Een nacht in het klooster – Regina Carmeli, mei 2018

2018 REpaired&Reposted

In de nacht van 26 op 27 april, daags voor zijn honderdste geboortedag – die we op 5 mei zouden vieren – verscheen Maarten me in een droom, zijn gestalte was duidelijk zichtbaar. Maar zijn boodschap leek persoonlijk te zijn, hij zei me: “Breng maar een nacht in het klooster door…”

Die boodschap was voor mij glashelder. Dat zat zo:
Ik was van plan een tentoonstelling in museum ‘De Domijnen’ in Sittard te bezoeken, maar vond de reis op één dag teveel. Ik kreeg een tip dat ik in het klooster ‘Regina Carmeli’ terecht zou kunnen, niet ver van het museum.
Dat leek me een apart avontuur – we zijn tenslotte met Maarten vaak in kloosters geweest – en een verblijf daar was niet duur. Ik was het nog aan ’t overwegen, toen ik ’s nacht die droom kreeg – voor mij een soort ingreep van de hemel, waar ik zeker gevolg aan wilde geven.
De volgende dag mailde ik met het klooster en uiteindelijk kon ik er 22 mei terecht.

Toen ik die dag ‘s middags in Sittard aankwam, hing er een dreigende lucht. Er was onweer voorspeld. Ik zette m’n auto in een parkeergarage vlakbij het museum. Maar toen ik buitenkwam stonden de sluizen van de hemel wijd open, ondanks m’n paraplu was ik in een mum van tijd doorweekt. De regen was inmiddels overgegaan in hagel. Ik schuilde tegen een gevel, maar zag dat het hopeloos was. Ik vluchtte de garage weer in en besloot het museum over te slaan en direct naar het klooster te rijden.
Buiten kolkte het water door de straten, putdeksels lagen naast open gaten. Bij het klooster gekomen, moest ik tot aan m’n enkels door het water waden om de ingang te bereiken. Toen ik binnenkwam, was het eerste wat ik zag een ondergelopen keuken. Boven gekomen zag ik vanuit mijn raam de eerste hulpdiensten op de binnenplaats van het complex verschijnen, die slangen uitrolden. Alle kelders bleken ondergelopen te zijn.

Bij het avondeten vertelde een zuster dat ze urenlang opgesloten had gezeten en geklop en noodkreten had gehoord: “Ik heb een uur tot de Heilige Jozef – de schutspatroon van de orde – gebeden of hij we wilde redden, maar bedacht toen dat ik ook geduld moest hebben…” Ze was nog steeds opgewonden en hield een lederen gebedenboek tegen de borst geklemd. Mijn wijsneuzige opmerking dat je toch maar jezelf moest zien te redden, werd weggewimpeld – misschien had ik zelf wel tot Maarten gebeden…

Van uitputting ging ik vroeg naar bed. Toen ik middenin de nacht wakker werd, drong het tot me door dat dit de overnachting was waar Maarten me in m’n droom in zekere zin heengeleid had… En ik vroeg me af wat de betekenis kon zijn. Ik was midden in een ramp in een klooster beland, misschien wel daardoor was al het oude achter de horizon verdwenen. Ik was daar weliswaar een vreemde eend in de bijt, maar ik mocht op dat moment wel in hun leven delen…
Ik had gelezen dat de orde (die wereldwijd verbreid is) gesticht was door een Duitse vrouw, de zalige moeder Theresa die daar in Sittard begraven lag. Haar botten waren herbegraven in de kapel en haar portret hing in vrijwel alle vertrekken. En natuurlijk hingen er de onvermijdelijke crucifixen, waar de boodschap ‘Your Body is A Temple’ niet aan besteed was. Ik keek er nog eens goed naar en kon me voorstellen dat de Kerkhervorming de lijdende Christus van het kruis had gehaald…

De ontbijtzaal bleek die ochtend leeg, maar even later kwam de non van de vorige avond binnen, samen met haar zuster uit Aken, die bij haar op bezoek was. Er werd voor het eten niet gebeden en we praatten over de zorgen in Aken over de Belgische kerncentrales.
Na gepakt te hebben besloot ik direct terug naar huis te gaan en het museum over te slaan. Ook van een gepland bezoek in Tiel zag ik af, het was gewoon genoeg geweest. Het werd me inmiddels duidelijk wat hoofd- en bijzaak was…

Ik had een fortuinlijke terugrit, maar ontdekte bij mezelf onderweg wel sporen van een Messiascomplex: bij een stop ik bleek al te toeschietelijk (‘laat u uw blad maar gewoon staan’) en ik maakte me zorgen over een man die z’n vrouw liep te zoeken … terwijl ik zelf even later de weg kwijtraakte. De Goede Werken hadden hun werk gedaan…
Thuisgekomen ontdekte ik nog iets anders: toen ik Klaaske van m’n avontuur vertelde en een schimpscheut uitdeelde wegens hun verering van de zalige Theresa, moest ik plotseling aan onze viering van Maarten’s 100e verjaardag denken, zo maar uit het niets drong de parallel zich aan me op: dat het niet gaat om het verbreiden van een geloof of het vereren van een heilige, maar louter om het verdiepen van het eigen inzicht. Ik schrok van m’n onnozelheid – was dát de diepere betekenis van mijn droom?

Ik moest ook even denken aan de ‘dwaze monnik’ en zijn klooster in het Noorden. En aan alle mensen die nog op zoek zijn naar een ‘klooster’, die lange zitsessies en nieuwe meesters volgen. Nee, één is voor mij genoeg voor een heel leven – meerdere levens…

Automania #1 – Ontwaakt in de Krimpenerwaard

2022 REpaired&reposted
Jaarsveld a/d Lek
foto Ingrid Bakker

In september 1946 reed een verhuiswagen van Utrecht naar Krimpen a/d IJssel, mijn moeder, Meino en ik zaten voor in de cabine. Het monster op wielen zocht zich een weg tussen de grote rivieren van IJssel en Lek, grotendeels rijdend van dorp tot dorp langs lokale wegen. De N210, die dwars door de polder loopt en op betonnen palen staat, moest toen nog aangelegd worden. Alleen de provinciale weg N228 bestond toen al – een weg met een grillig verloop en een bewogen geschiedenis…

De eerste 3,5 km van de N228, van De Meern tot aan de Hollandse IJssel, gaat over de Meerndijk. Daarna loopt hij aan de zuidzijde van de Hollandse IJssel verder, tot aan de Stolwijkersluis, enkele honderden meters voor Gouda.

