Etentje bij de Landmarkt

Bovenaan: Zesendertig gezichten op de berg Fuji: Umezawa Manor in de provincie Sagami. Door Katsushika Hokusai (1760-1849), The Mann Collection, Highland Park, Illinois

“Aan Hokusai werd gevraagd waarom hij zo lang over dat wrijven van de steen deed, voordat hij ging schilderen. Hij heeft toen gezegd: “Als ik sta te schilderen, begint dat nu al als ik die steen wrijf...”
Een eenvoudige handeling, waar je dus niet bij hoeft te denken, waar je helemaal bij kunt beleven, daarin gebeurt het eigenlijk. Dat is de voorbereiding.
Wat ik nu zeg is eigenlijk meditatie. Dat is namelijk geleidelijk aan jezelf oefenen om in de juiste geestesgesteldheid te komen.”
Maarten Houtman, Het wrijven van de steen, Eefde april 1984.

Katsushika Hokusai
Japans, Tokio (Edo) 1760-1849 Tokio (Edo)

Wat voorafging

Onderstaand appje kreeg Klaaske van nichtje Ayn.

En dan echt vandaag van harte met jullie zowaar 60e jubileum lieve Hein en Klaaske! 💫💝🪷 Wat een mijlpaal. Super leuk dat jullie het vieren. Vinden jullie het leuk om met J&M en mij dat nog een keer opnieuw te vieren bij bv Landmark? Ik kan iedereen halen en brengen. Jullie ook. Bv aankomend weekend. Laat maar weten maar voor nu voor nu vooral heel erg genieten van dit heuglijke moment tezaam. Heel veel liefs en tot snel hopelijk 🎂🍌

The Works: Katsushika Hokusai

We hebben inmiddels een familie-lunch gehad bij de Landmarkt, waarbij wij The Works: Katsushika Hokusai van Sally Grant cadeau kregen.
Ik vond een kort artikel over Hokusai én een uitvoerige recensie van het boek, mét illustraties – zie verderop, 🤓Hein

Vergroten door te klikken

Sally Grant, The Works: Katsushika Hokusai



Intussen aan tafel…

Vergroten door te klikken

Vergroten door te klikken

Hokusai: 36 gezichten op de berg Fuji
Tijdschrift ‘Asiatica’

De tentoonstelling Hokusai: 36 Gezichten op de berg Fuji is te zien tot en met 17 juni 2012, als onderdeel van onze viering van de Japanse Lente. Ter ere van de tentoonstelling presenteert Bento [1] een reeks artikelen over het leven en werk van Hokusai, de beroemde 👨‍🎨 achter de gewaardeerde serie met onder andere de iconische prent Onder de golf van Kanagawa, beter bekend als De Grote Golf. Dit artikel, het derde en laatste in de reeks, is geschreven door Victoria Dawson en verscheen eerder in het tijdschrift Asiatica. 

Hokusai’s zoekende rusteloosheid, zoals blijkt uit de verschuivingen in stijl en naam, onderwerp en publiek, weerspiegelt zijn enorme vermogen tot zelfvernieuwing. “Zijn demon was in zekere zin dat hij altijd op een punt kwam waarop hij een karikatuur van zichzelf werd,” aldus kunsthistoricus Roger Keyes. “Hij werd gemakkelijk – een beetje zoals Picasso, die echt met dat probleem worstelde. Maar Hokusai vond een kortere weg. Wanneer hij vastliep, veranderde hij. Hij begon gewoon iets totaal anders te doen.”

Hokusai leek bijna speels om te gaan met de ongrijpbaarheid van zijn publieke imago. Enerzijds verdween hij van het toneel voor mecenassen, uitgevers en een bewonderend publiek, anderzijds vertoonde hij artistieke hoogstandjes. In 1804, op 44-jarige leeftijd, besloot hij – in het Gokokuji-museum in Edo – wat hij beschouwde als het grootste schilderij ooit te maken. Op de dag van de voorstelling rolden zijn assistenten een enorm papierdoek uit van 17,5 meter lang en 9 meter breed – samengesteld uit kleinere vellen papier. Op Hokusai’s signaal begon een team van assistenten, gekleed in zwart, zich over het geïmproviseerde doek te bewegen. Ze gebruikten bezems als penselen en werkten met inktpotten – vermoedelijk aan de hand van een schets van de kunstenaar. “De toeschouwers vonden het ongelooflijk – al die mensen die overal rondrenden,” zegt Keyes. Toen de inkt droog was en het schilderij eindelijk omhoog werd gehesen, zag de verzamelde menigte het hoofd en de schouders van Bodhidharma, de Indiase patriarch van het Zenboeddhisme.

Vergroten door te klikken

“Kijk,” voegt Keyes eraan toe, “Hokusai is toch een performancekunstenaar? Dus toen zei hij: ‘Vind je dat geweldig? Nou, kijk hier eens naar!’ De volgende dag pakte hij een rijstkorrel en tekende er met zijn penseel met één haar twee vliegende mussen op. Is dat niet geweldig?”

Tags: Hokusai: Zesendertig gezichten op de berg Fuji, Japanse lente, Katsushika Hokusai, Sackler 25 Geplaatst in: Tentoonstellingen, Japanse kunst

Recensie Kavey Eats
Geplaatst door Kavita Favelle op 21 mei [2]

Ik heb een recensie-exemplaar van dit boek ontvangen van uitgeverij Smith Street Books. Dit bericht bevat affiliate-links naar Amazon en bookshop.org; wij ontvangen een commissie bij in aanmerking komende aankopen. 

Een van de plekken die ik absoluut wilde bezoeken tijdens onze laatste reis naar Japan was Obuse, een plaats in het noordoosten van de prefectuur Nagano. Mijn enthousiasme om dit kleine, mooie stadje in onze reisroute op te nemen (lees hier meer over Obuse) kwam vooral voort uit de band met de kunstenaar Katsushika Hokusai; hij woonde er enkele jaren als gast en leermeester van de rijke lokale koopman Takai Kozan.

Bezoekers kunnen niet alleen op diverse locaties in Obuse voorbeelden van Hokusai’s werk zien, maar ook genieten van een fantastische collectie in het speciale Hokusai-museum. Het museum heeft de bijschriften bij de collecties en individuele werken uitstekend naar het Engels vertaald, waardoor de kijker de nodige historische achtergrond en context krijgt.

Daarnaast zagen we enkele dagen later veel werken van Hokusai in het Japan Ukiyo-e Museum in het nabijgelegen Matsumoto. Op mijn verlanglijstje voor een toekomstige reis naar Japan staan ​​nog het Sumida Hokusai Museum in Tokio en het Shimane Art Museum in Matsue.

Voor wie niet in de gelegenheid is om een ​​van deze indrukwekkende collecties te bezoeken (of Hokusai’s werk in andere musea wereldwijd te bekijken), raad ik het onlangs verschenen boek The Works: Katsushika Hokusai van Sally Grant aan (Amazon UK | Bookshop.org). Hierin worden vijftig van zijn belangrijkste werken afgebeeld, voorzien van toelichting en context door Grant, een zeer ervaren kunsthistoricus, conservator en journalist.

Dit boek maakt deel uit van de serie Essential Masterpieces van Grant. Eerder verschenen al The Works: Vincent van Gogh (Amazon UK | Bookshop.org) en The Works: Gustav Klimt (Amazon UK | Bookshop.org); later dit jaar volgen boeken over Claude Monet, Edgar Degas en Mary Cassatt.

Afbeeldingen vergroten door te klikken

Afbeeldingen gemaakt in het Hokusai Museum, Obuse, door Kavita Favelle

Hokusai werd in 1760 geboren in Edo (het huidige Tokio) en bracht het grootste deel van zijn leven in die stad door, in een tijd waarin cultuur en kunst zeer populair waren. Als tiener leerde hij de kunst van ukiyo-e (houtsnedekunst) in het atelier van Katsukawa Shunshō; Ukiyo-e – wat vertaald kan worden als ‘beelden van de vluchtige wereld’ – omvatte uiteenlopende onderwerpen, waaronder mooie vrouwen (vaak courtisanes), erotica, beroemde kabuki-acteurs, populaire sumoworstelaars, verhalen en volksvertellingen, en een grote verscheidenheid aan landschappen (waarin flora, fauna, terrein en weersomstandigheden tot in detail werden weergegeven).

Hokusai was een zeer productief kunstenaar; tijdens zijn leven maakte hij talloze geliefde schilderijen, prenten en hangrollen, en verzorgde hij de illustraties voor meer dan 250 boeken (waaronder werken over poëzie, satire, reizen, instructies, historische kronieken, mythen en volksverhalen, maar ook erotica). Tijdens zijn verblijf in Obuse, in de laatste jaren van zijn leven, beschilderde hij bovendien praalwagens en plafonds (zoals de afbeelding van een feniks op het plafond van de boeddhistische tempel Ganshoin).

Zijn beroemdste serie is waarschijnlijk de reeks houtsneden die bekendstaat als Zesendertig gezichten op de berg Fuji. Het bekendste werk uit deze serie is de iconische De grote golf – wellicht een van de meest geciteerde of nagebootste beelden in de kunstwereld. Zelf bezit ik minstens drie T-shirts met variaties op dit werk: een met de golf in een kom ramen-noedels, een met de golf in een glas water en een derde met een draak van sushi die uit de golf oprijst.

In The Works: Katsushika Hokusai neemt Grant de lezer mee door het leven van Hokusai aan de hand van vijftig zorgvuldig geselecteerde prenten, die de grote verscheidenheid aan onderwerpen tonen die hij door de jaren heen heeft vastgelegd. Bij elk kunstwerk licht Grant niet alleen de inhoud van het stuk zelf toe, maar schetst ze ook de biografische achtergrond en de historische en culturele context. Dit helpt de lezer om niet alleen te begrijpen wat er te zien is, maar ook wat de betekenis ervan was voor Hokusai en zijn publiek. Daarnaast deelt ze informatie over de technieken en de stilistische evolutie in Hokusai’s werk gedurende zijn leven.



Enkele persoonlijke favorieten uit het boek zijn onder meer De sumoworstelaars Uzugafuchi Kandayu enTakasaki Ichijuro, Vrouw die zijde spint, Asukayama (Asuka-heuvel), Regenbui bij de nieuwe Yanagi-brug, Tekeningen in één streek, Courtesane rustend met een exemplaar van ‘Het hoofdkussenboek’, Onweersbui onder de top, Ejiri in de provincie Suruga, Tatekawa in Honjō, Karpers zwemmend tussen waterplanten, Kohada Koheiji (uit ‘Honderd spookverhalen’), Amida-waterval in de verre uithoeken van de Kiso-weg, Kraanvogels in een dennenboom, Hangbrug op de grens van de provincies Hida en Etchū, Goudvink en treurkers, Rode Shōki (demonendoder), Li Bai bewondert een waterval en Tijger in de sneeuw. Ik wilde eigenlijk een kortere lijst maken, maar de selectie is gewoonweg zo goed!

