De laatste keer

De laatste keer dat ik Maarten Houtman meemaakte, was drie dagen voor zijn overlijden – op 5 januari 2011. Ik had gevraagd of ik – op haar verzoek – een vriendin mocht meenemen, die hem welbekend was: Erna Heijligers.[1] Ze leed al jaren aan kanker, haar ziekte bereikte langzaam maar zeker een kritiek stadium.

Na aankomst in het paviljoen in Berg en Bosch waar hij lag, hebben we met z’n tweeën even aan zijn bed gezeten. Daarna trok ik me terug achterin de kamer, wetende dat Erna graag met hem over haar naderende einde wilde spreken.

Aanvankelijk leek Erna alleen maar afscheid van Maarten te willen nemen en ze bedankte hem voor de steun die ze van hem ondervonden had – totdat Maarten haar op de vrouw af vroeg: “Je had een vraag aan me…?”

Toen vertelde ze hem dat ook zij voor de dood stond…

Hoewel ik het gesprek van een afstand volgde, probeerde ik me toch zoveel mogelijk onzichtbaar te maken.

Ik wilde Erna inderdaad de kans geven met Maarten te praten, ook al bleef ik daar zitten. Helemaal weg gaan kwam niet in me op, het kon wel eens de laatste keer zijn dat ik hem zag…

Op een gegeven moment kwam Hanna, Maartens vrouw, binnen, niet lang daarna vertrokken we. Nog eenmaal hadden Maarten en ik oogcontact. Ik zag zijn rustige, ernstige ogen, die me zeiden dat het altijd zo geweest was en nooit anders zou zijn…

Zo had ik afscheid genomen van een vriend die dertig jaar lang mijn metgezel was op mijn levenspad, we hadden intensief met elkaar opgetrokken. Ik volgde al die tijd zijn wekelijkse – later maandelijkse – meditatiegroepen, en maakte veel van de lange sessies en weekenden onder zijn leiding mee.

Maar we zagen elkaar ook in allerlei omstandigheden van ons privé bestaan. Zo bracht hij me de beginselen van de lay-out bij, zorgde ervoor dat ik een computer ging gebruiken en betrok me van meet af aan bij de stichting ‘Zen als Leefwijze’. Hij bracht ook nieuw leven in mijn huwelijksrelatie, en we sloten vriendschap met de wederzijdse partners.

Maar Maarten was bovenal de mens die er altijd voor me was, die me met eindeloos geduld liet zien dat de grote aanwezigheid zich altijd om je bekommert. En die in de buurt was als ik vast dreigde te lopen of me afwendde in m’n koppigheid.

Zoals veel van zijn leerlingen, was ook ik door het leven getekend; ik was door een diep dal gegaan, waarin de vele aspiraties en idealen van de vroege jaren waren vervlogen. Wat restte was een soort minimaal bestaan, met een gevoel van mislukking en beginnende gebreken aan lichaam en geest.

Wat mij tot deze wonderbaarlijke ontmoeting, deze ‘kans van mijn leven’, heeft uitverkoren, zal me wel altijd een raadsel blijven. Misschien dat de vlam van de aandacht in me nooit helemaal was gedoofd. En ik had een ongelofelijke honger te begrijpen – waarbij ik me weliswaar wel héél ver op de uitzichtloze weg van het waarderende denken had begeven…

Erna Heijligers

Na afloop van ons gemeenschappelijke en tevens laatste bezoek aan Maarten, liepen Erna en ik daar in de buurt nog een eindje door de bossen. De intensiteit die we binnen hadden beleefd, straalde uit op de wereld om ons heen. Terwijl we over de paden liepen, genoten we van het licht, van de natuur, van het leven…

Een paar maanden later kreeg ik een telefoontje van haar partner dat Erna stervende was. Vrienden en bekenden mochten nog een laatste keer langs komen om afscheid van haar te nemen.

Het is een wonder hoe mensen op je pad komen – en je uiteindelijk toch weer alleen verder gaat. Maar de grote aanwezigheid heeft me nooit meer verlaten. Als het een persoon was, zou ik zeggen dat Maarten er nog steeds is. Maar het is er nooit voor je naar believen, steeds als een geschenk – en als een voortdurende herinnering aan het mysterie van het bestaan.


[1] Erna was degene die me leerde shaken – zie Barzakh, 9 juni 2018. Ze heeft, vakkundig journaliste als ze was, verder meegewerkt aan diverse uitgaven van ‘Zen als leefwijze’, waaronder ‘De Tao van Zen’ (2008) en ‘Blijf luisteren, het verhaal gaat verder’ (210) – zie Etalage. Bij maartenhoutman.nl/…/interviews/ staan gesprekken die ze had met Maarten en met Nico Tydeman.

