Terug naar Kijkduin

2019 REpaired&reposted

In het najaar van 1988 nodigde Leendert Goudswaard – medebestuurder van de kersverse stichting ‘Zen als Leefwijze’ en leeftijdgenoot van Maarten Houtman – me uit om mee te gaan naar een bijeenkomst van ‘Dynamische Meditatie’ in Kijkduin. Leendert was altijd wel in voor een experiment, om zijn misschien wat saaie bestaan als Haags ambtenaar op te rekken.
Op de Sterrelaan bijeenkomst van 26 november 1988 deden wij verslag van onze avonturen:

– Leendert: Ik heb met Hein een paar dagen geoefend in Kijkduin. Je wordt dan geconfronteerd met een heel ander soort mensen. We misten de rust van hier echt. Terwijl om ons heen vreemde, wilde dingen gebeurden, merk je hoe je daar in meegezogen kan worden…
In dit geval waren het reacties van huilen, van spontane bewegingen… Eigenlijk was het verschrikkelijk, ’t was net of de hele ruimte verstoort raakte met die veertig mensen. Dan voel je hoe moeilijk het is om bij jezelf te blijven, dat lukt niet.

– Hein: Ja, er kwamen nogal wat dingen boven die normaal onder de drempel zitten. Bij mij lokte dat iets uit waar ik nogal van schrok.

– Leendert: Er is dat beschermde gevoel als je jaren lang mediteert in een groep. Nu kom je ineens in een andere wereld terecht en ziet heel interessante dingen…

– Maarten: […] Je ervaart – dat is nou juist het leuke – dat het aan die plek gebonden is: ‘daar waren een stel wilde mensen’. Ik maak het nu maar even heel zwart-wit om het aan te duiden, zo ervaar je het. Maar je vergeet dat je jezelf meegenomen hebt. En als wij hier rustig zitten met elkaar, dan is die wilde troep in jezelf gewoon niet aan bod. Die is er wel.

– Hein: Dat zou ook een nadeel kunnen zijn…

– Maarten: Ja, natuurlijk is het een nadeel om altijd maar rustig hier in de groep te zitten.

– Leendert: Omdat er misschien toch een beetje dwang in zit…

– Maarten: Nou, niet dwang, maar voor-de-gek-houderij. Je houdt jezelf voor de gek. En niet bewust.
Mensen, misschien begrijpen jullie nou toch eindelijk eens waarom ik dikwijls zo wanhopig ben. Want jullie zijn allemaal zo lief! Dat meen ik.

Wij dansen onder de sterren
een punt in de eeuwigheid
een tel in de onmetelijke ruimte
voor altijd

In een gefilmd portret van regisseur Sherman de Jesus kwam Maarten terug op dat ‘lief zijn’:

Maarten: Dus opnieuw sta je voor iets wat je nooit hebt kunnen bedenken, namelijk dat je van elke ervaring maar een heel klein puntje hebt. En als je dat puntje de kans geeft, breidt het zich uit. Het is heel gek als je beseft dat wij in zo’n kleine wereld leven.

Sherman: Hoe komt het dat mensen hier niet mee bezig zijn?

Maarten: Omdat ze nog niet door de vertaling heen gevallen zijn, het leven heeft ze niet in staat gesteld om te twijfelen. Dat vind ik het afschuwelijke van onze samenleving hier, dat het zó ‘lief’ is, dat we het niet tegenkomen.
Dat is het grote voordeel dat ik in m’n leven gehad heb, dat ik veel beleefd heb wat afschuwelijk was, waardoor ik er gewoon doorheen zakte. Dat is echt een voorrecht geweest, dat geldt ook voor het kamp. En dat heb ik op het moment dat ik daar was beseft.

Dat speelde zich af in 1988. Twintig jaar later ben ik aan ’t ‘shaken’ geslagen (Osho zou het misschien ‘dynamische meditatie’ noemen). Wat verandert er eigenlijk…

In zijn observatie ‘Kwaliteiten van energie‘ maakt Maarten een fundamenteel onderscheid tussen twee soorten van energie:

