‘Wachten op God’, Simone Weil

✏️ NOTITIE bij ‘Het grote Wachten’ van Maarten Houtman

Als telg van een gereformeerde familie heb ik heel wat dominees voorbij zien komen. Ook die van ver moesten komen en bij ons als logé of gast aan tafel verbleven. ‘Dat zijn de besten’, heette het. De eigen dominees wekten niet zoveel geestdrift op…
Dat veranderde, toen er in 1955 een nieuwe voorganger kwam met een duidelijk afwijkend profiel: dominee Valkhoff. Hij was een nog jonge man, begin dertig, die met zijn exotisch ogende vrouw en kinderen zijn intrek nam in de pastorie.
Ds. Valkhoff was een bevlogen man. Dat alleen al wekte de nodige weerstand op onder de gemeenteleden … hij was ongewoon … was hij wel ‘één van ons’?
Nee, dat was hij niet. Ik hoorde al gauw van mijn vader – die ouderling was – wat zijn achtergrond was: Valkhoff was een zogenaamde ‘bekeerde Jood’. Hij was dus niet iemand aan wie het kerklidmaatschap van generatie op generatie doorgegeven was en die, zoals wij, vlak na de geboorte gedoopt was. Hij was iemand van buiten, die bewust voor de kerk en het Christendom gekozen had. En bovendien ook nog een speciale roeping had – wat de ijver die hij als predikant aan de dag legde wellicht verklaarde… Hoe dan ook, er waaide een frisse wind in de gemeente.
Reinhard Valkhoff werd bij ons thuis op handen gedragen… Eindelijk een zielenherder die vanuit z’n hart sprak, niet vanuit vooropgezette ideeën en dogma’s. Hij had ook mijn sympathie en ik belandde bij hem op catechisatie, ook al werd ik uiteindelijk geen ‘belijdend lid’. Daar liet hij je vrij in.

Ik moest hieraan denken, toen ik onlangs de vertaling van Attente de Dieu van Simone Weil ter hand nam. Ook zij was een ‘bekeerde Jood‘, die – net als mijn dominee Valkhoff – uit een welgesteld intellectueel milieu kwam, maar welbewust een weg koos tegen de stroom in.

In de NRC van 18 november 2018 wijdde Maarten van der Graaff een artikel aan ‘De filosofe die koos voor een leven als fabrieksarbeider’:
“Het werk van de Franse Weil laat je voelen wat de onderdrukten voelen. Vijfenzeventig jaar na de dood van de filosofe en mystica is het actueler dan ooit.”

Simone Weil op 12-jarige leeftijd, 1921

Weil schrijft in Wachten op God over ‘aandacht als liefdevolle houding’, die zichtbaar maakt wat aan het zicht onttrokken wordt door de willekeur van machtsrelaties. Die aandacht komt voort uit wachten, uit stilte, een ‘passieve activiteit’, die ze ook aantreft in de Bhagavad Gita en bij Lao Tse.
Weil gebruikt er het het klassiek Griekse begrip εν υπομονη voor: ‘wachten in geduld’.

Bij Maarten Houtman kwam ik het tegen als Het grote Wachten – de huidige ‘Toespraak v/d maand’.

Weil noemt deze liefde tot de schone orde der wereld – die zij trouwens node mist in het Christendom – ‘een aanvulling op naastenliefde’. We leven in een droom, zegt ze, en wie wakker wil worden en ‘de ware stilte’ wil vernemen, moet afstand doen van zijn denkbeeldige centrale plaats in de wereld:

Er bestaat een realiteit buiten de wereld, dat wil zeggen, buiten ruimte en de tijd, buiten het mentale universum van de mens, buiten elke sfeer die toegankelijk is voor menselijke vermogens. In overeenstemming met deze realiteit, is er in de kern van het menselijk hart een verlangen naar het absolute goede, een verlangen dat er altijd is en nooit wordt gestild door enig object in deze wereld ….
Die realiteit is de unieke bron van al het goede dat in deze wereld kan bestaan: dat wil zeggen, alle schoonheid, alle waarheid, alle gerechtigheid, alle legitimiteit, alle orde, en al het menselijk gedrag dat zich bewust is van verplichtingen ….
Hoewel het buiten het bereik van menselijke vermogens ligt, heeft de mens het vermogen om zijn aandacht en liefde hierop te richten ….
Simone Weil, Profession of Faith - Draft for a Statement of Human Obligation  (1943)

Maarten van der Graaff eindigt zijn artikel als volgt:
“De ideeën van Simone Weil over arbeid, aandacht en het decentreren van de eigen ervaring, zijn een bron van weerstand tegen de mens als middelpunt van een maakbare wereld, waar hij, door onderwerping van mens en dier, tot de laatste snik winst uit wil persen.”

Dat we nu deze sessie hier uit zijn gekomen, is een groot iets. Ongetwijfeld heeft het invloed op ons allemaal, doordat we onze aandacht er aan gegeven hebben. Daar ben ik jullie allemaal heel dankbaar voor. Dat is iets wat heel direct uit het innerlijke hart is gekomen en dat is altijd iets heel erg groots.
Maarten Houtman, Het grote Wachten (slot)

(Eerder verschenen als ‘Een heilige voor Frankrijk’, Zen als leefwijze Blog,12 december 2018).

