt Trump zich van zijn voormalige bondgenoten. In de VS stelt hij veel MAGA-aanhangers teleur door het breken van zijn belofte uitsluitend oorlogen te zullen beëindigen en haken door zijn blasfemie ook veel evangelicals af.

Wordt de Straat van Hormuz Trumps Salamis, waarin hij niet alleen zijn eigen ondergang maar ook die van de VS als supermacht zal bewerkstelligen? China en Rusland kijken geamuseerd toe. Met een vijand als Trump, beseffen Poetin en Xi, heb je geen vrienden nodig.

Gedijt de overmoed, haar vruchten vormen aren
van ondergang…

Wat staat Europa te doen? Moet de Europese Unie, zoals Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie bepleit, streven naar een assertievere, geopolitieke EU die keiharde machtspolitiek bedrijft om economisch en militair niet achter te blijven? Moeten Europeanen zich met Mark Rutte blijven vernederen en met gevlei proberen Trump ervan te weerhouden de NAVO op te blazen?

Of is het veeleer de hoogste tijd te beslissen dat we ons niet bij schurkenstaten willen scharen, maar trouw willen blijven aan de idee van Europa als tragisch continent dat wel katharsis kent? En door net als de Spaanse premier Pedro Sánchez onomwonden afstand te nemen van de onrechtmatige en met oorlogsmisdaden verweven oorlogen tegen Iran, Gaza en Libanon. Door Trump een ultimatum te stellen: zich voegen naar de internationale rechtsorde, of de NAVO verlaten. En door op alle continenten bondgenoten te zoeken die deze orde verkiezen boven onverholen machtspolitiek en vernietigingsoorlogen.

Daarbij moeten we natuurlijk niet naïef zijn. Europa kent door zijn eigen geschiedenis het kwaad maar al te goed. Geconfronteerd met de agressie van Rusland, en nu ook de VS, zullen we ons ook militair teweer moeten stellen, om de idee van Europa te verdedigen en levend te houden. Dat impliceert dat we volkeren die zich verzetten tegen tirannen, zoals de Oekraïners, Palestijnen en Iraniërs, met alle daartoe geëigende middelen moeten blijven steunen in hun streven naar zelfbeschikking en een menswaardig bestaan. En ook dat we, in de voetsporen van Aischylos, moeten proberen de moeilijkste, maar ook meest heroïsche daad in tijden van oorlog te verrichten: medelijden op te brengen met de vijand en jezelf in hem te herkennen teneinde hem daarmee te ontvijanden.

Bovenaan:  De slag van Salamis van Wilhelm von Kaulbach (1805–1874).  MAXIMILIANEUM (BAYERISCHER LANDTAG) 

EINDE

Lente

Afbeeldingen vergroten door te klikken

donderdag 30 april 2026
 Lente 

Er is elk jaar een moment dat tot me doordringt dat de winter voorbij is. Hoewel voor mijn raam de bomen allang groen worden, elk in hun eigen kleur, elk op hun eigen tijd, hoewel de iepen hun vruchten bijna loslaten in een wilde storm en de stoepen erdoor onder sneeuwen, toch is er dat ene moment telkens weer.

Dit jaar, 30 april, is de eerste warme, zonnige lentedag. De zon kleurt de flat aan de overkant goudgeel. En daar, op acht hoog, helemaal aan het uiteinde, hebben de bewoners voor het eerst hun parasollen neergezet, hun tuinstoelen uit de berging gehaald, hun zonnebrandcrème te voorschijn gehaald en vieren ‘s ‘s avonds om acht uur de zomer.
En opeens komen hier alle herinneringen boven aan de zomer en behoort de winter opnieuw tot het verleden.
klaaskefokkens.blogspot.com 
Vanochtend –
de hemel was blauw,
er dreven wattenwolkjes –
ontdekte ik dat mijn duisternis,
mijn gebrek aan licht,
vanbinnen zit
alles was grauw…

Maar terug wandelend naar huis
was de afstand verdwenen
leek het heelal dichtbij –
was het bijna tastbaar aanwezig.
Terwijl om me heen
het leven gewoon doorgaat
loop ik zij aan zij.
Een nieuwe lente’, SHAKINGLIFE, 19 april 2021

EINDE

Sigrid Kaag: ‘Je wordt ontmenselijkt waar je bij staat’

INTERVIEW
Vrouw en politiek Oud-minister van Financiën en -vicepremier Sigrid Kaag kijkt in een openbaar interview met Jutta Chorus terug op haar politieke carrière en de vrouwenhaat waar ze mee te maken kreeg. „Ik ben veel meer dan iemand als Wilders ooit van mij kon maken.”
Gepubliceerd op17 april 2026

Sigrid Kaag is even terug in Nederland. De oud-minister, oud-partijleider van D66, kop van Jut van rechts Nederland en sinds kort lid van de door president Trump ingestelde raad voor ‘vrede, stabiliteit en welvaart voor Gaza’, geeft in Utrecht een openbaar interview op uitnodiging van het Katholiek Vrouwendispuut. Die organisatie, opgericht door onder anderen Marga Klompé om vrouwen te stimuleren de politiek in te gaan, viert haar tachtigjarig bestaan. Sigrid Kaag (1961) kwam voor het interview over uit Zwitserland, waar ze sinds vorig jaar woont.

Bent u blij dat u niet meer in Nederland woont?

„Mijn man wil niet meer in Nederland wonen. Punt. Alleen al om het weer, hij heeft een ongelooflijke hekel aan harde wind.

„Nu ik hier weer als ‘vrij mens’ terugkom, zonder beveiliging, zonder te worden herkend, word ik soms als een soort profeet uit een ander land ontvangen, terwijl ik dezelfde persoon ben als toen. Opeens luistert men weer naar je. Je wordt niet meer gedemoniseerd. En de mensen die dat hebben gedaan, zijn vergeten wat ze hebben gedaan. Dat is een rare ervaring.”

U bent opgegroeid in Zeist. Uit wat voor gezin komt u?

„Mijn ouders waren zowel heel katholiek als heel liberaal. Dat hoort zeker bij de katholieken van boven de grote rivieren. Mijn zusje en ik mochten alles in het protestantse Zeist. We hoorden bij de minderheid van onze school die op zondag ging hockeyen en tennissen, of op straat ging spelen. Mijn vader plaagde onze gereformeerde melkboer een beetje die op zondag wel melk bezorgde, maar daar pas maandag voor betaald wilde worden. Mijn vader was musicus. Het muzikale heb ik van hem. Ik had operazangeres willen worden, maar het is anders gelopen.”

Zingt u nog?

„Ja, voor mezelf onder de douche. Voor mijn moeder, een ‘slachtoffer’ van het eervol ontslag voor gehuwde onderwijzeressen, was het altijd opleiding, opleiding, opleiding. Ze zei letterlijk: ‘Als je maar nooit afhankelijk wordt van een man’.

„Ik had een broertje dat na mij geboren werd en als baby stierf. Dat was een kruis, een donkere wolk boven het gezin.

„Toen ik dertien was, kreeg mijn moeder een hersentumor, ze was al opgegeven toen wij dit hoorden. Het Laatste Oliesel was al toegediend. Wij kregen te horen: ze wordt geopereerd maar we verwachten niet dat ze er nog levend uitkomt. Dat is wonder boven wonder wel gebeurd, daarna lag ze lang in coma en ze is daaruit ontwaakt. Mijn vader leed aan een zware depressie. Hij werd in diezelfde periode opgenomen in wat toen heette een ‘sanatorium voor psychosen en neurosen’.

„Een psycholoog zou ongetwijfeld zeggen: dat was een kentering in je leven. Maar je had te dealen met het lot dat je toebedeeld werd. En wij zaten niet in een sociaal milieu waar dit tot extra kwetsbaarheid leidde. We hadden een soort georganiseerde omgeving, vanuit de kerk, de middelbare school, de hockeyclub. Mijn zus en ik klampten ons vast aan school. Goede cijfers halen, blijven hockeyen, blijven tennissen, in het schoolkoor zingen.

„Ik had graag gewild dat mijn ouders wat ‘normaler’ waren, zo keek ik ernaar als puber. Mijn vader was op zijn manier een soort brave hippie, al zag ik dat toen niet zo. Hij weigerde bijvoorbeeld het type statusauto te kopen dat men in Zeist veel zag, of dat hoorde bij je stand.”