  1. Een zachte, helende energie die langzaam op gang komt en geen beweging kan velen dan in een veel later, meer gevestigd stadium. De eigenlijke meditatie-energie.
    Gevestigd in die zachte, helende en verbindende energie heb je er geen behoefte aan jezelf te stellen of te verdedigen. Waarom zou je, je bent toch verbonden? Vanzelf ervaar en reageer je –wat dan eigenlijk ‘ageren’ is – uitsluitend als de zaak zelf erom vraagt.
  2. Een voor je gevoel spontane energie in de zelfhandhaving op alle niveaus: in beweging, in de spieren, in het rijden met de auto, trein en fiets, en niet aflatend in de gedachte- en gevoelsbeweging.
    Het geeft je een gevoel van leven, van ‘er-zijn’, en daarmee van zelfvertrouwen. Een gevoel je te kunnen handhaven tussen de andere ‘ikken’. Ongewild leidt dat tot geweld en agressie – ook als de ‘ikken’ zich verenigen, blijven ze afgescheiden. Uitbuiting, honger en oorlog vertellen ervan.
    Deze energie kan in zijn meest opgevoerde vorm andere ‘ikken’ wegblazen – we lezen erover bij zen- en tai-chi meesters. Het mist de verbindende openheid, waarin jij, de ander en de zaak evenwaardig zijn.

Dat ‘andere ikken wegblazen’ was me, in bijna letterlijke zin, toen in Kijkduin overkomen…
Vanuit het niets leek iemand, die zich op het toilet aan me opdrong, tegen de wand gesmakt te worden. Het was alsof het zich in een andere werkelijkheid afspeelde, ik was me niet bewust iets gedaan te hebben, maar ik wist dat ik erbij betrokken was…

Had die ‘Dynamische Meditatie’ dan toch gewerkt? Maar het was bepaald niet die meditatie-energie waar Maarten hierboven op doelde…

De grote weg en de kleine weg

2019 REpaired&reposted
Afbeeldingen vergroten door te klikken

“Toen ik, rijdend in mijn wijnrode Ford Focus, aan het eind van m'n tocht, ... van mijn Latijn..., nabij San Luis Obispo in een flits de Stille Oceaan zag, hield op datzelfde moment de wereld haar adem in en voelde ik de voorlopigheid, die als een ontroering door me heen trok.”
Exiled to a wine red Ford Focus, Deel III van ‘Journey to California’

Toen hij hoorde dat wij een zilvergrijze Clio hadden gekocht, was Maarten Houtman geïrriteerd… Waarom moest het met alle geweld dezelfde kleur zijn als die van de Renault Kangoo waar Hanna en hij in reden…
Hij wist dat mij een rode auto voor ogen gezweefd had … eigenlijk de kleur van de wijnrode Ford Focus waarin ik het jaar ervoor in Californië rondgereden had…

Ik had in de garage weliswaar gehoord dat metallic lak sterker was dan de gewone, maar ik begreep precies waar de angel zat… Weer had ik hem als ‘model’, als ideaalbeeld, gekozen – terwijl ik wist dat hij zich daar bijzonder ongelukkig onder voelde. En hij had al zo vaak gezegd dat een leraar-leerling verhouding – waar hij toch al zo’n hekel aan had – bij meditatie zo niet werkte … juist niet!

Toen ik twee jaar eerder een tweedehandsje zocht, had Maarten mij zijn garage aangeraden. Toen ik erheen ging, ging hij met me mee. Het voelde heel goed, heel kameraadschappelijk – met wellicht een vleugje vaderlijkheid – om daar met z’n tweeën rond te kijken. Juist die totaal andere wereld, dat ‘gewone leven’, maakte het zo spánnend…

De eerste keren dat hij met me meereed, kreeg ik zo nu en dan een aanwijzing, zoals ‘je moet sneller doorschakelen’, als ik de motor teveel toeren liet maken. En toen ik invoegde op de snelweg, zei hij ‘dat het hem meeviel…’, toen hij zag dat ik medeweggebruikers de ruimte liet. Ook daar begreep ik overduidelijk de zere plek: mijn neiging om mezelf te poneren … wat in het verkeer natuurlijk heel verkeerd kan uitpakken.