Met dank aan Klaaske

Mijn boom des levens

Hierboven is het paadje, waarover ik zondag 17 december 2023 liep, rond een uur of twaalf – achteraf gesproken was dat de goden verzoeken, zeker als je aan de linkerkant van je gezichtsveld een blinde hoek hebt, zoals ik…
En het ging ook inderdaad mis…
Met een klap liep ik rechtstandig tegen de tak aan, die daar zwaar over het pad hangt – die als uit het niets tevoorschijn kwam, ik had ik haar gewoon niet gezien
BOEM!!
En toen beleefde ik de wereld in slow motion … ik stond op m’n benen te tollen, merkte dat ik mezelf niet overeind kon houden, zag intussen in de berm een zacht ogende begroeiing van Rhododendron-bladeren – en ging toen l a n g z a a m neer…
En stond vrijwel onmiddellijk weer overeind, als een tuimelaar die weer opduikelt.
Wel dreunde de klap nog na, mijn hele hoofd deed pijn… Gelukkig maar dat ik een stevige pet op had gehad.

Al snel hervatte ik m’n wandeling. Ik liep verderop gedachteloos een stenen trap af – ik besefte pas later dat ik de leuning niet had gebruikt, tegen mijn gewoonte in – en liep onder de IJdoornlaan door. In de verte zag ik al het hek van het Broekhuijsen-Leewis schooltuincomplex – bekend terrein, ik voelde me weer thuis.
Ik besloot toch nog even langs m’n studio aan de Jisperveldstraat te gaan, daar vlak om de hoek. Ik plakte daar een pleister op m’n hoofd – mijn pleisterplaats, zogezegd – waarna ik doorliep naar de Elpermeer … waar verzorgende handen op mij wachtten.

En toen begon het in de daarop volgende dagen langzaam tot me door te dringen … dat ik me opeens vrij voelde om me alléén met mezelf bezig te houden…
Nou, dat was voor mij een ware revolutie… Iris, de gespecialiseerde verpleegkundige van het O.L.V.G. die me na mijn attaque met raad en daad terzijde stond, was verbaasd geweest toen ik een keer zei dat ik steeds met andere mensen bezig was…

Mijn Bodhiboom, middenin Amsterdam Werengouw Noord. Rechtsboven de Jisperveldstraat.

In de Joods-Christelijke traditie draait het alom om bomen, dat begint al in het Paradijs:

De levensboom of boom des levens (Hebreeuws: עץ החיים; Etz haChayim) werd volgens de Hebreeuwse Bijbel door God geplant in de Hof van Eden (het Paradijs), samen met de boom van de kennis van goed en kwaad. De vruchten van deze boom gaven eeuwig leven (onsterfelijkheid; Genesis 2:9). Nadat Adam en Eva van de boom van de kennis van goed en kwaad hadden gegeten (de zondeval), werden zij verbannen uit de Hof van Eden om hen ervan te weerhouden om van de vruchten van de levensboom te eten:
Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.”

— Genesis 3:22

Dan is er – vanuit een heel andere traditie – de aanbeveling van Krishnamurti: ‘Go and make friends with the trees…’
Heel fysiek eigenlijk, van: sla je armen om die boom heen. Dat doe ik wel eens, dat voelt goed. Maar ik vraag me dan wel eens af: hoe spontaan is dit nu…

En er is natuurlijk de Bodhiboom van de Boeddha – de Heilige Boom, die de stilte al in zich droeg.
Maar met een klap tegen een boom aanlopen schijnt ook te helpen…

Nu een andere variant – uit ‘Het boek van alle boeken’ van Roberto Calasso – van hetzelfde verhaal:

‘Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had.’	 
Het mannelijke en het vrouwelijke wezen, die nog geen naam hadden, werden op een plek gezet die de HEERE God zelf had ‘geplant’ en had doen groeien. De mens werd in die tuin gezet om die ‘te bewerken en te onderhouden’. Het was een plek die moest worden gecultiveerd en beschermd, om zo het werk van de eerste tuinman voort te zetten.	 
Van alle planten wees de HEERE God er maar twee aan: de boom van het leven, in het midden, en de boom van de kennis van goed en kwaad, waarvan niet precies wordt gezegd waar die stond, alles even ‘begerenswaardig om te zien en goed om van te eten’; alleen aan de boom van de kennis van goed en kwaad verbond de HEERE God het verbod ervan te eten, terwijl Hij net nog tegen de mens had gezegd: ‘Van alle bomen van de hof mag u vrij eten.’	 
Aan wie van de vruchten at, schonken de twee bomen die de HEERE God had aangewezen het vermogen zich twee eigenschappen van de HEERE God eigen te maken: de kennis - niet alle kennis, maar ‘van goed en kwaad’ – en eeuwig leven. Als de man en zijn vrouw naar het midden van de tuin waren gegaan, als ze naar de boom des levens hadden gekeken en daar de vrucht van hadden gegeten, zou er ogenschijnlijk niets zijn veranderd. Het leven zou precies zo zijn doorgegaan als ervoor. Maar de man en zijn vrouw zouden dan voorgoed toegang tot het eeuwige leven hebben gehad. Maar zo ging het niet. De aandacht concentreerde zich niet op het leven, maar op de kennis. De aandacht van de vrouw werd zelfs van elk ander object weggehaald door toedoen van een dier, de gewiekste slang.	 
Een afleidingsmanoeuvre die onmiddellijk waarneembare gevolgen had. De mens, zei de HEERE God toen, tegen wie is niet helemaal duidelijk, ‘is geworden als één van Ons’.	 
Iets wat ontoelaatbaar was. ‘Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!’	 
Iets wat tot even daarvoor had kunnen gebeuren zonder dat enig verbod het verhinderde werd nu een daad die onmiddellijk moest worden bezworen als de ergste ramp. Gelijktijdigheid van kennis en eeuwig leven was ontoelaatbaar. Als de man en vrouw hun aandacht niet op één bepaalde boom hadden gericht, als ze van elke boom vruchten hadden gegeten, net zoals het uitkwam, ook van de boom des levens, die heel goed herkenbaar was, omdat hij in het midden stond, daar waar de vier stromen ontsprongen, zou alles, ogenschijnlijk, zijn gebleven zoals het was. En zou alles zijn veranderd, omdat de mens voor eeuwig had kunnen leven. Zou de HEERE God dat hebben toegelaten?	 
Eén ding staat vast: de HEERE God accepteerde niet de gelijktijdigheid van de kennis en het eeuwige leven. En dat was precies wat Adam en Eva hadden gedreigd te doen.