Het boek is vrij klein van formaat (paginaformaat 20 x 15 cm); verwacht dus geen enorme prenten, zelfs niet bij afbeeldingen die over twee pagina’s doorlopen. Je kunt de afbeeldingen weliswaar goed bekijken, maar je ziet niet hetzelfde detailniveau als bij de grotere kunstwerken op hun oorspronkelijke grootte.

Desalniettemin is dit een uitstekende kennismaking met het leven en werk van Katsushika Hokusai. Het is een waar genoegen voor iedereen die meer van zijn werk wil ontdekken dan alleen de Zesendertig gezichten op de berg Fuji.

Misschien vind je mijn bericht met meer dan 200 boeken voor Japanofielen ook interessant.

Kavey Eats ontving een recensie-exemplaar van The Works: Katsushika Hokusai door Sally Grant (Amazon UK | Bookshop.org) van uitgeverij Smith Street Books. De adviesprijs in het VK is £18.

Geplaatst door Kavita Favelle op 21 mei 2026
Categorie: Ambacht, Lezen, Reizen
Locatie: Japan
Tag: SmithStreetBooks

‘Enkele persoonlijke favorieten’


Galerij Hokusai

Afbeeldingen vergroten door te klikken


____________________

[1] Keavy Eats, ‘The Belly rules the Mind’, Kavita Favelle | Shares food, travel + life.

[2] BentoFabriek.nl, ‘Een bento is een gezonde maaltijd, mooi opgemaakt op een bord of in een bentobox. Een bentobox kenmerkt zich door de verschillende vakjes om voeding van elkaar te scheiden. Bento is van origine een eeuwenoud en populair Japans gebruik.’



Vrijdag 10 juli 2026 om 18:30

Post van Noordeinde

Tochter aus Elysium
Wir betreten feuertrunken,
Himmlische, dein Heiligtum!
 
(openingsregels van het Europese volkslied, gecomponeerd door Beethoven in zijn 9e symfonie (1824) op een gedicht van Friedrich Schiller)

1.

2.

VERGROTEN DOOR TE KLIKKEN

Foto boven:
Koningin Máxima in een roze galajurk met ruches van Jan Taminiau, gefotografeerd door Anton Corbijn.

De foto is gemaakt in de Galerijzaal van Paleis Noordeinde. Dit is een van de officiële staatsieportretten die in november 2023 werden vrijgegeven ter gelegenheid van het tienjarig koningschap. (A.I.)

Bananendroomtaart

Bovenaan: “De bruidegom stond erop geen eenvoudige feestmaaltijd te geven, zodat Joost er dagenlang de handen aan vol had.” Uit: Als een meesterverteller stopt met werken.

Je liefste is de ontmoeting met het Ene, oplichtend in een voorbijgaand moment. Hecht je daaraan en je ontkent haar.
Maarten Houtman, Aforismen

Eerste begin

In dit 'straatje', op nummer 10, woonde Klaaske's grootmoeder in de vesting Naarden. Ik heb daar menige familiebijeenkomst bijgewoond, vooral rond Kerstdagen, als oma jarig was  dan kwamen de zilveren vorkjes uit de kast…
Daar moet ik nu aan denken, omdat we allemaal in zo'n straatje wonen, met z'n gewoonten, z'n vaste kringetje en z'n verhalen. Het mooiste verhaal daar vond ik, dat wanneer oma met Pasen naar de Matthaeus-Passion in de Grote Kerk van Naarden ging, vlak achter hun huis, tante Fien (de huishouderster, oma was heel jong weduwe) de aardappels opzette als ze het slotkoor hoorde: 'Wir setzen uns mit Tränen nieder'.
Alles had z'n tijd en z'n plaats. Ook wij ontkomen daar niet aan…

Om je straatje heen de onmetelijkheid …

Als daar dan wat te vieren was, werd het tafelzilver uit de kast gehaald – waarmee wij nu bij onze gasten goede sier hopen te maken, als bestek bij de taart…

Wat voorafging

Hallo,
In vroeger jaren kwamen mijn vrouw en ik regelmatig langs om van jullie heerlijke spijzen te genieten, vanuit Amsterdam Noord is dat wat bezwaarlijk - maar we zijn jullie niet vergeten...
Omdat we per 1 juli wat te vieren hebben, is de vraag: staat de bananenroomtaart nog op het menu? Zo niet, dan is een andere ook goed. Ik las dat ik via Ūber moet bestellen, maar hoor graag of die taart nog beschikbaar is.
Bij voorbaat dank en vriendelijke groet,
Hein Zeillemaker
Goedemorgen,
Bedankt voor uw bericht, wij hebben de bananenroomtaart helaas al een tijd niet meer op ons menu, wij kunnen deze wel voor u maken.
Echter bezorgen wij niet via Uber in Amsterdam Noord, zij bezorgen voor ons alleen binnen een korte straal om het restaurant.
Vriendelijke groet,
Restaurant Golden Temple 

Dinsdag half vier, stipt op tijd…

Toen wij daar op de afgesproken tijd kwamen om de taart op te halen, bleken ze nog niet open te zijn. We zochten onze toevlucht bij de buren: het Tapas Restaurant Pata Negra, waar ons een vriendelijk onthaal ten deel viel, zo maar aan een tafeltje op straat – dat is de stad…

klik om te vergroten

Droomtempel van de Sikhs

”Ons restaurant is genoemd naar de beroemde Sikh tempel in Amritsar in het noorden van India. Deze tempel heeft 4 deuren, die symbool staan voor het feit dat iedereen hier, met welke religie dan ook, altijd welkom is. Daarnaast wordt er hier een van de grootste keukens ter wereld gerund, om de duizenden bezoekers die hier dagelijks komen van een gratis vegetarische maaltijd te voorzien.
De weg van de Golden Temple in India naar ons restaurant in Amsterdam loopt via yoga, meditatie en het bewust klaarmaken van (h)eerlijke gerechten die eenheid in lichaam en geest bevorderen.”
Website Golden Temple

Toen de bananenroomtaart uiteindelijk een banendroomtaart bleek te zijn – de bestelling bleek in de droomtempel niet doorgekomen te zijn – gingen we over op plan B: hun twee courante taarten – zó uit de vriezer…
Die werden voor ons vervolgens met aandacht ingepakt: aluminiumfolie eromheen, twee kartonnen dozen werden uitgevouwen en in elkaar gezet… Het duurde zo al met al wel even, maar de rustige gebaren waarmee het allemaal gebeurde, waren gewoon een weldaad… Je voelde je even thuis, daar in de Golden Temple!
En toen … roetsj roetsj, met de metro naar huis…

Het opeten der taarten

klik om te vergroten

Zo gezellig was het!


‘Het leek alsof Israëlische militairen schietoefeningen op Palestijnse kinderen hielden’

De Britse chirurg Nick Maynard ging na oktober 2023 drie keer naar de Gazastrook om daar zorg te leveren. ‘Zoveel dode kinderen; dat is geen collaterale schade, dat is beleid.’  
De Britse chirurg Nick Maynard in 2024 © PA Images / Brian Lawless / Alamy 

De eerste keer dat de 64-jarige Britse arts Maynard van het Oxford University Hospital tijdens de genocide naar de Gazastrook ging, was in december 2023. Hij had de jaren daarvoor de Gazastrook al herhaaldelijk bezocht, had er gedoceerd, geopereerd en lezingen gegeven. Maar deze keer was alles anders. ‘Ik arriveerde eind december 2023, via de Egyptische grens kwam ik in de Zuid-Gazaanse stad Rafah’, vertelt hij via zoom. ‘Daarna ben ik doorgereisd naar het Al-Aqsa-ziekenhuis in Deir al-Balah, zo’n beetje halverwege Gaza-stad. Alles was kapot, gebombardeerd en kapotgeschoten.’

Gisteren kwam een VN-rapport uit dat spreekt van het doelbewust doden van kinderen als onderdeel van de genocide in de Gazastrook. Bent u het met die conclusie eens?

‘Het patroon van de verwondingen, de aantallen getroffen kinderen, het moedwillig tegenhouden van hulpgoederen, medicijnen en voedsel, het uithongeren; ik kan niet anders dan het eens zijn met die stelling. In de Gazastrook werden twee jaar lang gemiddeld dertig kinderen per dag gedood, in de oorlog in Oekraïne is dat 0,7, tijdens de oorlog in Irak lag dat aantal op 0,6. Dat is geen collaterale schade, dat is beleid. Wist je dat ouders bij hun kinderen de naam en geboortedatum op het been schreven? Zodat mensen zouden weten hoe hun kind heette en hoe oud het was, in het geval zij zelf dood waren?

U spreekt van een patroon van verwondingen. Wat bedoelt u precies? 

‘In de operatiekamer heb ik wonden gezien die het gevolg waren van wapens die worden gebruikt in gevechtssituaties tussen legers. Maar Israël zette die wapens in tegen de Palestijnse burgerbevolking, met verschrikkelijke gevolgen. Ik was aan het opereren, toen er een zoveelste stroom slachtoffers van bombardementen binnenkwam, veel van hen waren in kritieke toestand. Op de grond lag een deken, met een zesjarig jongetje erin, hij heette Alaa. Zijn ouders waren dood. Ik pakte hem op en ontdekte dat hij een groot gat in zijn bovenlijf had, zijn long hing eruit, hij was bijna doodgebloed. Ik heb hem geopereerd, de bloedingen gestelpt, het gat gedicht. Maar hij had ook verschrikkelijke brandwonden, ik weet niet of hij nog leeft.’

In de Gazastrook werden twee jaar lang gemiddeld dertig kinderen per dag gedood, in de oorlog in Oekraïne is dat 0,7, tijdens de oorlog in Irak lag dat aantal op 0,6. Dat is geen collaterale schade, dat is beleid. 

Maynard is even stil. ‘Alaa had een zusje, van acht jaar oud, Aya. Haar been was dermate gebroken dat de bloedtoevoer werd afgeknepen. De arts heeft het gezet, zonder pijnbestrijding, want die was er niet meer. Haar gillen, ik hoor het nog steeds. En er was Habiba van elf jaar, ik heb haar geopereerd aan haar slokdarm, maar er was geen vloeibaar voedsel meer, ze is de hongerdood gestorven. En Zainab van zeven maanden, er was geen babyvoedsel meer, ook zij is van de honger doodgegaan. Ik kan doorgaan en doorgaan, ik heb zo veel gewonde en dode kinderen gezien.’

