“Boeddha Amitabha…”

Toen ik een jaartje of wat bij Maarten Houtman gezeten had, kwam ik in een coffeeshop aan de Nieuwmarkt Marina tegen, die ik eerder bij meditatie had meegemaakt. Toen ze me zag, vroeg ze me op een wat cynische toon “of ik nog steeds aan de pogingen van de heer Houtman deelnam…”
Dat schudde me even flink door elkaar… Alsof dat meditatie gebeuren iets was wat buiten mij om ging, alsof ik een ‘volgeling’ was die het zich liet aanleunen. Of erger nog: alsof Maarten zieltjes probeerde te winnen… Dat woord ‘pogingen’ sneed me door mijn ziel – als iemand je met zoveel liefde bij de hand neemt, dan noem je dat toch geen ‘poging’… Om maar te zwijgen over haar ‘mijnheer Houtman’.

Vanochtend, veertig jaar later, viel me in dat de dagelijkse ‘meditatie’ op mijn matje – een plek die ik heilig, waar ik het liefst de hele dag in de buurt van wil zijn – inderdaad een niet ophoudende reeks van pogingen is. Pogingen om in de buurt te komen van iets waarvan ik een licht vermoeden heb – in de wetenschap dat een diepe adem, een rustig hoofd en een ontspannen houding daar dan bij horen.
Wat me ook inviel, is dat ik daarbij drijf op een verre herinnering aan een verloren paradijs – die mijn onrust ten aanzien van mijn huidige leven voedt…

In De overtocht naar Fudaraku heb ik beschreven, hoe Japanse Amitabha monniken zich in een sloep de zee op lieten drijven, meegevoerd door de stroom, terwijl ze opgesloten zaten in een dichtgespijkerde houten kist … dat deden ze in het volle vertrouwen, dat ze zo de eilanden van het Westelijk Paradijs zouden bereiken – een heel leven samengebald in één moment, in één recitatie: ‘Boeddha Amitabha, Boeddha Amitabha, Boeddha Amida,’ aan een ketting van woorden stegen ze op naar het Paradijs.

Wil je  weg uit het gewone leven –
het gewone leven, met zijn zorgen,
zijn moeite, zijn ergernissen, zijn
korte momenten van voldoening.
Wil je daaruit weg?
En mediteer je
om daaruit weg te komen?
Of ervaar je dat meditatie
een uiterste concentratie is
op wat je bent –
niet gisteren, niet morgen, nú.
En kun je daar bij blijven?
Of ga je toch weer weg?
Als je voortdurend aarzelt:
wil ik dit, wil ik dat, neem ik
een boontje meer of minder,
weet dan dat liefde
de maat is van alle dingen.

Ondanks de gruwelijke ondertoon, ontroerde het verhaal van de overtocht naar Fudaraku me toen ik het las … blindelings en vol vertrouwen op weg naar het paradijs…
Maar vandaag kwam juist het beeld van een verloren paradijs in me op, een wereld die ik ooit gekend moet hebben:
“Je maakt nu de oudste reis van de wereld, binnendoor, terug in de tijd, naar waar het begon toen je op aarde kwam en nog niets wist, maar wel alles wilde leren kennen, op je gemak, zoveel als prettig voor je was.”
Uit: Maarten Houtman, Adem- en energie-oefening

Je gewoontenjasje glijdt van je af, het begin van een nieuwe dag.

Op een reis door Mongolië kwamen we op een verlaten plaats, Baga Gazriin Chuuluu geheten, waar ooit twee monniken leefden, op zoek naar de stilte.

Dat telkens maar proberen is dus niet zo gek. Ieder van ons heeft immers voorkennis. Het is een wereld die altijd al voor ons klaarlag, we hoeven nergens naartoe….

En als ik er goed over nadenk, lag het woord ‘proberen’ bij Maarten voor in de mond … al die sessies waarin hij het met ons opnieuw probeerde, en probeerde, en probeerde…

Schrijven, vrij en blij

Vrij naar Zhuang Zi, hoofdstuk 1: Zwerven, vrij en blij.
Het schrijfgerei dat ik van Maarten Houtman erfde. Fractal met droste-effect.