Zesduizendzeventig jaar later – ik was tien toen ik hoorde dat de aarde zesduizend jaar oud was – heb ik van de Boom des Levens gegeten…

Met dank aan Aloys!

Zorg voor de ziel

Al schrijvend aan De duivel zit in het detail... werd ik me er weer eens van bewust, dat ik in mijn leven ongelofelijk veel geluk heb gehad.
In de allereerste plaats door mijn ontmoeting met Maarten Houtman, die ik dertig jaar mee heb mogen maken en die me weer met de voeten op de aarde heeft gezet – die ons allen draagt en voedt.

Maar lang voordat ik Maarten leerde kennen, had ik in mijn jeugd nog een andere ontmoeting gehad, die een beetje naar de achtergrond was verdwenen.
Temidden van alle gereformeerde predikheren waartussen ik toen verkeerde, met hun moraliteit, heb ik toen ds. R. Valkhoff ontmoet – bij wie ik rond 1960 een jaar catechisatie liep. En ik zag me daar plotseling weer zitten op die catechisatie, en besefte hoe ik geboft had…
De dominee die ik daar trof was een ‘bekeerde Jood’, zoals dat heet. Iemand die dus heel bewust voor het Christendom gekozen had – en zich daarmee totaal geïsoleerd had binnen het intellectuele Joodse milieu waar hij uit afkomstig was. Maar zijn ernstig kijkende vrouw woonde, samen met hun kindertjes, zijn diensten regelmatig bij…
Deze dominee, Reinhard Valkhoff heette hij, was een bewogen man (ik heb in het ‘Zen als leefwijze Blog’ al eens eerder aandacht an hem besteed, in een artikel over Simone Weil die ook een ‘bekeerde Jood’ was), die soms zichtbaar leed onder de omstandigheden waarin hij terecht gekomen was.
Mijn ouders – die altijd al iets met zielzorgers hadden gehad – liepen met hem weg… Eenmaal riepen ze zijn hulp in.

Tijdens de catechisatie oefende hij geen enkele druk op je uit. Van hem hoefde je geen ‘belijdenis’ te doen, als je het maar in je hart meedroeg…
Ik herinner me met name één scène, waarin hij uitlegde hoe hij de ‘predestinatie’ zag: dat het voorbestemd is of je ziel ‘verloren’ zal gaan of niet.
Dat was een gereformeerd hoofdpijndossier. Calvijn had met die leer een dam op willen werpen tegen de idee van de ‘Goede Werken’ en de Aflaat (de afkoop van zonden) van de Katholieke Kerk – die volgens de kerkhervormer niets aan die lotsbestemming konden veranderen: als God je uitverkoren had, was dat niet om je ‘eigen verdienste’, maar louter uit genade. En dan moet ik weer denken aan de gepijnigde juffrouw Rolloos van het snoepwinkeltje onderaan de dijk in Krimpen a/s Ijssel – en dat ik zelf ook uit die wereld kwam…[1]

Ds. Valkhoff legde ons die leerstelling als volgt uit:
‘Je bent als een piepklein vogeltje in de grote hand van God – waarmee Hij je door het leven heen beweegt (dat beeldde hij dan heel plastisch uit). Maar dat vogeltje pikt met zijn snaveltje in die grote hand van God, om aandacht te vragen voor de eigen noden en wensen.’
Dat beeld – en zijn verbeelding ervan – vond ik zo ontroerend, dat ik alle dogmatische krakeel eromheen totaal vergeten was…

Ik heb achteraf geen idee wat ds. Valkhoff’s ‘roeping’ geweest kan zijn. Maar wat een moedig man was hij…

[1] Zie ook De Heren van Bestemming en van het Lot van Maarten Houtman, dat een Oosterse visie op de lotsbestemming geeft.