U bent drie keer in de Gazastrook geweest. Was er verschil tussen die drie keer? 

‘De situatie was elke keer erger. Begin 2024 viel me al op dat kinderen ondervoed begonnen te raken, maar vorig jaar heeft Israël de Palestijnen in de Gazastrook echt uitgehongerd.

Het heeft elf weken lang de grens hermetisch gesloten, met talloze doodgehongerde kinderen tot gevolg. Op de grens namen de Israëlische militairen het melkpoeder voor baby’s dat Amerikaanse artsen in hun koffer hadden in beslag. Ik heb veel uitgehongerde kinderen geopereerd, maar hun lichamen waren te ernstig aangetast door voedselgebrek, ze hebben het niet gered. De kinderen die het wel hebben overleefd, hebben door ernstige ondervoeding hersenschade opgelopen.’

‘En dan waren er de voedseluitdelingen door de Gaza Humanitarian Foundation, vorig jaar. Daar zijn talloze tienerjongens neergeschoten, al hun families verklaarden dat Israëlische militairen gericht op hen hadden geschoten. Ik heb met de andere artsen de wonden van de jongens vergeleken. De ene dag hadden ze schoten in hoofd en nek, de andere dag in hun buik, weer een andere dag in hun testikels. Alsof de Israëlische soldaten schietoefeningen op de kinderen hadden gedaan. Op een gegeven moment kwam er een kleine, twaalfjarige jongen binnen, ook hij was daar neergeschoten, hij is op de behandeltafel doodgebloed.’

Denkt u dat het VN-rapport dat vandaag verschijnt verschil zal maken?  

‘Ik heb de afgelopen jaren vaak met Britse politici gesproken, hen verteld wat ik in de Gazastrook heb gezien, daar heb meegemaakt. Ze hebben zich er niets van aangetrokken. De enige hoop die ik heb is dat politici de druk gaan voelen van de groeiende groep Britten die willen dat het beleid verandert. Dat hoop ik echt.’

Dat kan ook worden gezegd over Nederland, waar alleen stevige maatschappelijke druk politici mondjesmaat lijkt te kunnen bewegen het beleid ten aan zien van de genocide in Gaza te veranderen.


Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

Dear 👩‍⚕️ Lise

Bovenaan:  “Aion Studio, praktijk voor chiropractische zorg gevestigd aan het Buikslotermeerplein 428 in Amsterdam-Noord. De studio richt zich op holistische zorg voor het hele gezin, inclusief behandelingen voor mens en dier. De diensten omvatten het verwijderen van blokkades in het zenuwstelsel met zachte technieken om het zelfgenezend vermogen te herstellen.  Naast Aion Studio bevindt zich Gideon, een opkoper en partijhandelaar.” (gegenereerd door A.I.). 

Wat kwam ik daar eigenlijk doen?
Ik had gehoord dat Lise een goede ‘masseuse’ was. En ik had net – letterlijk – in het stof gebeten op weg naar een behandeling van de reguliere fysiotherapeut, met een spit-aanval bij ons op de deurmat…
Ik besloot Lise te vertellen van mijn hemianopsie, met het verlies aan oriëntatie dat daarbij hoort.

Klik rechtsboven voor vergroting

Lise aan het werk met haar fantastische handen – die elk zuchtje en steuntje ongemerkt waarnemen. Je kunt daarbij telkens proberen te voelen wat de aanraking, het druk uitoefenen, met je doet.
Bij alles is de lichaamstaal voldoende, er wordt niet gepraat, geëvalueerd of geanalyseerd. Maar bij het afscheid wordt je wel spontaan omhelsd…

“Trixie is een Mini Australian Shepherd pup. Ze is een paar keer per week in de studio om je hartelijk te verwelkomen en te ondersteunen tijdens en na de behandeling.
Ze is heel attent; als je je ongemakkelijk voelt in de buurt van honden of als je je eigen hond meeneemt, blijft ze thuis om je de ruimte en gemoedsrust te geven.”

Ook Trixie is een schat – die wel een grote mond opzet als je binnenkom – maar Lise weet daar raad mee – en je wordt natuurlijk even besnuffeld. Zoals je ook haar natte neus aan je handen voelt als je op de massagetafel ligt – waarvan er trouwens drie staan, die soms allemaal bezet zijn en waartussen Lise dan heen-en-weer pendelt…


“Hein, je moet meer lawaai maken,” zei Lise, toen ze me bij onze afspraak van 8 april een halfuur had laten wachten. En toen was er ook even een taalbarrière, want het woord dat ze bezigde – ‘noise’, neem ik aan – kwam niet bij me binnen. Er moest een iPad aan te pas komen om het voor mij te ‘vertalen’.
Maar ik had überhaupt niet begrepen waar ze het over had. Was het omdat Trixie bij m’n binnenkomst niet had aangeslagen? Eigenlijk wonderbaarlijk, dan moet ik voor haar inmiddels vertrouwd zijn…
Maar toch, dat lange wachten werd nu dus op mijn conto geschreven – terwijl ik me juist afgevraagd had: wat is hier aan de hand…
Het leek van me af te glijden, maar dat bleek maar schijn. Na al die voorkomendheid van Lise, had het voor mij aangevoeld als: ‘Ja, ik sta altijd voor je klaar, maar nu even niet…’ En die bui bleef bij mij dagen hangen.
De week daarop leek het allemaal weer normaal te gaan, maar er was toch iets gekanteld. En was het dáárom, dat ik op 11 april zo’n enorme energie tentoongespreid had…
Samen met Klaaske de nieuwe printer versjouwd en laten bijstellen bij de MediaMarkt, m’n verloren betaalpasje opgehaald bij Multivlaai en toe nog spontaan langs Emilie gegaan… zie All in One.
En toen had ik ook nog mijn taxichauffeur bij thuiskomst horen zeggen: ‘Hier om de hoek zit een chiropraticor, die mij door een collega aanbevolen is, Russell heet hij.’
Dat kun je puur ‘toeval’ noemen, maar Klaaske had er een ander woord voor: ‘coïncidentie’.
Toen ik het voorval later aan Lise vertelde, knikte ze alleen maar lichtelijk.

Toch voel ik me, met nog éénkeer te gaan, lichtelijk ontheemd. Lise doet er ook alles aan om je daar thuis te laten voelen: de smaakvolle inrichting, de muziek, de kleine geschenken die ze je geeft…

Het is twee maanden later, op Lise’s autosync calendar staat dat ik woensdag 10 juni wordt verwacht voor een ‘Follow up Session’ van 20 minuten – die dan tevens mijn laatste ‘behandeling’ zal zijn. Ik ben benieuwd…

Menselijke nabijheid

Misschien wel het grootste wonder dat ik bij Lise ervaren heb, is dat ze spontaan haar armen om je heenslaat – ik zag haar dat trouwens bij menig cliënt doen. Er is dan geen begrenzing, jij ben ik, ik ben jij… Ook toen Klaaske me een keer kwam afhalen, kreeg ze spontaan haar armen om zich heen. Weliswaar las ik pas over het verschil in omgangsvormen tussen Frankrijk en hier, maar mijn voornaamste indruk is dat Lise die gevoelens gewoon toelaat, dat ze er niet bang voor is…

Laatste episode?

Na die laatste keer, zei Lise aan het eind: ‘Kom over een paar maanden nog maar een keer terug, ik stuur je een mailtje.’

Zo wordt er dus over me gewaakt … door iemand die haar verantwoordelijkheid serieus neemt – bravo, Lise!
Maar het roept natuurlijk wel de vraag op naar mijn eigen verantwoordelijkheid. De verleiding is groot die pardoes uit handen te geven, zo van: … dan ben ik er vanaf!
Maar dat is natuurlijk van den dolle…

De laatste keer op de massagetafel, kwam de gedachte in me op: ik ben een mer à boire, het is nooit genoeg…

PS

Lise, dankjewel dat je me geleerd hebt regelmatig water te drinken, dat komt dezer dagen wel heel goed van pas…

‘Gelukkig door verdiensten’

We are such stuff as dreams are made on; and our little life is rounded with a sleep.
William Shakespeare

Toen een vriendin me onlangs schreef, dat ze een droom had gehad ‘waarin ze blij omhoog keek, staande voor het oude Shaffy Theater’, was ik toch wel nieuwsgierig welk gebouw dat was, hoe ik me die scène voor moest stellen – als taal van het onbewuste, hebben dromen altijd mijn belangstelling gehad.
Al gauw ontdekte ik – als import-Amsterdammer met behulp van A.I. – dat met het ‘oude Shaffy Theater’, Felix Meritis bedoeld moest zijn. Na enig zoeken vond ik deze fraaie foto uit het Stadsarchief Amsterdam:

Felix Meritis ('Gelukkig door verdiensten') is de naam van een voormalig genootschap dat van 1777 tot 1888 bestond en van het bijbehorende gebouw aan de Keizersgracht 324 te Amsterdam, dat in 1788 in gebruik werd genomen. Het fungeerde in die periode als een cultureel centrum voor de stad. Later was er onder meer een grote drukkerij gevestigd en van 1947 tot 1981 bevond zich hier het landelijk hoofdkwartier van de Communistische Partij van Nederland.

Het gebouw is sinds 2014 eigendom van de gemeente Amsterdam en heeft weer een publieke functie. Er worden publieksprogramma’s als lezingen, debatten, optredens, film, exposities, en workshops georganiseerd rondom de domeinen van het oorspronkelijke genootschap: kunst, wetenschap en ondernemerschap. Bij de heropening van Felix Meritis op 25 september 2020 is daaraan als vierde domein ‘technologie’ toegevoegd.

Ik las verder dat het gebouw opgericht werd als ‘Tempel van de Verlichting’. En dat het achterin een kleine muziekzaal heeft met een heel fraaie akoestiek, die model stond voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Zoals het hele gebouw qua functie en aanzien, een voorloper van het Concertgebouw was.
Maar daarnaast was het indertijd ook dé Amsterdamse club voor de High Society, waar Tout le chic lid van was.