Deze N228 werd aangelegd tussen 1928 en 1934 in het kader van het Provinciaal Wegenplan 1927. Dit werd uitgevoerd door de Provinciale Waterstaat in Utrecht, dat destijds onder leiding stond van Anton Mussert. Langs de weg zijn nog steeds grenspaaltjes te vinden die naar hem vernoemd zijn, de zogenaamde ‘Mussertpalen’ [bron: Wikipedia].

De tocht door Krimpenerwaard langs wegen van rond 1946 – de rode lijn kan de route geweest zijn.
[klik om te vergroten]

Ik had mijn eerste 3½ jaar aan de Goethelaan in Oog en Al gewoond,met opa en oma, ooms en tantes om de hoek – een vredig bestaan, lijkt het, maar het was toen wel oorlog…
Die tocht daarna, met de verhuiswagen de stad uit, moet ook mijn eerste autorit ooit geweest zijn. Ik was helemaal gebiologeerd. Ik zat daar voorin op mijn hoge troon als een koning van de weg, het grommend monster onder me … maar dat is alles reconstructie.
Maar het moment dat de verhuiswagen aan het eind van de rit, in Krimpen vanaf de IJsseldijk de fabriek op draaide, staat in mijn geheugen gegrift… Alsof ik ontwaakte in een nieuwe wereld – een wereld waarin mijn bewuste aanwezigheid voortaan mijn ‘standaardmodus’ zou worden.
Van het daarvóór kon ik me nauwelijks meer wat herinneren, alleen het afscheid van mijn grootmoeder in Utrecht die me een koekje presenteert uit de trommel bovenin de kast.
Voor de rest is het weg, alsof wat daarna kwam het in de vergetelheid heeft gebracht.

De wereld waarin ik terecht kwam, was ook van een totaal andere orde als het slaperige bestaan aan de Goethelaan… Hier waren niet de vertrouwde familieleden, maar arbeiders die zwaar werk deden… Staande op de mal van een grote rioolbuis in aanbouw, stampten ze met een pneumatische stamper met lange steel de daarin aangebrachte betonspecie aan, zodat het een hecht geheel werd. En als het beton na een dag of wat gehard was, mocht de mal eraf en werden de buizen opgestapeld. Daarna stond er ’s zomers een sproei-installatie om ze nat te houden – waaronder ik dan ’s avonds weer stond af te koelen in de snikhete zomer van 1947 – zie: Coronadagboek #6 het witte huis.

Vader, Meino, Hein en moeder op het fabrieksterrein, niet lang na aankomst.

Op een werkdag – en dat waren er nog 5½ in de week – wemelde het daar van de ronkende machines en reden aller handen voertuigen af en aan: trucks met aanhangwagen om de buizen af te voeren, vorkheftrucks – ik keek met open mond naar hun wendbaarheid, en de trucjes die ze ermee konden uithalen – er waren kiepwagentjes, ga zo maar door.

Het duurde dan ook niet lang of ik begon dat ‘speelgoed’ zelf te sparen, ik bouwde mijn eigen wagenpark op in de vorm van Dinky Toys. Dat werd al gauw mijn grote manie – terwijl ik, kruipend over de vloer van de huiskamer, ze voortbewoog: een vuilniswagen met schuifluikjes, een truck met oplegger, natuurlijk een verhuiswagen, een racewagen, en nog vele anderen. En allemaal in bonte kleuren. Ik was automaniak geworden!

Road show van mijn Dinky Toys, rijdend over de balustrada van mijn studio.

Vergeleken met de fabriek en het dorp langs de IJsseldijk, had de polder aan de andere kant van de dijk iets heel geheimzinnigs, je kon daar de kracht van de natuur voelen.

Toen ik rond 1953 een jaar in het centrum van Krimpen woonde – mijn vader was bij Waco-beton weg en vooruit gereisd naar zijn nieuwe baan in Nijmegen – stond ik een keer aan de rand van de bebouwing over de polder uit te kijken, over het prikkeldraad heen. Het had een magische uitwerking op me, de ruimte, de leegte –een andere wereld, los van het bekende…

Luchtfoto Krimpenerwaard
© Foto Siebe Swart

Terug naar Kijkduin

2019 REpaired&reposted

In het najaar van 1988 nodigde Leendert Goudswaard – medebestuurder van de kersverse stichting ‘Zen als Leefwijze’ en leeftijdgenoot van Maarten Houtman – me uit om mee te gaan naar een bijeenkomst van ‘Dynamische Meditatie’ in Kijkduin. Leendert was altijd wel in voor een experiment, om zijn misschien wat saaie bestaan als Haags ambtenaar op te rekken.
Op de Sterrelaan bijeenkomst van 26 november 1988 deden wij verslag van onze avonturen:

– Leendert: Ik heb met Hein een paar dagen geoefend in Kijkduin. Je wordt dan geconfronteerd met een heel ander soort mensen. We misten de rust van hier echt. Terwijl om ons heen vreemde, wilde dingen gebeurden, merk je hoe je daar in meegezogen kan worden…
In dit geval waren het reacties van huilen, van spontane bewegingen… Eigenlijk was het verschrikkelijk, ’t was net of de hele ruimte verstoort raakte met die veertig mensen. Dan voel je hoe moeilijk het is om bij jezelf te blijven, dat lukt niet.

– Hein: Ja, er kwamen nogal wat dingen boven die normaal onder de drempel zitten. Bij mij lokte dat iets uit waar ik nogal van schrok.

– Leendert: Er is dat beschermde gevoel als je jaren lang mediteert in een groep. Nu kom je ineens in een andere wereld terecht en ziet heel interessante dingen…

– Maarten: […] Je ervaart – dat is nou juist het leuke – dat het aan die plek gebonden is: ‘daar waren een stel wilde mensen’. Ik maak het nu maar even heel zwart-wit om het aan te duiden, zo ervaar je het. Maar je vergeet dat je jezelf meegenomen hebt. En als wij hier rustig zitten met elkaar, dan is die wilde troep in jezelf gewoon niet aan bod. Die is er wel.