Verdwaald in het bekende #1

“Maar we kunnen doen wat we willen, als we niet reiken tot de tijdeloze speler – hij die het verhaal verteld waarvan wij alleen maar enkele klanken opvangen waarmee we ons tevreden stellen – dan zullen we bezig blijven een steeds veranderende functie te zijn. Soms een heel uitgebreide functie, een hele ingewikkelde, een hele indrukwekkende functie, maar we blijven een functie. We blijven bespeelbaar, we blijven manipuleerbaar, we blijven reageren. We leven niet vanuit dat Archimedisch punt in onszelf, dat zich niets afvraagt, dat heel onmiddellijk contact heeft met de situatie, ook de situatie waar je zo normaal in bent.”
Maarten Houtman, Een gevoel waar het eigenlijk om gaat, Huissen, december 1996.

Het begon die dag allemaal heel mooi. Ik verkeerde in een stemming, waarin ik gelukkige momenten in m’n leven de revue liet passeren, met plaatjes en al – een soort ‘levensschouw’, een terugblik op je leven, zoals gezegd wordt dat stervenden die hebben.

Het waren de beelden van zomer 1958, toen ik met schoolvriendje J.P. naar Zwitserland reed in een grote Amerikaanse limousine-met-chauffeur – een pure jongensdroom, die zich diep in mijn geheugen heeft gegrift.
Op weg naar het zuiden, deden we nog enkele toeristische bestemmingen aan: de historische stadjes Dinkelsbühl en Rüdesheim in Beieren, die geheel ongeschonden uit de Tweede wereldoorlog waren gekomen – zoals ze begin 17e eeuw gespaard waren gebleven voor de verwoestingen van de 30-jarige oorlog. Ze vormden een decor van een sprookjesstad, een eeuwenoud wonder van bouwkunst en menselijke civilisatie. We keken er onze ogen uit…
Daarna klommen we weer in onze Dodge – een wonder op wielen – die door onze chauffeur, de heer Janssen, behendig door Duitsland werd gelaveerd. Al schold hij zo nu en dan op een Duitse verkeersdeelnemer (‘Aan de kant, anders zwiep in je in de kartoffels!’), voor de rest hij was een heer. Mét uniform en pet, zoals dat in zijn functie van hem verwacht werd.

De gigantische Dodge-met-vinnen (zie foto) was de dienstauto van de vader van J.P., die president-directeur van een groot openbaar nutsbedrijf was. Hij had deze vakantie voor ons bedacht: wij reden op de heenweg mee naar het Zwitserse Beatenberg – waar hij en zijn vrouw verbleven in ‘Bibelheim’, het theologische opleidingsinstituut, dat zij als baptisten steunden en dat nauw met de familie verbonden zou blijven. Daarvandaan zouden zij terugrijden naar Nederland, terwijl J.P. en ik nog twee weken in het jeugdkamp zouden verblijven.
De ochtend na onze aankomst werden we naar hun hotelkamer geroepen, bij binnenkomst keken ze ons verwachtingsvol aan en wezen op het uitzicht door de openslaande deuren – als in een trance zag ik daar drie alpenreuzen die zich tegen de ochtendhemel verhieven: Eiger, Mönch en Jungfrau waren hun namen, op het rijtje af (zie de foto bovenaan).
Dat was het tweede wonder dat ik die vakantie mocht aanschouwen.

Maar even later werd ons op twee stipjes gewezen, die zich tegen de wand van de Eiger aftekenden: twee bergbeklimmers, die daar doodgevroren aan touwen hingen, omgekomen in een poging die vrijwel onneembare noordwand te bedwingen…
Ik keek het met ongeloof aan – om dan de blik af te wenden: de dood die je ziet, maar niet onder ogen durft te zien en zo snel mogelijk wilde vergeten. Dat botsende detail wat de idylle verstoorde, maar dat vanuit je voorstellingsvermogen een onuitwisbare indruk op je maakte.
Zo kreeg het overweldigend mooie plaatje dat ik had gezien, een geheel onverwachte dimensie, die je de rillingen over de rug deden lopen…

En dan was er die dagen nog een ‘wonder’, maar van een heel andere orde en een stuk alledaagser. Op onze ontbijttafel stond een grote kom müsli, waar héél veel Zwitserse room in moest zitten. Ik bleef er maar van eten, telkens schepte ik mijn bord weer vol. Terwijl onze gastheren ons toelachten en bleven aanmoedigen. Zoiets lekkers had ik nog nooit gegeten…
Eraan terugdenkend viel me in, dat ik zo wellicht het leven wilde vieren – na die verwarrende beelden van schoonheid en dood.

Als je ontwaakt uit zo’n gelukzalige vakantieherinnering – die zomaar in een boze droom kan eindigen – vraag je je af: wat is nu mijn werkelijke leven…
Want aan het eind van die nacht begon alle materie – waar je normaal je huis op bouwt als op vaste grond – te vervluchtigen in een nachtmerrie, een geweldsspiraal die op angst gebaseerd is. Waar alles in alles overgaat en elk vertrouwen ontbreekt. Alles veranderde voortdurend in z’n tegendeel. Je raakt alles kwijt, met als toppunt je telefoon, je life line. Aan een ander vragen heeft geen zin, niemand lijkt betrouwbaar, de wereld ontglipt je – tot ze zich tegen jou begint te keren. Mensen ruiken je angst en verwarring, je totale afhankelijkheid. Voordat je het weet storten ze zich op jou als een verward, kwetsbaar wezen. En dan gaat het grote gericht beginnen, de executie door de massa, ze vertrappen je als een insect…

Dit overkwam me in de nacht vóór de 7e oktober 2023, de dag dat de berichten van de bloederige aanslag in Israël binnen kwamen druppelden – alsof mijn nachtmerrie werkelijkheid geworden was...
WAT VOLGDE:
Verdwaald in het bekende #2

As Tears Go By

It is the evening of the day
I sit and watch the children play
Smiling faces I can see, but not for me
I sit and watch as tears go by

My riches can't buy everything
I want to hear the children sing
All I hear is the sound of rain fallin' on the ground
I sit and watch as tears go by

It is the evening of the day
I sit and watch the children play
Doin' things I used to do, they think are new
I sit and watch as tears go by
We beginnen thuis...