Lang voordat we zelf een auto hadden, reden Klaaske en ik jarenlang met Maarten mee naar de maandelijkse bijeenkomsten van de Sterrelaangroep in Hilversum. Dat ging allemaal heel vanzelfsprekend en het was nog gezellig ook. Bovendien bereidden we ons zo allengs voor op de bijeenkomst die we straks zouden hebben – waarvoor de deelnemers van heinden en ver naar Hilversum kwamen.
De route die wij vanaf Amsterdam reden, langs de rand van de Loosdrechtse plassen, zal ik nooit vergeten…

Uiteindelijk kwam die auto er bij ons toch, ook al had ik er aanvankelijk – wellicht wat modieuze – bezwaren tegen. Feit is dat toen we het ons eenmaal konden permitteren, die auto er ook kwam – waarbij we alle ellende van het parkeren daar op die Binnenkant voor lief namen…
Vooral met de auto op vakantie naar Frankrijk was een thrill.
Maarten en Hanna raadden ons daar ook het adresje waar zij al langer verbleven – in de serre bij ‘Piet en Jetty’. Jetty was een oud-leerlinge van Maarten, ze hadden zich gevestigd in Olonzac in de Herault, niet ver van Narbonne. In die omgeving kon je ook rustig koersen op de bijna verlaten wegen, zodat Klaaske haar auto-angst bijna vergat…
Op een keer kwamen we Maarten en Hanna daar tegen – we hadden dat jaar een ander huisje gehuurd in de buurt – en hebben toen gezellig gegeten op de binnenplaats van restaurant ‘Le Couvent’.

Maar eigenlijk begon het allemaal met die keer dat Hanna me aanbood samen met haar in hun auto te rijden ‘als proefles’. Ik was het chaufferen bijna verleerd…

Als  Shake v/d Wake  Yo-Yo Ma met The Silk Road Ensemble met Silkroad on the Road, dat een muzikale impressie geeft van het ensemble ‘on the road’.
Het wordt gevolgd door een life optreden van de meester tijdens de Proms in 2015, met de Cello Suite Nr. 2 van Bach.
Ik heb ademloos naar die linkerhand gekeken, die in een duivelsdans over de snaren beweegt – slechts één moment leek hij hem heel even te ontspannen...
... en vervolgens begreep ik dat Yo-Yo Ma tijdens dat concert in The Royal Albert Hall, alle zes suites voor de cello gespeeld had, een optreden van bijna drie uur...

Het oog van de meester I

,

“God ziet alles,” zeiden ze vroeger bij mij thuis.
Dat sloeg dan meestal op dingen die je voor je ouders verborgen probeerde te houden. Dus vanzelf werd God die boeman die met hen samenspande en dan aan het eind van je leven ook nog eens wat voor je in petto had.
Eigenlijk een vreemde manier van zeggen, een vreemde voorstelling van zaken: iets of iemand die alles ‘ziet’… Want het sloeg natuurlijk ook op je gedachten, het aller intiemste, meest verborgene hoekje dat je hebt. Dus stel je voor dat die ‘zichtbaar’ zouden zijn…

Nadat ik enige tijd bij Maarten Houtman ‘gezeten’ had en hem mijn volledige vertrouwen gegeven had, riep ik hem soms thuis in mijn wanhoop aan. Dan ging niet lang daarna de telefoon.
Als ik opnam was het heel even stil, dan klonk een zachte stem: “… met Maarten.”

Je maakt het mee, je ziet het gebeuren … en merkt dat het klopt, dat weet je gewoon. Toch doet het je wereld kantelen…
Maar je hebt CONTACT, er is iemand die je ziet, die je hoort, die voor je klaar staat.
Ondanks jezelf levert het een gevoel op dat het kan … dat het bijna zo hoort, dat niets het in de weg staat. Toch vind je het natuurlijk een beetje eng…

Dat zoiets je overkomt, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, op een of andere manier was je ervoor geprepareerd (zeg ik nu). En je hebt er onopzettelijk misschien wel een beetje op toegewerkt.
Ik moet dan gelijk denken aan mijn toenmalige fascinatie voor de boeken van Carlos Castaneda, waar ik me op wierp toen ik alle vertrouwen in de academisch psychologie had verloren en mijn studie na jaren afbrak. Zo’n meester te hebben als die Yaqui Don Juan… A path with a heart

Ik had in die jaren weinig meer om voor te leven, ik had bijna alle contact met m’n lichaam verloren en leefde als een spook. Alleen Klaaske hield me op de been.
Op een nacht voelde ik dat ik m’n lichaam aan het verlaten was en zag lichtwezens die mij wenkten… Maar iets in mij wist dat ik terug moest, dat er iemand van me hield en op mij wachtte…

Zo zag mijn wereld eruit aan de vooravond van onze ontmoeting met Maarten.
Gestaag begon ik weer van het leven te genieten…
We werden bij Maarten en Hanna te eten gevraagd. We stonden wat vroeg op de stoep en toen Hanna opendeed klonk het: “De eersten zullen de laatste zijn…” We kregen draadjesvlees voorgeschoteld, wij, als strenge vegetariërs… Heerlijk was het!