– Hein: Dat zou ook een nadeel kunnen zijn…

– Maarten: Ja, natuurlijk is het een nadeel om altijd maar rustig hier in de groep te zitten.

– Leendert: Omdat er misschien toch een beetje dwang in zit…

– Maarten: Nou, niet dwang, maar voor-de-gek-houderij. Je houdt jezelf voor de gek. En niet bewust.
Mensen, misschien begrijpen jullie nou toch eindelijk eens waarom ik dikwijls zo wanhopig ben. Want jullie zijn allemaal zo lief! Dat meen ik.

Wij dansen onder de sterren
een punt in de eeuwigheid
een tel in de onmetelijke ruimte
voor altijd

In een gefilmd portret van regisseur Sherman de Jesus kwam Maarten terug op dat ‘lief zijn’:

Maarten: Dus opnieuw sta je voor iets wat je nooit hebt kunnen bedenken, namelijk dat je van elke ervaring maar een heel klein puntje hebt. En als je dat puntje de kans geeft, breidt het zich uit. Het is heel gek als je beseft dat wij in zo’n kleine wereld leven.

Sherman: Hoe komt het dat mensen hier niet mee bezig zijn?

Maarten: Omdat ze nog niet door de vertaling heen gevallen zijn, het leven heeft ze niet in staat gesteld om te twijfelen. Dat vind ik het afschuwelijke van onze samenleving hier, dat het zó ‘lief’ is, dat we het niet tegenkomen.
Dat is het grote voordeel dat ik in m’n leven gehad heb, dat ik veel beleefd heb wat afschuwelijk was, waardoor ik er gewoon doorheen zakte. Dat is echt een voorrecht geweest, dat geldt ook voor het kamp. En dat heb ik op het moment dat ik daar was beseft.

Dat speelde zich af in 1988. Twintig jaar later ben ik aan ’t ‘shaken’ geslagen (Osho zou het misschien ‘dynamische meditatie’ noemen). Wat verandert er eigenlijk…

In zijn observatie ‘Kwaliteiten van energie‘ maakt Maarten een fundamenteel onderscheid tussen twee soorten van energie:

  1. Een zachte, helende energie die langzaam op gang komt en geen beweging kan velen dan in een veel later, meer gevestigd stadium. De eigenlijke meditatie-energie.
    Gevestigd in die zachte, helende en verbindende energie heb je er geen behoefte aan jezelf te stellen of te verdedigen. Waarom zou je, je bent toch verbonden? Vanzelf ervaar en reageer je –wat dan eigenlijk ‘ageren’ is – uitsluitend als de zaak zelf erom vraagt.
  2. Een voor je gevoel spontane energie in de zelfhandhaving op alle niveaus: in beweging, in de spieren, in het rijden met de auto, trein en fiets, en niet aflatend in de gedachte- en gevoelsbeweging.
    Het geeft je een gevoel van leven, van ‘er-zijn’, en daarmee van zelfvertrouwen. Een gevoel je te kunnen handhaven tussen de andere ‘ikken’. Ongewild leidt dat tot geweld en agressie – ook als de ‘ikken’ zich verenigen, blijven ze afgescheiden. Uitbuiting, honger en oorlog vertellen ervan.
    Deze energie kan in zijn meest opgevoerde vorm andere ‘ikken’ wegblazen – we lezen erover bij zen- en tai-chi meesters. Het mist de verbindende openheid, waarin jij, de ander en de zaak evenwaardig zijn.

Dat ‘andere ikken wegblazen’ was me, in bijna letterlijke zin, toen in Kijkduin overkomen…
Vanuit het niets leek iemand, die zich op het toilet aan me opdrong, tegen de wand gesmakt te worden. Het was alsof het zich in een andere werkelijkheid afspeelde, ik was me niet bewust iets gedaan te hebben, maar ik wist dat ik erbij betrokken was…

Had die ‘Dynamische Meditatie’ dan toch gewerkt? Maar het was bepaald niet die meditatie-energie waar Maarten hierboven op doelde…

De terugkeer van Tiësto

Boven: Hanna Mobach, Stoel van Elia, 1973.

2017 REpaired&reposted

Toen Maarten Houtman in 2007 definitief stopte met zijn lesgroepen, schreef hij het pamflet ‘Aan mijn opvolgers’, waarin hij zijn leerlingen aanspoorde zijn werk voort te zetten:

 Nu ik na jarenlang met jullie geoefend te hebben, definitief afscheid neem, moeten jullie het van mij overnemen. Hoe dat zal gaan weet geen mens. Maar jullie moeten bij jezelf nagaan of je dat ook echt wilt. Niet om mij gerust te stellen, maar omdat meditatie een levenszaak voor je is.
[...]
Al met al een geweldige uitdaging, een die het uiterste van je vraagt, maar die ook alle kracht en vertrouwen in je activeert. Het is niet niks, maar dat was het ook niet toen ik de leiding nog had. Maar toen kon je nog, al was het onbewust, het gevoel hebben hij is er, dus...
Durf jezelf uit te dagen, de tijdloze werkelijkheid wacht op je antwoord. Altijd al, maar nu zeker.

Met onze eigen Amsterdamse ‘huiskamergroep’ hebben wij daar sinds 1 januari 2010 een bescheiden bijdrage aan geleverd.
We gaan nu dus ons achtste jaar in.
Het aantal deelnemers was nooit groter dan zes – meer gingen er gewoon niet in. Soms vertrok er iemand, soms kwam er iemand bij. Maar het was altijd gezellig, zeker tijdens het rondje theedrinken vooraf aan de keukentafel. En als er iemand zei: “Voor mij is zingen toch de betere meditatie,” dan hielden we een vrolijk afscheid – zie foto onder.

Hier zie je ze allemaal
> Vergroten door te klikken


Mei 2013 overleed Ellen plotsklaps aan een hartstilstand. Het verlies zijn we maar moeizaam te boven gekomen, haar plek in onze huiskamerkring is sindsdien eigenlijk onbezet gebleven.