Het Apple programma Foto's stelt desgevraagd een kaartje samen van de locaties waar je de afgelopen jaren geweest bent. Daarbij zet het telkens per locatie de laatste genomen foto op de kaart.
Bij mij levert dat een kaartje op van Nederland op, groter was mijn actieradius de laatste vijf jaar niet – zie de afbeelding onder.
Aan de hand van de afgebeelde postzegeltjes heb ik er de foto’s bij gezocht.


Daar gaan we dan. Hieronder dus de vergrootte foto’s van de locaties boven.
De citaten eronder verwijzen naar bijbehorende verhalen op SHAKINGLIFE – klik daar op de koptekst, en je komt bij het blog terecht).


Klaaske voor het venster van het strandhotel De Koog, 15 december 2019

Het terras van ons huisje in Midlaren, 5 november 2020

Beerze,16 augustus 2020, camping Huttopia de Roos, daarvandaan met Emilie op weg naar de Krishnamurti-wandeltocht in Ommen.

Hein de schildpad in het tentje van Emilie. Schoorl badstrand Hagen aan Zee, 24 juni 2020

Selfie met Ingrid na bezoek aan de Doornburgh, 12 mei 2022

Met Jaap bij Hanna in Tiel, 8 augustus 2023

Mijn fiets in Smakt (L), 19 juni 2019

Sittard 26 april 2018, overnachting bij de Zusters Karmelitessen in Regina Carmeli

Molenhoek, 7 augustus 2020

Einde

Hide not behind the veil, my love

Hoe ontdek je... 
Dat is de vraag die aan alle vragen vooraf gaat.
Maarten Houtman had het in dat verband over ‘doen zonder voornemen’ – iets wat je overkam.
 Maar hij zei ook: “Kijk eens naar wat er gebeurt tussen het moment dat je iets voorneemt, en het doet.”

‘Zonder voornemen’, dat lijkt op de tastende wijze waarop de evolutie zelf te werk gaat – waar de natuur zijn gang gaat, speelt met de elementen, evolueert, muteert... En iets ontstaat dat vorm aanneemt, en op zijn beurt opnieuw kan muteren, in een reeks zonder eind...

Wat is daarbij het leidend principe?
Wij mensen zeggen dan dat de natuur ‘blind’ is, dat daar het toeval heerst. Maar er gelden ook ijzeren wetten  en als het resultaat daarvan afwijkt, noemen we dat ‘een speling van de natuur’. 
Daarmee zeggen we óók dat er bij ons sprake is van een zekere bewustheid  wij hebben we het niet voor niets over iets ‘dat uit liefde geboren is’. Dat is hoe de natuur, waar wij ook toe  behoren, ons onze gang laat gaan  ons wordt toegestaan dat we erbij kunnen zijn, dat het met bewustheid gebeurt, in volle aandacht.
Wij zijn al een stapje verder in het grote spel, wij zijn het spel  Jij bent het spel.’
“Echte  meditatie is ongelofelijk revolutionair. Het is de eerste en de enige werkelijke revolutie. Alle andere revoluties zijn in de marge, die veranderen een gewoonte. Dit verandert jou totaal, maakt je van een gevangene tot een vrij mens.
Daarom zijn, de hele geschiedenis door, mensen die het doorhadden vervolgd. De Soefi meesters zijn zelfs gestenigd.
Dat is heel duidelijk, want dat zijn de enige mensen die werkelijk een gevaar zijn voor het systeem van macht. Dat is zo duidelijk, het wordt niet geaccepteerd...”
Maarten Houtman, De eerste en enige werkelijke revolutie, Maarssen, mei 2001

Hide not behind the veil, my love,
I long to have a glimpse of you.

Without my love, I feel like mad,
People around me laugh at me.
He should come and cheer me up,
This alone remains my plea.

Hide not behind the veil, my love,
I long to have a glimpse of you.

Your slave is being auctioned free
Come my love and rescue me
No longer can I perch elsewhere
I am the Bulbul of your tree.

Hide not behind the veil, my love,
I long to have a glimpse of you.

Bulleh! Who is He?
A queer type friend!
He has the Quran in His hand
And in the same the holy thread.

Baba Bulleh Shah


Van de Soefi dichter Hazrat Baba Bulleh Shah (1680-1757) wordt gezegd dat hij ‘een baken van vrede’ was. Toch werden zijn bemoeienissen met de, veelal religieuze, conflicten van zijn tijd – met name die tussen Moslims en Sikhs – hem niet in dank afgenomen…

Tombe van Hazrat Baba Bulleh Shah, Qasur, Punjab, Pakistan

Dat het leven moge stromen…
zonder reflectie, remming, bedenking,
de taal als water door mijn handen loopt –
en dan niet van A naar B, doelloos zoekend
naar een opening, elke fixatie meesleurend.