God laat zich niet hacken

 

God laat zich niet hacken –

eindeloos zijn mijn pogingen

toegang te krijgen

tot Uw zwaar beveiligde domein,

alle sleutels, alle wachtwoorden

in de wereld heb ik uitgeprobeerd. 

 

Heer, ik smeek U, geef mij

toegang tot Uw geheime domein –

… of zou ik het zelf zijn

die in het bezit is van de codes,

Uw beheerder die sluimert noch slaapt,

die op U wacht in het holst van de nacht.

 

Ik moet het zelf ontdekken

dat ik alleen U toegang kan geven,

de deuren openen voor Uw aanschijn

U ontvangen als een verloren zoon,

die bleef wachten op een feestelijk onthaal –

ik blijf op U wachten tot in eeuwigheid.

 

Mijn Geliefde, blijf op mij wachten

voor altijd.

 

 

 

 

 

La grande illusion

Er kwam bij mij zojuist een bericht van YouTube binnen over hun nieuwe Servicevoorwaarden, ‘Beperkingen op gezichtsherkenning’ was de titel.

Laat dat nou precies de beperking zijn waar ik sinds enige tijd aan lijd… Dus ik voelde me weer helemaal bij de tijd…
‘Plaatjes’ bekijken is voor mij überhaupt wat lastig – wat ook een handicap is bij lay-out werk.
Een van m’n laatste foto’s voor het fatale incident, was deze blik op ‘landelijk Noord’. Gelukkig kan ik de gaafheid van de blauwe spiegeling nog steeds goed zien…
Je moet trouwens niet gek opkijken als op deze plek binnenkort een gevecht tegen windmolens plaats vindt – hier zouden volgens de gemeentelijke plannen namelijk giga-windmolens moeten verschijnen, hoger dan de Dom van Utrecht. Allemaal voor het milieu…

Buiksloterdijk, Amsterdam-Noord | 2 januari 2021 9:38
Onze schoonheidsbeleving van de wereld hangt samen met de gaafheid van onze waarneming…

Mijn wereld zag er vanaf die bewuste dag inderdaad totaal anders uit, alsof de ban was verbroken van de betovering die de zintuiglijke waarneming op ons uitoefent – een innige, vanzelfsprekende band, door ons gekoesterd als ‘de werkelijkheid’.
Maar wat als die werkelijkheid niet langer werkelijk is en die basis van je bestaan wegvalt…
En dan zijn we weer terug bij die fundamentele vraag: wat is voor ons ‘werkelijk’? Want dan heb je het niet meer over de kunst van het overleven, zoals het ‘centreren in je aardse midden’, dan heb je het erover, zoals Maarten Houtman zegt in Nietsdoen als je wakker wordt[1]:
“dat je een bewustzijn bent, wat in onafgebroken relatie, contact, verbondenheid, staat tot het totaal van het leven. Dat je je schijnidentiteit, waar we ons zo druk over maken, totaal verliest. Want dat is voorbijgaand. Daar doen we ons hele leven zó ontzettend ons best voor… en waaróm? roept hij wanhopig,als je geluk hebt, duurt het honderd jaar en dan is het voorbij…”

Maar het gaat nog dieper…
Naast onze gehechtheid aan onze zintuigen, ons absolute geloof dat wat we zien, horen, proeven ‘de werkelijkheid’ is, gaan vanaf het moment dat we uit de diepe slaap komen – waarin we dicht bij de Oorsprong zijn – en opstaan, onze gedachten, idealen en ambities met ons aan de haal… En die leven we, die zíjn we, daarin zijn we een heel leven lang aan het streven…

Is ons bestaan daarmee niet één grote illusie, Maya, zoals het in het Boeddhisme heet…

Na mijn CVI (= ‘Cerebraal Visueel Incident’, zoals het zo fraai het) van begin dit jaar, heb ik een maand voor me uit zitten staren. Eigenlijk voelde ik me bevrijd,‘onthecht’…
Daarna ga je proberen te leven met je ‘nieuwe werkelijkheid’ – en toen was dat voorbij…

Wat blijvend lijkt, is een vreemd soort desoriëntatie, die ik nog steeds aan het onderzoeken ben:
In een vreemde omgeving – ik reisde zelfstandig met de trein naar Tiel – kan ik redelijk m’n weg vinden, ik volg gewoon de regels en de borden. Maar in een zogenaamde ‘vertrouwde’ omgeving, als ik denk dat ik het weet, kan het zomaar mis gaan. Dan begin ik wanhopig naar ‘houvast’ te zoeken: ik vraag de weg aan een voorbijganger, of kijk op m’n iPhone …. maar die lijkt de kluts ook regelmatig kwijt te zijn, ‘Route opnieuw aan het berekenen …’, verschijnt dan bovenin het scherm.
Het lijkt wel magie…