Casta (half-time) en Aloys (wintergast) hebben de leemte nu enigszins opgevuld.

’s Zomers moeten we het zonder Aloys stellen, van mei tot september is hij onze fietsende Tao-zen ambassadeur in Europa. De deelnemers aan de huiskamergroep ontvangen dan van heinde en verre zijn reisverslagen: van de Noordkaap tot Rome, van de Buiten Hebriden tot Sevilla.

En wij intussen maar zitten en shaken…

Onlangs stond, na jaren, Tiësto weer op ons shake-programma: onderstaande twee nummers van Panama (In Search Of Sunrise 3).
Ellen was onze grote Tiësto fan, als zijn muziek weerklonk shakete ze erop los… dus we draaiden hem veel.
Tiësto keert nu terug … als hommage aan Ellen!

‘Cantico Espiritual’ van Johannes van het Kruis

✏️ NOTITIE bij Het komt vanzelf…, toespraak maart 2026
”Een van de hoofdzaken is dat wij moeten begrijpen dat we, wat we ook willen bereiken in ons leven – en dan doel ik speciaal op geestelijk terrein – dat wij alleen maar iets kunnen bereiken als we onze situatie waarin we zijn, én onszelf zoals we zijn, volledig accepteren.
Nu, wat is één van de meest opvallende dingen? Dat is dat je op aarde bent, dat je geboren bent, dat je dus een vorm hebt, dat je een lichaam hebt. Je bent dus niet in de hemel.
En het is ook niet de bedoeling dat je in de hemel bent, je bent op aarde. Je bent hier. In de situatie waarin je bent, met het lichaam dat je hebt, met de gebreken die je hebt, de mogelijkheden die je hebt. Met de fantasieën die je hebt, met de onzinnigheden die je hebt. Zo ben je, dat is jouw vertrekpunt, en geen ander.”
Maarten Houtman, Het komt vanzelf…,

‘Op de drempel van de eeuwigheid’

In mei 2020 bracht ik, gestrand op weg naar een verre bestemming, een onverwacht bezoek aan het Kröller Müller Museum.
Ik was bij de ingang van de Hoge Veluwe al gewaarschuwd dat bezoek aan het museum nog steeds aan het corona regime onderhevig was: ‘Uitsluitend op afspraak…’
Maar vertrouwend op mijn goede gesternte, mijn museumkaart en mijn zeventien Tropen(museum)jaren als suppoost, wist ik toch binnen te geraken. En eenmaal binnen, had ik alleen maar belangstelling voor Van Gogh…
Al gauw liep ik de vertrouwde zalen binnen – waar nu overal bordjes hingen met ‘Maximaal vier personen’ . Nauwelijks was ik, binnen het quotum, een zaal binnengelopen, of ik zag onderstaand schilderij hangen.
Er voer een kleine schok door me heen…

Vincent van Gogh, “Treurende oude man”, 1890,
ook bekend als“Op de drempel van de eeuwigheid”).
Kröller-Müller Museum, 80x64cm

Ongelofelijk! Ik was dit werk pas nog online tegengekomen – weliswaar in een totaal onverwacht verband, dat me sterk geïntrigeerd had. Maar waar was dat?

Toen ik aan het eind van de dag thuiskwam, bladerde ik gelijk door mijn browser geschiedenis. En toen had ik het al gauw gevonden:

In zijn toespraak Het komt vanzelf…, (Tao-zen sessie december 1993) vertelt Maarten Houtman over een boek, “geschreven door een vrouw die groot is geworden volgens de mystiek van Johannes van het Kruis en die zichzelf alleen maar als totaliteit ervaart. Maar ze kan wel niks meer doen…”
En hij tekende hierbij het volgende aan:

“Ik vraag me af waarom we toch altijd ergens anders willen zijn, want het is een fantastisch lichaam wat we hebben, fantastisch! Daar zijn we nog lang niet op uitgestudeerd, nog helemaal niet. Dat is zo ongelooflijk, dat lichaam, daar kunnen we nog zovéél van leren… Waarom moeten we eraan zitten veranderen? Waarom moet het nou etherisch worden?”

Toen ik daarna ‘Johannes van het Kruis’ gegoogeld had, vond ik een lemma over zijn werk ‘Donkere nacht van de ziel’. En dáár stond een afbeelding van dat schilderij van Van Gogh bovenaan.

De cirkel was rond en mijn nieuwsgierigheid gewekt, ik ging gelijk aan het werk.

‘Cantico Espiritual’ van Johannes van het Kruis

Francisco de Zurbarán, Juan de la Cruz, 1656.
St. Johannes van het Kruis 1541-1592), Spaans karmeliet, mysticus en hervormer van de Karmelietenorde, staat bekend als een van de belangrijkste dichters in de Spaanse literatuur en dichtte ‘Cantico Espiritual’. Wat betreft de symboliek van de afbeelding: de witte mantel en donkerbruine tuniek zijn typisch voor de Ongeschoeide Karmelieten, terwijl het kruisbeeld en de schedel verwijzen naar zijn status als contemplatief.

Eerst een fragment uit ‘La noche oscura del alma’ van Johannes van het Kruis:

In een nacht, aardedonker,
in brand geraakt en radeloos van liefde,
– en hoe had ik geluk! –
ging ik eruit en niemand
die ’t merkte – want mijn huis lag reeds te slapen.
Johannes van het kruis, Donkere nacht van de ziel (eerste couplet).

Verder zoekend op het web, vond ik dat zijn ‘Hooglied’ recent op muziek gezet is door Amancio Prada als Cantico Espiritual (de cd is te bestellen bij Carmelitana, Burgstraat 46, 9000 Gent, of is te leen bij de bibliotheek). Zo klinkt het:

Het ‘Cantico’, op muziek gezet door Amancio Prada.

Op onderstaande video zie je Amancio Prada tijdens een tv optreden:

De complete tekst van het Geestelijk Hooglied van Johannes van het Kruis, een dialoog tussen de Bruid en de Bruidegom, kun je hier nalezen.


PS
Toen ik daar in het Kröller Müller Museum rondliep, ving ik zo nu en dan de gekwelde blik van een suppoost op – en zag weer eens dat zo’n bestaan ook een ‘donkere nacht van de ziel’ is…
Gelukkig maar dat de rondom aanwezige kunst hen afleiding biedt.

25 februari 2026, Hein Zeillemaker
(Eerder verschenen op mijn eigen blog.)


‘Van dood naar leven’
Toegift over het leven van Johannes van het Kruis


Sint Johannes van het Kruis, priester; medehervormer van de heilige Teresa van Avila van de Karmelietenorde; mysticus
Feestdag: 13 december


“Johannes is een heilige omdat zijn leven een heroïsche poging was om zijn naam "van het Kruis" waar te maken. De dwaasheid van het kruis kwam in de loop der tijd volledig tot uiting. "Wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen" (Marcus 8:34b) is het verhaal van Johannes' leven. Het Paasmysterie – van dood naar leven – kenmerkt Johannes sterk als hervormer, mysticus-dichter en theoloog-priester.

Johannes werd in 1567 op 25-jarige leeftijd tot Karmelietenpriester gewijd. Hij ontmoette Teresa van Avila en legde, net als zij, de geloften af ​​aan de oorspronkelijke Regel van de Karmelieten. Als partner van Teresa en op eigen kracht zette Johannes zich in voor de hervorming en ondervond hij de prijs daarvan: toenemende tegenstand, misverstanden, vervolging en gevangenschap. Hij leerde het kruis op een indringende manier kennen – hij ervoer het sterven van Jezus – terwijl hij maandenlang in zijn donkere, vochtige, smalle cel zat, alleen met zijn God.

En toch, de paradox! In dit sterven van gevangenschap kwam Johannes tot leven en schreef hij gedichten. In de duisternis van de kerker kwam Johannes' geest tot het Licht. Er zijn veel mystici, veel dichters; Johannes is uniek als mystiek-dichter, die in zijn gevangeniskruis de extase van de mystieke vereniging met God uitdrukt in het Geestelijk Lied.

Maar zoals pijn tot extase leidt, zo beleefde Johannes zijn Beklimming van de Karmelberg, zoals hij die in zijn meesterwerk in proza ​​noemde. Als mens-christen-karmeliet ervoer hij deze zuiverende beklimming in zichzelf; als geestelijk leider voelde hij het ook bij anderen; Als psycholoog-theoloog beschreef en analyseerde hij het in zijn proza. Zijn prozawerken blinken uit in het benadrukken van de prijs van het discipelschap, de weg naar eenwording met God: strenge discipline, zelfverloochening, zuivering. Johannes onderstreept op unieke en krachtige wijze de paradox van het evangelie: het kruis leidt tot opstanding, pijn tot extase, duisternis tot licht, zelfverloochening tot bezetenheid, zelfverloochening tot eenwording met God. Als je je leven wilt redden, moet je het verliezen. Johannes is werkelijk "van het kruis". Hij stierf op 49-jarige leeftijd – een kort, maar rijk leven.”
St. John of the Cross, uit het Facebook van de Filipijnse missie (!)
El Greco’s ‘Gezicht op Toledo’ toont de priorij waar Johannes gevangen werd gehouden, net onder het oude alcázar (fort) en hoog op de oevers van de Taag, op steile kliffen.
Meer Van Gogh op ShakingLife.nl

EINDE

Mutter Meera ist eine Meister aus Deutschland

,

 
Mutter Meera ist eine Meister aus Deutschland
Ich traf Sie in das Dorf Talheim im Westerwald.
Schon beim ersten Treffen habe ich mich verliebt –
laut Protokoll durfte man Sie tief in die Augen sehen –
für eine Begegnung, eine Heilung, fürs Licht der
Pranja Paramita – Ihre Augen die mich anlächelten…

Ik heb haar daarna nog vele malen opgezocht, maar ervoer haar toen  als een gewone Indiase ascete, die lach van de eerste keer heb ik niet meer gezien…
En toen ik een keer aan haar woning aanklopte om een vraag te stellen, werd niet opengedaan.
Veel later riep ik haar thuis in wanhoop aan – en hoorde een stem die zei: “Neem een hond…”
Mijn eigen stem? Ongelovig hoorde ik het aan – en ik wist, ze had gezegd: als je mij aanroept, moet je het advies dat geef wel opvolgen…

Maar een hond, in mijn flatje van vier bij vijf… of bij Klaaske – die had op een keer gezegd: een hond is voor mij een gepasseerd station, en bovendien, met dat parket wat hier ligt…

Ik bleef in ongelovigheid achter, me bewust dat dat advies ‘van boven’ me toch heilig was…
In de jaren daarna sloeg soms de twijfel toe: had ik haar advies nu toch maar opgevolgd…

Als me iets overkomt – zoals met m’n ogen – probeer ik mezelf aan de onverbiddelijkheid van het noodlot te ontwurmen: hád ik maar… …als ik haar advies nou maar opgevolgd had, dan was die hond nu ‘geleidehond’ geweest…

En natuurlijk waren er gedachten over plezier dat ik met mijn hond vast gehad zou hebben, zoals achter een bal aanrennen op het strand, of genoeglijk samen bij de kachel zitten – zo’n hond zoals Snoopy uit de Peanuts, een beetje maf, maar ontzettend trouw…

Ik zag er ook iets van karma in, een terugkeer – een hond uit m’n jeugd had een spuitje gehad, nadat hij een hap uit m’n arm had genomen toen ik op m’n tenen naar het wiegje sloop om het kindje te bekijken waarover hij waakte – “alweer een kindje,” had mijn moeder gezegd.
De baas van de hond – een meester – was er met vrouw en kinderen kapot van geweest.
Maar hij had ook medelijden gehad met mij, ik kreeg een boek over honden die bijten…

 
Mutter Meera ist eine Heilige aus Deutschland
Ich traf Sie dort in Talheim, im Westerwaldkreis
Schon beim ersten Treffen habe ich mich verliebt:
Ihre dunklen Augen lächelten mich an, sie waren 
ein Bad im milchweiße Licht von Pranja Paramita.