Als een dijkdoorbraak, ineens, zonder borden
‘dijkdoorbraak toegestaan’ of ‘rechts houden’,
het gebéurt gewoon, zonder opgaaf van redenen,
zoals je geboren wordt en weer doodgaat – zo
gewoon… Hooguit een herinnering blijft bestaan.

Hein Zeillemaker, 19 juni 2020

Man Kunto Maula is een Manqabat Qawwali lied, gecomponeerd door Amir Khusro ter ere van Ali ibn Abi Talib. Het lied is gebaseerd op een hadith, d.w.z. een uitspraak van de Profeet Mohammed: ‘Wie mij als meester accepteert, Ali is ook zijn meester.’
OVER bron: Wikipedia.
Ali ibn Aboe Talib, ook imam Ali of kalief Ali, was een neef en schoonzoon van de islamitische profeet Mohammed. Hij was voor de soennieten de vierde kalief of opvolger van Mohammed en voor sjiieten en alevieten tevens de eerste imam van de Twaalf Imams. Zij beschouwen zijn drie voorgangers dan ook als usurpators.
Geboren: 17 maart 599 n.Chr., Mekka, Saudi-Arabië

Shah-E-Mardaan, Shair-E-Yazdaan,
Qoowwat-E-Parwardigaar,
La Fata illa Ali,
La Saif illa Zulfiqaar

King of the brave, the Lion of God
The Strength for The Lord,
There is none like Ali,
There is no sword like Zulfiqaar*)

Man Kunto Maula
Khwaja Ali-Un Maula

Whoever I am master to,
Venerable Ali is his Master too.**)

(Abstract Sufi Chants follows)

Dara Dil E Dara Dil E Dar E Dani
Hum Tum Tanana Nana, Tana Nana Ray
Om Tum Tanana Nana, Tana Nana Ray
Yalali Yalali ala, Yala Ray
Tanana Tanana Tanana Tanana
Tum Tanana Nana, Tana Nana Ray…

Enter into the heart,
Enter into the heart,
Melt therein, You and me
Sing inside in sweet melody.

Maula Ali Maula
Maula Ali Maula

Master is Ali,
Master is he

Ali Shaah-e MardaaN, Imaam-ul-Kabiira
ke ba’d az Nabii shud Bashiir-un-Naziira

Ali is the king of men, the great spiritual leader,
Cause after the Prophet he became
the bearer of glad tidings and warner for mankind.

Yeh soch na hi bass hae
Kaha haha hae Ali?
Jaha jaha hae haqiqat, uha uha hae Ali
Idhar hae Zaat e Muhammad
Udhar hae Zaat e Khuda
Ini lati huyi hizaboka darme aae Ali Maula,
Maula Ali Maula Maula Ali Maula, Maula Ali Maula

This shall suffice if you realize
at which station is Ali.
Wheresoever inner reality to be found,
there will be found Ali.
There is the mystery of Muhammad,
Here is the mystery of Lord,
and sitting at the secret threshold
is my master Ali.

Her Qalb Ali, Jism Ali, Jaan Ali Hai
Mujh BeSar-O-Samaan Ka Samaan Ali Hai
Imaan Ka Matlaash E Ye Imaan Keh Doon
Iman To Yeh Hai Mera Imaan Ali Hai
Ali Maula, Maula Ali Maula
Maula Ali Maula, Maula Ali Maula

In every heart Ali, face is Ali, my life is in Ali
My faith is this that I have my master Ali
Master Ali, Ali is the Master

____________________

*) Zulfiqaar was the sword of Ali presented to him by Muhammad.
**) A famous tradition (hadith) of Prophet Muhammad. Ali was his cousin and son-in-law.

Maarten onderwijzend in de Sjoel in Huissen tijdens de sessie van december 1999.
SHAKE V/D WEEK

The Idan Raichel Project – Mon Amour

Dedicated to victims and survivors of the attack on the International Trance Music Festival on October 7, 2023 in Be'eri, Israël.
Re'im music festival massacre
From Wikipedia, the free encyclopedia
On 7 October 2023, Hamas militants initiated a surprise invasion of Israel from the Gaza Strip and massacred 270 civilians, injured a greater number, and took an unknown number of hostages at the "Supernova Sukkot Gathering", an open-air psychedelic trance music festival celebrating the Jewish holiday of Sukkot near kibbutz Re'im.

“The clouds that parted following the end of the Cold War are gathering once more. We have been extraordinarily lucky so far. But luck is not a strategy. Nor is it a shield from geopolitical tensions boiling over into nuclear conflict. Today, humanity is just one misunderstanding, one miscalculation away from nuclear annihilation.”
António Guterres, Secretary-General of the United Nations.
Nuclear Non-Proliferation Treaty 10th Review Conference, Augus 1, 2022

Afvalverwerking

Ik was vannacht op weg naar een geavanceerde afvalstort, in gezelschap van iemand die er alles van wist – die wist hoe je volgens de nieuwste technieken je afval kon scheiden, en zo verantwoord kon storten.
Ik werd bij de hand genomen en rondgeleid, op weg naar de bestemming. Maar die bleek niet eenduidig te zijn, we gingen van de ene locatie naar de andere. Waarbij ik ook nog van begeleider wisselde.
En net toen ik dacht dat ik mijn container met afval eindelijk kwijt was, ontdekte ik tot mijn ontzetting dat ik hem verwisseld had … het was de verkeerde geweest. Zo droeg ik mijn oude last nog steeds met me mee…

De droom week – waarbij nog plotseling de gedachte me bekroop dat het geld wat ik op het lijf had gehad er niet meer was, dat ik het te midden van alle poespas kwijt was geraakt – waar was m’n geld?