Maar er blijkt toch ook een zekere systematiek in te zitten. Zo ontdekte ik onlangs dat ik bij het uitstippelen van een route, het hardnekkig idee heb dat ik eerst de pont naar Noord moet nemen … alsof mijn bestaan in Amsterdam Noord uitgewist is en ik weer terug ben op de Binnenkant…
Op het terras van Eye gezeten, wees Klaaske me op de zijtak van het IJ aan de overkant waar we met onze woonboot afsloegen als we via het IJ op weg waren naar de scheepswerf op de Westelijke Eilanden, voor het driejaarlijks onderhoud.
En precies daar wrong iets bij mij vanbinnen … kwamen we dan van deze kant van het IJ of kwamen we van de overkant…

Met illusies leren leven, heet dat…

Epiloog

Vanochtend vroeg had ik last van m’n keel en vond dat ik zo’n keiharde Enchinaforce kauwtablet moest nemen. Maar op het moment dat ik hem tussen m’n kaken klemde en kraakte, wist ik: dat gaat fout… En ja hoor, ik voelde de schilfertjes glazuur in m’n mond…

Dat was in elk geval geen illusie…


[1] De ‘toespraak v/d maand’ van juli 2021

Een nieuwe lente


wat voorafging…

Nadat ik onlangs, op bezoek bij een oude vriendin, me een beroerte geschrokken was van haar aftakeling, heb ik minder zicht in m’n ogen. Via de oogarts belandde ik bij de neuroloog, die me op z’n computerscherm liet zien dat er een verkleuring zat aan de rand van het visuele centrum: een lokaal infarct. Verder mankeerde ik niks.

Deze week had ik een droom over m’n neuroloog, ik droomde dat ik weer een gesprek met hem had, waarbij ik mijn visie op mijn verstoorde gezichtsveld nog eens te berde wilde brengen. Maar eigenlijk wist ik dat onze werelden elkaar toch niet zouden raken.. Technisch gesproken had hij gelijk had, maar die feiten dekten mijn beleving van het gebeuren niet – ik heb er eerder op mijn blog over geschreven, zie: Liefde voor het leven.

Toen we daar in mijn droom weer tegenover elkaar zaten, mijn neuroloog en ik, zei ik hem nog eens dat zijn diagnose heus wel zou kloppen en dat hij een goed vakman was, maar dat ik er vanuit mijn standpunt nu eenmaal anders tegenaan keek.
Maar … wat wás mijn standpunt eigenlijk..
Ik zat met mijn mond vol tanden. Want wat moest ik zeggen … dat ik m’n halve leven ‘gemediteerd’ had en aan Zen deed, dat ik een meer holistische visie had..
Nou, die visie zal een  doorgewinterde materialist worst wezen…
De droom eindigde ermee dat hij zei dat we maar een nieuwe afspraak moesten maken, om zo en zo laat. Terwijl ik opstond was ik de tijd al weer vergeten … hoe laat ook weer, was het nou tien uur?

Maar toen ik de volgende ochtend wakker werd, wist ik het opeens… Spontaan wist ik wat mijn vakgebied was: de studie van het bewustzijn – zoals Maarten Houtman het tijdens die sessie van december 1990 zei: “Echte meditatie is onderzoek van je bewustzijn…”

Maar … hoe kon ik dat eigenlijk vergeten zijn… Door alsmaar te morrelen aan mijn problemen – terwijl die van die studie van het bewustzijn juist losgezongen zijn… En ook deze vraag zelf maakt eigenlijk weer deel uit van … de studie van het bewustzijn. Evenals dat ik nu een verkrampte linkerhand heb van het met één vinger typen…

Deze week heb ik een afsluitend telefonisch consult met de neuroloog. Wat ga ik hem nu zeggen…

Wat ik hem ga zeggen is dit:
“Dokter, u had helemaal gelijk. Ik probeerde iets te weten te komen vanuit de spleet van het voorlopige.[1] En dat terwijl ik na m’n infarct juist ontdekt had dat er uiteindelijk niets te weten valt – ik heb dagen voor me uit zitten kijken, erbij stilstaand zonder erover te denken – dat de tijd van oplossingen bedenken voorbij is, dat er alleen nog tijd van leven is…

Vanochtend –
de hemel was blauw,
er dreven wattenwolkjes –
ontdekte ik dat mijn duisternis,
mijn gebrek aan licht,
vanbinnen zit
alles was grauw…

Maar terug wandelend naar huis
was de afstand verdwenen
leek het heelal dichtbij –
was het bijna tastbaar aanwezig.
Terwijl om me heen
het leven gewoon doorgaat
loop ik zij aan zij.


[1] Maarten Houtman, Je adem gaat.