Wat voor auto had hij dan?

„Een Skoda of een Lada. Ik ben opgegroeid in een huurflat. Dat was een keuze, mijn ouders vonden het kennelijk bevrijdend om weinig bezit te hebben. Ze waren heel progressief, maar op een manier die je als teenager heel storend kon vinden. Je wilt bij je omgeving horen. Later heb ik er meer waardering voor gekregen.”

Sigrid Kaag (vooraan links) bij het Katholiek Vrouwendispuut, naast journalist Sheila Sitalsing en burgemeester Sharon Dijksma van Utrecht. FOTO ESTHER DE WITTE

In 1981 vertrok u naar Caïro. Hoe was het daar voor een jonge vrouw?

„Mijn ouders lieten mij op mijn negentiende naar Egypte vertrekken. Ik kwam in Caïro in de tijd van president Sadat, die kort daarop werd vermoord. Daarna begon het regime van Mubarak. Ik kon eens per week drie minuten bellen voor 30 dollar meen ik, vanuit een luxe hotel. Je kreeg post die er een maand over deed. Wat moeten mijn ouders die hele tijd gedacht hebben? Een deel van mijn kinderen heeft ook in het buitenland gestudeerd: ik hield mijn hart vast. En ik kan ze bij wijze van spreken zó tracken met de iPhone – doe ik niet, want dat vind ik te benauwend voor hen en te eng voor mezelf.

„Voor mij was het geweldig. Egyptische studenten, studenten uit Oman, veel Palestijnse studenten vanuit de bezette gebieden en Libanezen. De Libanese burgeroorlog was in volle gang, 1982. Tijdens mijn studietijd dacht ik: twee studierichtingen zal ik nooit kiezen: over de situatie in Libanon en over de Palestijnse kwestie – beide thema’s leken me zo uitzichtloos. En iederéén koos deze onderwerpen. Ik ging een beetje Golfstaten doen, Irak, Iran, islamitische geschiedenis, de volle breedte. De beste tijd van mijn studentenleven waren de jaren in Egypte.

„Ik had een vriendje wiens moeder een leidend parlementslid in Egypte was. Zij organiseerde alle politieke vrouwen, of het nou moslims waren of kopten. Iedereen kwam daar aan huis. Ik vond dat heel normaal, al besefte ik wel dat ik me bewoog onder de elite van dat land.

„In het Midden-Oosten had je in de jaren 50 en 60 al vrouwelijke ministers, in Marokko, Tunesië, Algerije. Daar maakte ik mijn collega-politici wel eens gek mee, als ze over emancipatiecriteria spraken. Het beeld dat men in Nederland van die regio heeft, van de positie van religieuze minderheden of vrouwen – de hoofddoek als criterium voor emancipatie – dat neem je niet zomaar weg, dat zit heel diep.

„Wij zijn simplistisch in het opkalefateren van hoe goed we het doen. Je hoorde altijd: ‘O we zijn geweldig, want wij hebben Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam.’ Oké, dat is er één. Maar als je steeds weer met de uitzondering moet komen om iets te beweren, is het niet in orde.”

Ik had helemaal geen probleem om toegang tot bijvoorbeeld een Bashar al-Assad te krijgen

In 2013 leidde u een vredesmissie in Syrië, in 2015 was u gezant in Libanon. U onderhandelde met dictators. Is de positie van een vrouwelijke gezant precair?

„Nee hoor. Zeker in dat soort landen gaat het om je statuur. Je bent eigenlijk androgyn in de ogen van de ander. If you assume it, als je het je eigen maakt, heb je dubbele winst. Want op sommige plekken krijg je zo ook toegang tot specifieke vrouwengemeenschappen, van politieke leiders, invloedrijke vrouwen, schrijvers die jou willen spreken.

„Dus ik had helemaal geen probleem om toegang tot bijvoorbeeld een Bashar al-Assad te krijgen. Het feit dat ik daar als vrouw kwam was eigenlijk alleen maar een plus, een zwaar onderschat politiek machtsmiddel.

„Wij veronderstellen dat in een andere samenleving een vrouw in een machtige positie wel anders behandeld zal worden, ook omdat we zélf vrouwen in Nederland niet altijd op een gelijkwaardige manier behandelen.”

U kreeg in 2017 de ministerspost voor Buitenlandse Handel aangeboden. Buitenlandse Zaken lag gezien uw ervaring meer voor de hand. Waarom kreeg u dat niet?

„Dat moet je aan het D66-formatieteam van toen vragen. Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking is een mooie post hoor qua inhoud en ‘soft power’, maar marginaal in de ministerraad. Je doet goede dingen in het buitenland, maar vanuit verkiezingsperspectief heb je er weinig tot niets aan.

„Bij de formatie van 2021 probeerden sommigen D66, en dus mijzelf, weer allerlei posten aan te praten. Die post was toch zo mooi, die paste toch zo goed bij mijn passie. ‘Nee’ zei ik. Ik koos voor Financiën. Als je aan de knoppen wilt zitten, moet je Financiën nemen.

„Ik had meer vakken economie gedaan dan sommige mannelijke ministers voor mij. Over hen bestond nooit twijfel of ze die functie goed zouden kunnen vervullen, want ‘een man past goed op de huishoudportemonnee’. In Nederland was ik de eerste vrouwelijke minister van Financiën. Absurd. Ik heb Financiën onder hoogspanning in ongekende tijden goed gedaan, al zeg ik het zelf.”

Zei u ‘ja’ uit een soort plichtsgevoel, bij wijze van inzet voor de publieke zaak?

„Nee, ik wilde het gewoon. Ik was verbaasd toen in 2010 de gedoogconstructie met Wilders tot stand kwam en niemand de straat op ging. Ik ben een product van de periode van Janmaat [leider van de radicaal-rechtse Centrumpartij in de jaren 80], toen was er echt maatschappelijk en politiek verzet: niet accepteren, niet tolereren, niet normaliseren. Ik had het altijd over de extreme politiek en taal van Wilders, dat we ons moeten organiseren, de samenleving beschermen, voor de rechtsstaat staan – nou dan zal ik die verantwoordelijkheid op me nemen ook.”

Hoe is u dat bevallen?

„Aan de ene kant een mooie en leuke ervaring, aan de andere kant heel naar. We waren in 2017 naar Nederland verhuisd met het idee: we gaan een bijdrage leveren aan de samenleving. Ik denk dat ik eerst voor velen relatief ongevaarlijk was, een beetje ongrijpbaar. Tot ik partijleider werd in 2020. Vanaf dat moment breidden de beledigingen en frames en bedreigingen zich in bepaalde kringen als een olievlek uit.”

Hoe ging u daar toen mee om?

„Mijn huis werd een bastion. Ik werd een soort huismus. Maar het ergst is het, denk ik, voor je familie en vrienden. Mijn man wilde niet meer met mij op straat. Mijn kinderen ook niet. Ik ben jarenlang niet bij een van hen thuis geweest, en voor sommigen is het nog steeds lastig. Zelf heb ik vanaf Pasen 2018 geen sociale media meer bekeken. Maar ik heb er helaas genoeg van meegekregen. Iedereen komt op je af: ‘O, wat erg wat ze nou weer over jou hebben gezegd!’

„Een oudere, progressieve vrouw, die een succesvolle internationale loopbaan achter de rug heeft, is kennelijk een eenvoudig doelwit. Je wordt ontmenselijkt waar je bij staat. Met een buitenlandse man – helemaal ‘gevaarlijk’. En ze laat zich niet wegsturen. Dan ben je toxic. Er is weinig verweer tegen. Het enige wat je kunt doen is dicht bij jezelf blijven en erboven staan.

„Nu ik weer zo heel vrij rondloop, een paar jaar na dato, denk ik: waarom heeft het überhaupt zo moeten zijn?

„Iemand wilde een documentaire over Geert Wilders maken en iedereen zei tegen mij: ‘Sigrid, je móét meewerken, jij kent die man zo goed’. Maar ik kende hem helemaal niet, ik ben ongewild lijdend voorwerp van hem geweest. Toen heb ik iets gezegd, waarvan ik heel blij ben dat ik het heb gezegd: weet je, ik bén geen slachtoffer van Geert Wilders. Ik leen me daar niet voor. Ik heb agency, een piekfijn, bijna onvertaalbaar begrip, dat zoveel betekent als: ik ben autonoom, ik heb recht van spreken, ik bepaal zelf mijn keuzes. Ik was een goede minister, bijna zeven jaar lang. Succesvol partijleider. Ik ben veel meer dan iemand als Wilders ooit van mij kon maken.” 