Als de Shaffyzaal in februari 1968 opent, zijn de jaren zestig alweer bijna voorbij, maar nog lang niet helemaal.  
Na provo brengt in mei 1968 de Parijse studentenrevolte de legendarische slogan ‘de verbeelding aan de macht’ in de wereld, weer een jaar later bezetten studenten in Amsterdam het Maagdenhuis. Een nieuwe tijd in de geschiedenis van de stad is begonnen. Provo Luud Schimmelpennink omschrijft later het collectieve gevoel: “Het was alsof we de wereld naar onze hand konden zetten.” Die sfeer heerst ook in het Shaffy Theater. 
Al ruim vóór de oprichting van het Shaffy Theater was er in de hoofdstad sprake van een nieuwe culturele trend. Jonge makers van buiten het gevestigde theatercircuit toonden alternatief cabaret in kleine zalen. Een van de bekendsten van deze nieuwe lichting was de half-Russische Egyptenaar Ramses Shaffy – het enfant terrible van het Nederlandse toneel. Met de productie Shaffy Chantant, die in oktober 1964 in première ging in het Amsterdamse Miranda Paviljoen, vestigden hij en zangeres Liesbeth List hun naam. De pers loofde Shaffy’s literair-poëtische cabaret met zijn on-Hollandse joie de vivre. Na een periode van tournees wilde hij een eigen plek in Amsterdam. 

Psychedelische kleuren

Eind 1967 viel zijn oog op Felix Meritis, het pand van de Communistische Partij van Nederland (CPN) aan de Keizersgracht. Hij maakte er de roemruchte happenings en provadya’s mee van Ad Visser, Koos Zwart en Fluxus-kunstenaar Willem de Ridder. Alternatieve avonden met dans, theater, film, poëzie, lichtshows en livepopmuziek inclusief goochelacts, naaktdanseressen en seksfilms. In deze omgeving voelde Shaffy zich thuis. Zijn manager Thijs Chanowski – bekend als producent van de Fabeltjeskrant – sloot een huurovereenkomst met de CPN. Een bovenzaal aan de achterkant van het pand kreeg psychedelische kleuren met in het hart een grote vijfpuntige ster en een inrichting met spoorbielsen en Perzische tapijten van het Waterlooplein: de Shaffyzaal was geboren.
De nieuwe voorstelling Shaffy Chantate (februari 1968) was een groot succes. In de weekends werden de balkons volgepropt en van een tweede rij voorzien; elke avond moesten er vele tientallen mensen worden weggestuurd die op de bonnefooi naar Felix Meritis waren gekomen. Toch kwam de productie niet uit de kosten vanwege de torenhoge investeringen in zaalinrichting en techniek. Chanowski trok zich daarom terug uit de onderneming en zijn werknemer Steve Austen, destijds al twee jaar roadmanager van Ramses Shaffy, nam als zelfstandig producent het roer over. Hij sloot een huurovereenkomst met de CPN en kreeg van Shaffy toestemming om diens naam als merk te gebruiken en ook anderen in de Shaffyzaal te programmeren.

Alternatief

Op 21 januari 1969 opende het Shaffy Theater met Shaffy Verkeerd, waaraan het trio Louis van Dijk en het trio Thijs van Leer meededen. Een van de vele gasten was Rob van Houten, die later naam maakte met zijn flamboyante Funhouse-shows. Vanaf het eerste seizoen gebruikten ook anderen de nieuwe zaal, onder wie de liedjesschrijver Lennaert Nijgh en Teater Terzijde (1965-1969), Nederlands eerste politieke multimediale theatergroep onder leiding van regisseur Annemarie Prins. Zelf bleef Ramses Shaffy niet lang in het pand. Al in het tweede seizoen zette hij zijn carrière elders voort, alhoewel hij nog jarenlang regelmatig terugkwam om als gastheer op te treden in het theater dat zijn naam droeg.
Het Shaffy Theater werd dé plek voor artistiek alternatief Amsterdam. In korte tijd nam het aantal voorstellingen explosief toe. Ruim 300 stonden er in het voorjaar van 1972 op het programma, met bijna 25.000 betalende bezoekers. Een paar jaar na de oprichting nam het Shaffy Theater ook de Zuilenzaal, de Concertzaal en twee grote ruimtes aan de voorkant van het pand in gebruik. In de rechterruimte kwam de kassa, in de linker (de voormalige CPN-koffiekamer) het café met een kleine, donkerrode bar, die midden jaren zeventig plaats maakte voor een knalroze/blauwe bar tegen de achterwand.

Knokploeg

Deze bar was het eerste echte theatercafé in de stad. Anders dan in andere theaters kon je er niet alleen tijdens de koffiepauze, maar ook vóór en na de voorstellingen drankjes bestellen. Het café werd een trefpunt waar spelers en publiek de voorstellingen met elkaar doornamen en bleven hangen, alsook een populair blowcentrum. Ze konden er tot zes uur ’s ochtends doorgaan – de politie liet zich niet zien, dat stond de CPN niet toe.
De CPN en het Shaffy Theater waren geheel verschillende circuits, maar hadden een goede verstandhouding. Austens toenmalige echtgenote Ineke – sinds 1971 publiciteitsmedewerker van het Shaffy Theater – herinnert zich: “Toen ze merkten dat het Shaffy een directeur had die zelf ook een bezem hanteerde, kon eigenlijk alles. Ze hielpen ons vaak. Op een gegeven moment hadden we een Vlaamse voorstelling over de nationaalsocialist Cyriel Verschaeve. We wisten dat Glimmerveen-aanhangers stennis wilden komen trappen. In de straten rond Felix paradeerde de politie te paard. De CPN wilde geen politie in het pand, dus kregen we van de partij een knokploeg. Toen die neonazi’s binnen met eieren begonnen te gooien, gooide die knokploeg ze eruit.” [Joop Glimmerveen was een Haagse neonazi, die in 1974 voorzitter werd van de extreemrechtse Nederlandse Volksunie, red.] Het door een CPN-dame bemande portiershokje midden in de gang naar de theaterzalen valt achteraf te zien als het symbool van de wonderlijke, maar destijds vanzelfsprekende samensmelting van de functies van het gebouw: enerzijds CPN-hoofdkantoor en krantenredactie van De Waarheid, anderzijds thuishaven van uiteenlopende kunstartiesten en podiumbeesten.

Bijenkorf

De grote bloei beleefde het Shaffy in de jaren zeventig, de hoogtijdagen van hippies en flowerpower. Het succes was te danken aan de kwaliteit van de vaste bespelers: Neerlands Hoop (het duo Freek de Jonge en Bram Vermeulen met hun geheel eigen, dwarse opvatting over cabaret); toneelgroep Baal (toneel en muziektheater onder leiding van regisseur Leonard Frank en met medewerking van componisten Willem Breuker en Louis Andriessen); het Onafhankelijk Toneel (theatermakers en beeldend kunstenaars die een geheel nieuwe speelstijl in het theater introduceerden waarin de acteur zelf centraal stond) en Hauser Orkater (beeldend muziektheater met als spil de broers Van Warmerdam, die nog steeds actief zijn als makers van film, theater en muziektheater). Ook op het gebied van de moderne dans (Krisztina de Châtel en Stichting Dansproduktie) en hedendaagse muziek (de STAMP-concerten onder leiding van saxofonist en componist Theo Loevendie) bood het Shaffy de nieuwste ontwikkelingen. Bovendien was in het pand een van de eerste filmhuizen van Amsterdam gevestigd.
Het Shaffy Theater speelde een centrale rol in het leven van jonge kunstenaars en kunstminnaars. Wie in het weekend onder de pannen wilde zijn, ging naar het Shaffy. Om te zien en gezien te worden, om te versieren en versierd te worden en om zich te laven aan de niet te stuiten golf van culturele vernieuwing. Er waren in sommige zalen wel drie voorstellingen achter elkaar te zien. En dan kon je ook nog naar een nachtvoorstelling gaan en naar livemuziek in het café. Rudolf Lucieer, destijds acteur bij toneelgroep Baal: “Nergens anders buitelden al die theatervormen in hun verscheidenheid zo over elkaar als in het Shaffy Theater: de artistieke bijenkorf van het experimentele.”

Kaartjesscheurders

Het Shaffy Theater had ook een heel andere bedrijfsfilosofie dan de grote, traditionele schouwburgen. Enkel slagzinnen maakten dat duidelijk: ‘Shaffy, het theater waar alles kan’, ‘Het aanbod bepaalt de vraag’ en ‘Het theater voor makers, niet voor toeschouwers’. “Je kon vandaag bedenken dat je morgen wilde optreden. Je kon er ook voor kiezen geen pauze te houden of een aantal maanden in het theater te staan, zaken die in het commerciële theaterbestel waren uitgesloten”, vertelt Steve Austen. “Bij ons was altijd plek, want we konden altijd nachtvoorstellingen inlassen. We maakten gewoon plek als we het de moeite waard vonden.”
Ook de interne bedrijfscultuur week af van wat naoorlogs Nederland gewend was. Er waren collectieve vergaderingen, waarin iedereen zijn zegje kon doen. Steve Austen, die zichzelf zag als “een verlicht despoot”, had uiteindelijk wel het laatste woord, al was dat lang niet altijd duidelijk.
Hoe het eraan toeging, vertelt medewerkster Linda Snoep, aangenomen als ‘kaartjesscheurder’: “Tijdens de wekelijkse vergadering op maandagochtend, die door alle medewerkers en dus ook de kaartjesscheurders werd bezocht, werd werkelijk alles ter tafel gebracht en tot het gaatje bediscussieerd, helemaal in jarenzeventigstijl, waarin beslissingen democratisch en collectief genomen moesten worden. (…) Niet alleen de verstoppingen in de wc werden besproken, maar ook alle voorstellingen. Wat vonden we ervan en waarom? Ook werden daar de uitnodigingen voor voorstellingen buiten het Shaffy verdeeld. De bedoeling was om bij een volgende vergadering verslag te doen en een beoordeling te geven of deze voorstelling al dan niet geschikt was voor programmering in het Shaffy.”