Bolle’s Hemelvaart

Bolle de Wijze Kater, de Tao-zenkat

van onze voormalige Huiskamergroep

is  verleden week thuis overleden,

zo berichtte zijn baasje Diana ons –

die hem, na het verscheiden van zijn zusje,

met pillen en veel liefde in leven hield…

En met geloken ogen om zich heen kijkend, ziet hij niets dan leegte:

Want wijs was hij zeker, onze kattige meester,

altijd als wij weer af dreigden te dwalen,

stak hij zijn snorharen door de kier van de deur en trok hem met z’n pootje open.

Liet daarna, staande temidden van onze roerloze gestalten, een klagelijk ‘miauw’ horen –

en bracht ons zo voortijdig aan het shaken.

Want wat een schrik … dát was niet de bedoeling…

stilte in de zaal graag! eerbied! alles volgens de regels!

… maar zachtjes smolten zij, wij, die eerzame poppen.

Hier en daar ging – niet ongezien – een oogje open,

er was geschuifel van benen, een voorzichtig lachje..

er werd zelfs een hand uitgestoken om Bolle te aaien…

Want zo doctrinair waren wij nu ook weer niet,

we voelden ons eerder betrapt op schijn-heiligheid,

op een net-doen-alsof we Tao-zen bedreven…

Maar miauw, zei de Meester: ‘Zacht zijn zonder opzet,

dat is waar het om draait, als je alle wikkels eraf windt.’

Het was alsof je Maarten hoorde praten…

En zeg nou zelf , mensen, wow, wat een demasqué…

kattenogen die dwars door ons mensen heen keken!

En er was die keer dat de muziek spontaan bij ons inbrak

en onder het zitten  ‘Trinity’ van George Gurdjieff inzette,

uitgevoerd door het Gurdjieff Ensemble –

mijn iPhone bleek op ‘spraakbesturing’ overgeschakeld te zijn –

was het misschien het  ‘miauw’ van de meditatiekat dat

de zaak in beweging zette en ons liet shaken…

Dat je het weet, grijze muis,

de kat is nu ver van huis,

maar hij blijft over ons waken

vanuit zijn meditatiekluis

op de eeuwige jachtvelden

zullen wij voor altijd in zijn aandacht zijn…

Dat ‘Trinity van Gurdjeff leek mij  een gepast afscheid van jou –

de drieëenheid van Aandacht, aandacht, aandacht..

Rust zacht, Bolle.

De overtocht naar Fudaraku

Voor Casta

Amida Welcomes Chûjôhime to the Western Paradise
 

Ben je langs de laatste wachtpost gekomen
dan is daar, haast ongemerkt, een niemandsland –
niemand bezit het, niemand claimt het,
het is er vreedzaam, een ruimte zonder eind.

Dat is het land waar de Amitabha monniken,
te water gelaten in hun gammele bootjes,
naar op weg waren, in het volle vertrouwen
de eilanden van het Westelijk Paradijs te bereiken –
ze gingen voorbij de einder een gewisse dood tegemoet.

Ze dachten, zo uitvarend naar het eiland Fudaraku,
het Zuivere Land van Boeddha Avalokitesvara te kunnen bereiken, om vóór hun dood de levende Boeddha nog eenmaal te spreken -een heel leven samengebald in één moment, in één recitatie:
‘Boeddha Amitabha, Boeddha Amitabha, Boeddha Amida,’
aan een ketting van woorden stegen ze op naar het Paradijs.

De hamerslagen waarmee de kist op het dek was gespijkerd
klonken nog na, terwijl de monnik, daar veilig in opgesloten,
moederziel alleen zijn zilte onzekere toekomst tegemoet voer.

Wil je eigenlijk weg uit het gewone leven? Het gewone leven, met zijn zorgen, zijn moeite, zijn ergernissen, met zijn korte momenten van voldoening. Wil je daaruit weg? En mediteer je om daar uit te komen?
Of ervaar je dat meditatie een uiterste concentratie is op wat je bent – niet gisteren, niet morgen, nú. En kun je daar bij blijven, of ga je toch weer weg?
Als je voortdurend aarzelt: wil ik dit, wil ik dat, neem ik een boontje meer of minder… Weet dan, liefde is de maat van alle dingen.

______________________________________
Zie ook: Yasushi Inoue, Kroniek van een overtocht naar Fudaraku , in ‘Liefdesdood in Kamara en andere Japanse verhalen’, red. Luuk van Haute.

 Shake v/d week 

 

Hanna’s liefdewerken

N.B. Door met de muis op een afbeelding te klikken, kun je hem in groter formaat bekijken!