Hoe komt het dat Nederland niet zo geëmancipeerd is als het zich voordoet, maar zelfgenoegzaam?

„Het heeft volgens mij te maken met sociaaleconomische verhoudingen. Het feit dat vrouwen nog altijd, om allerlei redenen, vaak parttime werken. Dat maakt de financiële machtsverhoudingen zwakker. Ik had niet verwacht dat de gebrekkige vrijheid die je daaruit proeft, er nog zou zijn.

„Tegen jonge vrouwen met politieke ambities zou ik zeggen: vind eerst een baan en kijk of je die leuk vindt. Ik had een succesvolle carrière, ik kon keuzes maken. Daar kun je altijd op terugvallen. Dan draag je een grotere maatschappelijke ervaring met je mee dan de slimme woordjeskunstenaar die een heel leven in de politiek heeft gezeten en op het juiste moment bij de interruptiemicrofoon staat, in de hoop dat-ie het avondjournaal haalt.

„Uit Amerika zie je de manosphere overwaaien. De witte, heteroseksuele en kennelijk christelijke man, die zich in de hoek gedrukt voelt en dat gevoel politiek maakt. Daar vaart FVD – met de projectie van het meisje met de parel, dat schijnbaar onberoerde, maagdelijke – mee heen. Daar tegenover wordt ‘de heks’ geplaatst, teruggrijpend op de middeleeuwen. Vrouwen met een bovenmatige intelligentie die oplossingen wisten aan te dragen en alleen durfden te leven, buiten het patriarchaat, los van de mening van de dorpsgemeenschap. Die beeldvorming komt weer terug. Dat gebeurt bewust en het is gevaarlijk.

„Ik ben een product van de jaren 60. Toen ik in 2017 na 25 jaar terugkwam in Nederland was de grootste schok te merken dat in andere landen de zaken eigenlijk veel genuanceerder liggen – andere machtsverhoudingen tussen man en vrouw – dan men in Nederland denkt dat ze zijn. Wij zijn misschien een platgeslagen samenleving, maar daarbinnen zitten allemaal schuilweggetjes en toegangsluikjes, waar sommige mensen doorheen kunnen en anderen niet, omdat die ze niet kennen. Denk aan de nieuwkomer en aan allen die tot in de vierde generatie nog steeds als migrant worden gezien.” 

Dus in die zin is misschien die progressieve periode…

„..een uitzondering geweest. Zou best kunnen.”

U zit in de ‘vredesraad voor Gaza’ van Trump. Over manosphere gesproken.

„Mensen zagen: Tony Blair, Jared Kushner, Steve Witkoff en opeens een vrouw, Sigrid Kaag, en ze dachten: ‘Kan niet anders of ze heeft zichzelf gemeld.’ Nee, ik werd gevráágd. Omdat ik kennis, kunde en geloofwaardigheid heb.”

Wat verwacht u te kunnen bijdragen?

„Ik heb bijna geen verwachtingen. Sommigen zeiden: ‘Je wordt geïnstrumentaliseerd’. Dat kan, maar ik ben er zelf bij. Wat ik hoop te bereiken is óf een rem te zetten op een vreselijk slecht plan óf het goede doen en tenminste verlichting te brengen in het leven van Palestijnen in Gaza. Denk ik dat dat gaat lukken? Daar ben ik niet naïef in.

„Het makkelijkste was geweest om nee te zeggen. Dan kon ik met schone handen zeggen: ik heb het niet gedaan hoor. Weet je, ik heb mijn hele leven gepraat met een verscheidenheid aan karakters en leiders, ook sommigen die je verkeerde types zou noemen. Dit is een beetje een voortzetting van mijn betaalde werk. Het is een soort specialiteit van me.”

Is er één bepaalde wens van de Gazanen die u wilt inbrengen in die raad?

„Dat ze Palestijnen zijn. Dat ze rechten hebben. Dat ze wachten op hun staat. En alles tussendoor is eerlijk gezegd niet meer dan overleven.”

CV

Sigrid Kaag (Rijswijk, 1961) is topdiplomaat en voormalig minister en partijleider van D66. Haar carrière begon in 1988 bij Shell in Londen. Van 1990 tot 1993 werkte ze bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Van 2013 tot 2014 leidde Kaag de OPCW-missie van de Verenigde Naties om het chemische wapenprogramma van Syrië te ontmantelen. Van 2015 tot 2017 was ze VN-gezant in Libanon.
In 2017 werd ze namens D66 minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, in het kabinet-Rutte III, later ook minister van Buitenlandse Zaken. In het kabinet-Rutter IV was ze vicepremier en de eerste vrouwelijke minister van Financiën. Kaag verliet de politiek in januari 2024.
Eind 2023 werd ze benoemd tot Senior Humanitarian and Reconstruction Coordinator voor de VN in Gaza. Later werd ze ook VN-gezant voor het vredesproces in het Midden-Oosten. Ze geeft les aan de School of International Affairs (PSIA) van Sciences Po in Parijs. Begin 2026 trad ze als onafhankelijk lid toe tot de Gaza Executive Board, een initiatief van de Amerikaanse president Trump, opgericht met een resolutie van de Veiligheidsraad.

EINDE

Als vrienden onder elkaar (7)
Gewoon ademend aanwezig zijn

Ik heb gisteren een chiropraktische behandeling van tien sessies afgerond – zie bovenstaand link naar het blog ‘Helende handen’, over mijn kennismaking met Dr. Lise Rodero.
Aan tussentijdse verslagen erover heb ik me niet gewaagd, dat vond ik te gevoelig liggen.

Na onze ‘Progress Report Session’ van gisteren, ligt dat anders.Ik had voorafgaand eraan namelijk een verschrikkelijke droom gehad, waarin mijn wereld in een totale chaos verkeerde. Waarna was ik zó in de war, dat ik niets anders kon bedenken dan op m’n meditatie-bankje te gaan zitten en m’n ademhalingen te tellen…
Dat was voor mij een echte doorbraak, dat ik die NOODZAAK voelde. Dat heb ik Lise toen als mijn belangrijkste winst van de behandeling verteld.
Naar aanleiding daarvan, ben ik weer eens in de ‘Zeven gesprekken met een leerling’ gedoken, mijn interviews met Maarten Houtman. Onderstaand het integrale laatste deel, over het ‘zitten’. Daarin komen al die kwesties van weerstand ter sprake, bijzondere kost als je zelf met dat ‘oefenen’ worstelt:

‘Als vrienden onder elkaar, zeven gesprekken met een leerling.’ (deel 7, april 1993).

Ik wilde de rol van de meditatie-‘techniek’ aan de orde stellen. Ik vind het een lastige kwestie. Gesprekken over het zitten – over het hoe, wanneer, hoelang, wel of niet – geven mij vaak een onbehaaglijk gevoel.

Maarten: Uiteindelijk gaat het erom dat je zó aandachtig bent, dat alles wat er gebeurt niet beïnvloed wordt door je geconditioneerde bewustzijn – wat het verleden is. Techniek kan maken dat je gemakkelijker aandachtig wordt. Maar dat is alles wat techniek je kan brengen. ‘Zitten’ als zodanig kan je opmerkzaam maken op wat er in je omgaat: als je dat aanvaardt en rustig naar je adem toegaat, merk je op den duur dat de gedachten je minder storen, wat maakt dat je aandachtig kunt zijn.
Oefenen heeft dus te maken met een situatie in jezelf scheppen, waardoor je beter aandachtig kunt zijn. Zodat je gedurende de hele dag echt rustig de dingen, die gebeuren moeten en die op je afkomen, in hun waarde kunt leren kennen.
Je kunt, zonder oefenen, zonder zitten, wanneer je iets doet wat je volle belangstelling heeft, die aandacht hebben. Alleen, wanneer je met die bezigheid ophoudt, is de gedeelde aandacht er weer.
Het zitten, of het rustig letten op je adem, stelt je in staat om gemakkelijker die aandacht op te brengen, ook voor zaken die we niet prettig vinden.

