We are such stuff as dreams are made on; and our little life is rounded with a sleep.
William Shakespeare
Een vriendin vertelde me onlangs een droom, ‘waarin ze blij omhoog keek, staande voor het oude Shaffy theater’.
Ik werd gelijk nieuwsgierig naar de bron van deze gelukzaligheid, ik ontdekte als import-Amsterdammer dankzij A.I. al gauw, dat met het ‘oude Shaffytheater’, Felix Meritis bedoeld moest zijn. En vond na enig zoeken deze fraaie foto uit het Amsterdams Stadsarchief:

Felix Meritis ('Gelukkig door verdiensten') is de naam van een voormalig genootschap dat van 1777 tot 1888 bestond en van het bijbehorende gebouw aan de Keizersgracht 324 te Amsterdam, dat in 1788 in gebruik werd genomen. Het fungeerde in die periode als een cultureel centrum voor de stad. Later was er onder meer een grote drukkerij gevestigd en van 1947 tot 1981 bevond zich hier het landelijk hoofdkwartier van de Communistische Partij van Nederland.
Het gebouw is sinds 2014 eigendom van de gemeente Amsterdam en heeft weer een publieke functie. Er worden publieksprogramma’s als lezingen, debatten, optredens, film, exposities, en workshops georganiseerd rondom de domeinen van het oorspronkelijke genootschap: kunst, wetenschap en ondernemerschap. Bij de heropening van Felix Meritis op 25 september 2020 is daaraan als vierde domein ‘technologie’ toegevoegd.
Ik las verder dat het gebouw opgericht werd als ‘Tempel van de Verlichting’. En dat het achterin een kleine muziekzaal heeft met een heel fraaie akoestiek, die model stond voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Zoals het hele gebouw qua functie en aanzien, een voorloper van het Concertgebouw was.
Maar daarnaast was het indertijd ook dé Amsterdamse club voor de High Society, waar Tout le Chic lid van was.


Als de Shaffyzaal in februari 1968 opent, zijn de jaren zestig alweer bijna voorbij, maar nog lang niet helemaal.
Na provo brengt in mei 1968 de Parijse studentenrevolte de legendarische slogan ‘de verbeelding aan de macht’ in de wereld, weer een jaar later bezetten studenten in Amsterdam het Maagdenhuis. Een nieuwe tijd in de geschiedenis van de stad is begonnen. Provo Luud Schimmelpennink omschrijft later het collectieve gevoel: “Het was alsof we de wereld naar onze hand konden zetten.” Die sfeer heerst ook in het Shaffy Theater.
Al ruim vóór de oprichting van het Shaffy Theater was er in de hoofdstad sprake van een nieuwe culturele trend. Jonge makers van buiten het gevestigde theatercircuit toonden alternatief cabaret in kleine zalen. Een van de bekendsten van deze nieuwe lichting was de half-Russische Egyptenaar Ramses Shaffy – het enfant terrible van het Nederlandse toneel. Met de productie Shaffy Chantant, die in oktober 1964 in première ging in het Amsterdamse Miranda Paviljoen, vestigden hij en zangeres Liesbeth List hun naam. De pers loofde Shaffy’s literair-poëtische cabaret met zijn on-Hollandse joie de vivre. Na een periode van tournees wilde hij een eigen plek in Amsterdam.
Psychedelische kleuren
Eind 1967 viel zijn oog op Felix Meritis, het pand van de Communistische Partij van Nederland (CPN) aan de Keizersgracht. Hij maakte er de roemruchte happenings en provadya’s mee van Ad Visser, Koos Zwart en Fluxus-kunstenaar Willem de Ridder. Alternatieve avonden met dans, theater, film, poëzie, lichtshows en livepopmuziek inclusief goochelacts, naaktdanseressen en seksfilms. In deze omgeving voelde Shaffy zich thuis. Zijn manager Thijs Chanowski – bekend als producent van de Fabeltjeskrant – sloot een huurovereenkomst met de CPN. Een bovenzaal aan de achterkant van het pand kreeg psychedelische kleuren met in het hart een grote vijfpuntige ster en een inrichting met spoorbielsen en Perzische tapijten van het Waterlooplein: de Shaffyzaal was geboren.