Ik weet nu: het is oppassen met Oosterse meesters – zoals me eerder met Thich Nhat Han overkwam  [1]

Dat wederzijdse misverstand blijkt diep te liggen, zij denken dat wij blindelings op ze af zullen gaan, jij probeert het, maar kúnt ze niet zomaar geloven – maar je kunt je óók niet onttrekken aan hun ban…

In die ban van Mother Meera heb ik jaren geleefd, van: had ik maar…, en: hoe zou het geweest zijn…
Tot ik onlangs bij de kapper zat en daar plezier had, m’n gehoorapparaat uit en nog met mondkapje op, spraken we gebarentaal, schoten telkens in de lach…

En precies het moment dat mijn kapmantel af ging had ik de koan van M. Meera’s hond opgelost…
Alweer: je kúnt een Oosterse Wijze niet ‘volgen’, om dat te kunnen, heb je begrip nodig, inzicht
Toen bij die kapper was ik domweg even gelukkig.
_____________
[1] zie: Hoe Thich Nhat Han op mijn pad kwam.

Those eyes…
MM, Shaking Life post uit 2017.

Zij die de kreten van de wereld hoort…

Bovenaan: Vrouwelijk mummyportret uit Thebe, 2e eeuw.
Was van encaustische was en verf op limoenhout.
,

8 januari 2020


Ik las dat de Paus vandaag gebeden heeft voor de slachtoffers van het Corona-virus in China. Die man doet tenminste z’n plicht. Nou, dat is wel eens anders geweest…
Zondagavond zag ik het eerste deel van ‘De naam van de roos‘, naar het boek van Umberto Eco, een tv-serie die Klaaske opnam. Daar in het Italië van de 13e eeuw blijken de Pausen konkelende monsters te zijn…
Maar de ‘progressieve’ Franciscus verordineerde in 2018 wel ‘de verplichte gedachtenis van Maria, Moeder van de Kerk‘ – waarvan de viering voortaan de 2e Pinksterdag vervangt…

Diezelfde zondag hoorde ik in het Concertgebouw het Stabat Mater van Pergolesi en het Gloria van Vivaldi, door The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands, met Olga Zinovieva, sopraan en Sytse Buwalda, countertenor. Prachtig…
Toen ik na het concert met m’n gezelschap terugliep naar de auto, kon ik zelfs in het geluid van de tram muziek horen…
Ik kreeg na afloop van organisator ‘Beleef Klassiek’ dit filmfragment toegestuurd, waarin dezelfde uitvoerenden te horen zijn (de scène moet je maar voor lief nemen):

Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736), stierf op 26 jarige leeftijd aan tuberculose. Hij had nog net de tijd om dit Stabat Mater te voltooien. Lees hier de voorgeschiedenis:

Quis est homo? Wie is het die niet zou wenen om de moeder van Christus in zo’n wanhoop te zien?
Deze woorden werden voor het eerst uitgesproken in het dertiende-eeuwse Italië, in een affectieve en emotionele Latijnse devotionele tekst; het voor de hand liggende antwoord op de retorische vraag is dat geen enkele ware gelovige niet met de Maagd zou rouwen over de stervende Christus.
Dit gedicht is het ‘Stabat mater‘, waarvan wordt gedacht dat het het werk is van de grote psalm-dichter Jacopone da Todi (rond 1300). De klagende strofen ervan zorgen voor een emotionele band tussen de mediterende gelovige en de moeder van de Gekruisigde, en ontstonden vanuit de volkse devotie, die volgde op de Zwarte Pest.
Pergolesi kreeg de opdracht om het Stabat Mater, gecomponeerd door Alessandro Scarlatti – dat tot dan toe elke Goede Vrijdag in Napels was opgevoerd – te vervangen. Hij aanvaardde die, ook al leed hij aan tuberculose. De legende gaat dat hij in een devotionele razernij op zijn sterfbed componeerde. Of het verhaal waar was of niet, Pergolesi’s Stabat-mater was al snel een internationale hit, die onvermijdelijke vergelijkingen trok met het Requiem, dat Mozart op zijn sterfbed schreef.
www.allmusic.com | Timothy Dickey.

Dat brengt me op een boekbespreking in de NRC van 22 januari, over Carel Blotkamp‘s The End. Artists’ Late and Last Works. Het boek is geheel gewijd aan ‘laatste werken’ in de beeldende kunst. Ik las de recensie met rode oortjes … geweldig! Maar ik begreep ook dat in het boek helaas geen afbeeldingen staan… (wel in bijgaande recensie).
Een van de werken die aan de orde kwamen, was de Rondanini Pièta, de zwanenzang van Michelangelo – alweer een stervende die de Voorspraak van de Heilige Maagd zoekt…

“Die Pièta is een vreemd beeld. De gezichten van Christus en Maria zijn nog ruw en nauwelijks uitgewerkt, terwijl de benen van de Christus-figuur al prachtig glad en gespierd uit het marmer getoverd zijn. Aan de linkerzijde hangt een al even fraai gepolijste onderarm, maar die zit, gek genoeg, niet vast aan het lichaam van Christus. De verhoudingen lijken niet te kloppen, en het is de vraag of Michelangelo de compositie ooit nog goed zou hebben gekregen, als hij niet gestorven was.”
Het beeld werd aanvankelijk uiterst negatief besproken in kunsthistorische verhandelingen. Pas in de vroege twintigste eeuw begon de rehabilitatie van deze Pietà. De ruwe huid en de bizarre compositie werden opeens gezien als abstracte kwaliteiten, passend bij de moderne kunst uit die tijd. In 1964 roemde de Engelse kunstenaar Henry Moore het beeld als ‘een van de beste kunstwerken ooit gemaakt’.

Zo zie je dat, naast de Heilige Drieëenheid, in de loop van de eeuwen langzaam het beeld van de Goddelijke Moeder oprijst, als Godin van het Erbarmen. Mensen hebben nu eenmaal in het uur van hun dood een Voorspraak nodig – is dat ook niet de rationale van het geloof?
In China hebben ze overigens Kwan Yin, de Godin van Mededogen. Dus bidt die Paus een beetje voor de Bühne. Of zou hij als voorspraak willen dienen voor de gelovigen hier … bang voor een nieuwe pest?