In den beginne was er de schepping, die begon met taal … én met de wens te ontdekken: ‘Er zij licht in de duisternis,’ zo klonk het.
Taal is dus het beginsel – dat er al was voordat ik er was. En ja, dan zingt elk vogeltje zoals het gebekt is…
Wat het schrijven betreft, dat is voor mij begonnen met juffrouw Leppink – die me in de klas op schoot nam, als ik er als dromer weer eens niets van begreep. En daar genóót ik van… Al helemaal van de welving van haar borsten – zeg maar dat ik stapelverliefd op haar was.
Als ik dan weer op m’n plaats zat, tekende ik, met het puntje van m’n tong uit m’n mond, de letters op papier … met grote bogen, alsof ze de welving van haar borsten waren…

Dat is pas schrijven vrij en blij...

Maar toen kwam de grote deceptie…
Op zekere dag kwam juffrouw Leppink bij ons op bezoek, ik moest de kamer uit, met kloppend hart.
Toen ik weer binnen mocht komen, werd mij verteld dat ik, in plaats van links – zoals ik dat spontaan deed – voortaan rechts moest gaan schrijven, ‘zoals iedereen dat deed,’
Terwijl schrijven mijn grote liefde was, ik vond het prachtig!
Hoe wreed kan het leven zijn…
Ik geloof niet dat ik daarna nog bij juffrouw Leppink op schoot heb gezeten – al helemaal niet, omdat mijn moeder haar had gezegd dat ik haar ‘dik’ vond – ja, hoe moest je als kind je fascinatie anders onder woorden brengen… Ik had dat toen trouwens gezegd, alsof ik het onsmakelijk vond – misschien praatte ik m’n moeder wel naar de mond… Het voelde in ieder geval aan als verraad…

We komen elkaar tegen in het voorbijgaan
en zo leven we lange tijd langs elkaar heen.

Als ik je weer zie, is het in het voorbijgaan,
ook al denken we dat het voor eeuwig is.

Het was in het voorbijgaan dat ik je liefhad
... en dat is liefde die van de eeuwigheid is.

Zo begon ik, met mijn schrijven en al, langzaam af te drijven van mijn eigen inspiratie, van mijn eigen verhaal. Want dit was pas het begin… Het heeft nog vele jaren geduurd voordat ik de weg helemáál kwijt was…
Maar toen kon het grote Werk beginnen, met het ‘stille zitten’ van Zen – alsof ik weer bij juffrouw Leppink op schoot zat… Alleen bleek dít zitten voor mij wel heel moeilijk te zijn…
Toen Feldenkrais-juf Greet Wicart me een tijdje had meegemaakt, daar in de groepen en sessies van Maarten Houtman, zei ze op een gegeven dag tegen me: “Dat ‘zitten’ is niets voor jou, Hein… ”
Nou, als je dat al een flink aantal jaren hartgrondig hebt geprobeerd, omdat het nu eenmaal de oefenweg van je geliefde meester is, is dat dan net of het vloerkleed – of, in dit geval: je meditatiematje – onder je vandaan getrokken wordt… Maar Greet zag m’n onrust, mijn rondwarende gedachten – die zich, als in het spreek-ballonetje van een stripplaatje, boven mijn hoofd afgetekend moeten hebben.

Toen ik tien jaar geleden met dit blog ‘Shakingzen’ begon, was dat dan ook primair om stoom af te blazen, om de druk van het ballonnetje af te halen.
Maar ik wilde natuurlijk ook m’n tanden zetten in dat onverstoorbaar arrogante Zen, dat meende mij aan de grond vast te kunnen nagelen, ‘speels jongetje’ als ik was – dat was hoe mijn geëerbiedigde rector Dr. G.J.D. Aalders van het Chr. Lyceum in Arnhem me een keer noemde, toen hij me zag rondrennen tussen de banken van de eerste klas – die dropen van eerbied voor de Grieken en de Romeinen…

Maar Maarten begreep hoe nodig ik dat zitten juist had, om van mijn reformatorische grondvesten los geshaket te worden. Hij liet me volhouden…
Wat hij wel zag, is dat je er met dat ‘zitten’ alleen niet komt, dat er een leefwijze voor nodig is, die al bij de voordeur begint – al voor de voordeur…
Zo kwam het dat hij me de computer ‘aanpraatte’ – die voor mij een liefhebberij bleek te zijn, die mijn aandacht cultiveerde. En zich zo over m’n hele leven kon uitbreiden, inclusief m’n beroepsleven, geld verdienen… Zo kon ik uiteindelijk van mijn liefhebberij mijn beroep maken.
Waarbij Maarten me nog – voor publicaties van stichting ‘Zen als leefwijze’, waar hij Klaaske en mij in betrokken had – privé-lessen gaf in layout, met zijn achtergrond als docent aan het Grafisch Lyceum in Utrecht. Zo liet hij mij de schoonheid van tekstopmaak zien, op papier en later op het scherm. Allemaal zaken, waarvan ik tot op de dag van vandaag volop profiteer…

Dat is pas schrijven vrij en blij...

