Tai Chi in het buurthuis

Vanaf dit podium wordt ons de Tai Chi Chuan vorm geleerd. Beethoven let op de noten…

Het eerste wat me opviel in ons Tai Chi zaaltje in het Huis van de Buurt ‘Het Schouw’, aan het Dollardplein in Amsterdam Noord, was de wandplaat met het de kaart van Indonesië, met het eiland Java waarop Puwokerto ligt, de geboorteplaats van Maarten Houtman – alsof hij er in de geest bij zou zijn…

Maarten Houtman bij de viering van zijn 80e verjaardag.

Dat waren ook de gelegenheden waar Klaaske en ik Tai Chi leerde kennen: de vijfdaagse sessies van Maarten Houtman, waar Epi van de Pol tussen 1983 en 1992 de Tai chi lessen verzorgde en ons de vorm leerde. Daarnaast hebben we ook een aantal jaren zijn wekelijkse lessen gevolgd in Utrecht.
Epi’s enthousiasme werkte aanstekelijk, bij elke gelegenheid leerde hij ons stukje bij beetje opnieuw ‘de vorm’ – totdat die als één vloeiende beweging werd.
We hebben Epi vanaf de eerste sessie in Eefde mee mogen maken. Maarten – die hem kennelijk aan voelde komen – vroeg me hem bij de voordeur op te halen. Zijn lessen waren een plezier, de deelnemers volgden ze met graagte.
Maarten heeft Epi altijd de hemel in geprezen, hij voelde hoe intens de sfeer was als hij na afloop binnenkwam voor zijn toespraak en het gesprek. Tai Chi stond als aandachtsoefening voor hem op de bovenste rij zoals blijkt uit zijn toespraak Tai Chi van de geest.

Epi van de Pol geeft een demonstratie Tai Chi tijdens de viering van Maarten’s 80e verjaardag in het Damstede Lyceum in Amsterdam in 1998.
Onze huidige Tai Chi leraar Steffan, met Klaaske op de achtergrond.

Steffan noemt zichzelf een ‘circusartiest’. Dat prikt wel een beetje, als je zelf jarenlang Tai Chi hebt gedaan, maar nauwelijks meer op één been kan staan… Toen ik pas last van duizelingen had, bad ik een schietgebedje: ‘morgen geen Tai Chi alstublieft…’ Laat er die nacht nu een mailtje van hem binnenkomen, dat hij ziek was, geen Tai Chi…
Bij Steffan gaat de aandacht meer uit naar de vloeiende beweging dan naar de ‘vorm’.
Maar hoe dat afloopt zullen we niet weten, nu het Leger des Heils als werkgever op zijn levenspad is gekomen. Zijn collega Isabelle volgt hem op, bij haar ligt het accent op Qigong.

Als je je de vraag stelt – en ik denk dat iedereen zich die moet stellen – van ‘hoe kun je opmerken’, dan moet je beginnen met die gebieden die niet bedreigend zijn. Zo zou je dus Tai Chi bijvoorbeeld kunnen doen. Maar zodra je met Tai Chi iets probeert te bereiken, dan is het al weer mis. Als je dat van jezelf merkt, zou je dus terug moeten gaan naar eenvoudiger bewegingen, waar niks mee bereikt kan worden, wat je alleen maar kunt ervaren.
Maarten Houtman, Opmerken is een kunst, Eefde december 1989.