Het problematische zit ‘m voor mij in de opzettelijkheid: het gaat fout, wanneer het mijn opzet is. Als ik het doe op gezag van een ander, van jou bijvoorbeeld, heb ik dat probleem niet.
Soms, als ik in bed liggend oefen, kan er die aandacht zijn. Maar zitten is voor mij zo’n opzettelijke handeling, dat het gelijk verdwenen is.

Maarten: Ik denk dat het zo is dat het zitten onmiddellijk geassocieerd is met iets wat je moet volbrengen. En niet iets is wat je zelf wilt.
Het zitten zou dus eigenlijk veel gewoner moeten zijn. Het zou kunnen zijn dat je als je zit, omdat er minder afleiding om je heen is, de gelegenheid hebt om dieper in jezelf door te dringen.
Als je het zo zegt, zeg je tegelijkertijd dat je afhankelijk bent van een heleboel factoren: wat je voor het zitten gedaan hebt, wat je denkt te gaan doen na het zitten, wat er gebeurd is vóór je ging zitten, wat je denkt dat er gebeuren gaat nadat je bent gaan zitten. Dat zijn allemaal dingen die je afhouden van het zitten, van het gewoon ademend aanwezig zijn op je bankje.
Aan deze verdeeldheid ontkom je niet, daar moet je gewoon doorheen. Het is al heel nuttig om gewoon tegen jezelf te zeggen: goed, dat is blijkbaar nodig, zo gaat het. Daardoor voel je je iets minder gedwongen om wat ook maar te kunnen. Je ziet dat je het kunt proberen, en dat is het.
Als je daarnaast hebt opgemerkt dat je in de liggende meditatie, bij de energie-oefening en bij de ademoefening, geen last hebt van dat dwangmatig moeten doen, dan wijst dat erop dat je het zitten, zonder dat je het wilt, voorzien hebt van een heleboel voorstellingen die er eigenlijk niet toe doen.

Liggend in bed ben je opgenomen in de onvoorspelbaarheden van de nacht – zoals het onvoorspelbare is wanneer je wakker wordt. Terwijl zitten zich altijd in de schijnwerpers van het waakbewustzijn voltrekt. Daarbij ken je eigenlijk alleen maar regels, alleen maar tijden, alleen maar wat je gehoord hebt dat je zou moeten doen. Het is moeilijk om in de dag iets vrij te maken, wat van een heel andere orde is.

Maarten: Een van de zaken die we nog niet genoemd hebben, is dat de belangstelling voor wat er in je bewustzijn gebeurt, een kracht is die vanzelf werkt. Je merkt op dat er een heleboel is waarvan je je nog nooit bewust bent geweest. Dan hangt het er vanaf of dat je echt interesseert, of dat je het veranderen wilt.
In dat willen veranderen zit het grote struikelblok. Als je helemaal ingaat op wat er gebeurt, wordt het meestal heel stil. En je gaat ontdekken dat er, behalve de gedachten die er zijn, ook het antwoord is van je lichaam, van je adem, op wat er in dat bewustzijn gebeurt. Die belangstelling maakt dat je vaak helemaal uit die dwangmatige cirkel komt waar je anders inzit. Anders gezegd, wat zich in je bewustzijn voltrekt, wat je eraan opmerkt, is niet fout.

Toch veronderstelt zo’n belangstelling al een grote mate van vrijheid. Terwijl je in de vicieuze cirkel zit van een ritueel, en van je verwachting dat het ergens toe leidt.

Maarten: Nu zijn we op het punt gekomen dat we aanlopen tegen onze basishouding in het leven. Die is dat zoals je bent, niet voldoende is, dat je altijd verder moet, dat je meer moet zijn, dat je beter moet zijn, dat je helderder moet zijn. Kortom, dat je jezelf moet veranderen.
Je bent waarschijnlijk niet zo dom dat je niet begrijpt dat dat niet kan. Iets wat zus en zo in elkaar zit, kan zichzelf op eigen kracht niet veranderen.
Het moet dus komen van iets anders, het moet komen van een belangstelling die wezenlijk probeert door te dringen tot wat het bewustzijn eigenlijk beweegt.
Dan is de moeilijkheid om in die vraag te blijven. Dus ook in te zien dat je denken daar geen antwoord op vindt. Je kunt het niet begrijpen, maar je kunt er wel bij stil blijven staan, aanwezig blijven bij dat bewustzijn wat zo werkt. Waarvan jij ingezien hebt dat je het niet kunt veranderen.
Dat is, denk ik, hetgeen wat maakt dat je vanuit een ander gegeven, vanuit een ander niveau – dat je niet wilsmatig kunt bereiken – geholpen wordt om stil te worden.

Het fascinerende van nachtbewustzijn vind ik dat je dichter bij jezelf bent. Daar spelen dingen als droom en werkelijkheid, daar hoor je je onbewuste praten. De grens van het rigide ego is veel dunner.
Dat is ook het verschil tussen zitten op je eentje en zitten tijdens een sessie, waar die energie van het gezamenlijke zitten ontstaat, vergelijkbaar met ‘nachtbewustzijn’. Op je eentje op je bankje is dat veel moeilijker.

Maarten: Als je vlak na het wakker worden nog rustig blijft liggen, is het bovenbewuste én het onderbewuste binnen handbereik, als je een beetje geluk hebt. Dat werkt voortdurend op je in. Je hele leven, ook de meest gewone dingen, zijn anders in die toestand. Als je dan denkt aan de dingen van de dag, verschijnen ze in een heel ander perspectief.
De moeilijkheid is te beseffen, dat alles wat je nodig hebt er al is. Alleen, je kunt er met je waakbewustzijn niet bij. Dat besef kan je in veel gevallen helpen, doordat je daardoor een gemakkelijker houding krijgt tegenover de capriolen van het waakbewustzijn. Als je je bewust bent van het hele leven zoals je dat kent, met al zijn tegenslagen en overwinningen, kan dat op den duur maken dat je daar minder door in beslag genomen bent. Dat gaat dus uit van de idee dat alles er al is, je moet je er alleen nog van bewust worden.
De nieuwe toestand is dus alleen maar een verschuiving van het beperkte waakbewustzijn naar een groter bewustzijn, waarin dat waakbewustzijn is opgenomen. Omdat het opgenomen is in een groter geheel, krijgt het een andere betekenis.

‘Als vrienden onder elkaar, zeven gesprekken met een leerling,’1991-1993.

naar boven

 < Intro | Einde 
Dat was dat gesprek over het ‘zitten’, dat ik met met Maarten Houtman had. Het is wonderlijk dat het er drieëndertig jaar over moest doen, om het bij mij neer te dalen en in zijn urgentie begrepen te worden…

EINDE

Deze expo belooft een inkijkje in het huishouden van Jan Steen: maar je ziet vooral zijn artistieke veelzijdigheid

RECENSIE

Beeldende kunst
Zo’n dertig schilderijen van Jan Steen in de Leidse Lakenhal illustreren wel zijn artistieke veelzijdigheid maar niet veel van zijn persoonlijk leven.

Bram de Klerck, NRC

Gepubliceerd op 20 april 2026

Vergroten door r.b. te klikken

-———————————————^

 is verleidelijk om de uitdrukking ‘leven in de brouwerij’ te relateren aan de Hollandse schilder Jan Steen (1626-1679). Hij is immers geboren als zoon van een Leidse bierbrouwer, zou later zelf werken als brouwer en kroegbaas en veel van zijn schilderijen kenmerken zich door een energieke vrolijkheid waarbij gezang en muziek, drank en tabak een vaste rol spelen. In combinatie met de titel ‘Thuis bij Jan Steen’ vormt de verwijzing naar het brouwersvak de naam van de expositie ter gelegenheid van het vierhonderdste geboortejaar van de schilder in Museum De Lakenhal. De suggestie wordt erdoor gewekt dat we er iets te zien krijgen van het persoonlijke leven van Steen en de manier waarop zich dat weerspiegelt in zijn werk.


Tentoonstelling
Thuis bij Jan Steen – 400 jaar leven in de brouwerij. T/m 23/8, Museum De Lakenhal, Leiden. Info: lakenhal.nl


Er lijkt ook wel iets voor te zeggen: zo vertoont de forse, langgelokte man met een grote neus in een vlezig gezicht die regelmatig in zijn schilderijen figureert een opvallende gelijkenis met een zelfportret van de schilder. Ook zijn vrouw en kinderen poseerden regelmatig voor goedlachse figuren in rommelige interieurs die zelf weer aan de basis staan van de spreekwoordelijke notie van het ‘huishouden van Jan Steen’. En schreef de 18de-eeuwse kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken niet over Steen dat „zijn schilderijen zijn als zijn levenswijze, en zijn levenswijze als zijn schilderijen”?