Theater met een K

Snoep maakte zelf gebruik van deze mogelijkheid en rolde in de programmering. Nadat Steve Austen in de zomer van 1978 het Shaffy Theater als directeur had verlaten, namen zij en zijn jongere broer Matti de programmering over. Zij brachten ‘de Belgen’ naar Amsterdam, nog vóór de opening van het Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond. In 1981 organiseerden ze twee Belgische manifestaties in het Shaffy Theater. In alle zalen waren doorlopend voorstellingen. Op het programma stond onder meer Theater geschreven met een K is een Kater, het debuut van theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre. Een jaar later haalden zij de Belgische danseres en choreografe Anne Teresa De Keersmaeker naar het Shaffy met de voorstelling Fase. Voor beide Vlamingen was het de start van een succesvolle internationale carrière.
In de jaren tachtig werd alles anders in de stad en in het Shaffy Theater. Voor Amsterdam begon het decennium met de grote krakersrellen in de Vondelstraat en twee maanden later het oproer tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980. In 1981 verkocht de CPN Felix Meritis aan de gemeente Amsterdam. In september 1984 trad voormalig Hauser Orkater-lid Dick Hauser aan als nieuwe directeur van het Shaffy Theater. Hij werd geconfronteerd met grote veranderingen in het theaterbestel. Het zogeheten margetheater kreeg steeds meer invloed op het gevestigde theatercircuit. Dankzij het succes van het Shaffy Theater was er vraag ontstaan naar vlakkevloertheater (publiek op dezelfde hoogte als het toneel) en kleine zalen met een flexibel podium. Amsterdam kreeg zo een geheel nieuw theatercircuit. Zelfs ontstond er nog een ‘derde circuit’ voor beginnende jonge theatermakers, vaak in kraakpanden.

Shaffy-Onmisbaar-Marathon

Veel gezichtsbepalende groepen trokken nu weg uit het Shaffy of werden niet meer door Hauser geprogrammeerd. Vaste bespelers als Maatschappij Discordia (een afsplitsing van het Onafhankelijk Toneel) en de mimegroepen Nieuw West en Carrousel trokken aanmerkelijk minder publiek dan een aantal groepen in de jaren zeventig. Bovendien verliep de zoektocht naar jonge theatermakers bepaald niet over rozen. Een nieuwe generatie diende zich pas een paar jaar later aan.
Het tij keerde. Eind september 1988 lanceerde de Amsterdamse wethouder van cultuur Minnie Luimstra (CDA) het plan om de subsidie in te trekken en het pand toe te wijzen aan De IJsbreker, het centrum van hedendaagse muziek. Het theater bood tegenspel met een grote Shaffy-Onmisbaar-Marathon (29 oktober 1988), maar het mocht niet baten. De gemeenteraad stemde in met de subsidiebeëindiging.
Toch gaf het theater zich niet gewonnen. Een nieuwe zeskoppige directie (Steve Austen, Jan Joris Lamers, Chris de Jong, Matti Austen, Hugo de Greef, Nele Hertling) nam het roer over en kondigde aan in het pand een Europees Centrum voor Kunst en Wetenschap te vestigen. Nog geen jaar later viel de Berlijnse muur en was het nieuwe Europa een feit. En het Shaffy? Dat begon aan een nieuw tijdperk als discussiecentrum – maar dat is een weer een heel ander verhaal.

Nawoord van Ram[1] Hein

In mijn dromen ben ik regelmatig de weg kwijt in de stad, ik sta dan op een of ander plein en kijk hulpeloos om me heen. Als ik het niet meer uithoud, houd ik wanhopig iemand aan – om dan te ontdekken dat die het óók niet weet, dat ik op niemand vertrouwen kan.
Als in een reflex pak ik dan m’n telefoontje, dat van vóór de smartphone, als ik dat tenminste kan vinden, om Klaaske te bellen. Maar ik krijg haar telkens niet aan de lijn… Hoewel dat recent wel weer lukte, toen ik kreeg ik verbinding. Maar toen had er in m’n droom ook een nieuwe ontwikkeling plaats gehad: ik was nu m’n fiets kwijt! En degene die daar over ging, was nergens meer te vinden en haar plaatsvervangers evenmin.
Ik zou na het hele bovenstaande verhaal over het Shaffy Theater, natuurlijk graag zeggen: “Ook ik ben een Amsterdammer!” Maar daar hangen dus wat twijfels aan…

____________________
[1] 25 maart.

Bij ons op dat doodsaaie Plein…

Boven: Hoe saai kan een plein zijn… 

…nee, dan bij de vlaaienboer…

Afbeeldingen vergroten door rechtsboven te klikken.

Al meer dan twintig jaar spreken Klaaske, Rien en Hein op de zaterdagen af bij onze ‘vlaaienboer’, de Multivlaai op het Buikslotermeerplein – al dan niet in het gezelschap van Aloys, met wie we samen het bestuur van stichting ‘Zen als leefwijze’ vormen –  allemaal om te zorgen dat er geen formele plooien in de gezichten komen….
Het begon ermee dat Rien elke zaterdag zijn bestelde groenten ophaalde bij de kraam op de markt …
… om vervolgens aan te leggen bij de groene ‘Gezond en Wel’ winkel van Does – die nu de eindschakel vormt in de rode muur, die Dirk van de Broek onlangs op het Plein heeft laten verrijzen. Zodra ze bij Does dan zijn neus om de hoek zien verschijnen, worden zij ook prompt mobiel en snellen hem tegemoet met de dáár door hem bestelde boodschappen – waaronder altijd één fles wortelsap – om die dan vervolgens met een mobiel pinapparaat met hem af te rekenen. Zo hoeft Rien daar de drempel niet te overschrijden – die dan ook behoorlijk rolstoelonvriendelijk is… Vervolgens kijkt hij op z’n horloge, ziet dat Klaaske en Hein bijna op de bestemde plek: de vlaaienboer zullen zijn – en racet dan als een bezetene over het Plein, zo gaat het al jaren.
En daarna – zoals we hieronder in 2018 – rusten we samen vreedzaam uit op het terras:

…met Rien…

…of alleen…

…of met meer…

…maar altijd is er koffie…

…met…

…Limburgse vlaai!

Hein mag er ook bij! (foto Jeanne).
Woensdag 27 mei 2026 om 10:43

Vrij en blij ‘Boven ’t IJ’

Woensdag 10 juni 2026 – de narcissen zijn uitgebloeid…

In dat saaie rijtje bovenaan is Aion Studio[1] gekomen…

”Wij bieden chiropractische zorg om het volledige potentieel van uw lichaam te benutten en balans te creëren in uw fysieke, emotionele en energetische welzijn. Onze aanpak richt zich op het aanspreken van uw aangeboren helende vermogens, waardoor u een harmonieuze uitlijning bereikt en uw gezondheid verbetert. Door te luisteren naar uw lichaam en uw zenuwstelsel in balans te brengen, ondersteunt ons team u bij een reis van zelfontdekking en persoonlijke groei. Dit bevordert een optimale gezondheid, vitaliteit en een positieve invloed op uw waarneming, beslissingen en reacties in het dagelijks leven.” 
Afbeeldingen vergroten door rechtsboven te klikken.

____________________
[1] Zie ‘Helende handen‘.

Een liefdeloze rehabilitatie van de echte liefde

Dit artikel is geschreven door SEBASTIEN VALKENBERG
Gepubliceerd op 22 januari 2014, in Trouw.

Byung-Chul Han: De terugkeer van Eros.
Van Gennep, Amsterdam. 70 blz euro14,95.

Over de schrijver
Byung-Chul Han is hoogleraar filosofie aan de Universität der Kunste in Berlijn. Bij ons is hij vrijwel onbekend, maar in Duitsland geldt hij als een ster. De Süddeutsche Zeitung noemde hem zelfs al de opvolger van Peter Sloterdijk. In elk geval is hij net zo’n omnivoor. Er is nauwelijks een onderwerp waarover Han niet schrijft. Depressie, films, porno. Je komt dit – en heel veel meer – tegen in zijn boeken. Zo ook in zijn nieuwste essaybundel – of is het een pamflet? – ‘De terugkeer van Eros’ (2013).

Zijn ambitie
Eros rehabiliteren. De bundel bestaat uit zeven korte essays. Ze behandelen verschillende thema’s, maar de god uit de Griekse mythologie keert steeds terug. Hem associeert Han met de echte liefde, die steeds schaarser zou zijn geworden. De klacht luidt onder meer dat anderen fungeren als ‘seksobjecten’. De grote boosdoeners zijn de consumptiemaatschappij, het kapitalisme en de pornoficatie van de samenleving. ‘Porno is niet zozeer virtuele seks – zelfs de reële seksualiteit verwordt tot porno.’ Al na een paar bladzijden weet je dat de ondergang van het Avondland weer eens op handen is. Reden voor Han om te pleiten voor een tegenoffensief.

Het resultaat
Een verzameling stukken die lijdt aan ‘apodictitis’, een term die bij mijn weten is gemunt door journalist/redacteur Thomas Vanheste. Han poneert de ene stelling na de andere, maar laat de onderbouwing (veelal) achterwege. Hij gaat er wel erg gemakkelijk vanuit dat onze samenleving ‘steeds narcistischer’ wordt. Waar baseert hij zich op? Dezelfde vraag kan worden gesteld naar aanleiding van zijn aanname dat we midden in een ‘crisis van de liefde’ zitten. Hoezo? Alsof vroegere samenlevingen zoveel ruimte lieten voor de echte liefde. Meer dan tegenwoordig werden huwelijken gesloten uit berekening; of er amoureuze gevoelens in het spel waren, deed minder ter zake.

Opvallendste stelling
In deze tijd kan alleen een Apocalyps ons bevrijden. Zulke ferme woorden maken nieuwsgierig naar de precieze bedoeling van Han. Helaas steekt de apodictitis ook hier de kop op. De boude stelling komt uit een essay over ‘Melancholia’ (2011) van regisseur Lars van Trier. In deze film komt een planeet steeds dichterbij de aarde om hier aan het slot bovenop te knallen. Wil Han op vergelijkbare manier korte metten maken met de samenleving die hij ziet ontsporen? Geen idee, nadere toelichting ontbreekt. Wat rest is vrijblijvend geflirt met de Apocalyps.

Dikste zin
Veel zinnen in ‘De terugkeer van Eros’ zijn als een visgraat die in je keel blijft hangen. Ik sla het boekje op een willekeurige plaats open en kom op pagina 23 tegen: ‘De tijd zonder ogenblik is alleen additief en niet meer situatief.’ Of op bladzijde 55: ‘De seksualiteit past in de gebruikelijke orde van het habituele die het gelijke reproduceert.’ Maar de leermeesters van Han – G.W.F. Hegel, Martin Heidegger en verschillende postmoderne filosofen – blonken ook al niet uit in helderheid.

Reden om dit boek niet te lezen
Inhoud en vorm hadden amper meer van elkaar kunnen verschillen. Han breekt een lans voor de echte liefde, maar een echte ambassadeur van Eros mag hij niet heten. Daarvoor is zijn proza te liefdeloos. Het is moeilijk voorstelbaar hoe de dikke zinnen hierboven bijdragen aan de rehabilitatie die Han voor ogen staat. Daarnaast ontbreekt het aan originele invalshoeken. De rotheid van de consumptiesamenleving, de terreur van de markt, de pornoficatie van de samenleving. Het is een kliekje dat Han voor de zoveelste keer heeft opgewarmd.