Intussen bleef Maarten als een zorgzame vader over me waken. Als hij lesgaf in de Kosmos wist hij dat ik daar in onze woonboot door het raam naar het water zat te staren en parkeerde hij zijn auto zó op de brug bij de Montelbaanstoren – we woonden op de Binnenkant in Amsterdam, precies tegenover waar nu de Kanzeon Sangha is – dat ik hem kon zien.
Verbeelding? Ik was de verbeelding voorbij, er was alleen nog een absoluut vertrouwen. Ik had ook nog een heel leven te gaan, voor alles wat ik meegemaakt had en niet begrepen had…
Tot dan toe was mijn enige – naar ik steeds meer begon te begrijpen: dodelijke – wapen mijn voortdurende analyse van alles wat ik meemaakte. Dat was mijn ingekankerde manier om ‘problemen op te lossen’ – als een Münchhausen die zichzelf aan zijn haren uit de baren wil redden…

En daar zit je dan op je bankje, bij Maarten op de Zen-zolder, en hoort: “Ga terug naar je adem, voel je lichaam…”
Wat een eindeloze weg… Dat vertrouwen in hem was ook wel broodnodig…

De tijd op je hielen

Zondag 29 december 2019 08:11, de hemel kleurt bloedrood op mijn balkon.

Het jaar 2019 zit er weer bijna op.
Zoals elk jaar, maakte ik ook dit jaar een nieuwjaarskaart, die Klaaske en ik rond sturen aan vrienden. Als het ontwerp dan uiteindelijk klaar is, komt de fase van de praktische uitvoering: het uitprinten en, zo nodig, het uitsnijden.
Voor dat laatste gebruik ik een zg. ‘afbreekmes’: van het blad kun je telkens het buitenste segmentje afbreken,zodra dat bot is – daartoe druk je het schuin op een harde ondergrond, totdat het breekt. Ik doe dat meestal op m’n balkonnetje, waarop ik vaak sta te shaken – zie boven.

Toen ik deze keer het mesje op de vloer drukte om het af te breken, kwam de gedachte voorbij dat ik m’n bril op zou kunnen zetten. Maar verder kwam ik niet, ik was te gepreoccupeerd. Maar toen een paar seconden later het mesje afbrak … schoot het puntje met grote kracht in m’n linker oog.
Ik verstijfde van schrik.
Toen probeerde ik te voelen. Het deed wel pijn, maar ik merkte geen beschadiging en geen bloed, noch aan m’n ooglid, noch aan m’n oog. Nog eens voorzichtig gevoeld…
Aarzelend constateerde ik dat ik met de schrik vrijgekomen moest zijn…
Ik geloofde het niet … het afgebroken segmentje moest plat tegen het beschermende ooglid gekomen zijn…

Er kwam een vage notie boven dat ik ongelooflijk geluk gehad moest hebben… Maar ook een gevoel van verbijstering … wat was ik een oen!!
Het drong allemaal nog maar half tot me door – totdat deze regels zich uitkristalliseerden:

It’s just one second from hell
one tenth of a millimeter
it was a reflex of the eyelid
which came just in time.
Be prepared, brother, sister,
there’s no way to emptiness,
emptiness is the way –
though thinking time in eons
this very moment is all we have

Toen drong het dus een beetje door…

Het onderstaande liedje ‘7 seconds‘ van de Zweedse Neneh Cherry – waarmee ze wereldberoemd werd, wordt hier gezongen in duet met Youssou N’Dour.
De titel en het refrein van het liedje verwijzen naar de eerste momenten in het leven van een kind, waarin het, zoals Cherry het uitdrukte, “nog niet weet over de problemen en geweld in onze wereld.” In de videoclip komen mensen van verschillende etniciteit langs (Cherry zelf is van gemengd Zweeds-Afrikaanse afkomst).

De korte biografische schets hieronder van Maarten Houtman, komt uit de tv-serie “De tijd op je hielen“, waarin documentairemaker Sherman de Jezus mensen laat vertellen over hun ervaringen met het ouder worden. Het deel waarin Maarten voorkomt kreeg de titel “Het veroveren van de tijd” – of hoe je de laatste jaren van je leven nog zinvol kunt besteden.

Als een Meesterverteller stopt met werken…

… wat gebeurt er dan met zijn verhaal? Zoals toen Marten Toonder er in 1984 het bijltje bij neergooide?
Daar zit voor mij iets heel ongemakkelijks aan: hoe kan een verteller, een kunstenaar, z’n verhaal in de steek laten… Want dat gaat toch altijd door, als never-ending-story?