Als een moeder die bezorgd is of haar kind wel een plekje in de wereld zal vinden – een ‘overprotective mother’, zoals dat heet zo voelde Hanna Mobach aan als je een werk van haar cadeau kreeg. Maar je wist: wat ze voor je meebrengt, daar heeft ze haar ziel in gelegd…

Het begon ermee dat Klaaske, samen met enkele andere leerlingen van Maarten Houtman, in 1984 in Hanna’s atelier een tekening mocht uitzoeken. Samen hadden ze er voor gezorgd dat Maarten’s eerste boek, Zen Notities onderweg, dat jaar uitgegeven kon worden (Ankh-Hermes had als voorwaarde gesteld dat we zelf 500 exemplaren zouden afnemen).
De tekeningen waar uit gekozen mocht worden, waren de originelen van illustraties uit het boek. Klaaske zocht deze uit die sindsdien ingelijst in haar werkkamer hangt:

‘Blauwe klokjes’, 1984.
Penseeltekening op rijstpapier, 62x48cm
 
Later kwam Hanna bij ons op de boot langs met een map met tekeningen uit dezelfde periode, ‘zodat we ze om de beurt in een wissellijst konden ophangen’ woonboot ‘Hobbitstee’ lag op een strategische plek, achter het toenmalige Meditatiecentrum ‘De Kosmos’ en tegenover het pand waar nu het Zen Centrum Amsterdam gevestigd is. Toen Maarten in 1985 de Stichting ‘Zen als leefwijze’ oprichtte, werd dat het adres van het secretariaat.
 
Maarten stond, als grafisch ontwerper, al gauw met een briefhoofd voor ons klaar.
Hoe blij we ook met Hanna’s tekeningen waren, we kozen er toch voor om er één in te lijsten. Die kwam aan het voeteneinde van ons bed te hangen en bleek op mij een heel weldadige uitwerking te hebben.
Toen we 10 jaar later ‘aan wal gingen’, hing Klaaske hem op in haar slaapkamer. Ze was inmiddels overtuigd geraakt van de magische werking van de afbeelding…
 
Boom, 1983.
Penseeltekening op rijstpapier, 62x48cm
 
Onderstaande ‘Bootjes’ kregen we cadeau toen we daar op de Elpermeer aan land kwamen wonen. En ja, het zijn er twee. En beide liggen nu op het droge. Maarten en Hanna hadden eerlijk gezegd hun best gedaan ons ervan te overtuigen om dat bestaan als ‘bootjesmensen’ achter ons te laten en gewoon in een flat in Amsterdam-Noord te gaan wonen, net als zij.
 
Bootjes, 1993
Ongeglazuurde witbakkende klei, 32x25x5,5cm
Later kwamen, niet ver van de plek waar de twee bootjes hingen, daar nog drie bomen bij…
‘Bomen’ staat nu fier op een wat gammele antieke kast, zorgvuldig vastgeplakt op het bovenblad door Hanna – die zei dat ze ze eigenlijk afgekeurd had, maar het zonde vond om ze weg te gooien…
En zie ze daar staan, ze hebben inmiddels menige huislijke storm doorstaan!
Bomen, 1998
Ongeglazuurde witbakkende klei, h49cm
 
Twee bloempjes, 1985
Penseeltekening op rijstpapier, 15x11cm
‘Twee bloempjes’ fleurt op de Elpermeer het halletje op. Het is een tere mini-penseeltekening, als het ware twee bevroren bewegingen je ziet het Hanna doen: met zwier en met puntigheid, om dan los te laten. “Breng nooit veranderingen aan in wat je aan papier toevertrouwd hebt,” was een advies wat haar vader, zelf ook kunstenaar, haar gaf.
 
‘Fruitschaal’, ∅ 33cm
De naam ten spijt, hing Klaaske ‘Fruitschaal’ aan de wand – ze wist niet hoe deze ‘schaal’ fruit zou kunnen bevatten. Toch, als ik dezer dagen een bezoekje aan Hanna breng in haar kamer in ‘Walstede’ in Tiel, staat op haar tafel net zo’n eigen gemaakte schaal, mét fruit – die ik wel een beetje terzijde moet zetten, om ruimte te maken voor m’n ellebogen.
Ik denk gewoon dat in Hanna’s werk functionaliteit niet meegebakken is. Het gaat om het materiaal, de vorm en de kleur. En wat je ermee doet, wordt aan je fantasie overgelaten.
Vogel, 1982
Porcelein, pigmenten en veldspaatglazuur; roestvrijstalen plaat; 27,5x22cm
 
Sluitstuk van de collectie is deze prachtige tegel-met-vogel op staalplaat – de combinatie tegel-metaal is er één die je in Hanna’s werk veelvuldig tegenkomt. De kwetsbaarheid en het fijnzinnige van de penseeltekening op het porcelein, geeft een prachtig contrast met het koele metaal – dat uit een andere wereld lijkt te komen.
 
 
 
Kleine schets voor ‘Dijk met huisje’, 1975
Brons, 18x6x3,5cm

En dan nog een nagekomen exemplaar…

Het is een miniatuur uitvoering (waarvan twee afgietsels bestaan) van de Dijk met huisje die op Hanna’s website staat – die door Mart Joosten uitgevoerd is in cortenstaal en aanzienlijk groter is: 17x107x37cm.
We kregen het beeldje cadeau van Sarah Visscher-Mobach, bij het afhalen van een doos met ‘Stichting Zen’ erop, die ze tussen de boedel in Hanna’s atelier aantrof. Na opening bleek er een archief van Maarten in te zitten. Daarin troffen we o.a. vijf door hem geschreven tijdschriftartikelen aan (van oudere datum), die we gelijk gedigitaliseerd hebben – zie: De dwaze monnik en Vier artikelen over dood en sterven.
Hanna’s liefdewerken, noemde ik dit verhaal. En het is duidelijk dat elk van deze werken, elke detail ervan, met liefde geschapen is. Het is ook een voorrecht te midden van zo’n verzameling kunst te mogen wonen.
Maar de lezer zal allengs begrepen hebben dat ook de gift ervan een daad van liefde was: uit pure blijdschap dat er nog meer mensen op de wereld bleken te zijn die zich van harte en zonder enige reserve in wilden zetten om het meditatie werk van Maarten te ondersteunen.
Hanna zag wat hij vermocht, hoe hij alles gaf wat hij had, ten allen tijden beschikbaar was voor wie zijn hulp nodig had – die je zelfs opbelde als hij op afstand voelde dat je het moeilijk had. Als je dan de telefoon opnam, was het even stil … en dan klonk zijn stem: “… met Maarten…”
Hij die er ook nu nog steeds voor je is.
_________________________________
 
Ook Yo-Yo Ma bereidt ons een vriendendienst met zijn #SongsOfComfort – een project, dat werd gelanceerd aan het begin van de COVID-19-pandemie ‘om troost te bieden in een tijd van angst en vrees.’
 

Foto bovenaan, Ingrid Bakker

naar boven

Nobuko Miyamoto – “What Time is It On the Clock of the World”

Simin Tander[1]

Eens was er alleen maar een nacht,
niets dan een nacht,
niets bewoog, er was geen leven.
En toen, niemand weet wanneer, 
begon iemand te zingen en riep
dat alles wat tot nu toe verborgen was geweest
in de nacht waarin niets gebeurde,
tevoorschijn moest komen
en van zich moest doen weten.
Dat lied was zo indringend
dat het ook gebeurde:
alles kwam tot leven.

‘Imah vertelt Maarten het scheppingsverhaal’, in:
Maarten Houtman, Onvoorwaardelijke liefde
Mennorode, augustus 2006