Reden om dit boek wel te lezen
Als iemand de status heeft van filosofische ster, maakt dat nieuwsgierig naar zijn werk. Daarbij heeft Peter Sloterdijk een grote schare fans in Nederland. Misschien weet men het werk van diens opvolger (Han) ook te waarderen. In elk geval behandelen beide denkers vergelijkbare onderwerpen.

Geheel boven: Ontwerp gebaseerd op een foto van Byung-Chul van Isabella Gresser.

De filosoof Byung-Chul Han is lui en ‘leeft achteruit’ om te ontsnappen aan collectief narcisme

Vergroten door te klikken

Ons leven in het laatkapitalisme is dood en collectief narcistisch, stelt de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han. Bepaald geen vrolijke boodschap. Maar er ís een betere wereld mogelijk: wees lui, vier de Ander, leef achteruit.
Marian Donner
2 april 2025 – verschenen in De Groene nr. 14

Daar staat hij dan: de laatmoderne mens. Vervreemd, ontheemd en uitgeput. Het kampvuur is gedoofd, de perenboom omgehakt, er is geen plek meer om samen te komen, om verbinding te vinden. De laatmoderne mens vindt nergens nog een thuis. Gevangen in het blauwe licht van zijn beeldscherm is hij vervallen tot een knooppunt in een netwerk van commerciële relaties. Was de wereld ooit een theater, een stage,tegenwoordig is het een markt waar ‘elke intimiteit uitgestald, verkocht en geconsumeerd moet worden’. De laatmoderne mens speelt niet meer, hij kan niet meer luisteren, niet meer liefhebben, zijn ego draait rondjes om zichzelf. Dus daar staat hij dan: ‘onder een blote hemel in een landschap waarin niets onveranderd was gebleven behalve de wolken, en in het middelpunt, in een krachtveld van verwoestende stromen en explosies, het nietige, broze mensenlichaam’. 

Die laatste zin is van Walter Benjamin, maar dit is hoe de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han vaak naar andere denkers verwijst: hij verweeft hun woorden met zijn eigen woorden, de bronvermelding staat ergens in een voetnoot achterin, en zo vloeit de tekst voort, in een stream of consciousness vol citaten, aforismen, metaforen, herhalingen en oneliners – ‘Wij leven in een hel van het gelijke.’ De woorden werken als een soort bezwering, de lezer raakt in een roes, voelt zich bij vlagen zelfs opgetild. Zelden werd zijn wanhoop, dat enorme verlangen naar iets beters en mooiers, indringender beschreven dan hier.

Han bedrijft filosofie als kunst, zo meent hij zelf. In een interview uit 2021 met ArtReview legt hij uit dat zijn boeken daarom ook steeds dunner worden. Elke zin is als het ware een microkosmos van het boek, en elk boek een microkosmos van het oeuvre. Uiteindelijk zullen zijn boeken waarschijnlijk helemaal verdwijnen, dan zijn ze opgelost in de lucht en ‘kan iedereen ze inademen’. Waarom zou je immers een boek van duizend pagina’s schrijven als je de wereld ook kunt verlichten met een paar zinnen? Duizend pagina’s wegen niet op tegen een enkele haiku, aldus Han in het interview: ‘De eerste sneeuw – zelfs de narcisbladeren buigen.’

Wie is deze man die misschien wel de populairste, nog levende filosoof ter wereld genoemd kan worden? Hij is in elk geval de best verkopende. Han werd in 1959 geboren in Seoul, Zuid-Korea, de exacte datum houdt hij geheim. Na een studie metallurgie vertrok hij op zijn 22ste naar Duitsland om daar filosofie te studeren, hetgeen hij niet aan zijn ouders vertelde omdat ze hem anders nooit hadden laten gaan. Je zou kunnen zeggen dat zijn afkeer van transparantie en openheid toen al tot uitdrukking kwam. Dat Duitsland zijn ‘spirituele huis’ was, zoals Han het zelf noemt, wist hij toen hij op zijn zestiende voor het eerst Bach hoorde. Zijn Duitse medestudenten herinneren zich hem als een enthousiaste, praatgrage jongen die onophoudelijk vragen stelde. En dat was het biografisch gezien wel zo’n beetje. Veel meer is er niet bekend.

Han geeft zelden interviews, houdt geen lezingen of webinars en reist nauwelijks. Het liefst werkt hij in zijn tuin of speelt hij piano. Als hij een dag niet pianospeelt, wordt hij ziek. Hij heeft een smartphone, maar als iemand belt neemt hij niet op. Hij gebruikt het ding vooral voor een app waarmee hij planten classificeert. Volgens eigen zeggen is hij extreem lui en schrijft hij slechts drie zinnen per dag. Dat doet hij ’s nachts. Dan vangt hij de ideeën op die in de lucht hangen en kopieert hij de woorden. Die woorden zijn volgens Han slimmer dan hij: ‘Ik ben een idioot.’ Hij is katholiek. Sinds een aantal jaar huist de Franse filosofe Simone Weil in hem: Han gelooft dat hij haar reïncarnatie is.

Dit is ongeveer het enige dat Han over zichzelf vertelt in de paar interviews die hij gaf en ook in zijn boeken zal de lezer verder niets vinden. Het is misschien wel het opvallendste aan zijn werk: de complete afwezigheid van een ‘ik’. Nooit haalt Han een herinnering op, nooit vertelt hij een anekdote. Waar de hedendaagse cultuur gedomineerd wordt door persoonlijke verhalen, liefst echt gebeurd, liefst zo dicht mogelijk op de eigen huid, vlakt Han zichzelf juist weg. Maar dit is dan ook een van de symptomen van het laatkapitalisme dat hij in al zijn boeken zo vurig bestrijdt.

Het huidige tijdsgewricht wordt gekenmerkt door ‘een excessieve relatie tot het zelf’, schrijft Han. Al dat ge-ik, al dat denken over het zelf, over hoe het te positioneren, etaleren, verbeteren, verkopen, om het zo de wereld in te manifesteren: de laatmoderne mens heeft zich naar binnen gekeerd. Er is sprake van een collectief narcisme. De Ander verdwijnt steeds meer naar de achtergrond.

In het interview met ArtReview zegt Han dat hij deze verdwijning van de Ander als de kern van zijn werk beschouwt. Daarmee bedoelt hij niet de ander in wie je je kunt herkennen, iemand die bijvoorbeeld schrijft vanuit de eigen ervaring, over de eigen gevoelens, om lezers zo de geruststellende gedachte mee te geven dat we diep vanbinnen allemaal hetzelfde zijn (waarmee de wereld nog meer vervalt tot ‘een hel van het gelijke’), maar de Ander met een hoofdletter: een massieve entiteit die tegenover je staat en juist in zijn vreemdheid ontzag afdwingt. Want alleen in diens aanwezigheid wordt de eendimensionaliteit doorbroken, om even met Marcuse te spreken, en openen zich nieuwe werelden.

Zo vrolijk en licht als Byung-Chul Hans leven uit de spaarzame informatie naar voren komt, zo deprimerend en zwaar is zijn werk. Laat varen al die hoop. Of zoals de Zuid-Koreaanse rapper RM van de immens populaire boyband BTS ooit zei toen hij in een interview De terugkeer van Eros aanraadde: ‘Je zou weleens diep gefrustreerd kunnen raken, omdat het boek suggereert dat de liefde die we momenteel ervaren, helemaal geen liefde is.’

Ondanks zijn zelfverklaarde luiheid en die drie zinnen per dag schreef Han inmiddels 31 boeken. Soms publiceert hij er meerdere per jaar. Het is haast onmogelijk om die enorme productiviteit bij te houden, maar dat hoeft gelukkig ook niet, want een paar uitzonderingen daargelaten lijken alle boeken op elkaar. Steeds weer haalt Han dezelfde denkers aan: Benjamin, Foucault, Heidegger. Steeds weer gebruikt hij dezelfde zinnen en dezelfde perenboom waaronder ooit een gezamenlijk verhaal werd gezongen. Wat verschilt is alleen de invalshoek: of Han het leven onder laatkapitalisme fileert vanuit bijvoorbeeld de liefde, digitalisering, het verdwijnen van verhalen, van rituelen of de drang tot transparantie. Zijn oeuvre is als een bouwwerk, een huis van woorden, waarbij elk boek als het ware een andere kamer vult. Het geeft de lezer houvast, een vaste positie, of om in de terminologie van Han te blijven: een thuis in ruimte en tijd, van waaruit de wereld plotseling overzichtelijk lijkt, ja, begrijpelijk zelfs.

De buitensporige agressie vermengd met zelfmedelijden van types als Elon Musk of Donald Trump – de lezer van Han begrijpt onmiddellijk dat wat we hier aanschouwen ‘een fatale accumulatie van ego-libido is’. Deze mannen zijn bezweken onder hun eigen narcisme. Of neem het interview met Frans Timmermans dat een tijdje geleden in de Volkskrant stond, toen de nietsvermoedende lezer halverwege verrast werd met een extreem intieme ontboezeming over seksueel misbruik. Daarna kabbelde het interview rustig weer door. Het misbruik werd geen nieuws, het haalde niet de kop.

Zo normaal is het delen van trauma’s kennelijk al geworden: dit is inderdaad de wereld als markt ‘waar elke intimiteit uitgestald, verkocht en geconsumeerd moet worden’. Al die hyperpersoonlijke verhalen over pijn en verdriet die de huidige cultuur domineren, de boeken, documentaires en Instagram-posts over rouw en verlies: soms lijkt het of er steeds extremere verhalen nodig zijn om de hedendaagse mens nog iets te laten voelen. Alsof hij door de continue claim op zijn empathie en inlevingsvermogen emotioneel langzaam aan het afsterven is.

Het is niet alleen dat het leven onder laatkapitalisme zijn plezier en uitbundigheid verloren heeft, schrijft Han. Het is veel erger: wij leven in een necropolis. Er heeft zich een rigor mortis over het bestaan uitgespreid, een zwaarte en stijfheid. Omdat we tegenwoordig niets zo vrezen als de dood, aldus Han in een omkering waar hij zo dol op is – de overdaad aan gevoelens leidt tot een gevoelsarmoede; wie onder de huidige transparantiedwang alles kan zien, ziet niets meer. En een leven waaruit de dood verbannen is, is een ondood leven.