Oké, het is duidelijk, de andere kant van het verhaal is dat ons plezier, voor anderen werk betekent, zelfs héél veel werk. Waarbij de lezertjes, de beeldbuiskindertjes, de toehoorders, vaak héél kritisch zijn…
Het is hard werken in de ‘vermaakindustrie’…

In het geval van Marten Toonder drong dat tot me door, toen ik las dat hij op z’n 73e met de Bommel saga stopte, omdat het hem allemaal teveel werd… Iedere dag moest de volgende aflevering van de strip weer in de krant staan… Daarbij moest Toonder, na de fase van het eigen ontwerp, een heel netwerk aansturen: met de krant, met zijn eigen studio… En dat allemaal vanuit Ierland.

… en dan zat ik de volgende dag ongegeneerd met rode konen weer de verdere avonturen van Tom Poes te lezen…

Maar toen was het uur van zijn allerlaatste verhaal dus aangebroken…
In Heer Bommel en het einde van eindeloos begeeft de goed doorvoede Heer zich, eenzaam en onbegrepen, in een gondel over een Styx-achtige rivier, op weg naar Parnas – natuurlijk een verwijzing naar de Parnassus, de berg van Apollo en de Muzen – waarbij hij een vogel als leidsman heeft… Zou hij er dan toch heimelijk tussenuit knijpen?
Want in eigen huis was het goed mis met zijn geliefde buurvrouw, juffrouw Doddeltje… Zij had hem zien praten met een zigeunerin, die zijn hand vasthield en daarbij ‘een zilveren lachje liet horen, dat door de wind over het tuinmuurtje gevoerd werd…’
Dat was Doddeltje teveel…
Wat ze niet wist, was dat de vrouw heer Bommel’s hand las en hem juist aanspoorde aandacht aan de liefde te besteden… En van jaloezie komt nu eenmaal veel ellende…
Maar het kwam allemaal toch goed. Aan het eind van het verhaal zijn we getuige van een feestelijke maaltijd op Bommelstein, rond een gelukkige bruidspaar: Ollie en Doddeltje! En waar Joost normaal altijd voor een ‘eenvoudige, doch voedzame maaltijd’ zorgt, werd het deze keer, op speciaal verzoek van heer Ollie, juist géén ‘eenvoudige feestmaaltijd’.

“De bruidegom stond erop geen eenvoudige feestmaaltijd te geven,
zodat Joost er dagenlang de handen aan vol had.”
Je kunt zien dat iedereen blij is dat het voorbij is. Het waren dan ook moeilijke tijden, die laatste afleveringen, juist rond dat voorvaderlijke slot…
In ‘De erfpachter’ eiste een heks bij de eerstkomende volle maan de erfpacht op…
In ‘De doorluchtigheid’ landde een soort sjeik met een luchtschip, die de hele omgeving opkocht en er een muur omheen liet bouwen.
En in het ‘Bommel-Verschiet’ moest Bommelstein voor de vooruitgang wijken en is er een snelweg dwars door het liefelijke buiten gepland…
Maar dat leed is nu allemaal verleden tijd … dankzij het ‘Vorstelijk Statuut’ uit 1132, dat Tom Poes op het nippertje op het stadhuis van Rommeldam wist op te snorren, blijft Bommelstein voor altijd bestaan… 
En zo geeft Marten Toonder zijn verhaal alsnog een eeuwigheidswaarde.
Hij vertelt het hieronder zelf:

“Het einde van het laatste verhaal dat ik over heer Bommel te vertellen heb.”

“Oplettende lezertjes zullen waarschijnlijk al wel begrepen hebben dat dit ook het einde is van het laatste verhaal dat ik over heer Bommel te vertellen heb. Het is natuurlijk niet het einde van heer Ollie; want hijzelf, het slot Bommelstein, de stad Rommeldam, het Donkere Bomenbos en de regio van de Zwarte Bergen blijven altijd bestaan. Eromheen verandert de wereld, maar door het Vorstelijk Statuut van 1132 blijft alles daar zoals het was. En zolang er een heer is om het gebied te beschermen, kan er niets gebeuren.
Het is altijd mogelijk dat er zich door onvoorziene omstandigheden een misstand voordoet die bestreden moet worden, en in dat geval hoop ik het voorrecht te hebben er verslag van te doen. Maar voorlopig is alles rustig en geeft heer Bommel zich over aan zijn huiselijk geluk en aan zijn herinneringen, waar hij nog lang op kan teren.
Voor Tom Poes is dat natuurlijk te saai, en het zal dan ook niemand verwonderen dat hij er een poosje geleden alleen op uit trok. Maar daar weet ik verder niets van.
En omdat dit dus een soort afscheid is, wil ik graag zeggen hoe buitengewoon erkentelijk ik ben voor de belangstelling die zoveel trouwe lezertjes me al deze jaren hebben gegeven. Dank u wel.”