Met Klaaske als filmoperateur, hebben we meer dan een week dagelijks naar ‘Planet Earth’ van David Attenborough gekeken – de afleveringen ‘Freshwater’, ‘Caves’, ‘Deserts’, ‘Ice Worlds’, ‘Great Plains’, ‘Jungles’, ‘Shallow Seas’, ‘Seasonal Forests’, ‘Ocean Deep’ – met beelden van zo’n overdonderende schoonheid en een verhaal dat zo diep in het vlees snijdt, dat ik sindsdien zelfs anders door ons stadspark loop… Ik ervaar het groen, de geluiden, de vogels, dan als natuur, een kracht die op zichzelf staat, met een eigen leven dat – ondanks de bescheiden omvang en inpassing in de bebouwing – grenst aan, overloopt in, het mijne.
Alles is natuur, ik ben natuur…
Maar het scheppingsverhaal van de oude vertelster Imah gaat verder:
En ja, toen het er allemaal was,
moest het blijven leven, moest het voedsel hebben.
Dat voedsel was wel aanwezig,
maar de sterkste at de iets zwakkere op
en die weer de nog zwakkere.
Dus zo is het vandaag de dag.
Dat er gedood wordt, dat er begeerd wordt,
dat is heel natuurlijk. En jij hoort daar ook bij.
Alleen, als jij weet wat ik je nu verteld heb,
dan kun je proberen, als je iets neemt,
dat met eerbied te doen,
zó dat er zo min mogelijk leed is.
“En,” zegt Maarten dan, “daar kwam ik toen voor het eerst dat woord ‘leed’ tegen.”
Attenborough – die de beelden van ‘Planet Earth’ zelf becommentarieert en in het perspectief plaatst van de neerwaartse spiraal van de natuur – sprak dat woord ‘leed’ ook een keer uit…
Dat was op het moment dat we een onafzienbare kolonie walrussen zagen, ergens aan de noordrand van Siberië, dicht op elkaar gepakt op een strook langs de kust: hun laatste toevluchtsoord. Ze kropen daar over elkaar heen, verstikten elkaar, om eraan te ontkomen, sommigen klommen naar een plekje hoog op de rotsen … maar vielen te pletter als ze terug in het water probeerden te komen.
En dit soort doembeelden van kolonies en kuddes waren er meer.
Hoe betoverend de beelden vaak ook waren, bij onze filmische rondgang door de natuur zagen we meer van dat ‘alledaagse’ dierlijk leed: de strijd om de macht en om de pecking order, achtervolging en doden van de prooi en daarna de strijd om de prooi…
Dat is het leed wat Imah bedoelde, en wat ze probeerde te verzachten voor de jonge Maarten.
Maar toen ik in al die afleveringen van ‘Planet Earth’ de zoveelste barre tocht naar de broed- of geboortegronden had gezien, met de blinde drang die te bereiken en alle gevolgen van dien, en al die paringsrituelen en de voortplantingsscènes – toen ik zag pas goed hoezeer die hele natuur totaal onderworpen is aan de allereerste en allerbelangrijkste drive: de instandhouding van de soort…
Ja, en toen kreeg ik – zelf een natuurlijk gegeven, ‘mens’ geheten – steeds meer het beklemmende gevoel: waar doen we dit nu allemaal voor … blind, niets ontziend, alles overheersend…
En plotseling vond ik er weinig ‘moois’ meer aan – juist de blindheid grijpt je naar de keel … én daaraan gepaard de eeuwige herhaling, miljoenenvoudig, al miljoenen jaren lang…
‘Ik,’ zei de gek. Laat me niet lachen…
Dan maar weer een blog, dacht ik … met deze, zeer toepasselijke,   Shake v/d week  :
__________________________________________
[1] Award winning and ECM recording artist Simin Tander is one of the most amazing voices in European jazz; she „balances on the boarders of pain and beauty, of gracefulness and passion.“ (Augsburger Allgemeine Zeitung) and sings with an intensity that is rare to find.
With her enchantingly tender and equally expressive voice Simin builds bridges between occidental jazz and arabesque-like vocal flights, between rich songwriting and freely improvised textures. She draws a fascinating route to her Mid-Eastern heritage by also singing in Afghaani / Pashto, the language of her late father.

De tijd stond even stil in de Huiskamergroep…

Het ‘zithoekje’ van de Huiskamergroep, 19 april 2019

Deze blog is meer dan tien jaar gekoppeld geweest aan het bestaan van de ‘Huiskamergroep’ – een kleinschalige meditatiegroep in de lijn van het Tao-zen van Maarten Houtman – waarvoor we onderdak vonden in De Pijp, niet ver van het gelijknamige metrostation.

Het ‘shaken’ op muziek was in de Huiskamergroep een vast onderdeel van het programma, als bewegingselement tussen twee periode’s van het stille zitten – waar ‘meditatie’ steevast mee geassocieerd wordt: “Ga maar zitten,” wordt er in het klassieke Zen-onderricht gezegd, met een ondertoon van ‘dan komt alles goed’…

In het onderricht van Maarten Houtman kreeg het z.g. ‘lichaamswerk’ een centrale plaats. Maarten placht het lichaam aan te duiden als ‘de verbinding met het Onnoembare’ – een opening naar het onbekende.
Dat is vaak een schok voor mensen die het meer ‘in de geest’ plachten te zoeken – diezelfde geest, die ons als kettingdenkers juist op de plek houdt, in een roes van ‘weten’… 
Maarten zei dan: “Maar je weet niet hoe het verder gaat, dat is nog in het verhaal verborgen…” 

Toch nog enigszins onverwachts is aan de bijeenkomsten van onze Huiskamergroep nu een einde gekomen, de overgebleven vijf deelnemers gaan voortaan hun eigen weg.
Dat is na zo’n lange verbintenis toch even wennen, alsof je relatie uit is…
Maar het biedt ook de ruimte je nu nóg meer op je eigen weg te bezinnen. Want uiteindelijk staan we er allemaal alleen voor.

Wat niet wegneemt dat de oefening door dat jarenlange samen zitten nu toch wel behoorlijk ‘ingeslepen’ is – “het lichaam leert alleen maar door herhaling,” zoals bewegingsmeester Gurdjieff ons voorhield…
Daarom hebben we in onze Huiskamergroep ook zo vaak geshaket op zijn muziek, die hij ‘objectieve muziek’ noemde – muziek die op alle luisteraars een gelijke uitwerking zou hebben: transformerend, hun geest richtend, op een nieuwe manier verbindend met het vibrerende universum.

Ook dit blog gaat nu op eigen kracht verder – maar niet nadat we ons als deelnemers nog eenmaal overgegeven hebben aan die verbindende kracht voor lichaam én ziel.
Hierbij dan weer zo’n klassieke Gurdjieff-De Hartmann vertolkingen door Alain Kremski, met als achtergrond een ‘road movie’ met een verrassend einde.