De expositie toont een kleine dertig schilderijen van de hand van Jan Steen zelf plus een aantal werken van tijdgenoten, hoofdzakelijk uit de eigen verzameling en andere Nederlandse openbare collecties. Bekende werken uit het Rijksmuseum trekken de aandacht, zoals het Bakkersechtpaar (1658), waarin een man met stoer openvallend wit hemd en zijn juist keurig in het zwart geklede vrouw staande voor hun Leidse bakkerij verse broden en krakelingen presenteren, en het Vrolijke huisgezin(1668) met een wanordelijke familie rond de eettafel, met zingende en drinkende volwassenen die de kinderen duidelijk het slechte voorbeeld van liederlijk gedrag geven.

Virtuoos geschilderde witte jurk

Verrassender zijn enkele bruiklenen uit particuliere verzamelingen, die zelden aan het grote publiek worden getoond. Een vroeg werk van de schilder is een niet zo lang geleden herontdekt dorpsgezicht met dansende boeren (Meidans, 1648), terwijl juist uit zijn laatste jaren een toneelachtig tafereel dateert dat met veel figuren tegen de achtergrond van een exotische architectuur een bruiloftsfeest voorstelt (Het Spaanse bruidje, 1670-1679). Na afloop van de tentoonstelling blijft het schilderij als langdurig bruikleen in de Lakenhal te zien. Een portret (rond 1673) stelt Steens tweede echtgenote Maria van Egmond voor. Geamuseerd glimlachend en gekleed in een virtuoos geschilderde witte jurk, poseert ze in de rol van de oudtestamentische figuur Bathseba.

Hoe bescheiden deze greep uit Jan Steens honderden schilderijen ook is, toch geeft die een mooi beeld van zijn artistieke veelzijdigheid. Een van zijn vroegste werken is bijvoorbeeld een boslandschapje in de stijl van Jan van Goyen. Van geleerde ambitie getuigen grotere schilderijen gebaseerd op verhalen uit de Bijbel of de klassieke mythologie, waarin de kunstenaar ook zijn uitstekende beheersing laat zien van de techniek van het precies weergeven van de stoffen van mantels en jurken.

Van de persoonlijke leefwereld van Jan Steen die de expositie beoogt te illustreren, verraden zulke schilderijen in feite maar weinig. Hoogstens, en dan nog indirect, verwijst het landschap naar het huwelijk dat Steen rond die tijd aanging met Van Goyens dochter Grietje. Zijn soms, maar lang niet altijd, delicate schildertechniek past in de traditie van Leidse fijnschilders als Steens stadgenoten Gerard Dou en Gabriël Metsu. En het uitbeelden van literaire thema’s kan verband houden met de opleiding van de jonge Jan Steen aan de Latijnse school en misschien ook zijn latere inschrijving bij de Leidse universiteit, voor zover die niet ten doel had om accijnzen en andere verplichtingen te ontlopen. Maar in hoeverre schilders in die tijd hun onderwerpen werkelijk zelf kozen, blijft in de expositie en bijbehorende publicatie in het midden.

De kluchtige taferelen waarmee de schilder vooral bekend is geworden, stellen in elk geval niet zijn eigen huishouden voor. Wel zit er onmiskenbare zelfspot in de manier waarop Jan Steen zijn eigen beeltenis opvoert. Nu eens zit hij er prominent en breed lachend bij, dan weer staat hij blazend op een doedelzak terzijde, of poseert hij ietwat onnozel met een koddig mutsje scheef op het verder serieuze hoofd.

EINDE

Het Louvre toont de verbluffend virtuoze gravures van ‘mooie Martin’ Schongauer, die meer invloed had dan tot nu toe werd gedacht

Expositie Parijs
Het Louvre toont een zeldzaam volledig overzicht van schilderijen en prenten van de laatmiddeleeuwse Franse kunstenaar Martin Schongauer, en illustreert hoe kunstenaars na hem door zijn werk beïnvloed werden.
Met dank aan NRC
Bram de Klerck
Gepubliceerd op 24 april 2026

Hans Burgkmair, Portret van Martin Schongauer (1483).


AFBEELDINGEN VERGROTEN DOOR TE KLIKKEN Rechtsboven.

‘Mooie Martin’ was een veelgebruikte bijnaam van de schilder en graveur Martin Schongauer (ca. 1445-1491). Zou de kunstenaar inderdaad gezegend zijn geweest met een bijzonder aantrekkelijk voorkomen? Of was het een associatie die opkwam bij zijn achternaam? Zeker is dat zijn jongere collega en bewonderaar Albrecht Dürer een pentekening bezat met een voorstelling van Christus waarboven hij schreef dat „hübschMartin” die had gemaakt in 1469. Dürer heeft Schongauer waarschijnlijk nooit ontmoet en zal dus vooral hebben gedoeld op de bekoorlijke kwaliteit van diens werk.

De laatmiddeleeuwse kunstenaar Schongauer, die werkte in het grensgebied van Frankrijk en Duitsland, is nooit vergeten. Maar veel van zijn werk is later wel in de schaduw komen te staan van dat van Dürer en andere schilders en prentenmakers van de renaissance. Een tentoonstelling in het Louvre stelt Schongauer nu centraal in een prachtig overzicht van zestig gravures, plus enkele pentekeningen en een handvol paneelschilderijen van zijn hand. Daarnaast wordt, met nog eens veertig prenten, schilderijen en toegepaste kunst van latere makers, aandacht besteed aan de voorbeeldfunctie van zijn werk.

Elegantie en detail in prent en paneel

”Zoals dit filmpje op de website van het Louvre fraai illustreert” – zie onder.

Martin Schongauer, geboren omstreeks 1445 in Colmar, zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Straatsburg, bracht het grootste deel van zijn carrière door in de huidige Noord-Franse regio Elzas. Zijn opleiding als kunstenaar kreeg hij er in het atelier van zijn vader, die edelsmid was. Die achtergrond verklaart meteen zijn uitstekende beheersing van het graveren in koperplaten, een techniek die ook werd toegepast voor het decoreren van metalen sieraden en andere voorwerpen. Schongauer was daarmee een pionier op het gebied van de prentkunst, die in zijn tijd nog in de kinderschoenen stond. Hij hanteerde de burijn, gereedschap om mee te graveren, opvallend vrij. Zoals dit filmpje [zie boven] op de website van het Louvre fraai illustreert, levert deze techniek in de afdruk bijna tekenachtige effecten op.

Maar Schongauers uitbeeldingen van kelken, monstransen en andere kerkelijke voorwerpen verraden inzicht in de manier waarop dergelijke werken werden gemaakt. Een gravure met een voorstelling van een wierookvat (1470-1475) toont bijvoorbeeld het delicaat vormgegeven, opengewerkte object, compleet met sierlijke gotische traceringen, gedetailleerde bloemmotieven en figuurtjes van engelen. Die doen tegelijkertijd dienst als bevestigingspunten van de kettingen waaraan zo’n vat gevuld met smeulende wierook heen en weer wordt geschommeld.

Rembrandt kijkt naar Schöngauer
Journal of Historians of Netherlandish Art.

De expositie toont ongeveer de helft van Schongauers prenten. Ze getuigen van een verbluffende virtuositeit en van een detaillering die ook van de kijker concentratie vereist – of het nu een grote voorstelling betreft van de Kruisdraging van Christus(1470-1475), een landschap met veel figuren of een ornamentaal blad met bloemranken waarin je pas na twee keer kijken de vogels ontwaart, zoals een agressieve steenuil die een mus verslindt.

Van Schongauers zes nu nog bekende schilderijen toont de expositie er vijf, waaronder het topwerk Madonna van de rozenhaag, een twee meter hoog altaarstuk op paneel uit 1473. Maria zit op een bankje met het naakte Christuskind in haar armen, recht onder de kroon van de Koningin der Hemelen die twee engelen boven haar hoofd houden. De ernst van de thematiek wordt gerelativeerd door de liefdevolle omhelzing van moeder en kind, en door een vlechtwerk van kleurige bloemen met vogeltjes op de achtergrond. Toch dragen ook die elementen, volgens middeleeuwse interpretaties, bij aan de serieuze boodschap: de aanwezigheid van witte lelies duidt op Maria’s maagdelijkheid, de rode rozen symboliseren het bloed van het kruisoffer, een distelvink verwijst naar de doornen in de kroon van de lijdende Christus.