Maar er zijn ook vele anderen die me geholpen hebben in mijn transformatie. Om te beginnen Klaaske, die me bleef ondersteunen, ook toen ons bootje er bijna van zonk…
En toen was er Hanna, die samen met Maarten ons leven binnenkwam – ze liet me zien dat het avontuur van het leven zelf de ware kunst is…
Later waren er vrienden, die me andere kanten van het leven lieten zien. Zoals Stan, in de lange gesprekken die we in de kroeg bij Klaverkoning met hem hadden. En Diana, die me zomaar meenam op een fantastische expeditie met de Trans-Siberië expres, tot in het hart van China. Later was er Emilie, die me niet alleen inwijdde in het marktwezen, maar me – schijnbaar uit het niets – meenam naar een cursus website-bouw. Dat opende voor mij een hele nieuwe wereld… Eén, die mijn schrijfgerei uitbreidde tot een blog als deze… Waarin, Halleluja!, geen links of rechts meer is.
En er was de gezelligheid die Aloys en Rien me boden, als medebestuurders van Tao-zen.
Last but not least, leerde Ingrid me met haar zeilboot weer een heel ander kant kennen: hoe het leven van een echte waterliefhebber eruit ziet – al was ik dan dertig jaar ‘bootjesmens’ geweest, in mijn element…

Zo hebben jullie mij allemaal geholpen de tijd te beiden en mijn wereld uit te breiden. Voortbordurend op één en hetzelfde thema: aandacht en liefde.
Ik dank jullie allemaal dat ik deze aanloop heb kunnen nemen!

… en dan gaan we nu verder met Shaking Life in de hoop dat jullie méé zullen dansen in het leven.

‘Voorwaar, de Tao is oneindig groot en veronachtzaamt ook het kleinste niet.’

Wo warst du, Adam?

Toen mij gevraagd werd “of het je bewust worden deel te zijn van een onbegrijpelijk mysterie, maakt dat de wereld ten goede verandert,” antwoordde ik: “Het leed dat de wereld teistert komt voort uit hetzelfde mysterie, maar als je je daarvan bewust bent, kun je dat in je leven laten zien.”
Maarten Houtman, Geschiedenis van de Tao-zen meditatie, 2005
Hiroshima Ground Zero, Augustus 1945

Toen ‘Little Boy’ op 6 augustus 1945 boven Hiroshima tot ontploffing werd gebracht, veranderde de stad in een hel van smeltende stenen en verdampende lichamen. En toen was er nog de straling, die nog vele jaren als een sluipmoordenaar onder de overlevenden bleef rondwaren. Zoals bij Sadako Sasaki, het meisje uit God’s tears over Japan, dat nog in sprookjes geloofde en tot aan haar dood kraanvogels bleef vouwen. Zij overleefde de ramp tien jaar.

Sadako Sasaki als schoolmeisje (foto: Masahiro Sasaki, 1949)

Als het ging over schokkende dingen die in de wereld gebeurden, zoals de Bijlmerramp in oktober 1992 en de Twin Towers in september 2001, vroegen we later wel eens aan elkaar: waar was jij toen … waar was jij toen de Twin Towers instortten?
Dan blijkt zo’n onvoorstelbare ramp in je eigen levensverhaal een plaats gekregen te hebben – pas als de wereld in elkaar stort, beseffen we het hier en nu van het bestaan, zijn we even wakker.

Ik weet nog, na de kernramp bij Tsjernobyl van 26 april 1986, hadden we een bijeenkomst van de Leerhuis-groep van Maarten Houtman op de Zen-zolder van ‘De Kosmos’ in Amsterdam. Ad Verhage – zelf natuurkundige en protagonist van de nieuwe fysica – kwam daar ’s ochtends binnen met het nieuws. Hij was geschokt. En dat waren wij allemaal.