De nieuwe voorstelling Shaffy Chantate (februari 1968) was een groot succes. In de weekends werden de balkons volgepropt en van een tweede rij voorzien; elke avond moesten er vele tientallen mensen worden weggestuurd die op de bonnefooi naar Felix Meritis waren gekomen. Toch kwam de productie niet uit de kosten vanwege de torenhoge investeringen in zaalinrichting en techniek. Chanowski trok zich daarom terug uit de onderneming en zijn werknemer Steve Austen, destijds al twee jaar roadmanager van Ramses Shaffy, nam als zelfstandig producent het roer over. Hij sloot een huurovereenkomst met de CPN en kreeg van Shaffy toestemming om diens naam als merk te gebruiken en ook anderen in de Shaffyzaal te programmeren.
Alternatief
Op 21 januari 1969 opende het Shaffy Theater met Shaffy Verkeerd, waaraan het trio Louis van Dijk en het trio Thijs van Leer meededen. Een van de vele gasten was Rob van Houten, die later naam maakte met zijn flamboyante Funhouse-shows. Vanaf het eerste seizoen gebruikten ook anderen de nieuwe zaal, onder wie de liedjesschrijver Lennaert Nijgh en Teater Terzijde (1965-1969), Nederlands eerste politieke multimediale theatergroep onder leiding van regisseur Annemarie Prins. Zelf bleef Ramses Shaffy niet lang in het pand. Al in het tweede seizoen zette hij zijn carrière elders voort, alhoewel hij nog jarenlang regelmatig terugkwam om als gastheer op te treden in het theater dat zijn naam droeg.
Het Shaffy Theater werd dé plek voor artistiek alternatief Amsterdam. In korte tijd nam het aantal voorstellingen explosief toe. Ruim 300 stonden er in het voorjaar van 1972 op het programma, met bijna 25.000 betalende bezoekers. Een paar jaar na de oprichting nam het Shaffy Theater ook de Zuilenzaal, de Concertzaal en twee grote ruimtes aan de voorkant van het pand in gebruik. In de rechterruimte kwam de kassa, in de linker (de voormalige CPN-koffiekamer) het café met een kleine, donkerrode bar, die midden jaren zeventig plaats maakte voor een knalroze/blauwe bar tegen de achterwand.
Knokploeg
Deze bar was het eerste echte theatercafé in de stad. Anders dan in andere theaters kon je er niet alleen tijdens de koffiepauze, maar ook vóór en na de voorstellingen drankjes bestellen. Het café werd een trefpunt waar spelers en publiek de voorstellingen met elkaar doornamen en bleven hangen, alsook een populair blowcentrum. Ze konden er tot zes uur ’s ochtends doorgaan – de politie liet zich niet zien, dat stond de CPN niet toe.
De CPN en het Shaffy Theater waren geheel verschillende circuits, maar hadden een goede verstandhouding. Austens toenmalige echtgenote Ineke – sinds 1971 publiciteitsmedewerker van het Shaffy Theater – herinnert zich: “Toen ze merkten dat het Shaffy een directeur had die zelf ook een bezem hanteerde, kon eigenlijk alles. Ze hielpen ons vaak. Op een gegeven moment hadden we een Vlaamse voorstelling over de nationaalsocialist Cyriel Verschaeve. We wisten dat Glimmerveen-aanhangers stennis wilden komen trappen. In de straten rond Felix paradeerde de politie te paard. De CPN wilde geen politie in het pand, dus kregen we van de partij een knokploeg. Toen die neonazi’s binnen met eieren begonnen te gooien, gooide die knokploeg ze eruit.” [Joop Glimmerveen was een Haagse neonazi, die in 1974 voorzitter werd van de extreemrechtse Nederlandse Volksunie, red.] Het door een CPN-dame bemande portiershokje midden in de gang naar de theaterzalen valt achteraf te zien als het symbool van de wonderlijke, maar destijds vanzelfsprekende samensmelting van de functies van het gebouw: enerzijds CPN-hoofdkantoor en krantenredactie van De Waarheid, anderzijds thuishaven van uiteenlopende kunstartiesten en podiumbeesten.