Internationale navolging en invloed

De eerste van de twee expositieruimtes in de Mezzanine Napoléon van het Louvre toont alleen werk van Schongauer zelf en zou daarmee al een mooie afgeronde expositie geweest zijn. Maar nog verrassender is de tweede zaal, die aandacht besteedt aan de manier waarop kunstenaars tot ver buiten de Elzas Schongauers werk als voorbeeld namen. Vooral zijn prenten, relatief goedkoop te maken en gemakkelijk te verspreiden, kregen al snel navolging tot in de verste hoeken van Europa. Schongauers composities en motieven beïnvloedden befaamde kunstenaars, onder wie Dürer in zijn prenten en misschien zelfs Michelangelo in een schilderijtje (niet in de expositie). Maar nog verrassender is de receptie in soms heel andere media. Zo voorzag een anonieme meester in Limoges in 1520-1530 twintig koperen plaatjes van kleurige emailschilderingen met voorstellingen die direct zijn geïnspireerd op Schongauers prentenserie met scènes van het lijden van Christus.

Van groter formaat maar heel wat bescheidener kwaliteit is een paneel van ongeveer een meter hoog met de Verzoeking van de heilige Antonius (1480-1495) door de 15de-eeuwse Spaanse schilder Martin Bernat [zie beneden].De houterige voorstelling toont de heilige die, tijdens zijn eenzame verblijf in de wildernis, wordt aangevallen door demonen. Die zijn fantasievol weergegeven met grijnzende koppen, hele of halve dierenlijven en vleermuisvleugels: een vereenvoudigde maar onmiskenbare kopie naar Schongauers magistrale gravure van hetzelfde thema. Het schilderij laat zien hoe snel het werk van mooie Martin zich over Europa verspreidde — en hoe moeilijk zijn verfijnde schoonheid elders te evenaren bleek.

Met dank aan NRC

Eigen aanvullingen

 
Tentoonstelling
Martin Schongauer, ‘Le bel immortel’. T/m 20 juli in het Louvre, Parijs. Inl. www.louvre.fr.
”Dit werk, dat zich momenteel in het Alma Mater Museum bevindt en oorspronkelijk afkomstig is uit de Iglesia de San Miguel Arcángel in Alfajarín, is een uitstekend voorbeeld van Aragonese gotische schilderkunst.
Van 8 april tot 20 juli 2026 is het te zien in het Louvre in Parijs als onderdeel van de tentoonstelling "Martin Schongauer (Colmar, circa 1445 – Breisach, 1491), De Schone Onsterfelijke". We zijn verheugd dat een van 's werelds belangrijkste musea dit werk in zijn collectie heeft opgenomen.”
Meer berichten van almamatermuseum

EINDE

VN: wederopbouw Gaza gaat meer dan 60 miljard euro kosten

Bobby Uilen
Gepubliceerd op20 april 2026 om 23:10

NIEUWS

De wederopbouw van Gaza zal de komende tien jaar 71,4 miljard dollar kosten, omgerekend 60,5 miljard euro. Dat is de conclusie van de definitieve „schade en behoeftenanalyse” die de Verenigde Naties (VN) en de Europese Unie maandag hebben gepubliceerd.

De genocidale oorlog die Israël voert in de Gazastrook, heeft het gebied in puin achtergelaten. De zwaarst getroffen sectoren zijn huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs, aldus het rapport. Meer dan 370.000 huizen zijn verwoest, de helft van de ziekenhuizen is niet meer functioneel en nagenoeg alle scholen zijn vernietigd.

Van het totale bedrag moet volgens de VN en de EU 22,3 miljard euro in de eerste anderhalf jaar worden uitgegeven. Dat is nodig voor het opstarten van essentiële diensten en reparatie van kritieke infrastructuur. Hieronder vallen bijvoorbeeld het opzetten van (tijdelijke) ziekenhuizen en scholen, noodvoorzieningen voor water en hygiëne, en herstel van toegang tot mobiele netwerken. Ook de ontmanteling van munitie en het opruimen van puin en gevaarlijk afval heeft prioriteit.

77 jaar terug in de tijd

De auteurs hebben ook de humanitaire impact van de genocide onderzocht. Volgens de VN-maatstaf HDI, waarmee op basis van verschillende factoren een score wordt gegeven aan menselijke ontwikkeling, is die menselijke ontwikkeling in de Gazastrook 77 jaar teruggeworpen in de tijd.

Zo zijn 1,9 miljoen mensen ontheemd geraakt en heeft meer dan 60% van de bevolking geen huis meer. Vrouwen, kinderen en mensen met kwetsbaarheden zoals een handicap of een (chronische) ziekte lijden daar het meest onder.

Het rapport rept niet over hoe de miljarden verzameld moeten worden. De berekening is bedoeld als kader voor de herstelplannen, die nog niet concreet zijn. De VN en de EU benadrukken dat de wederopbouw geleid moet worden door de Palestijnen zelf, en moet samenvallen met „duurzaam politiek beleid gebaseerd op de tweestatenoplossing”.

Sinds oktober 2025 is er officieel een staakt-het-vuren van kracht in Gaza. Het Israëlische leger schendt dit bestand systematisch: nog bijna dagelijks worden Palestijnen gedood door Israëlisch geweld. Hoe en wanneer de wederopbouw precies kan beginnen, is dan ook een grote vraag.



Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

EINDE

Rond de Perzische Golf geldt al eeuwen: wie de Straat van Hormuz beheerst, beheerst de regio

ACHTERGROND

Hugo Schiffers, NRC

Gepubliceerd op 14 april 2026

Geschiedenis van zeestraat 
Al honderden jaren is de Straat van Hormuz een knooppunt in de wereldhandel. Landen in de regio en handelsnaties weten dat wie de zeestraat weet te blokkeren, een effectief wapen in handen heeft. Zelfs Nederland hanteerde dit machtsmiddel. 

Toen The New York Times in 1975 aan de Iraanse sjah Mohammed Reza Pahlavi vroeg waarom hij een troepenmacht naar Oman, aan de overkant van de Straat van Hormuz, had gestuurd, wees hij op het cruciale belang van deze zeeweg. 

De sultan van Oman had hulp nodig om een marxistische opstand de kop in te drukken. Die wilde Pahlavi maar al te graag geven. „Stel je eens voor dat die wilden de andere kant van de Straat van Hormuz in handen krijgen”, aldus de sjah. „Ons leven hangt daarvan af.”

De Amerikaanse president Donald Trump realiseert het zich nu pas. Maar de sjah zei wat al eeuwen bekend is: wie de Straat van Hormuz beheerst, beheerst de regio. 

Door de zeestraat af te sluiten treden de Iraniërs – en nu ook de Amerikanen – in de voetsporen van onder meer Portugese conquistadors, de Verenigde Oost-Indische Compagnie en het Irak van Saddam Hussein.

De Straat van Hormuz was altijd al een knooppunt in de wereldhandel. Land- en zeeroutes tussen Azië, Afrika en Europa komen er samen. Wie daar tol weet te heffen, loopt binnen. 

Vanaf de elfde eeuw na Christus waren dat de inwoners van de havenstad Hormuz, gelegen aan wat nu de Iraanse zijde van de zeestraat is. Hormuz wist door zijn gunstige ligging uit te groeien tot een koninkrijkje. Marco Polo deed het eind dertiende eeuw aan tijdens zijn reis naar China en keek er zijn ogen uit. Het klimaat vond hij moordend en de lokale scheepsbouw stelde volgens hem weinig voor. Maar de wijn was er lekker. En bovenal was er de handel: in zijn reisverslag schrijft de ontdekkingsreiziger vol ontzag over „schepen volgeladen met specerijen en edelstenen, parels, zijden en gouden stoffen, olifantentanden en vele andere waren”. 

Niet voor niets doopten de Arabieren Hormuz „de edelsteen in de gouden ring van de wereld” en koos John Milton er voor om in Paradise Lost (1667) de troon van de duivel te beschrijven als een zetel die zelfs „de rijkdom van Ormus voorbijstreeft”.