Tegenwoordig is de dood geen Ander meer, geen monolitische, angstaanjagende aanwezigheid in het licht waarvan het leven harder straalt. In plaats daarvan wordt ze weg geproduceerd. Verstopt achter gesloten deuren en in verzorgingstehuizen, of een handje geholpen met middel X of een capsule in de Zwitserse bossen, de Sarco genaamd, waar je jezelf voor negentien euro kunt vergassen. De dood wordt op afstand gehouden door zo ‘schoon’ en gezond mogelijk te leven.

En de vraag is niet meer wat een goed leven is, maar hoe we het zo lang mogelijk, in optimale toestand, kunnen rekken. Het toont de leegte waarin we ons bevinden, schrijft Han: ‘De hysterie rond gezondheid en optimalisering is alleen mogelijk in een naakte, van zin verstoken wereld.’ Want een leven onderworpen aan de dictaten van gezondheid, prestatie en optimalisatie is een overleven. Hoeveel luxe dat leven ook bevat – crèmes van duizend euro, wellnesscenters met zuurstofcabines – het mist glans, soevereiniteit en intensiteit. Het creëert een ondood leven, een dood-in-leven: ‘Prestatie zombies, fitness zombies, Botox zombies’. De huidige gezondheidsmanie, aldus Han, ‘is de biopolitieke manifestatie van het kapitaal zelf’.

We denken misschien dat we vrij zijn om onze eigen keuzes te maken, houden onszelf voor dat dit is wat we zelf willen, al die avocado’s, supplementen en ijsbaden, maar onder de schijn van vitaliteit voeden we een systeem van eindeloze productie, prestatie, groei en een ‘willekeurige, kankerachtige woekering’.

Het is het grote verschil met de heersende regimes van weleer, schrijft Han. Onder laatkapitalisme komt de onderdrukking niet meer van buitenaf, van regulering en allerhande ge- en verboden, maar van binnenuit: ‘Wij exploiteren onszelf vrijwillig en hartstochtelijk, in de overtuiging dat we onszelf op die manier verwerkelijken.’ Er is geen concrete tegenstander meer, niemand die direct onze vrijheid inperkt, geen onderdrukker om je tegen te verzetten. Wij kiezen zelf voor dit ondode leven. Opgezweept door de continue oproep om meer en beter te presteren, is de uitgebuite werknemer getransformeerd in de vrije ondernemer die zichzelf exploiteert.

Han citeert Kafka: ‘Het dier ontneemt zijn meester de zweep en geselt zichzelf om zo meester te worden.’ Tegenwoordig zijn wij meester en slaaf ineen. De klassenstrijd heeft plaatsgemaakt voor een interne strijd tegen onszelf. Geweld keert zich niet meer naar buiten, tegen onderdrukkende structuren, maar naar binnen. Vandaar dat de cijfers van depressie, burn-out, automutulatie en zelfdoding almaar groeien. En dat zal voorlopig ook niet veranderen, aldus Han, aangezien het huidige systeem steunt op de eenzame, geïsoleerde ondernemer van het zelf: ‘Je kunt geen revolutionaire massa vormen uit depressieve, ontwortelde individuen.’

Vergroten door te klikken


Han staat in de traditie van de Frankfurter Schule. Net als de filosofen uit deze school – onder meer Benjamin, Adorno en Marcuse – richt hij zich voornamelijk op (pop)cultuur om de heersende ideologie te analyseren die ons heeft gevormd, ons denken en voelen stuurt, en die we zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden als de vis die het water niet meer ziet waarin hij zwemt. Tegelijkertijd echter is Han bij uitstek een denker van en voor deze tijd. Hij mag dan niet vanuit een ik schrijven, op veel andere vlakken valt hij wel degelijk vaak samen met hetgeen hij bekritiseert.

Zo hekelt hij bijvoorbeeld het verdwijnen van verhalen in deze tijd, er is alleen nog een eindeloze stroom informatie die ons overspoelt, maar zelf draagt hij in hoge mate bij aan die stroom: als zijn boeken iets ontberen is het wel een verhaal. Han schrijft voornamelijk in catchy oneliners die het zo goed doen in allerhande columns, TED Talks en TikTok-filmpjes. Citaten uit zijn werk zijn makkelijk te delen, de algoritmen hebben een voorkeur voor hem, online genereert hij talloze hartjes en likes: juist het door hem zo verfoeide internet heeft hem groot gemaakt.

Cynisch gezien zou je zelfs kunnen stellen dat zijn hoge productie, gecombineerd met alle herhaling, van elk laatste boek het intellectuele equivalent maakt van de iPhone-zoveel die de vorige editie vervangt.

En echt nieuw is het allemaal ook niet. Zie de Frankfurter Schule – maar ook de talloze boeken, artikelen en persoonlijke essays die inmiddels verschijnen over de prestatiesamenleving, zelfoptimalisatie die tot zelfexploitatie leidt, de heersende gezondheidscultus, de havermelkelite, depressies die voortkomen uit een gebrek aan connecties, het asociale van sociale media, of hoe het voelt om een laatmoderne mens te zijn: vervreemd, ontheemd en uitgeput. Meestal is kapitalismekritiek daarbij niet ver weg. De meeste mensen weten het immers allemaal al. Veel van de analyses van Han zijn allang doorgedrongen tot het grote publiek, mede dankzij al die columns, TED Talks en TikTok-filmpjes. Tegenwoordig is iedereen een cultuurcriticus. Alleen is Han echt heel veel beter dan de rest.

Het verschil zit hem niet alleen in de diepte van zijn analyses of de tomeloze energie, lees: levenslust, van zijn stijl. Het is dat de gemiddelde cultuurkritiek doorgaans zo gretig terugvalt op ouderwetse ge- en verboden. Zet je telefoon of router eens uit. Lees een boek. Maak een praatje met een vreemde. Luister naar een ander. Luister naar de zee (dit is overigens de ultieme gladstrijking van de Ander, maar dat terzijde). Kijk om je heen, verwonder je.

Het is de doelgerichtheid, dat denken in individuele oplossingen, dat zo naadloos aansluit bij de laatkapitalistische ideologie. Het is het optimisme ervan. Als er geen rituelen meer zijn, maken we toch gewoon onze eigen rituelen? Dan branden we een kaarsje in een tent die als gesubsidieerd kunstproject tijdelijk ergens is neergezet, of planten we een boom voor onze dode vader. Uiteindelijk draait alles om aandacht, toch?, en aandacht is liefde, en op die manier is op zondag de krant lezen of met een bord eten op schoot Studio Sport kijken heus ook wel een soort ritueel. En als we grote verhalen missen, in de politiek bijvoorbeeld, dan neemt elke willekeurige partij gewoon een heidag, stelt wat focusgroepen in, huurt nog een bevriende copywriter in, en komt er wel wat: Yes we can!

Als vissen die het water niet meer zien, bieden veel hedendaagse cultuurcritici geen oplossingen, maar verergeren ze juist het probleem. Want zo simpel is het allemaal niet, laat Han zien. Een ritueel onderga je niet in je eentje, of met een groepje gelijkgestemden, maar overstijgt juist de individuele ervaring en het eigen ego: het verbindt je aan grond (de voorouders), hemel (de goden) en elkaar (de gemeenschap). Een verhaal kan niet zomaar worden bedacht.

Of zoals Han zegt: ‘Een verhaal dat de wereld verandert, dat de wereld opent, wordt niet willekeurig door een individuele persoon in de wereld gebracht.’ Laat staan door een denktank. Een verhaal is de uitdrukking van de stemming van een tijd, er zijn talloze verschillende krachten en spelers nodig om het te vertellen, en al helemaal om het te veranderen. Het enige wat je als individu daarom kunt doen is een vonkje inbrengen dat samen met talloze andere vonkjes op een dag hopelijk een vuur ontbrandt.

Dus wat als je zo’n vonkje wil zijn?

Een ding is in elk geval zeker: tegenover de kapitalistische doodsdrift kán alleen maar de levensdrift staan. En die levensdrift, schrijft Han in Vita contemplativa, borrelt op in de inactiviteit. Niets doen vormt het tegenwicht. Niet per se op persoonlijk niveau, Han geeft de lezer geen opdrachten of lifehacks, maar beschrijft in plaats daarvan de achilleshiel van het laatkapitalistische systeem.

Al is dit wel waarom hij zelf leeft zoals hij doet. Zijn luiheid, het tuinieren en pianospelen, de idioot uithangen: Han kan het doen omdat hij er dankzij zijn succes het geld voor heeft, maar in een interview met El País stelt hij ook dat hij deze benadering van het leven als een politieke daad beschouwt. De wereld heeft een verkeerde afslag genomen, zegt hij in het interview, en daarom beweegt hij zich nu in de tegenovergestelde richting. ‘Achteruit leven’, noemt hij het.

Het is de alomtegenwoordige nadruk op productie, prestatie en groei, die kankerachtige woekering, die ons continu aanzet tot handelen, en ons daarmee heeft gereduceerd tot ‘gebruiks- en werkvee’. We razen zo hard door dat er een ademloosheid is ontstaan: ‘De mens stikt zowat in wat hij zelf aan het doen is.’ Wat volgens Han daarom nodig is, is stilstand. Een overgang van handelen naar zijn. Want pas in de inactiviteit worden we de grond waarop we staan gewaar en de ruimte waarin we ons bevinden. Pas dan schakelt het leven ‘over op zijn contemplatieve modus en pendelt terug naar zijn geheime zijnsgrond’.

Ter ondersteuning voert Han in Vita contemplativa een hele reeks filosofen aan. Guy Debord, Adorno, Nietzsche, de late Heidegger, Thomas van Aquino, allemaal zeiden ze hetzelfde: een bestaan dat overdacht kan worden, aanschouwt en beschouwt, het vita contemplativa dus, is het ‘doel van heel het menselijk leven’.

De sabbat is ook nooit een rustdag na de scheppingsdaad geweest waarop God zogezegd op adem komt, stelt Han. Nee, die rust vormt de essentie, is de kern van de schepping. Daarom is de rust, de inactiviteit, ook goddelijk: ‘Als we rust ondergeschikt maken aan werk, negeren we het goddelijke’. Hij haalt weer een haiku aan: ‘Rustig zitten, niets doen/ de lente komt/ en het gras groeit vanzelf.’

Pas als de doelmatige nadruk op functionaliteit en nuttigheid verdwijnt wordt overleven leven. Pas dan ‘vibreert het leven zichzelf’. Komt het ego los van zichzelf, wordt het weer ontvankelijk voor zijn omgeving, kan het de Ander horen en zien. Want in de inactiviteit bestaat geen vastbesloten zelf. De mens legt zijn naam af, hij wordt niemand en geeft zich over aan dat wat gebeurt. Of zoals Han Roland Barthes citeert: ‘Dat zou de echte luiheid zijn: zo ver komen dat je, op bepaalde ogenblikken, geen “ik” meer hoeft te zeggen.’ Alleen dan behoort het leven zichzelf toe en wordt het weer speels en feestelijk.

De inactiviteit heeft haar eigen logica, haar eigen taal, haar eigen tijd, haar eigen architectuur, haar eigen pracht, ja haar eigen magie. ‘Zij is geen zwakte, geen gebrek, maar een intensiteit, die in onze op activiteit en prestaties gerichte maatschappij niet meer wordt waargenomen en geen erkenning vindt.’ Maar dit is waar het ware geluk in schuilt: in het doel- en nutteloze, ‘het bewust omslachtige, het onproductieve, het nemen van omwegen, het buitensporige, het overbodige, de fraaie vormen en gestes die geen nut hebben en nergens toe dienen’. Vrijheid van doel en nut is de essentie van inactiviteit en de basisformule voor geluk. Het is de zin van het leven. Inactiviteit geeft het bestaan feestelijkheid en glans.

Tegen die eeuwige dwang om te presteren, te produceren en te consumeren, moet volgens Han dan ook een politiek van inactiviteit worden gezet. Een politiek die werkelijk vrije tijd kan genereren. En daarin staat, als het aan Han ligt, het feest centraal.

Het is een onderwerp dat in bijna al zijn boeken terugkomt, soms als terzijde, soms uitgebreid, maar het feest, zou je kunnen zeggen, is het hartstochtelijk kloppende hart van al zijn werk. En dat behandelt hij nergens zo uitgebreid als in het onlangs in vertaling verschenen Over het verdwijnen van rituelen.

Of misschien moeten we Feest schrijven, want net als met de Ander bedoelt Han zeker niet de kleine, middelmatige variant ervan. Niet het feest dat is uitgehold door commercie, met vip-ruimtes en flessen Moët en iedereen die in het wit gaat dus, maar het Feest als ‘een jubelende bevestiging van het menselijk bestaan’, zoals de Duitse (katholieke) filosoof Josef Pieper het beschreef.

Het feest brengt de tijd tot stilstand: ‘tijd als opeenvolging van vergankelijke, vluchtige momenten wordt opgeheven’. De profane alledaagsheid maakt plaats voor exces en extravagantie, men laat de controle varen en danst met wildvreemden tot het ochtendgloren. ‘Een overvloeien van het leven’, noemt Han het. Er is geen extern doel waar de feestganger zich aan onderwerpt, het collectieve narcisme verdwijnt. Het feest verzamelt en verenigt, het bindt ons aan grond, aan de voorouders die ook al zo feestten, aan hemel en elkaar: ‘Het feest sticht een gemeenschap onder mensen en met de goden. Het laat mensen deelhebben aan het goddelijke.’

Han verafschuwt de leegte en onttovering van deze tijd, hij lijkt terug te willen keren naar het kampvuur, de perenboom, de overdadige oogstfeesten. ‘Zou u zichzelf classificeren als een romanticus?’ vraagt de interviewer van ArtReview op een gegeven moment aan Han, zo groot vindt hij het verlangen naar magie en mysterie dat in al zijn werk doorklinkt. Maar voor Han, zo legt hij uit, is alles wat bestaat magisch en mysterieus: ‘De aarde is magisch en iedereen die iets anders beweert is blind.’

Het is daarom niet genoeg om voorzichtiger met de aarde als hulpbron om te gaan: ‘We hebben een compleet andere relatie met de aarde nodig. We moeten haar haar magie, haar waardigheid teruggeven. We moeten het vermogen tot inactiviteit herontdekken, het vermogen om niet te handelen.’ Wat Han zoekt is een hernieuwd evenwicht waarbij de mens niet meer zijn omgeving en zichzelf domineert, maar opnieuw een ‘thuis’ vindt.

Dat thuis zijn we verloren, laat Han in elk boek zien. De laatmoderne mens heeft geen vaste grond meer onder zijn voeten, tijd glijdt als los zand langs zijn vingers, het leven is vluchtig geworden, voelt willekeurig en toevallig, Han spreekt van een ‘contigentiestorm’. En zonder bindende en verbindende verhalen die antwoord geven op het waarom en waartoe van ons bestaan neemt die contingentie almaar toe.

Maar de wereld wordt niet zomaar weer heel. De golven informatie zullen ons via onze apparaten blijven overspoelen, globalisering is niet meer terug te draaien naar het lokale of de meent, God blijft dood: contingentie is here to stay. We zullen ons daarom, meent ondergetekende, op een nieuwe manier moeten zien te verhouden tot ruimte en tijd. Niet terugverlangen naar hoe het ooit was, met dat kampvuur en de perenboom, maar nieuwe relaties aangaan. Want Han mag contingentie, het idee dat alles ook heel anders had kunnen zijn, dan als een existentiële bedreiging zien, zelf wordt ondergetekende daar eigenlijk heel gelukkig van.

Zo’n leuk weetje over een liaan in Zuid-Amerika die het uiterlijk van naburige planten kopieert (en geen mens die begrijpt hoe hij dat doet): het is pure informatie, maar vormt wel degelijk de aanzet tot een verhaal. Bomen die via ondergrondse schimmelsporen aan elkaar verbonden zijn, het universum draait waarschijnlijk rondjes, onder de piramiden van Gizeh zijn onlangs meterslange constructies gevonden, op TikTok staat een filmpje van iemand die muziek maakt voor giraffes, kraaien en olifanten, ze komen allemaal naar hem toe, aaien hem, bewegen heen en weer, het is duidelijk: deze dieren dansen.

Contingentie gooit de boel open, en vormt bovendien een noodzakelijke inspiratiebron voor verzet. Als kapitalisme immers ergens op teert is het wel het idee dat het niet anders kan, dat dit nu eenmaal het beste systeem van alle slechte is, capitalist realism, Tina (there is no alternative). Maar het hoeft niet zo te zijn. We hoeven niet zo te leven. Het is hetzelfde gevoel dat ook de boeken van Han, met al hun informatieoverload, je als lezer geven. Er is een betere wereld mogelijk. En die zou wel degelijk zo kunnen zijn als Han hem in de laatste alinea van Vita contemplativa schetst: ‘In het komende rijk van de vrede zijn mens en natuur met elkaar verzoend. De mens is niet meer dan een medeburger in een republiek van levenden, waartoe ook planten, dieren, stenen, wolken en sterren behoren.’ Dan behoudt elk wezen op deze aarde zijn waarde. Dan vieren we feest, zingen en dansen we, en zijn we werkelijk vrij.

Meer A.I. op ShakingLife

Hoe groter de technologische vooruitgang, hoe meer we lijden

| recensie

Door Hans Achterhuis op 2 april 2026 | Filosofie Magazine

Volgens de Frans-Tunesische denker Mehdi Belhaj Kacem hebben we God zelf gemaakt en leidt techniek tot eindeloos veel kwaad.

Mag je een boek bespreken waarvan je twee hoofdstukken nauwelijks gelezen hebt? Kun je iets positiefs zeggen over een tekst waarmee je het radicaal oneens bent? Durf je een recensie aan van een boek waarvan je de naam van de auteur niet kende voordat je het in handen kreeg?

Mijn antwoord is driewerf ‘ja’. Om met het laatste ‘ja’ te beginnen, het verbaasde me dat ik van Mehdi Belhaj Kacem nog nooit had gehoord, terwijl ik de Franse filosofie toch redelijk denk te volgen. Dat deze Frans-Tunesische denker in Parijs als cultfilosoof gevierd wordt, was mij echter totaal ontgaan. Korte afstemming met Nederlandse collega’s maakte mij duidelijk dat hij in ons land inderdaad onbekend is. Omdat ik getroffen werd door de grootsheid van zijn filosofisch systeem en omdat ik de denkers waarop Kacem zich beroept – in de eerste plaats Heidegger – redelijk meen te kennen, durfde ik een recensie aan.

Tegelijkertijd moet ik erkennen dat ik, ondanks mijn intensieve lectuur, twee hoofdstukken nauwelijks kon volgen. Ze zijn gebaseerd op een filmverhaal en een literaire tekst die ik niet kende en die niet helder worden weergegeven. Toch blijven deze hoofdstukken intrigeren. De film is Total recall van Paul Verhoeven en in mijn jonge jaren als docent zou ik graag de film met studenten hebben bekeken en het commentaar van Kacem hebben bediscussieerd.

Mijn derde en nog resterende twijfel bij deze recensie was hoe je omgaat met een tekst waarmee je het radicaal oneens bent. Het grootse filosofische systeem dat Kacem optuigt loopt uit op het type speculaties over de toekomst dat we ook van de techbro’s uit Silicon Valley kennen, waarin verondersteld wordt dat techniek grenzeloze mogelijkheden geeft. Het techno-optimisme van Silicon Valley krijgt bij Kacem echter de vorm van een apocalyptisch ondergangsgeloof. Bij beide interpretaties van de ontwikkeling van techniek voel ik mij niet thuis, maar Kacems benadering geeft meer stof tot denken en dus ook tot gefundeerde tegenspraak dan het posthumanistische geloof dat ons tegenwoordig uit de Verenigde Staten toewaait.

Mensen en dieren

Wat maakt God, techniek en alwetendheid ondanks de bezwaren zo aantrekkelijk? Met behulp van de uitstekende inleiding van vertaler Pieter Lemmens waag ik enkele opmerkingen erover. In de eerste plaats gaat het om de durf om in onze tijd van filosofische interpretaties van bestaande teksten een nieuwe wijsgerige weg in te slaan. In Kacems complexe denksysteem draait het om de verschillende manieren waarop de natuur door mensen en dieren wordt toegeëigend. Belangrijk is het verschil daartussen. Beide zijnswijzen moeten zich het bestaande toe-eigenen om te overleven en dat gaat altijd gepaard met dood en lijden als een soort betaling daarvoor. De menselijke toe-eigening gaat echter verder dan die van dieren, omdat mensen zich met behulp van techniek ook de wetmatigheden van de natuur kunnen toe-eigenen. Maar naarmate de techniek meer mogelijkheden geeft, wordt ook de prijs die we ervoor betalen in de vorm van dood en lijden hoger. In de mogelijkheden van techniek schuilt ook het fenomeen van het kwaad. Voor Kacem, die niet aarzelt om het christelijke begrip ‘erfzonde’ te gebruiken, houdt kwaad in dat de techniek mensen in staat stelt om elkaar ook niet-noodzakelijk, buitensporig lijden toe te brengen.

Meer A.I. op ShakingLife