Bijenkorf
De grote bloei beleefde het Shaffy in de jaren zeventig, de hoogtijdagen van hippies en flowerpower. Het succes was te danken aan de kwaliteit van de vaste bespelers: Neerlands Hoop (het duo Freek de Jonge en Bram Vermeulen met hun geheel eigen, dwarse opvatting over cabaret); toneelgroep Baal (toneel en muziektheater onder leiding van regisseur Leonard Frank en met medewerking van componisten Willem Breuker en Louis Andriessen); het Onafhankelijk Toneel (theatermakers en beeldend kunstenaars die een geheel nieuwe speelstijl in het theater introduceerden waarin de acteur zelf centraal stond) en Hauser Orkater (beeldend muziektheater met als spil de broers Van Warmerdam, die nog steeds actief zijn als makers van film, theater en muziektheater). Ook op het gebied van de moderne dans (Krisztina de Châtel en Stichting Dansproduktie) en hedendaagse muziek (de STAMP-concerten onder leiding van saxofonist en componist Theo Loevendie) bood het Shaffy de nieuwste ontwikkelingen. Bovendien was in het pand een van de eerste filmhuizen van Amsterdam gevestigd.
Het Shaffy Theater speelde een centrale rol in het leven van jonge kunstenaars en kunstminnaars. Wie in het weekend onder de pannen wilde zijn, ging naar het Shaffy. Om te zien en gezien te worden, om te versieren en versierd te worden en om zich te laven aan de niet te stuiten golf van culturele vernieuwing. Er waren in sommige zalen wel drie voorstellingen achter elkaar te zien. En dan kon je ook nog naar een nachtvoorstelling gaan en naar livemuziek in het café. Rudolf Lucieer, destijds acteur bij toneelgroep Baal: “Nergens anders buitelden al die theatervormen in hun verscheidenheid zo over elkaar als in het Shaffy Theater: de artistieke bijenkorf van het experimentele.”
Kaartjesscheurders
Het Shaffy Theater had ook een heel andere bedrijfsfilosofie dan de grote, traditionele schouwburgen. Enkel slagzinnen maakten dat duidelijk: ‘Shaffy, het theater waar alles kan’, ‘Het aanbod bepaalt de vraag’ en ‘Het theater voor makers, niet voor toeschouwers’. “Je kon vandaag bedenken dat je morgen wilde optreden. Je kon er ook voor kiezen geen pauze te houden of een aantal maanden in het theater te staan, zaken die in het commerciële theaterbestel waren uitgesloten”, vertelt Steve Austen. “Bij ons was altijd plek, want we konden altijd nachtvoorstellingen inlassen. We maakten gewoon plek als we het de moeite waard vonden.”
Ook de interne bedrijfscultuur week af van wat naoorlogs Nederland gewend was. Er waren collectieve vergaderingen, waarin iedereen zijn zegje kon doen. Steve Austen, die zichzelf zag als “een verlicht despoot”, had uiteindelijk wel het laatste woord, al was dat lang niet altijd duidelijk.
Hoe het eraan toeging, vertelt medewerkster Linda Snoep, aangenomen als ‘kaartjesscheurder’: “Tijdens de wekelijkse vergadering op maandagochtend, die door alle medewerkers en dus ook de kaartjesscheurders werd bezocht, werd werkelijk alles ter tafel gebracht en tot het gaatje bediscussieerd, helemaal in jarenzeventigstijl, waarin beslissingen democratisch en collectief genomen moesten worden. (…) Niet alleen de verstoppingen in de wc werden besproken, maar ook alle voorstellingen. Wat vonden we ervan en waarom? Ook werden daar de uitnodigingen voor voorstellingen buiten het Shaffy verdeeld. De bedoeling was om bij een volgende vergadering verslag te doen en een beoordeling te geven of deze voorstelling al dan niet geschikt was voor programmering in het Shaffy.”