AFBEELDINGEN VERGROTEN DOOR TE KLIKKEN

Rots in de zee

Het koninkrijk van Hormuz verloor begin zestiende eeuw zijn onafhankelijkheid aan de Portugezen. Nadat admiraal Afonso de Albuquerque in 1510 het Indiase Goa veroverde − en zo de basis legde voor het Portugese rijk in Azië − richtte hij zich op het veiligstellen van de handelsroutes tussen Portugal en de nieuwe overzeese gebieden. 

Hormuz was hierbij een onmisbare schakel. Het koninkrijk was inmiddels verplaatst van de Iraanse kust naar een rotsachtig eilandje in de zeestraat zelf, dat nog altijd bekendstaat als Hormuz-eiland. Alburquerque wist dit met zo’n vijfhonderd soldaten te veroveren, waarna ze van Hormuz een vazalstaat maakten. De overblijfselen van het fort dat Albuquerque liet bouwen zijn nog steeds te vinden op de noordkaap van het eiland.   

De Portugezen hanteerden een soortgelijke strategie als de Iraanse Revolutionaire Garde afgelopen weken probeerde toe te passen met mijnen, drones en raketten. Vanuit Hormuz en andere kustplaatsen aan de Indische Oceaan hieven de conquistadors tol op schepen. Wie niet betaalde, kon door Portugese patrouilleschepen tot zinken worden gebracht.

Dit leidde tot verzet van opkomende machten zoals Engeland en de Republiek. De Engelsen en Nederlanders begonnen zelf Portugese schepen aan te vallen. Bekendst is de Nederlandse kaping van het Portugese koopvaardijschip de Santa Catarina in 1603 in de Straat van Malakka.

Mare Liberum

Het incident met de Santa Catarina leidde internationaal tot grote verontwaardiging. Ook binnen de VOC zelf vroegen aandeelhouders zich af of de compagnie niet buiten zijn boekje was gegaan. 

Zalvende woorden kwamen van een jong juridisch talent uit Delft. Hugo de Groot schreef in opdracht van de VOC zijn Mare Liberum (ofwel Vrije Zee), waarin hij betoogde dat de zee van iedereen is en dus vrij toegankelijk moet zijn voor alle landen om handel te drijven. Door andere landen dit recht te ontzeggen, maakten de Portugezen zichzelf tot een legitiem doelwit voor tegenmaatregelen.

De redenering van De Groot – die de basis zou vormen van het moderne internationale zeerecht – wordt vierhonderd jaar na dato nog gebruikt om de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz te veroordelen. 

De VOC loste handelsdisputen met de sjah op door de Straat van Hormuz te blokkeren

Inmiddels was de macht van de Portugezen tanende. In 1622 zag sjah Abbas I van Perzië zijn kans schoon om Hormuz-eiland te veroveren. Omdat de sjah niet over een eigen vloot beschikte, wendde hij zich tot zowel de Engelsen als de Nederlanders voor de nodige schepen. 

Beide landen wisten hier de vruchten van te plukken. De Nederlanders groeiden in de zeventiende eeuw uit tot de dominante zeemacht in de Golf en waren eeuwlang de belangrijkste handelspartner van de Perzen. Handelsdisputen met de sjah loste de VOC op door de Straat van Hormuz te blokkeren − waarbij het werk van Hugo de Groot voor het gemak werd vergeten.

Tankeroorlog in de Golf

In 1908 vonden de Britten olie in Iran. Die vondst veranderde het Midden-Oosten voorgoed − en daarmee ook de Straat van Hormuz. Binnen enkele jaren legden de Britten met toestemming van de Iraanse sjah tweehonderd kilometer aan oliepijpleiding aan die uitmondde bij de Perzische Golf.

Hormuz, al eeuwenlang de brug tussen Oost en West, werd zo ook de aanvoerroute voor de brandstof van de twintigste eeuw. De impact van blokkades van de zeestraat was voortaan wereldwijd te merken. Het Verenigd Koninkrijk blokkeerde begin jaren vijftig de Straat van Hormuz nadat de Iraanse premier Mohammad Mossadegh de olie-industrie, die grotendeels eigendom was van de Britse staat, nationaliseerde.

De huidige sluiting van de Straat heeft misschien nog wel het meeste weg van een episode tijdens de Iran-Irak oorlog (1980-1988). Toen de strijd op het land verzandde in een patstelling, besloot de Iraakse president Saddam Hussein een tweede front te openen in de Perzische Golf. Met luchtaanvallen en mijnen viel hij Iraanse tankers aan rond het eiland Kharg, dat ook toen al cruciaal was voor de Iraanse olie-industrie.

Iran sloeg terug door schepen met bestemming Irak en diens bondgenoten in de Golf aan te vallen. Het was het begin van wat de „Tankeroorlog” is gaan heten. Op verzoek van Iraks bondgenoot Koeweit begon de Amerikaanse marine in 1987 met het escorteren van schepen door de Straat van Hormuz.

Nederland en andere bondgenoten van de Verenigde Staten stuurden mijnenjagers naar de regio. De missie verliep moeizaam: de Iraniërs bleken sneller mijnen te kunnen leggen dan de internationale coalitie ze kon opruimen. 

Bovenaan:  Marco Polo komt aan in Hormuz, geïllustreerd manuscript van Mazarine-meester 1410-1412. 


Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

EINDE

Straat van Hormuz

Metamorfoses in het Rijksmuseum

Nu chaos door onze straten waart,
voortdurend om aandacht vraagt,
rusten we in de schone kunsten:
daar waar de diepte van ervaren
je verlost van de waan van de dag
.

Op schoonheid is het veilig varen,
de wind van Aphrodite in de rug,
door de nauwte van verwachting
langs de kusten van de bevrienden
op weg naar de hemelse havens –

into the forgotten Heavens of Love.

AFBEELDINGEN VERGROTEN DOOR TE KLIKKEN RECHTSBOVEN


 
 Met gespannen nek en naar voren gerichte horens - herinnerend aan zijn gedaante als stier - kijkt Jupiter (Zeus) ons indringend aan. Zijn kracht en dreiging krijgen hier een verrassende gestalte: het lichaam van de kunstenaar zelf. Mntambo goot haar eigen vrouwelijke vorm in brons af en laat man en vrouw, mens en dier, Afrikaans en westers, verleden en heden samen-vloeien. Zo buigt ze de klassieke beeldtaal .
”Chaos toont G.F. Watts' visie op het begin van de aarde en de tijd. Links kruipen figuren onder rotsen vandaan en komen uit het vuur tevoorschijn. In het midden glijdt een enorme figuur uit het water omhoog en beweegt zich naar een groep liggende reuzen. Onder de reuzen symboliseert een spoor van kleine mensen in klassieke gewaden de maatstaf van de gewone menselijke tijd tegenover de kosmische en geologische tijd.
Watts illustreerde niet de scheppingsmythe van één enkele cultuur. In plaats daarvan toonde hij zijn eigen ideeën over orde en tijd aan het begin van de wereld. Hij beschouwde het als het 'eerste hoofdstuk' van een reeks schilderijen die hij 'Het Huis van het Leven' noemde. In deze serie wilde hij de oorsprong van het universum, het verloop van de geschiedenis en het menselijk leven laten zien. Watts maakte gipsen schetsen van de figuren links van Chaos om als modellen te gebruiken, en veel van de figuren keren terug in andere schilderijen.”
“In Aristophanes' komedie De Vogels waren er eerst Chaos, Nacht, Erebus en Tartarus. Uit de Nacht kwam Eros voort, en uit Eros en Chaos ontstond het vogelgeslacht.
Eerst legde de zwartgevleugelde Nacht een kiemloos ei in de schoot van de oneindige diepten van Erebus, en hieruit, na een lange omwenteling der eeuwen, ontsproot de sierlijke Eros met zijn glinsterende gouden vleugels, snel als de wervelwinden van de storm. Hij paarde in de diepe Tartarus met de donkere Chaos, die net als hijzelf vleugels had, en zo broedde ons geslacht uit, dat als eerste het licht zag. Dat van de Onsterfelijken bestond pas toen Eros alle ingrediënten van de wereld had samengebracht, en uit hun huwelijk ontstonden Hemel, Oceaan, Aarde en het onvergankelijke geslacht van gezegende goden. Zo is onze oorsprong veel ouder dan die van de bewoners van de Olympus. Wij [vogels] zijn de nakomelingen van Eros; daar zijn duizend bewijzen voor. Wij hebben vleugels en wij staan ​​geliefden bij. Hoeveel knappe jongemannen, die hadden gezworen ongevoelig te blijven, hebben hun benen gespreid vanwege onze macht en zich overgegeven aan hun geliefden, bijna aan het einde van hun jeugd, meegesleept door de gave van een kwartel, een watervogel, een gans of een haan.”
Wikipedia
Uit een stroperige massa lijkt een mens te ontstaan.
In Rodins La Terre maakt de oermens zich uit vormeloze materie los - of zakt hij erin terug? De figuur is onaf, meer torso dan mens. Het ruwe gips benadrukt dat onvoltooide karakter: een schepping in wording, alsof de wereld nog maar net begonnen is.
Diezelfde dag bracht de Paus een ‘kort maar betekenisvol bezoek’ aan de Grote Moskee van Algiers.
CHANSON D'ADIEU