En ik vroeg me af: waar was ik in augustus 1945, toen de bommen op Hiroshima en Nagasaki vielen?
Ik was toen 2½ jaar, het was mijn laatste zomer in Utrecht, vóór ons vertrek naar de betonfabriek langs de Hollandse IJssel. En ik had natuurlijk geen flauw idee van die atoombommen, die aan de andere kant van de wereld, ver van ons vandaan, een niets en niemand ontziende vernietiging teweeg hadden gebracht – in het Krimpen van die tijd zouden ze het ‘werktuigen van de duivel’ genoemd hebben…

Twee wereld die naast elkaar bestaan. Hoe hoe is dat mogelijk? Of is er een verbinding? Ben ík soms die verbinding, door me ervan bewust te zijn, door erdoor geraakt te zijn…

Tot op het bot in de kern gespleten
draagt mijn wereldbeeld haat uit,
zaait tweedracht – ik ben de bom	

Daardoor is mijn wereld op zoek
naar medestanders, gelijkgezinden,
om die eenzaamheid te verdragen	

Toch kan alleen een ‘Alleingang’, 
een lange weg van inzicht en besef,
durend aan haar wortels knagen

Der Tod ist ein Meister aus Deutschland
heeft ook in Japan flink huisgehouden,
één vuurbal en alles is opgelost in stof.	

Een maand nadat de bom ontploft was, had een Amerikaans onderzoeksteam ter plekke de effecten bestudeert. Maar de regering Truman had de pers gemaand de foto’s ervan (zoals die bovenaan) niet te publiceren.
Hoe het toen verder met die foto’s ging, is een bizar verhaal: één van de fotografen had ze mee naar huis genomen en op zolder opgeborgen. Na zijn de dood, zette zijn dochter ze bij de vuilnisbak – waar iemand ze vond.
Zo kwamen de foto’s uiteindelijk in augustus 2011 op een tentoonstelling in New York terecht.
Het bericht erover in het NRC-archief luidde: “Emotieloze foto’s die systematisch de schade inventariseren in de Japanse havenstad, die veranderd was in ‘een stad van as en schoorstenen’, in de woorden van John Kenneth Galbraith.”

De vraag blijft wat die meedogenloze terreuraanslagen op burgers – ‘non-combatants’, zoals dat in het Internationaal humanitair recht heet – voor de mensheid als geheel heeft betekend, zeg maar voor het ‘wereldbewustzijn’, voor jouw en mijn bewustzijn. Nog helemaal los van de vraag, hoe zo’n aanslag er in het kader van dat recht zelf uitziet.

Het is heel begrijpelijk, als in de centrale van het ‘ik’ opeens een heleboel energie komt, dat het ‘ik’ denkt: ha, heerlijk, nou kunnen we wat…
Dat is natuurlijk op alle gebieden zo, dat is in de wetenschap, dat is in de vechtkunst, dat is in sex, dat is overal. Maar het is natuurlijk een misvatting. En als mensheid hebben we die misvatting natuurlijk geregeld gepleegd, op grovere niveaus. De beschikking over kernenergie heeft het allereerste geleid tot kernwapens, en zo ga je door. Dus het is heel belangrijk om dit te begrijpen, want dan weet je tenminste wat het betekent.
Maarten Houtman, ‘De inzichtelijke reis’, Eefde, juli 1990
Hanna Mobach, Z.t., 1978. Inkt en penseel op papier.

God’s tears over Japan

 

Stop the Bullet

 

Lincoln resisted going to war,

against the “better angels of our nature.”

And when the civil war was over,

even the photos were discarded,

their glass plates sold to gardeners

for conservatory walls.

As the sun burned the images away,

hundreds of red roses

absorbed the light to grow.

 

Over a century and a half later,

an 82-year-old surfer rides the waves,

recalls being strafed by machine-gun fire

on Pearl Harbor

as the planes flew low,

the red circle on the fuselage

etched in memory.

 

So many bodies, not enough caskets,

they had to put two men in each –

young American men along

with the Japanese pilots

who killed them.

Is there a better metaphor for war?

 

When the soldier arrives,

bleeding in the doorway,

can you recognize him as yourself

and let him in?

 

Amy L. George, The Fragrance of Memory (Amsterdam Press, 2010).

Uit: Kyoto Journal Issue 77.

 

In de NRC van 26 nov. 2022 las ik de column van Marijn de Vries, oud-profwielrenner en journalist. Naar aanleiding van de elf origami kraanvogels, die de Japanse voetballers in hun kleedkamer in Qatar hadden achtergelaten, vertelde ze het ontroerende verhaal van Sadako Sasaki:

“Ze woonde in Hiroshima, op anderhalve kilometer van de plek waar in 1945 de atoombom insloeg. Ze was toen twee jaar oud, maar overleefde en leek op te groeien tot een sterke meid, die goed kon hardlopen. Toen ze elf was, bleek ze leukemie te hebben. Opgelopen door de enorme hoeveelheid straling waaraan ze was blootgesteld.