Ik werd in een neerslachtige stemming wakker, de droom tolde door me heen. Paranoia tegen alles en iedereen vervulde me. Wie was nog te vertrouwen…

Naast mijn bed lag de iPhone gereed voor de energie-oefening. Ik legde mijn tongpunt tegen mijn verhemelte, klaar om aan de oefening te beginnen.
In deze lichamelijke sensatie verdwenen geleidelijk aan de rondtollende gedachten. Ik hoorde de vertrouwde stem van Maarten:
“Je bent net uit jezelf wakker geworden, de dag die komt is nog ver weg. Je voelt hoe je ligt, op je rug of op je zij. Op je rug is het beste…”

Aan het eind van de oefening was mijn neerslachtige stemming verdwenen, de bui was overgedreven.
Wat blijft is mijn verwondering hoe ons lichaam het elke keer weer van ons overneemt – waarbij die energie een go-between is tussen geest en materie.

Dat witte Iittala Teema kopje met koffie, is vaak mijn eerste stap terug naar de materie…

Afbeelding geheel boven: Klaaske aan het Zuidlaardermeer, 3-11-2020.

Boeklancering ‘Kunst in de Molenwijk’ in de Kleine Oase

We mogen uit de toon vallen. Dat is niet erg. Het is een speelveld waar we wel eens rare dingen doen. Maar we worden niet met plechtige gezichten herinnerd aan al die dingen waar we dan naar ons gevoel gefaald hebben. Want dan gaan we natuurlijk wel de mist in. Zoals mijn vrouw overkwam toen ze voor het eerst naar school moest en in tranen was en zei: “Ja maar, ik kan nog niet lezen…”
“Ja,” zeiden die ouders tegen haar, “lieve kind, je gaat juist naar school om te leren lezen.”
“Ja maar, ik kan nog niet lezen!”
Maar zo doen wij eigenlijk allemaal. Dat is echt waar. Daar kunnen we gewoon op een dag mee ophouden en zeggen: ‘Goed, ik moet nog leren lezen, ik moet er nog doorheen, ik ben nog niet volmaakt, dus ik zal fouten maken…’
Maarten Houtman, Een gevoel waar het eigenlijk om gaat, Huissen, december 1993.

Zoals de God van Abraham, Isaak en Jakob de wereld uit het niets tot aanzien riep, zo draaide het in de scheppende arbeid van Hanna Mobach allemaal om haar handen.
Ze was van huis uit een ambachtsvrouw, een handwerkster, met hoge achting voor het vak. En keek met enig dedain neer op mensen die intellectuele arbeid verrichten – alsof ze hun ware aard, hun scheppende natuur, verloochenden: het beoefenen van de levenskunst. 
Hanna was een kunstenaar in bijna archetypische zin – één met een grote K. Kunstenaars waren voor haar de ware elite – de niet-creatieven kwamen daar mijlen ver achteraan. Ze ging kunstgeschiedenis studeren en maakte een kunstreis naar Italië – het walhalla met de halfgoden van de renaissancekunst.
Een beetje elitair? Misschien wel – hoofdwerkers, de mensen van de grote woorden, kon ze wel slaan.
En misschien wel omdat ze, ondanks zichzelf, ondanks al haar kneden en kleien … zelf toch ook een intellectueel was. Sowieso een liefhebster van literatuur, van schrijvers als György Konrád.

Ik kan het nauwelijks over m’n lippen krijgen: Hanna een intellectueel…
Misschien is het wel mijn stille wraak voor al die keren dat ze, terwijl we samen achter mijn computer zaten te werken aan haar website – kijkend, bouwend, wikkend en schikkend op het beeldscherm – mij keer op keer toeriep: “Jij moet iets met je handen gaan doen!”

Nu was het daar even feest in Molenwijk…

Op deze laatste dag van september is er een feestje in en rond Hanna’s oude atelier – dat kunstcriticus  Sietske Roorda ‘de kleine oase’ noemt, in de gelegenheidsuitgave ‘Kunst in de Molenwijk’. Dat boekje werd daar die dag feestelijk gepresenteerd … en wel rond en in die ‘Kleine Oase’.
Maar die kleine oase van Hanna heeft wel een gedaantewisseling ondergaan, ze heet nu stoer Werkplaats Molenwijk …‘een plek voor kunst en cultuur, waar ruimte is voor samenwerking met buurtbewoners; zij kunnen programma’s initiëren en deelnemen aan de organisatie.’

En dan zie ik daar Hanna voor me op haar eentje aan het werk in dat reusachtige atelier … waar ze zich zevenenveertig jaar lang aan de klei overgaf – en daarmee haar wereld vormgaf:
“En de Here God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel.” (Genesis 2:7).
Hanna is, met haar voeten in de klei, haar hele leven Bijbelvast geweest…

Hanna, werkend in haar atelier, annex tentoonstellingsruimte. Op de voorgrond ‘Rood en zwart’, uit 2003 – in de wandeling ‘rode benen’ geheten (foto Ingrid Bakker, 2016).

Sietske Roorda begint haar verhaal ‘De kleine oase’ met een ontroerende passage over hoe Maarten daar ooit als een smekeling aan Hanna’s deur had gestaan:

“Op een dag in 1976 loopt een man met een klein koffertje door de Molenwijk. Waarschijnlijk merkt niemand in de buurt hem echt op, maar de adrenaline giert op dat moment door zijn lijf. Maarten Houtman heeft namelijk net het grootste besluit van zijn leven genomen. Hij heeft zijn vrouw en comfortabele huis in Bilthoven verlaten, en loopt nu naar de parkeergarage van de Handmolenflat. Hij klopt aan op de deur (van het huidige Werkplaats Molenwijk), en beeldhouwer Hanna Mobach doet open. Zij laat hem binnen en biedt hem een kopje thee aan. Ze kent hem via haar werk aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), waar zij keramiekdocent is. Hij is docent aan het Grafisch Lyceum in Utrecht, en de eerste boeddhistische zenmeester in Nederland. Nu zit hij tegenover haar in haar atelier. Hij is tot over zijn oren op haar verliefd, en verklaart haar de liefde. Zij accepteert.

Vanaf dat moment woont Maarten samen met Hanna in haar atelierruimte onder de parkeergarage. Hun bed staat op een verhoging in een hoek, de rest van het atelier wordt in beslag genomen door verschillende kleisoorten op pallets, grote sculpturen, en een keramiekoven die wel 120 cm hoog is. De vloer is van stelcon platen, de auto’s razen boven je hoofd, en ’s winters zit je met elkaar rond de gaskachel je handen te warmen.”

Gelukkig konden ze na een jaar een comfortabele flat betrekken in de Bovenkruier. Maar Maarten kwam daar natuurlijk regelmatig om het hoekje kijken, zeker als er reuring was:

Foto Hanna Mobach

Zo zat ik die dag, jaren na dato, samen fotografe Ingrid Bakker die me erheen reed, Marokkaanse soep te eten in het atelier – dat nu dus ‘Molenwijkkamer‘ heet. Een verhaal over een verhaal gelegd…
Ik voelde me er een beetje ongemakkelijk onder, zeker toen me gevraagd werd ‘of ik ook een bewoner van Molenwijk was’… Nee mevrouw, ik hoor hier niet thuis, ik ben een voyeur!

Dat gevoel van vervreemding heb ik bij Hanna’s werk nooit gehad – je voelde je eerder een ingewijde…
Hoewel ik die ‘rode benen’ indertijd wel een beetje ongemakkelijk vond. ‘Je bent een echte gereformeerde jongen,’ zei Hanna dan. En dan kon ik haar wel slaan.

Intussen ging het feestje buiten door:

Foto: Ingrid Bakker

Binnen in het atelier hangt nog steeds de sfeer van aandacht en intensiteit die een halve eeuw Hanna Mobach daar gebracht heeft – we wensen de organisatie en de mensen van Molenwijk alle goeds toe in deze gezegende ruimte.

____________________

[1] Voor de volledige tekst van het artikel van Sietske Roorda, zie: Een kleine oase: Atelier van Hanna Mobach.

Foto geheel boven: Hanna’s voormalige atelier – nu: ‘Werkplaats Molenwijk van Framer Framed’ (foto Ingrid Bakker)

Fixatie

Als je je laat leiden door de aandachtsboog die je met de taoïstische energie-oefening door je lichaam maakt, ga je merken dat je los komt van je fixaties, van de voortdurende opeenvolgende patronen van gedachten en waarderingen, waar je jezelf in eindeloze herhaling aan blootstelt – en waar je zo aan vast komt te zitten.

Als je die bevrijdende werking ontdekt, heb je de eerste stap gezet: je kunt jezelf, en de werkelijkheid om je heen, met nieuwe ogen bezien. Een nieuwe dag is aangebroken.

Hoe nu verder?

Zodra je weer vastloopt, ga je er weer over denken. We pijnigen onze hersens af … om oplossingen te vinden, om eruit te komen – om het weg te hebben, we willen het kwijt.
Dan kun je natuurlijk zeggen dat het bij jou hoort, dat het bij je leven hoort – maar is dat niet een bon mot?

Bij mij komt dan de betoverende formule boven, die Maarten Houtman er in een van zijn laatste toespraken aan gaf (in het weekend in Mennorode van mei 2007):
“Stilstaan bij iets zonder erover te denken, daar gaat het om. Niets weten, alleen de grote vraag staat voor je. En die vraag die voor je staat … dat is de hele mensheid die zichzelf ziet. Daarin, in dat erbij stilstaan zonder gedachten, kan er iets gebeuren – ik zeg kán, het is helemaal niet gezegd dát er iets gebeurt. Maar het is mogelijk, en dat is een genade, dat je een moment plotseling beseft wie je bent.”

Het leven gaat door…

Geheel boven: Uit Klaaske's serie ‘Avondluchten boven de Elpermeer’, 04-09-2023 | Boven: ‘Afwas 21-09-2023’ (eigen foto)