Zei Marten Toonder, en blies het verhaaltje uit.
Van eventuele ‘misstanden’ is verder niets meer vernomen…

Geert Mak over terreur en tegenterreur in Europa

Geweldig, als je een boek aan het lezen bent – in mijn geval: Grote verwachtingen van Geert Mak, het vervolg op In Europa, nu over de jaren 1999-2019 – en je krijgt er gelijk een hele tv-serie bij cadeau…

Die tweede tv-serie van Mak (20 delen, zondags op Ned. 2), begon met een aflevering over het opkomend Moslim-terrorisme, én de reactie erop in onze contreien. Of hoe langzaam maar zeker alle Moslims gecriminaliseerd werden – en al helemaal als die er met z’n neus te dicht op stond…
Dat overkwam Feycal Cheffou, die keer op keer hardhandig gearresteerd wordt – gewoon, omdat hij tijdens de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem per vergissing voor een terrorist werd aangezien (‘Niet de man met het hoedje’).
Zo krijg je een beeld van wat het ‘Ministerie van Angst’ met een willekeurige burger kan doen. Het vervult je met een diep wantrouwen tegen die ‘eigen vertrouwde samenleving’…
Als je de uitzending niet gezien hebt, lees je hier meer.

Om wat tegenwicht te bieden aan het heersende anti-Moslim sentiment – de nieuwe pest die door Europa waart (laten we het maar niet over de ratten hebben…) – hier wat muziek die tussen beide werelden zweeft. En ze verbindt.

Eerst een liedje van het debuutalbum Oulad Lghaba! van Asmâa Hamzaoui & Bnat Timbouktou-Foulani. Gloednieuwe Marokkaans Gnawa-muziek:

“Meeslepende trance-muziek gespeeld door moedige vrouwen. Gewoonlijk is het spelen van de Marokkaanse Gnawa-muziek alleen voorbehouden aan mannen. Aasmâa Hamzaoui leerde echter al op jonge leeftijd van haar vader Rachid Hamzaoui de guembri bespelen, een driesnarige basluit. En al vanaf zesjarige leeftijd nam hij haar mee naar zijn concerten.
Op haar debuutalbum ‘Oulad Lghaba’ speelt Aasmâa met een elektrische guembri een moderne, niet-religieuze vorm van Gnawa. Haar spel en leadzang wordt door haar uit vier vrouwen bestaande band ‘Bnat Timbouktou’ aangevuld met koorzang en ritmisch spel op de qraqab of ijzeren castagnette.
Gnawa-muziek wordt van oudsher gespeeld door afstammelingen van West-Afrikaanse slaven die naar Marokko waren gebracht. De mystieke Soefi-orde speelde tijdens ceremonies hypnotiserende, helende muziek om je in trance te brengen.”
(Muziekweb)

Prachtige beelden, waar het plezier – letterlijk – vanaf spat:

Als toegift nog deze geweldige mix van Anouar Brahem – wie kent hem niet:

Waar waren we ook alweer gebleven?
O ja, dus gewoon blijven kijken naar Geert Mak, ‘de geschiedenisleraar die we allemaal graag hadden willen hebben.’ (Financial Times)

Eureka! Eureka!

Ik heb het Eureka! Eureka! van Archimedes nagespeeld in bad.
Klaaske en ik maken alle werkdagen de crypto-puzzle ‘In het midden’ van de NRC. Toen ik vandaag in bad lag, meende ik een woord gevonden te hebben. Ik sprong op, Eureka!, gleed uit … en plonsde pardoes terug in het water – waarbij bij benadering 0,08 ton over de boorden sloeg. Ik voelde m’n botten, maar er bleek niks aan de hand te zijn, hooguit wat kneuzingen…

De Griekse filosoof Archimedes in zijn bad (anonieme houtsnede uit de 16e eeuw).
Rechts de kroon van Hiero van Syracuse, waarvan hij het goudgehalte wilde meten.