< klik hier voor meer over Shaken

Meer Shaken op ShakingLife

Nagekomen vakantiepost

Azam Ali zingt Hildegard von Bingen

1a. O Euchari,
in leta via ambulasti
ubi cum Filio Dei mansisti,
illum tangendo
et miracula eius que fecit videndo.
 
1b. Tu eum perfecte amasti
cum sodales tui exterriti erant,
pro eo quod homines erant,
nec possibilitatem habebant
bona perfecte intueri.
 
2a. Tu autem in ardenti amore
plene caritatis
illum amplexus es,
cum manipulos preceptorum eius
ad te collegisti.
 
2b. O Euchari,
valde beatus fuisti
cum Verbum Dei te in igne columbe imbuit,
ubi tu quasi aurora illuminatus es,
et sic fundamentum ecclesie edificasti.
 
3a. Et in pectore tuo
choruscat dies
in quo tria tabernacula
supra marmoream columpnam
stant in civitate Dei.
 
3b. Per os tuum Ecclesia ruminat
vetus et novum vinum,
videlicet poculum sanctitatis.
 
4a. Sed et in tua doctrina
Ecclesia effecta est racionalis,
ita quod supra montes clamavit
ut colles et ligna se declinarent
ac mamillas illius sugerent.
 
4b. Nunc in tua clara voce
Filium Dei ora pro hac turba,
ne in cerimoniis Dei deficiat,
sed ut vivens holocaustum
ante altare Dei fiat.

Sint Eucharius wordt vereerd als de eerste bisschop van Trier. Hij leefde in de tweede helft van de 3e eeuw.


Hildegard for me is a feminist icon whose contributions to the canon of universal spirituality & mysticism, are immeasurable. Her work transcends centuries & musical, religious/mystical genres. It awakened me to the ancient philosophy of “The Music of the Spheres”. That if the human body is made entirely of elements forged by stars, then indeed we are celestial bodies & the cosmos is within us. If the rotation of heavenly spheres produce tones & harmony, then they must resonate within us. Thus, music in its most sublime form, is our participation in the harmony of the universe. That we may bring some harmony to our souls in our longing to return to our celestial home.

Azam Ali


At the height of the Middle Ages music for religious purposes was increasingly being composed by individuals, one of the most famous being the abbess, authoress, and mystic, St Hildegard of Bingen (1098-1179). She wrote a mystery play Ordo Virtutum (1158), a musical drama, one of the first ‘moralities’ ever written, depicting the fight for Anima (the Soul) between the Devil and 16 Virtues, including Caritas (alto) and Misericordia (soprano). Hildegard also composed many liturgical songs that were collected into a cycle called the Symphonia armoniae celestium revelationum. The songs from the Symphonia are set to Hildegard’s own texts and range from antiphons, hymns, and sequences, to responsories (e.g. ‘Columba aspexit’, ‘Ave generosa’, ‘O ignis spiritus’, ‘O Jerusalem’, ‘O Euchari’, ‘O viridissima virga’, ‘O Ecclesia’ ). Her music is monophonic, consisting of exactly one melodic line. Its style is characterized by soaring melodies that push the boundaries of the more staid ranges of traditional Gregorian chant, so that her music stands outside the normal practices of monophonic monastic chant. It both reflects 12th-century evolutions of chant and pushes those evolutions further in being highly melismatic, often with the recurrent melodic units. There is an intimate relationship between music and text in her compositions, whose rhetorical features are often more distinct than is common in contemporary chant. The reverence for the Virgin Mary reflected in her music shows how deeply influenced and inspired Hildegard and her community were: by the Virgin Mary and the Communion of Saints

Robert Ignatius Letellier, The Bible in Music




Gedicht


Als ik ’s nachts in mijn tent naar de sterren kijk
en de kleine speldenprikjes zie in ’t firmament
waardoor uw hemelse licht naar binnen schijnt,
zindert mijn wereld van die verborgen krachten,
van die allesomvattende bron van eeuwige licht –
en zie mij hier als een blinde mijn weg aftasten …

Hein de Kikker



Panorama’s Zuidlaardermeer [klik om te vergroten]


Panorama_1, fotomontage
[Canon Eos 400D]
Panorama_2, fotomontage
[Canon Eos 400D]

Rechter foto panorama_2
[Canon Eos 400D]



De Midlarense ‘boksboom’ [klik om te vergroten]
Zie ook de gelijknamige post van 17 februari


De ‘boksboom’ ’s winters – ingeknotte oerenergie…
[iPhone 6s]
De boksboom nu …
[Canon Eos 400D]

… temidden van het omringende landschap.
[iPhone 6s ‘panorama’]

Klaaske onder de boksboom
[Canon Eos 400D]