Sadako lag veertien maanden in het ziekenhuis, en werd steeds zieker. Toch begon ze met het vouwen van kraanvogels. De moeilijke kraanvogels, met het bolle ruggetje. Want volgens een Japanse legende zou ze een wens mogen doen als ze duizend kraanvogels had gevouwen. Ze zou wensen dat ze beter werd, natuurlijk. En dat alle kinderen die ziek geworden waren van de straling, beter zouden worden. Ze zou wensen dat mensen elkaar nooit meer zoiets verschrikkelijks zouden aandoen. Ze wenste vrede.

Volgens de overlevering stierf Sadako na het vouwen van haar 644ste kraanvogel. Haar vriendjes en vriendinnetjes vouwden – zo vertelt de legende – de rest van de kraanvogels, tot het er duizend waren. En ze zamelden geld in voor alle kinderen die ziek waren geworden door de atoombom. Het verhaal van de kraanvogels ging het land door en de wereld over, en in 1958 kreeg Sadako een standbeeldje in het Vredespark van Hiroshima, met een kraanvogel in haar hand. Bij het beeld staat te lezen: „Dit is onze schreeuw. Dit is ons gebed. Vrede op aarde.”

 

He thanked God for de bomb

others did too.

God responded with tears;

and a telling quotation

from General Eisenhower:

‘It wasn’t necessary to hit them with

that awful thing’;

and from Einstein.

‘If I only had known,

I would have become a watchmaker.

 

God’s Tears

(Reflections on the Atomic Bombs on Hiroshima and Nagasaki)

by David Krieger. Tokyo: Coal Sack Publishing Company.

 

AUGUST MORNINGS

 
Hiroshima
Clear summer morning
The steel-hearted bomb
Just a speck in the sky
Nagasaki
The bomb shatters
The humid summer silence –
Severs the heads of stone saints
 
David Krieger, Hiroshima / Nagasaki Poems
Kyoto Journal, Issue 77
En ik vroeg me af, hoe heeft Japan dit armageddon overleefd…

Ik bestelde Kyoto Journal, waar dit artikel in stond: Proliferation, Tradition and ‘The Myth of Tomorrow’ – ‘Myth of Tomorrow’ blijkt een gigantische muurschildering in het Shibuya-metrostation in Tokyo te zijn, gemaakt door Okamoto Taro (1911 -1996):

“Schitterende kleuren, rode vlammen en vreemd bekende vormen, exploderend over een uitgestrekt veld van duistere blauwe en paarse tinten. Nabij het midden van de compositie is een skeletachtige figuur in vlammen gehuld – die het niet uitschreeuwt of om genade smeekt, die ook niet om medelijden vraagt, maar gewoon brandt…

De gigantische muurschildering is niet dreigend, ze zal een toeschouwer slechts even naar binnen trekken, als hij het toelaat, en dan weer loslaten – misschien veranderd, misschien onaangetast.

‘Myth of Tomorrow’ vertegenwoordigt het hoogtepunt van Taro’s bezorgdheid over de verschrikkingen van oorlog en de angst voor atoomwapens. Maar het klaagt niet zozeer over de gevolgen van oorlog of overweegt de onmenselijkheid van de mens jegens de mens, maar zegt: Dit is wat er is gebeurd. Laten we het erkennen, onthouden en verder gaan.

De muurschildering gaat niet alleen over Hiroshima en Nagasaki; heeft veel te zeggen over de naakte wapenwedloop.

Okamoto Taro maakte zijn kunst niet om te choqueren of te prikkelen. Hij wilde dat de mensen in zijn thuisland verandering zouden omarmen en met heldere ogen en de verwondering van een kind naar de toekomst zouden kijken.”

 

‘Myth of Tomorrow’, Okamoto Taro. Shibuya Station, Tokyo, 5,5 x 30 m
[klik om te vergroten]
‘Myth of Tomorrow’, detail.
[klik om te vergroten]

 

“The clouds that parted following the end of the Cold War are gathering once more. We have been extraordinarily lucky so far. But luck is not a strategy. Nor is it a shield from geopolitical tensions boiling over into nuclear conflict. Today, humanity is just one misunderstanding, one miscalculation away from nuclear annihilation.”

António Guterres, Secretary-General of the United Nations 

Nuclear Non-Proliferation Treaty 10th Review Conference, Augus 1, 2022