Wie veel begrepen heeft, kan veel vergeven;
hem trekt de ruimte, die gelukkig maakt,
wanneer hij, met zichzelf alleen gebleven,
in een stil ogenblik balans opmaakt
van dit kaleidoscopisch boeiend leven
naar welks geheim hij onvermoeibaar haakt.
Wie veel begrepen heeft, kan veel vergeven,
en ondanks alles, wat zijn doel niet raakt,
voelt hij in groot verband zich opgeheven,
van al wat klein en zielig is verdreven,
dat van hemzelf niet langer deel uitmaakt;
niets menschelijks is hem vreemd gebleven.
Wie veel begrijpen kan, zal veel vergeven.
Jacoba Eggink, uit: ‘Kyrie Eleison’.

Metamorphoses is tot en met 25 mei te zien in het Rijksmuseum.
“Spiegel Im Spiegel” van Arvo Pärt is een van de nummers die Duo Gazzana heeft opgenomen op hun nieuwste album “Prokofiev, Pärt, Schnittke”, geproduceerd door Manfred Eicher.
Raffaella Gazzana – Piano, Natascia Gazzana – Viool


Meer Metamorfosen op ShakingLife.nl

EINDE

Bovenaan: satellietfoto van de Straat van Hormuz, een van 's werelds meest strategische maritieme knelpunten. 
Deze smalle zeestraat verbindt de Perzische Golf met de Golf van Oman en de Arabische Zee. 
Op het smalste punt is de zeestraat ongeveer 33 tot 39 kilometer breed. 
Het is een vitale handelsroute waar dagelijks ongeveer 20% van de wereldwijde olie- en gasvoorziening doorheen wordt vervoerd. 
De noordkust wordt begrensd door Iran, terwijl de zuidkust wordt gevormd door de Verenigde Arabische Emiraten en het Musandam-schiereiland van Oman. 

All in One

Het begon allemaal met het verdwijnen van mijn bankpasje, na het afrekenen bij de Multivlaai: met een flipperende beweging schoot hij uit m’n hand en verdween om onnaspeurbare redenen, vermoedelijk ergens tussen de chocoladerepen  en de schotten van de toonbank. Hij bleek totaal verdwenen… 
Personeel zocht op de grond, gebruikte lange messen tussen de schotten – niets te vinden. We spraken af de volgende dag terug te komen, omdat de eigenaar de schotten kon demonteren.
Maar toen ik ze die ochtend belde, bleek hij h’m al gevonden te hebben… Na een check of het de juiste pas was, konden we hem komen ophalen.
 Een tweede verhaallijn is, dat op een dag de cassettes van onze Canon printer spoorloos verdwenen waren – om nooit meer teruggevonden te worden, ze zaten ‘gewoon’ niet meer in het apparaat.
Hoewel het een raadsel bleef en ik vervolgens onze handtekening onder de belastingaangifte 2025 met m’n iPhone moest ‘scannen’ om ze aan Ellen Rouendaal door te geven, legden we ons er al gauw bij neer: het was een oud beestje, dat zich, na het verblijf op mijn studio, nooit in het netwerk hier had weten aan te passen.
Klaaske had bij de Media Markt intussen een geschikte opvolger gezien, dus ik toogde erheen om hem aan te schaffen. Daar werd mij toen een andere HP All-in-One aangeraden, met inktflesjes – die ook de keuze van de Consumentenbond bleek te zijn. Toen die hier met enige moeite door DHL was afgeleverd, gingen we aan de slag – maar dat was buiten de waard gerekend…
Er waren zoveel beschermstukjes, dat we er één over het hoofd hadden gezien. En de netwerkverbinding lukte ook niet. Toen het inwendige mechanisme ook nog eens vast kwam te zitten, hebben we het apparaat in onze grootste AH-boodschappentas laten glijden, om hem ter reparatie in te leveren.
Dat zag er zo uit:
Sjouwpauze ter hoogte van Het Schouw – maar dit was al weer op de terugweg…
 Aan de reparatie balie van de Media Markt bleek een wonderdokter te zitten, een jonge man, die met vlugge vingers de storingstoetsen bediende – en zag dat wij de e-cassettes niet goed hadden aangebracht.
Opnieuw bezorgen was er helaas niet bij, dus daar liepen we weer… Hier ter hoogte van onze wekelijkse Tai chi.
Maar we hadden vooraf wel eerst mijn verloren gewaande pasje opgehaald bij de ‘vlaaienboer’ – zoals we het vergaderadres van onze Stichting ‘Zen als leefwijze’ met Rien en Aloys oneerbiedig noemen.

Maar denk niet dat ik toen uitgespeeld was…

Ik ging nadien nog op weg naar Emilie, om afspraken te maken voor ons bezoek aan ‘Metamorfosen’ in het Rijksmuseum van komende maandag…

Dat is het derde verhaal op die bewuste zaterdag de 11e april…
Ik begin er maar mee hoe het eindigde: Emilie was niet thuis…

‘Huis clos’ – à la Jean Paul Sartre, de huisfilosoof van mijn geliefde vakantiebestemming Frankrijk – waar ik recent nog aan herinnerd werd door mijn van oorsprong Franse chiropraktiker Lise Rodero, waar ik nu nog twee behandelingen tegoed heb.

Dus daar stond ik dan voor no. 31 – terwijl mijn bus 37 zwaar omgeleid was vanwege een ontspoorde tram 25, en niet meer terug te vinden was dus.

Ik besloot een taxi te nemen, als laatste redmiddel. Ik belde de taxicentrale en die zeiden dat het tien minuten zou duren.
En mijn aardige Marokkaanse chauffeur was inderdaad op tijd, ik stapte bij hem voorin. Onderweg spraken we over koetjes en kalfjes – hoewel dan wel wat stadser. Natuurlijk over het verkeer, ik over mijn oude auto – waar nu een taxichauffeur in reed. En toen over de alom aanwezige internet verslaving – waarbij ik mezelf niet onvermeld liet.
Hoewel mijn chauffeur natuurlijk op de Tom Tom keek, leek hij in Noord goed de weg te kennen.
Bij de Elpermeer aangekomen, wilde ik met een briefje van vijftig betalen – maar mijn portemonnee bleek leeg. Toen toch maar dat pasje. En heel even leek het of het niet zou lukken…
Naderhand kreeg ik een bericht van mijn bank, dat een gedeblokkeerd pasje eerst langs een geldautomaat gehaald moest worden. Dus ik had gewoon geluk gehad.

Maar waar het me eigenlijk om gaat, is dat de chauffeur vlak voor ik uitstapte zei: “Hier om de hoek zit mijn chiropraktiker, op de Amerbos, Russel heet hij. Het is een Engelsman die een beetje Nederlands praat. Het was op aanraden van een vriend.”
Krijg het nou helemaal … ook hij bij een chiropraktiker! Wel het laatste wat ik verwacht – en dat terwijl ik het, ondanks de zes behandelingen, zelf nog steeds niet kan plaatsen. ik voeg hem dan ook: helpt het je? ‘Ja,’ zei hij.
Toen ik het Klaaske bij thuiskomst vertelde, zei ze: “Dat is nu synchroniciteit…”
En ik voelde me deel van een zegenrijk geheel – All in One.

EINDE