Ik moet dan altijd aan Mother Meera denken (ook al een Moeder...), die zei: laat de mensen toch naar hun kerk gaan, het biedt hen troost, laat ze er Maria aanbidden...
Die Indiase ruimdenkendheid...
Bodhisattva Quan Shih Yin (eigen foto, 2011).
Bodhisattva Quan Shih Yin ('zij die de kreten van de wereld hoort') is de godin van het mededogen, de Chinese gedaante van Avalokiteshvara.
Quan Yin – zie foto – staat hier in de Hal van de 'Arhats' (boeddhistische heiligen en discipelen) van de Bǎogūang Sì tempel in Chengdu, afgebeeld met ‘elf hoofden’ en ‘duizend handen’, haar geschonken om het vele leed van de wereld te kunnen horen en lenigen.

Voor de Shake v/d Week duiken we een heel andere wereld binnen, die van het ‘donkere continent’ – waar ze óók vrolijkheid kennen…
De Malinees – let wel: niet Milanees dus – Habib Koité speelt Din Din Wo (‘Klein kind’) – zoals het op het album Muso Ko staat.

8 januari 2020

Barzakh

2018 REpaired&posted


Wij dansen onder de sterren
een punt in de eeuwigheid
een tel in de onmetelijke ruimte
voor altijd.

‘Barzakh’ is binnen de islam de term die gebruikt wordt voor de periode tussen iemands dood, en de wederopstanding op de Dag des oordeels en het verblijf in het ‘akhirah’ (het hiernamaals) daarna. Het wordt gezien als een soort slaaptoestand. Het zijn zaken waar bij ons in het Westen vanuit de traditie niet over gesproken wordt en waar we dus weinig over ‘weten’.

Ik ben niet in de wieg gelegd voor ‘zitten’ – in tegendeel, ik reed met mijn kinderledikantje al schuddend en bonkend met mijn hoofd tegen de panelen over de zolder.
Ik ben Maarten Houtman nog steeds dankbaar dat hij ons op een keer vertelde dat hij geshaket had, en gemerkt had dat het werkte. Dat was tijdens de allerlaatste les die hij gaf, in mei 2007.
Ik heb vanaf september 1981 les van hem gehad en al die tijd bij hem ‘gezeten’, zoals dat heet. Al die tijd heeft hij het ook over het ‘zitten’ gehad … alleen die ene keer over het shaken.
Ter elfder ure werd dat mijn oefening, ik ging shaken.

Om het uit te proberen begaf ik me naar de ‘Osho Humaniversity’, een huis aan het Sarphatipark in Amsterdam. Ik werd opengedaan door Erna Heijligers … die me leek te verwachten, de naam van Maarten deed wonderen.
Zij had Maarten, na het verschijnen van zijn autobiografische roman ‘De andere oever’, geïnterviewd voor het tijdschrift Diep. Daarbij had ze het over haar shaken gehad en Maarten en Hanna beloofd een keer terug te komen om het met hen uit te proberen. Maarten was toen 89…

Ik heb daar aan het Sarphatipark een jaar lang met haar shakegroep meegedaan. Maar het bleef niet bij het shaken alleen, we raakten bevriend. De paar jaar dat ik haar heb mogen meemaken waren zeer intensief. Erna had een etherische, bijna engelachtige gestalte – ze zou ook spoedig naar gene zijde terugkeren…

Erna leek voor mij door de hemel gezonden, niet alleen vanwege het shaken, ze heeft me ingeleid in een aantal praktische zaken die het me mogelijk maakten m’n weg te vervolgen. Zo hielp ze me met een aantal uitgaven van de stichting, ze was een kundig journaliste – zoals Maarten me als graficus ooit invoerde in het layout werk, zo heeft Erna me een aantal kneepjes van het schrijven geleerd. Ze heeft me ook geïntroduceerd bij MacCare, de Apple store bij haar om de hoek, die voor mij eindelijk resulteerde in overstap naar de Mac – waar Maarten bij mij jaren voor gepleit had…
Begin januari 2011 vergezelde ik haar naar het ziekenhuis in Bilthoven waar Maarten verpleegd werd. Het zou de laatste keer zijn dat ik Maarten zag. Erna wilde hem iets vragen over het sterven, ze was toen zelf al ernstig ziek. Ik vroeg Maarten of het goed was en hij zei ‘ja’ – tot op het allerlaatst was het zijn vanzelfsprekende opgave…
Erna heeft Maarten maar een paar maanden overleefd, ze stierf april 2011, 45 jaar oud. Ik denk nog steeds met veel dankbaarheid aan haar terug…

Zo raakte ik geïnvolveerd in het ‘shaken’. Bij menigeen was twijfel of ‘shaken’ wel met ‘zitten’ te combineren was. Dat woeste gedoe…
Ook daar hielp Erna me een handje, door haar achtergrond als sannyasin (ze was op haar tiende met haar moeder naar Poona gereisd) was ze vertrouwd met de ‘dynamische meditatie’ van Baghwan. Later ging ze naar ‘energie-meester’ Ratu Bagus op Bali, voor wie het ‘shaken’ wel degelijk een weg naar binnen was.
Ook shaken kan een vorm van ‘niets doen’ zijn. Maarten Houtman daarover in zijn toespraak ‘Leren kennen’, uit de sessie van juli 1989:

“Eén van de technieken is dat je iets doet wat je fijn vindt, zodat een gedeelte van je bewustzijn daar bezig is. Het mag niet te ingewikkeld zijn, want terwijl je iets doet wat je fijn vindt, is intussen een part van je bewustzijn vrij om kennis te maken met datgene wat je wel in je hebt, maar wat je eigenlijk nooit in zijn waarde hebt leren kennen.”
‘De ongekende potentie van het verbondene’, sessie juli 1989, (zie e-Books op maartenhoutman.nl)

Datgene wat je wel in je hebt, maar wat je eigenlijk nooit in zijn waarde hebt leren kennen – er is  nog een hele weg te gaan…

De Tunesische oud-speler en jazzmusicus Anouar Brahem heeft op dit blog al vaak de revue gepasseerd. Ik wist onlangs de laatste twee opnamen van hem te verwerven die nog niet in m’n bezit waren: Blue Maqams, uit 2017, Brahem’s laatste album, en nu Barzakh, uit 1991, z’n eerste album – Brahem was toen 33 jaar (zie foto) en al een lokale grootheid.
Hij speelt op Barzakh samen met violist Bechir Selmi en percussionist Lassad Hosni, Tunesische musici met wie hij al jaren samenwerkte. Het nummer Parfum De Gitane van dit album was de shake muziek van vorige week.