Anders dan Archimedes, ben ik daarna niet van vreugde naakt door ‘Landal Sluftervallei’ gaan rennen, ik bedoel, een puzzel in de krant oplossen heeft zijn grenzen. Maar de mijne ben ik dus nog steeds aan het verkennen…

Die puzzel schenkt ons trouwens elke dag veel vreugde. Als we ergens koffie gaan drinken, nemen we hem mee en dan zitten we, pen in de hand, al gauw voorovergebogen ons brein te breken.
En de maker van de puzzel is een hele lepe, een geweldige tegenspeler, elke dag glijden we weer uit over zijn trouvailles – zoals ik in dat bad. Neem de puzzel van afgelopen donderdag:

De opgaaf is:‘Aartsvijand van de Nederlanders’, drie letters, nog geen kruiswoorden.
Mijn oplossing was: ‘rat’ ‘k had net iets gelezen over een nieuwe rattenplaag.
Klaaske dacht aan ‘Rus’. Ja, ’t is maar net hoe je ’t bekijkt…
Maar de oplossing bleek ‘ZEE’ te zijn … natuurlijk! En tegelijk kwam bij mij dat oergevoel boven… (zie foto onder)

We hebben hier op ons Landal GreenPark ook nog een heel ander bad … een ‘tropisch zwemparadijs’! Ik ben er, ondanks m’n zwembadfobie, pas een keer gaan zwemmen, omdat een vriendin zei dat het zo goed voor m’n ‘frozen shoulder’ is – de schaduwzijde van het bloggen…
Ik raapte m’n moed bij elkaar, en m’n zwembroek, en ging erheen. Wie schetst m’n verbazing dat het er totaal uitgestorven was, ik had die enorme overkapte ruimte voor me alleen…
Ik zocht vervolgens m’n weg over de tegeltjes, tussen badhokjes en kluisjes … een heel aparte cultuur is dat. En toen ik uiteindelijk in het water stapte, bleek ook dat heerlijk warm te zijn. En nergens dieper dan 1 meter 30 – dus er was ook geen badmeester.

Na al die jaren van niet-zwemmen, is zo’n puur leeg bad natuurlijk ideaal om jezelf eens uit te proberen. Nou, ik bleek nog steeds die gebrekkige beenslag te hebben… Dus maar gauw weer op m’n rug gedraaid, waarop ik mezelf tenminste drijvende kan houden.
Maar de voornaamste ontdekking was wel … hoe ik zwaar ik was. Toen ik, na de gewichtloosheid in het water, er na een kwartier weer uitklom, sjouwde ik plotseling met die 0,08 ton. Ga er maar aan staan!
Ben benieuwd of Archimedes dat ook ontdekt heeft: wat de ervaringswaarde van dat verplaatste water is…

 
 
De ‘aartsvijand van de Nederlanders’ bij 9 bft, gezien vanuit Strandhotel De Koog.

Lunatic

De maan herinnert me altijd
aan wie ik ben:
een wezen van sterrenstof
tijdelijk verblijvend op aarde
en dat het enige wat telt
mijn essentie is

Niet om draken te verslaan
in auto’s te racen
niet om in de keuken te staan
of gedichten te schrijven
maar om heel dicht
bij mijzelf te blijven

En al die avonturen hier
die me zo vreselijk bezighouden
me kluisteren aan dit bestaan
worden me geschonken om niet –
een herinnering in de avonduren
bij het slapen gaan.

Zeekaart

Zie mij zien wat ik zag
voel mijn gevoel met je antenne
weet mijn weten onwetend
voorbijgaan in de wind van de tijd

Hoor mijn oren horen –
it’s bluetooth, man –
mijn charme charmeren
mijn ongelukken gelukken

Aan het strand is het hoogwater
beneden de wolken, zee, aarde
kijk! de contouren van Europa…
de grote verwachtingen van Mak

En dat komt allemaal samen
in een woordloos bewustzijn.
de woorden afgeroomd,
de beelden afgebeeld

De lucht is gebroken
de maan hoog aan de hemel
staat nu ook hoog boven Europa
de contouren van de macht

Das Narrenschiff…

Net toen ik over Zakir Hussain wilde schrijven, kwam er een droom boven. Zodat het verhaal over tabla fenomeen Hussain – hier in samenspel met Dhafer Youssef en klarinettist Husnu Senlendirici – even naar de achtergrond verdween.