Theater met een K
Snoep maakte zelf gebruik van deze mogelijkheid en rolde in de programmering. Nadat Steve Austen in de zomer van 1978 het Shaffy Theater als directeur had verlaten, namen zij en zijn jongere broer Matti de programmering over. Zij brachten ‘de Belgen’ naar Amsterdam, nog vóór de opening van het Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond. In 1981 organiseerden ze twee Belgische manifestaties in het Shaffy Theater. In alle zalen waren doorlopend voorstellingen. Op het programma stond onder meer Theater geschreven met een K is een Kater, het debuut van theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre. Een jaar later haalden zij de Belgische danseres en choreografe Anne Teresa De Keersmaeker naar het Shaffy met de voorstelling Fase. Voor beide Vlamingen was het de start van een succesvolle internationale carrière.
In de jaren tachtig werd alles anders in de stad en in het Shaffy Theater. Voor Amsterdam begon het decennium met de grote krakersrellen in de Vondelstraat en twee maanden later het oproer tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980. In 1981 verkocht de CPN Felix Meritis aan de gemeente Amsterdam. In september 1984 trad voormalig Hauser Orkater-lid Dick Hauser aan als nieuwe directeur van het Shaffy Theater. Hij werd geconfronteerd met grote veranderingen in het theaterbestel. Het zogeheten margetheater kreeg steeds meer invloed op het gevestigde theatercircuit. Dankzij het succes van het Shaffy Theater was er vraag ontstaan naar vlakkevloertheater (publiek op dezelfde hoogte als het toneel) en kleine zalen met een flexibel podium. Amsterdam kreeg zo een geheel nieuw theatercircuit. Zelfs ontstond er nog een ‘derde circuit’ voor beginnende jonge theatermakers, vaak in kraakpanden.
Shaffy-Onmisbaar-Marathon
Veel gezichtsbepalende groepen trokken nu weg uit het Shaffy of werden niet meer door Hauser geprogrammeerd. Vaste bespelers als Maatschappij Discordia (een afsplitsing van het Onafhankelijk Toneel) en de mimegroepen Nieuw West en Carrousel trokken aanmerkelijk minder publiek dan een aantal groepen in de jaren zeventig. Bovendien verliep de zoektocht naar jonge theatermakers bepaald niet over rozen. Een nieuwe generatie diende zich pas een paar jaar later aan.
Het tij keerde. Eind september 1988 lanceerde de Amsterdamse wethouder van cultuur Minnie Luimstra (CDA) het plan om de subsidie in te trekken en het pand toe te wijzen aan De IJsbreker, het centrum van hedendaagse muziek. Het theater bood tegenspel met een grote Shaffy-Onmisbaar-Marathon (29 oktober 1988), maar het mocht niet baten. De gemeenteraad stemde in met de subsidiebeëindiging.
Toch gaf het theater zich niet gewonnen. Een nieuwe zeskoppige directie (Steve Austen, Jan Joris Lamers, Chris de Jong, Matti Austen, Hugo de Greef, Nele Hertling) nam het roer over en kondigde aan in het pand een Europees Centrum voor Kunst en Wetenschap te vestigen. Nog geen jaar later viel de Berlijnse muur en was het nieuwe Europa een feit. En het Shaffy? Dat begon aan een nieuw tijdperk als discussiecentrum – maar dat is een weer een heel ander verhaal.
Na woord van Ram[1] Hein
In mijn dromen ben ik regelmatig de weg kwijt in de stad, ik sta dan op een of ander plein en kijk hulpeloos om me heen. Als ik het niet meer uithoud, houd ik wanhopig iemand aan – om dan te ontdekken dat die het óók niet weet, dat ik op niemand vertrouwen kan.
Als in een reflex pak ik dan m’n telefoontje, als ik dat tenminste kan vinden, om Klaaske te bellen. Maar krijg haar telkens niet aan de lijn…
Hoewel – recent lukte dat wel, toen ik kreeg ik verbinding! Maar toen had er in m’n droom ook een nieuwe ontwikkeling plaats gehad: ik was m’n fiets kwijt! En degene die daar overging, was nergens meer te vinden en plaatsvervangers evenmin.
Ik zou na dat hele bovenstaande verhaal, natuurlijk graag zeggen: “Ook ik ben een Amsterdammer!” Maar daar hangen dus wat twijfels aan…
____________________
[1] 25 maart.
| EINDE |