< klik hier voor meer over Shaken

Meer Shaken op ShakingLife

Automania #3 | NV-GH-73| Het tweedehandsje

“Komt er soms een lamp, om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden of juist om op de standaard te worden geplaatst? Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden; en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen. Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.”
Marcus 4, 21

Het begon eigenlijk allemaal bij Hanna Mobach, die – bijbelvast als ze was – Klaaske en mij soms streng toespraak en zei dat wij ‘ons licht onder de korenmaat plaatsten’…
En ze stond ons bij met raad en daad, om ons uit ons holletje te krijgen.
Toen ze hoorde dat ik overwoog een auto over te nemen, zei ze gelijk: “Het is veel te lang geleden dat je gereden hebt, ga eerst bij mij maar een paar proeflessen nemen.”
En zo reed ik achter het stuur van haar Renault Kango voor het eerst weer door de Amsterdamse dreven.

Hanna zorgde er ook voor dat ik als woonbootbewoner, met mijn studio aan de Jisperveldstraat weer vaste voet aan wal kregen. Zo reed ik niet lang daarna dagelijks met mijn auto op en neer door de IJtunnel, van de Binnenkant naar Amsterdam-Noord.

Een paar jaar later kochten we de flat op de Elpermeer en woonden beiden in Noord. Met vlak om de hoek de levensaders, de energiebanen waarlangs auto’s in een onophoudelijke stroom voorbijschieten – de eeuwig swingende snelwegen van deze aarde.

Wie ontkomt er aan die magie…
Toen ik op m’n 18e direct m’n rijbewijs haalde – ik kende Klaaske net – leek een wereld van onbegrensde vrijheid en van avontuur onder bereik.
Mijn vader gaf toen al gelijk aan dat daar grenzen aan zijn, ik mocht alleen onder zijn toezicht in zijn auto rijden … niet harder dan 80!
Ik vond het wel een beetje kinderachtig, maar ik kon diepweg zijn bezorgdheid begrijpen. En zo bleef autorijden een testcase.

Vergroten door te klikken

Het volgende autohoofdstuk kon pas beginnen, nadat ik volledig ‘ingeburgerd’ was in deze maatschappij en het inkomen had van een full time baan.
En zo toog ik op 10 november 1997 (de datum op het kentekenbewijs) met Maarten Houtman – die me op allerlei wijzen bijstond, sinds ik hem in 1981 leerde kennen – naar de Aambeeldstraat in Amsterdam-Noord, naar de vestiging van zijn Renault dealer. Die had hij me aanbevolen als betrouwbaar adres voor de aanschaf van een tweedehands auto. Daar waren Klaaske en ik wel aan toe, na die afdankertjes van onze familie…
Na ter plaatse het aanbod bekeken te hebben, zagen we uiteindelijk op het dak van de garage de Clio staan, waar de keuze op viel: een grijs chassis, met als kenteken NV-GH-73.
En zo kwam het dat ik even later, met Maarten als passagier, de ringweg A10 opdraaide om me in het verkeer te voegen.
“Nou, dat valt me mee…,” was zijn commentaar, toen hij zag hoe ik dat deed…
Daar keek ik natuurlijk wel even van op. Maar ik voelde me niet aangevallen, het was duidelijk dat hij me erop attent maakte dat ik een zekere onberekenbaarheid in me had, waardoor je niet wist hoe zoiets zou uitpakken. Dat moet mijn ingehouden gedrag geweest zijn, dat hem eerder het commentaar ontlokt had: “Jij bent niet secondair, je bent tertiair…” 
Je zou kunnen zeggen: er was bij mij sprake van een zekere remming. En ja, als die rem er dan in het verkeer plotseling af gaat… De risico’s zijn daar nu eenmaal groter, meer zichtbaar althans, dan in het menselijke verkeer.

Maar dat viel Maarten dus mee. Mijn onstuimigheid had ook bij Klaaske enige twijfel gezaaid, zei ze me nog onlangs. En die keten is nog langer, aan het begin ervan stond dus mijn vader…   
Zo bleek de auto van meet af aan óók een voertuig van zelfonthulling te zijn – naar mijzelf en mutatis mutandis naar anderen. 

Terug naar de weg – die al spoedig leidde naar onze favoriete vakantiebestemming: Frankrijk.
In Baume-de-Messieurs, in de Franse Jura, bezochten we een spectaculaire grot, de Cascade des tufs.

Toen we weer buiten kwamen, zagen we een inktzwarte lucht. ‘Direct naar de auto’, was het eerste instinct. Maar die bleek slechts beperkte bescherming te bieden… Hagelstenen zo groot als knikkers sloegen boven ons op het dak. Als de ruiten maar houden…, was onze grote schrik. Maar die bleven als door een wonder gespaard. Al zat het dak na afloop dan vol putjes. Toen we daar wegreden, zagen we om ons heen allemaal verbrijzelde autoruiten – wellicht had ons oude model, met z’n bijna loodrechte ramen, ons gered – wee al die Fransen, met hun panoramische ruiten… Toen we later weer door de campagne reden, zagen we ook daar een spoor van vernieling: ontbladerde bomen, platgeslagen gewas…

Desert Blues Zero

2014 REpaired&posted

Op de YouTube hierboven hoor je ‘Bowmboï’ van Rokia Traoré uit Mali.
Het lied staat op Desert Blues Zero, een compilatie die ik maakte van de mooiste nummers van de drie albums ‘Desert Blues’ (totaal 6 Cd’s):

  • Desert Blues Vol. 1, Ambiances Du Sahara (1995)
  • Desert Blues Vol. 2, Rêves d’Oasis (2002)
  • Desert Blues Vol. 3, Entre dunes et savanes (2008)

Bij het shaken in de huiskamergroep draaiden we al twee nummers van de Cd, waaronder het prachtige Sama Guitara van de Senegalees El Hadj N’Diaye. Helaas waren hier geen opnamen van op YouTube te vinden.