Ik droomde dat ik zou optreden met m’n klarinet. Maar op het moment dat ik het koffertje opende om m’n instrument te pakken, besefte ik dat er iets mis was … m’n klarinet?? Want ik had in tijden geen klarinet meer gespeeld, die ligt al jaren ongebruikt bovenin een kast, met lekkende kleppen en een dito riet. Al vijfentwintig jaar…
Ondanks die twijfel besteeg ik in mijn droom toch het podium, en toen ik daar rond liep, bleek mijn ‘klarinet’ een plastic altblokfluit te zijn – waar ik wel aardig mee overweg leek te kunnen…

De laatste keer dat ik op m’n klarinet speelde was op onze woonboot ‘Hobbitstee’. Ik zou toen een demonstratie geven van m’n kunnen … voor ons blokfluitclubje van vijf, waar we toen al een tijdje mee samenspeelden, Klaaske en ik op plastic instrumenten…

Ons varend ensemble bij de kajuit…

Het waren avontuurlijk tijden. Wij vijven kenden elkaar van de sessies van Maarten in de tachtiger jaren én we speelden allemaal een instrument – niet persé een blokfluit: Klaaske en Rien speelden beiden piano, Hans speelde blokfluit en nam zijn tenor mee (zie boven), Ton zong prachtig boventonen en ik speelde van huis uit klarinet.
Maar de blokfluit was voor ons dé uitkomst om samen te spelen – en dat ‘spelen’ ook nog in meerdere betekenissen. Want we hadden ook reuze veel plezier.

Meestal kwamen we bij elkaar op het motorjacht van Ton – waar hij op was gaan wonen sinds hij van zijn vrouw (en hun woonboot) gescheiden was. Het was een pracht van een jacht, niet groot, maar wel van alle gemakken voorzien. Binnen was genoeg ruimte om met z’n vijven te spelen, verder was nog een keukentje en achterin een kooi.
Als we afspraken, gingen we eerst samen uit varen … over het IJ, over het Amsterdam-Rijnkanaal (berg je!) en verder door allerlei watertjes en plassen. Dan legden we ergens aan en gingen aan ’t spelen…

Rien en Hein in volle concentratie…

Hoe we het met elkaar uithielden daar op die 35 vierkante meter, weet ik niet meer – het was ook geen lang leven beschoren… Toch gaf het musiceren – het improviseren, moet ik zeggen – ons aanvankelijk plezier. En na afloop dolden we dan met elkaar, en als het te bont werd, riep schipper Ton tegen de belhamel: “Jij gaat te water!”
Ton had een groot hart en gaf ons een warm onthaal, een goed en welvarend gastheer…
Maar op den duur bleek dat het sommigen niet om de ‘vermaeckelijkheid’ ging, maar om serieus musiceren. Er werd muziek uitgezocht, er werden accenten gelegd en we gaven elkaar aanwijzingen, ieder vanuit zijn eigen specialisatie. En op het laatst componeerde Hans zelfs stukjes … die we niet bleken te kunnen uitvoeren op de blokfluit – ook al hadden Klaaske en Rien dan jaren les gehad op de piano en ik op de klarinet (zoals ik eerder op dit blog heb beschreven).

Terug naar die laatste keer met ons blokfluitensemble, op woonboot ‘Hobbitstee’.
Daar stond ik dan, om een demonstratie te geven van mijn kunnen op de klarinet, als ‘solist’ voor het front van de troepen… Het enige wat ik er achteraf nog van weet is, dat ik m’n klarinet – waarop ik vanaf mijn vijftiende speelde – daarna nooit meer heb aangeraakt. Maar eigenlijk moet je mij ook niet in de schijnwerpers zetten – en door mijzelf al helemaal niet…
Het was rond die tijd dat ons clubje ophield te bestaan.
_________________

Zoals gezegd, gaat de Shake v/d Week  dus over Zakir Hussain, die met Husnu Senlendirici en Dhafer Youssef speelt op de Schlossfestspielen in Ludwigsburg.
Ze spelen eerst het nummer Nasikabhushani  – de naam van een raga uit de Zuid-Indiase muziektraditie, las ik:

Zouden die droombeelden en herinneringen losgewoeld zijn nadat ik Zakir Hussain hoorde … zie het plezier waarmee hij hier speelt, zijn gedrevenheid, zijn bescheidenheid…
Of was het misschien klarinettist Husnu Senlendirici, als een overjarig rolmodel…

Voor de liefhebber hieronder het complete concert Sounds Of Mirrors Live: