‘Mensen veranderen alleen door een fundamentele crisis’

Bovenaan: 
Klaaske tijdens de viering van Riens 75e verjaardag in in café Dudok in Amsterdam op 12 augustus j.l.
Foto Liesbeth van ‘t Hoff.

Artikel overgenomen uit NRC

Klik voor vergroting

INTERVIEW

Roek Lips & Paul Verhaeghe | schrijvers over zingeving „Kanker is groei zonder richting”, kreeg Roek Lips te horen van zijn arts. Toen zijn goede vriend Paul Verhaeghe ook een kankerdiagnose kreeg, ontstonden hun twee nieuwe boeken. „Als er alleen maar groei is, kan het hele ondersteunende systeem instorten.”

Wouter van Noort
Gepubliceerd op 11 oktober 2026

Nee, geen handen schudden alsjeblieft. In het Bredase café waar met Roek Lips (64) en Paul Verhaeghe (71) is afgesproken, is meteen duidelijk dat hun gezondheid nog broos is. Lips herstelt van zeer intensieve behandelingen voor acute leukemie. Verhaeghe kreeg vorig jaar de diagnose chronische leukemie. Verhaeghe: „Een van de eerste dingen die mijn oncoloog zei, was: je sterft niet aan chronische leukemie, je sterft aan een longontsteking.” Het blijft oppassen dus, al zitten ze er monter bij.

Het is een wrang toeval dat Lips en Verhaeghe in een enigszins vergelijkbaar schuitje zitten wat betreft gezondheid. Lips, schrijver van boeken over zingeving en voormalig bestuurder van de NPO, en Verhaeghe, ook schrijver van boeken over zingeving, psychotherapeut en emeritus hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Gent, zijn goede vrienden. Ze houden zich al jaren bezig met dezelfde thema’s. En dan allebei kanker, een ziekte die ook de aanleiding vormt voor hun nieuwe boeken. Die zijn zojuist uitgekomen, binnen een week na elkaar.

Lips: „Toen ik die diagnose kreeg, vroeg ik aan mijn hematoloog: kun je me in gewonemensentaal uitleggen wat kanker volgens jou is? Ik wil dit begrijpen. Hij zei: dat kan ik in drie woorden. Kanker is groei zonder richting.”

Die drie woorden staan centraal in beide boeken, die ze deels vanuit wachtkamers, ziekenhuisbedden en met infusen in de arm schreven, terwijl ze veel in gesprek bleven met elkaar. De boeken hebben hetzelfde thema, maar een andere aanpak. Dat van Lips is persoonlijker en zoekender – naar een ‘nieuw verhaal’ dat wél richting kan geven. Het boek van Verhaeghe is psychologischer en academischer, maar met een vergelijkbare diagnose: richtingloze groei maakt ons ziek.

Volgens Verhaeghe is de mindset van groei en optimalisatie doorgedrongen tot werk, tot het lichaam, tot relaties. „We meten onze stappen, slaap en hartslag, ons lichaam moet vooral Instagramwaardig zijn, met een tijdloos jeugdige uitstraling. Maar zodra nóg beter het doel wordt, is goed nooit meer goed genoeg.”

Die groeidwang zit zo diep dat die volgens hem op grote schaal psychisch lijden veroorzaakt: „De cijfers van het Trimbos-instituut tonen over de voorbije tien jaar een angstaanjagende toename van het aantal steeds jongere mensen dat uitvalt in Nederland met psychiatrische diagnoses”, zegt hij. „Ik zie dat in België net zo goed gebeuren in mijn spreekkamer.”

Het gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit

Roek Lips

Inderdaad tonen de Trimboscijfers dat het aantal mensen met psychische aandoeningen in Nederland de afgelopen twintig jaar duidelijk is gestegen. Tot 2009 lag het aandeel volwassen Nederlanders met een psychische stoornis vrij stabiel op 17 procent, bij de jongste onderzoeken is dat meer dan een kwart. Verhaeghe: „De samenleving en de zorg reageren vervolgens door het medicaliseren van individuen, met labels en DSM-diagnoses bijvoorbeeld, in plaats van dat ze een belangrijke maatschappelijke bron van de problemen aanpakken: die grenzeloze en richtingloze groeidwang.”

Lips ziet iets vergelijkbaars in zijn werk – hij staat met een eigen voorstelling in het theater en geeft inspiratiebijeenkomsten over zingeving en richting vinden. „Laatst had ik 180 leidinggevenden van de gemeente Rotterdam in de zaal”, zegt hij. „Ik houd eerst mijn eigen verhaal en daarna ga ik interactief in gesprek over wat er speelt en welk verhaal ons richting geeft. De laatste tijd valt me op dat het bij al dit soort bijeenkomsten, met steeds meer emotie, gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit.”

En dat systeem is de vanzelfsprekendheid van eindeloze groei zonder duidelijk doel?

Lips: „Mensen weten vaak heel goed waarvoor ze hun werk doen, maar worden afgerekend op steeds hogere productie en steeds meer efficiëntie. En ze moeten voortdurend vastleggen dat ze daaraan voldoen.”

Verhaeghe: „Op zich is groei niet verkeerd, maar groei is nu iets anders geworden dan voor – pakweg – 1980. Groei is een doel op zich geworden, geen middel meer, geen middel voor een betere samenleving. En uiteindelijk is groei een eufemistische uitdrukking voor wat neerkomt op winstmaximalisatie. Overal moet er winstmaximalisatie zijn.

„Als je een systeem wil veranderen, moet je het doel van het systeem veranderen. Dat is de basisstelling van Donella Meadows, met haar klassieke boek Thinking in Systems een belangrijke grondlegger van systeemdenken. Zolang het doel van het systeem winstmaximalisatie blijft, vermomd als ‘persoonlijke groei’, verandert er niets.”

Groei is óók heel nuttig en natuurlijk, in bepaalde levensfases. In een latere fase gaat groei over in iets anders: rijping, daarna neergang, de dood. Dat kan de vraag oproepen: projecteren jullie je eigen ziekteproces en levensfase niet op de samenleving? Terwijl er heel veel andere mensen zijn die zeggen: nee, ik wil gewoon nog groeien, ik wil vooruit.

Verhaeghe: „Het misverstand kan ontstaan dat wij tegen groei zijn. Absoluut niet. Groei is compleet normaal. Als je het toepast op de mens, en op elk levend organisme, heb je een periode van groei en expansie. Net zoals wij die in onze jeugd en jonge volwassenheid hebben. Dat moet zo. En dan volgt de rijping en uiteindelijk het afsterven, dat is de normale gang van zaken. We zijn dus niet tegen groei. We zijn tegen de illusie dat we in deze maatschappij eindeloos en richtingloos kunnen blijven groeien. Het probleem is het ontbreken van het complementaire deel: je hebt groei en je hebt rijping. Het grenzeloze van die groei is wat ons ontwricht.

„In de biologie heb je altijd een afwisseling en zelfs een evenwicht tussen uitbreiding en afname. Kanker is juist de afwijking daarop. Als er alleen maar groei is, en zeker als dat op heel veel verschillende vlakken gebeurt, kan het hele ondersteunende systeem instorten.”

Het is nogal wat om de huidige manier van leven te vergelijken met een kankergezwel.

Lips: „We kiezen die vergelijking omdat ze een gevaarlijk groeipatroon zichtbaar maakt, een ontwikkeling die uiteindelijk het geheel beschadigt waarvan de groei afhankelijk is. Dat patroon herkennen we in een economie die blijft groeien ten koste van de leefomgeving en de mensen die haar dragen. Het is een harde vergelijking, zeker omdat we allebei weten wat kanker met je leven doet. Juist daarom nemen we de vraag serieus: wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?”

Wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?

Roek Lips

Hebben jullie nieuwe inzichten gekregen door jullie eigen ziekte?

Verhaeghe: „Roeks ziekteproces is wat dat betreft veel intensiever geweest dan het mijne.”

Lips: „Ik heb een half jaar in een isolatiekamer gezeten. Daar heb ik gemerkt dat je zintuigen minder goed gaan functioneren. Ik kon steeds minder goed kleuren zien. De wereld werd letterlijk grijs. Dat was zo’n bizarre vaststelling. Je kunt sociaal niet meer functioneren als je langdurig geïsoleerd bent. Dat overleef je niet.

„Wat misschien nog wel het meest fundamenteel voor mijzelf is geweest: rond het moment dat ik een stamceltransplantatie had gekregen, was niet duidelijk of ik het zou overleven. De pijn was eigenlijk te groot om te verdragen. Mijn dochter kreeg heel even toestemming om mij op te zoeken. Ze was helemaal ingepakt en gedesinfecteerd en kwam onverwacht de kamer binnen. Het enige wat ik van haar zag, waren haar ogen. En toen zag ik in haar ogen hoe ik eraan toe was. Dat is het moment geweest dat ik dacht: ik moet stoppen, ik kan dit haar niet aandoen. En ik moet dit mezelf ook niet meer aandoen. Ik wilde uit het leven stappen.

„Daarna ben ik in een diepte en een stilte terechtgekomen die stiller was dan wat dan ook. Dat is misschien wel een beetje een mystieke ervaring geweest. Ik ben voorzichtig om daar grote woorden aan te geven, maar het is een unieke ervaring geweest.

„Wat ik toen heb geleerd, is heel fundamenteel: om het leven weer op te pakken, moet je echt ja zeggen. Dat heeft mij een aantal weken gekost. Ik ben in het diepste geweest van het niet meer willen leven, en ik heb de stap moeten zetten naar wel weer willen leven. Dat is een radicale keuze, het is transformerend geweest. Het heeft mij geleerd om me meer te verhouden tot wat ik met enige aarzeling spiritualiteit noem. Daarmee bedoel ik: de oefening om me te verhouden tot dat wat ik niet kan begrijpen, bezitten, laat staan beheersen – en wat mij toch raakt, begrenst en draagt.”

Dan moet je dus wel eerst door zo’n diepe crisis heen.

Lips: „Ja, letterlijk het dieptepunt. Dieper dan dat kan niet. En daar ontstaat het ook, de nieuwe richting. Met andere woorden: je kunt de crisis niet uit de weg gaan.”

Het blijft een grote stap om zo’n diepe persoonlijke ervaring te vertalen naar wat de samenleving of economie nodig heeft. 

Verhaeghe: „Als we het hebben over fundamentele verandering, kan ik kijken naar mijn ervaring als psychotherapeut, zowel in mijn eigen praktijk als ruimer, naar de theorie daarover. Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht. Dat gaat al meer dan een eeuw mee in de psychotherapie. Je vindt het bij Freud, bij de cognitieve gedragstherapie: als mensen maar voldoende inzicht hebben, gaan ze de juiste keuzes maken en hun gedrag aanpassen. Maar dat werkt niet.

Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht

Paul Verhaeghe

„Mensen veranderen vrijwel alleen op grond van een fundamentele crisis. Ik heb mensen zien veranderen die bij mij kwamen op het ogenblik dat ze hun werk verloren waren, bij een echtscheiding die uit de lucht kwam vallen, bij de ziekte of dood van een kind. Dat soort dramatische zaken. Dan veranderen mensen. En dat kan vrij snel gaan.

„Als je dat uitbreidt naar het maatschappelijke, denk ik dat wij zullen veranderen op het moment dat we een collectieve crisis meemaken die voldoende lang duurt. Ik denk niet dat we daar nu al zijn.”

Wat is een goed antwoord op zo’n crisis?

Lips: „Ik denk dat een aantal dingen veel radicaler mag. Dat mensen zich radicaler mogen uitspreken, en radicaal andere keuzes mogen maken. Bij het soort bijeenkomsten dat ik met leidinggevenden heb, roep ik ook echt op tot radicaler gedrag.”

Wat betekent ‘radicaler gedrag’?

Lips: „Ik denk echt dat er een oproep zit in deze tijd, dat meer mensen moeten zeggen: hier doe ik niet meer op deze manier aan mee. Stop bijvoorbeeld als leidinggevende met extra registraties en rapportages eisen die vooral schijnzekerheid geven over efficiëntie en optimalisatie. Durf te zeggen: dit formulier voeren we niet in.”

De vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven.

Welk nieuw verhaal kan dan wél richting geven aan groei die gezonder en begrensder is?

Verhaeghe: „Eerlijk gezegd vind ik het niet zo moeilijk om te bedenken wat zo’n nieuw verhaal nodig heeft. Dat nieuwe verhaal zal wat mij betreft op wetenschap gebaseerd zijn, met name op de vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven. En op onze verantwoordelijkheid daarbij, omdat wij nu eenmaal de levensvorm zijn die het meest kan ingrijpen op dat geheel. We hebben daar een gigantische verantwoordelijkheid voor. Dus het nieuwe grote verhaal zal een ecologisch verhaal worden.”

Lips: „In plaats van één nieuw verhaal zou ik nu zeggen: je kunt pas weten wat je moet doen als je weet van welk verhaal of verhalen je deel uitmaakt; hierop afstemmen in het hier en nu, en juist kijken vanuit verschillende perspectieven. Wat vraagt het leven van mij en hoe ga ik hier antwoord op geven? En dan gaat het erom wat je terugziet in je handelen. Een van de verhalen waarin we als samenleving zo hardnekkig zijn gaan geloven, is dat we elkaars concurrenten zijn, dat we voortdurend in competitie zijn met elkaar, en dat we ten koste van alles moeten blijven groeien. Dat hóéft helemaal niet.” 

Roek Lips (64) is auteur, spreker, film- en theatermaker. Hij was eerder bestuurder bij de NPO, onder meer als netmanager van NPO 3. Na een persoonlijke tragedie – hij verloor zijn zoon Job die vermist raakte in zee – richtte hij zich volledig op publicaties over maatschappelijke transitie, zingeving en persoonlijk leiderschap. Zijn nieuwste boek, Wie ben je zonder verhaal, is 1 oktober verschenen bij uitgeverij Ambo Anthos.

Paul Verhaeghe (71) is een Vlaamse klinisch psycholoog, psychoanalyticus en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij is praktiserend psychotherapeut en schreef boeken over onderwerpen als identiteit, autoriteit en intimiteit. Zijn nieuwe boek Grenzeloos is 26 september verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.

EINDE

In de week nadat de wereld werd gewaarschuwd voor een catastrofe, is de spanning in AI-hoofdstad San Francisco voelbaar

Artikel geschreven door Milo van Bokkum, NRC, gepubliceerd op 18 september 2026.
De De afbeelding boven komt van mijn blog ‘A yourney to California’ uit 2004.

REPORTAGE



Kunstmatige intelligentie In de buurten van San Francisco waar AI-bedrijven zijn gevestigd, was deze week de spanning voelbaar. De wereldwijde discussie over mogelijk rampzalige risico’s van AI zorgt voor onrust. „We roepen het personeel op om ontslag te nemen.”  
    Vergroten door te klikken

     zijn maar weinig industrieën die zozeer geconcentreerd zijn binnen een paar stratenblokken als de AI-wereld. In San Francisco loop je zo van het hoofdkantoor van Anthropic naar dat van concurrent OpenAI, terwijl je langs talloze kleinere start-ups in omliggende straten komt (de meeste locals nemen trouwens eerder een zelfrijdende taxi).

    Het debat over de mogelijke catastrofale risico’s van de razendsnelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie woedde deze week over de hele wereld. Maar de bedrijven en mensen waar het om gaat, bevonden zich vooral in een paar specifieke buurten in San Francisco. Daar was de spanning deze week bij vlagen voelbaar. Hoe verliep the week after in ’s wereld AI-hoofdstad?

    Dinsdag
    Scheidslijnen in de industrie

    3.000 dollar kost al gauw een kaartje voor het jaarlijkse Dreamforce-congres, georganiseerd door softwarebedrijf Salesforce. Dit jaar kregen de meer dan 40.000 aanwezigen, in de straten rondom het Moscone Center te herkennen aan hun badges, misschien iets meer waar voor hun geld dan verwacht.

    Op dinsdagochtend is het nauwelijks drie dagen nadat Anthropic-topman Dario Amodei zijn veelbesproken oproep tot een vertraging van de AI-industrie deed. Dat leidt er toe dat Dreamforce enigszins onverwachts uitgroeit tot hét forum waarop de AI-topmannen na het weekend hun discussie voortzetten. Jensen Huang (Nvidia), Sam Altman (OpenAI) en Amodei zelf maken hun opwachting, op een congres waar het opeens helemaal niet meer gaat over de hr-software van Salesforce.

    AI-veiligheid neemt alles over. In zijn optreden op woensdag zet Huang de tegenaanval in op het plan om de ontwikkeling van AI te vertragen. „Als je een product of een dienst bouwt en je bent niet zeker van […] de veiligheid, breng het dan niet uit”, zegt hij, gekleed in zijn karakteristieke leren jack, op het podium tegen Salesforce-topman Marc Benioff.

    Huang, die op slechts een paar minuten rijden van het Moscone Center in een postmoderne villa met uitzicht op de Baai van San Francisco woont, maakt zijn opmerkingen nauwelijks twee dagen nadat hij in Los Angeles bij een ander evenement op het podium een telefoontje van Donald Trump kreeg. Huang nam op, en hoorde Trump zeggen dat de veronderstelde existentiële dreiging van AI een „hoax” is, iets waar Huang mee instemde.

    Later op dinsdag krijgt Huang op sociale media bijval van Meta-topman Mark Zuckerberg, die wijst op de „verantwoordelijkheid” van AI-bedrijven om veilig te werken. Maar Amodei en Altman zijn het in hun sessies op Dreamforce totaal niet met hem eens. Rustiger werken was „de manier om leiderschap te tonen in de industrie en een voorbeeld te stellen”, zei Amodei in gesprek met Benioff.

    Zo tekenden zich duidelijke scheidslijnen af in de AI-wereld, die in zekere zin goed te verklaren zijn. Ofschoon aan de intenties van Altman en Amodei veel getwijfeld wordt (willen ze kleinere spelers dwarszitten door om regulering te vragen?), mag het ook geen verrassing heten dat Nvidia graag tempo maakt. Het levert chips – hardware – en hoe harder de toepassing van AI groeit, hoe meer rekenkracht van Nvidia nodig is.

    Één iemand zal in ieder geval heel blij zijn geweest met de discussie: Marc Benioff van Salesforce. Zijn bedrijf – de grootste private werkgever van San Francisco, gezeteld in het hoogste gebouw van de stad – staat dankzij alle aandacht voor Dreamforce helemaal op de kaart. 

    WOENSDAG
    Verbazing bij de labs

    De hoofdkantoren van concurrenten OpenAI en Anthropic – twee kilometer van elkaar verwijderd – staan beide bekend om één ding: ze zijn niet te herkennen als zodanig. Er zijn geen logo’s, geen namen, geen bordjes bij de deur. Het enige waar je aan zou kunnen aflezen dat hier iets belangrijks gebeurt, zijn de prominent gestationeerde beveiligers die de deur en de omgeving strak in de gaten houden.

    Binnen deze gebouwen hebben de oproep van Amodei en de snelle instemming van Altman veel teweeggebracht, zo bericht de Financial Times op woensdag. Volgens de krant is er bij beide bedrijven intern helemaal geen idee hoe er gereageerd moet worden op hun oproep. Verandert er nu concreet iets? Moeten werknemers anders werken? Het nieuws lijkt als een verrassing te komen.

    Specifiek lijkt er een angst voor het voorstel om mensen ‘van buiten’ binnen te laten om toezicht te houden op de ontwikkeling van modellen. Amodei stelt in zijn essay zelfs voor dat deze mensen entreepasjes, laptops en toegang tot interne systemen krijgen en overal bij mogen zijn. Volgens de FT leidt dat intern tot zorgen over het lekken van de eigen technologie. 

    Wie de kantoren van Anthropic en OpenAI kent, begrijpt hoe radicaal het voorstel van Amodei is. Beide bedrijven zijn op meerdere plekken in de stad aanwezig, maar gelden als zeer gesloten en geven nauwelijks ruchtbaarheid aan hun aanwezigheid. Toegang is zo exclusief dat een lokale techjournalist een heel artikel wijdde aan het betreden van het gebouw, toen hij van OpenAI een keer langs mocht komen (binnen staat volgens hem een piano die zelf muziek speelt). Of het plan van de interne toezichthouders snel van de grond komt, valt nog zeer te bezien.

    Vergroten door te klikken

    DONDERDAG
    Een protest in het hol van de leeuw

    De AI-explosie heeft San Francisco in zekere zin van een afgrond gered. Tijdens de coronapandemie verlieten techbedrijven massaal het stadscentrum, waar leegstand welig tierde en daklozen en drugsverslaafden de boel overnamen. De boom in kunstmatige intelligentie heeft de stad de afgelopen paar jaar plotseling weer nieuw leven ingeblazen. In elk bushokje hangen nu posters vol onbegrijpelijk jargon („agentic”, AUTH, API’s, „stacks”) van AI-start-ups, en een groot deel van de bevolking werkt in de sector.

    Je kunt de plek dus gerust het hol van de leeuw noemen voor anti-AI-activisten. Op donderdagochtend om negen uur verzamelen enkele tientallen demonstranten zich bij het hoofdkantoor van OpenAI aan Third Street. Personeel van het bedrijf dat arriveert (opvallend vaak op flitsende fietsen), vlucht snel naar binnen, terwijl het verbaasde blikken werpt op de club.

    „Dit protest is in twee dagen opgezet”, zegt Michaël Trazzi, de Franse aanvoerder van de actie en een bekend gezicht in de lokale anti-AI-scene. Dat had alles te maken met wat er afgelopen weekend gebeurde, zegt hij, en het groeiende zicht op de risico’s van AI. „We willen het personeel oproepen om ontslag te nemen.”

    „Slam the brakes and slow the pace, we don’t want an AI race” (rem af, we willen geen AI-race), klinkt het, terwijl de groep onder politiebegeleiding een mars inzet naar het kantoor van Anthropic aan Howard Street. De zelfrijdende taxi’s die het straatbeeld van San Francisco domineren – en die boegeroep uitlokken bij de demonstranten – wachten keurig tot de groep voorbij is.

    Anthropic blijkt een pleintje voor de deur preventief met linten te hebben afgezet, en de beveiligers van het bedrijf houden streng in de gaten dat niet op terrein van het bedrijf gedemonstreerd wordt. Iets verderop komt de groep voor de deur van Dreamforce tot stilstand. Terwijl de demonstranten verder scanderen („slechts één iemand hoeft het te bouwen om iedereen te laten sterven”), maken de bezoekers van het congres lachend foto’s.

    Meer A.I. op ShakingLife
    EINDE

    De geroofde werken van Antonello da Messina zijn een wonder van perspectief en subtiliteit

    Bovenaan:
    Het ‘Polyptiek van San Gregorio’ door Antonello da Messina. Het veelluik werd zaterdag gestolen uit het MuMe in Messina. De twee panelen met de heiligen (onderste rij links en rechts) zijn inmiddels teruggevonden.
    COURTESY OF MUSEO INTERDISCLIPLINARE REGIONALE DI MESSINA/VIA REUTERS

    ACHTERGROND

    Kunstwerk in het nieuws 

    Wat is het kunsthistorisch belang van de schilderijen van de Siciliaanse renaissanceschilder Antonello da Messina die uit het regionaal museum in het Italiaanse Messina zijn gestolen?

    Zes schilderijen van Antonello da Messina (ca. 1430-1479) werden zaterdagavond gestolen uit het Museo interdisciplinare regionale di Messina (MuMe), een kunstmuseum op Sicilië. Twee ervan zijn al snel weer teruggevonden. De roof heeft zich gericht op de enige werken van de kunstenaar die zich nog bevinden in zijn geboortestad. Hoewel ze goed gedocumenteerd en daardoor in de reguliere kunsthandel onverkoopbaar zijn, wordt hun geldelijke waarde geschat op vele miljoenen euro’s. Buiten kijf staat hun kunsthistorische belang, als deel van het betrekkelijk kleine overgeleverde oeuvre van circa 45 werken van Antonello da Messina, de Siciliaanse tijdgenoot van renaissanceschilders in Noord- en Midden-Italië zoals Andrea Mantegna en Piero della Francesca.

    Een van de buitgemaakte werken is een klein dubbelzijdig beschilderd paneel (16 x 11,9 cm) met aan de ene kant de Maagd Maria. Het naakte Christuskind in haar armen maakt een zegenend gebaar naar de kleine figuur van een franciscaner monnik linksonder. De keerzijde toont een geschilderd stenen venster rondom het hoofd van de volwassen Christus. De doornenkroon op zijn hoofd en een koord om zijn hals verwijzen naar zijn lijdensweg. Het schilderijtje, te dateren op ca. 1465-1470 en daarmee het oudst bekende werk van de schilder, dook pas in 2003 op in de kunsthandel waarna het door het MuMe werd verworven.

    Afbeeldingen vergroten door te klikken

    Perspectivische vondsten

    Veel omvangrijker, kwetsbaarder en kostbaarder zijn de drie andere gestolen panelen. Ze maken deel uit van een groter geheel dat al meer dan een eeuw een topstuk van het museum vormt. Het zogenaamde Polyptiek van San Gregorio, door de kunstenaar zelf in 1473 gesigneerd, was bestemd voor de kloosterkerk van de benedictinessen in Messina. Oorspronkelijk was het een ongeveer twee meter hoog veelluik in twee registers van elk drie panelen. Onderin wordt de Tronende Maria met kind (129 x 77 cm) geflankeerd door twee panelen met de heiligen Gregorius de Grote en Benedictus. Die laatste twee zijn inmiddels teruggevonden. Twee kleinere panelen (circa 65 cm in het vierkant) bovenin tonen de Annunciatie, met rechts Maria en links de engel die haar de geboorte van Christus aankondigt. Daartussenin zal zich ooit een voorstelling van de lijdende Christus hebben bevonden, die evenals de oorspronkelijke omlijsting al lang geleden verloren is gegaan.

    De gestolen panelen maken deel uit van een groter geheel dat al meer dan een eeuw een topstuk van het museum vormt

    De panelen hebben geleden onder een rigoureuze restauratie uit 1842, en raakten beschadigd tijdens de verwoestende aardbeving die Messina in 1908 trof. Toch wordt het veelluik geprezen om de volumes en levensechtheid van de figuren, en opvallende perspectivische vondsten. In die aspecten ligt ook het artistieke belang van Antonello da Messina, die behalve op Sicilië onder meer werkte in Napels en Venetië. Zijn nauwgezette weergave van stoffen en landschappen, en de vroege toepassing van de olieverftechniek getuigen van belangstelling voor Vlaamse schilders zoals Jan van Eyck en Petrus Christus, van wie destijds ook in Italië werk bekend was. Antonello schilderde naast religieuze thema’s ook gedetailleerde, Vlaams aandoende portretten in driekwartaanzicht. Zijn werken worden bewaard in collecties in Italië en elders in Europa, zoals het Louvre en de National Gallery in Londen.

    Misschien wel het beroemdste werk van de kunstenaar is Maria van de Annunciatie uit circa 1476, nu in het museum in Palazzo Abatellis in Palermo, waarin de maagd gehuld in een hemelsblauwe mantel vanachter haar lessenaar blikt in de richting van de beschouwer. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat de aankondigende engel zich ergens buiten het schilderij bevindt. Dit intrigerende spel met het perspectief van de kijker kenmerkt ook het middenpaneel van het San Gregorio-veelluik. Het kind op Maria’s schoot bevindt zich daarin ongebruikelijk ver links van het midden. De schilder moet op die manier rekening hebben gehouden met de oorspronkelijke plaats van het schilderij, waarschijnlijk op de rechterzijwand van een zijkapel. Door de diagonale blik van de kerkganger vanaf een plaats bij de ingang van de kapel, valt de ongemakkelijke compositie visueel weer op haar plaats.

    De brutaliteit van de roof van zijn werk staat in flagrant contrast met dergelijke subtiliteiten in de schilderkunst van de inventieve schilder Antonello da Messina.

    naar boven

    De zonsverduistering in de kunst: meestal betekent dat een grote, dramatische wending

    Bovenaan:
    Ruim een uur na de zonsverduistering van gisteren, zag de lucht boven het IJ, vanuit Dudok aan ‘t IJ bekeken, er zo uit | Hein

    Thomas van Huut, NRC Gepubliceerd op12 augustus 2026

    Wanneer je in de kunst de maan, of een ander hemellichaam, voor de zon ziet schuiven – dan weet je: hier zit een dramatische wending aan te komen. De lijst met kunstwerken waarin zonsverduistering een rol speelt, is vrijwel eindeloos: van Homerus tot Pommelien Thijs, van Stanley Kubrick tot The Simpsons, van George Grosz tot Kuifje.

    Over ingrijpende gebeurtenissen gesproken. In de westerse kunstgeschiedenis wordt de zonsverduistering vaak afgebeeld op schilderijen van de kruisiging van Christus, verwijzend naar het Boek van Lukas: „Rond het middaguur werd het donker in het hele land doordat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan.” Dat kan, volgens wetenschappers die het narekenden, geen gewone zonsverduistering zijn geweest. Hield iets anders de zon tegen?
    Vergroten door te klikken

    Hoe dan ook schildert Peter Paul Rubens op het drieluik De Kruisoprichting (1610) een realistische verbeelding van de maan die voor de zon schuift – in een van de diagonale lijnen die dramatisch naar de ogen van de lijdende Christus leiden. Op oudere verbeeldingen van de kruisiging worden vaak de zon en de maan afzonderlijk rondom Christus afgebeeld, mogelijk eerder een verwijzing naar de kosmische betekenis van Jezus dan naar een verduistering.

    Een dollarteken is voor de zon geschoven op het politiek-satirische schilderij Eclipse of the Sun (1926) van de Duitse schilder George Grosz. Met zijn schilderij, van een groep machtige mannen rondom Rijkspresident Paul von Hindenburg, uitte hij kritiek op de hebzucht en het geweld van de militairen, politici en industriëlen. Het dollarteken is een verwijzing naar de Amerikaanse investeringen in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog.

    Vergroten door te klikken

    Vernietigingsplaneet

    Ook in speelfilms is de eclips vaak een voorteken van een ingrijpende gebeurtenis. Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey(1968) opent met spectaculaire beelden van een eclips, gezien vanuit de ruimte. Thematisch passend: de film gaat over technologische kantelpunten in de geschiedenis van de mensheid: van de prehistorie tot ruimtevaart en kunstmatige intelligentie. In Homerus’ originele Odyssee verdwijnt de zon overigens ook van de hemel, als voorteken van een slachtpartij.

    Meer recent verduisterde de zon tijdens veldslagen in science-fictionfilms Avatar: The Way of Water (2022) en Dune: Part Two(2024). In Star Wars: Rogue One (2016) schuift de kunstmatige vernietigingsplaneet Death Star voor de zon, alvorens een complete stad weg te vagen. In de Simpsons-aflevering Gone Maggie Gone (2009) raakt Marge Simpson verblind nadat ze onbeschermd, rechtstreeks in de zonsverduistering kijkt, wat het begin is voor een groot avontuur met verwijzingen naar National Treasure en The Da Vinci Code.


    Vergroten door te klikken

    Magische kracht

    Kennis van de stand van de zon en de maan kan juist ook je leven redden, bewijst Kuifje in De zonnetempel (1949). Daarin belandt Kuifje op een brandstapel bij de Inca’s en weet hij zichzelf te bevrijden door op magische wijze een zonsverduistering te voorspellen: hij had er toevallig in de krant over gelezen. Deze stunt komt ook al voor in het boek King Solomon’s Mines (1885) van H. Rider Haggard en vier jaar later in Mark Twains A Connecticut Yankee in King Arthur’s Court (1889) (ook verfilmd). Columbus zou de truc met het correct voorspellen van een zonsverduistering ook al hebben toegepast. Het werd een klassieker: ook Bugs Bunny en Darkwing Duck redden eens op deze manier hun hachje.

    Ook in de popmuziek staat de zoneclips voor het grootse gebaar. Denk aan de bombastisch-meeslepende powerballad ‘Total Eclipse of the Heart’ (1983) van de eerder dit jaar overleden Bonnie Tyler („Forever is gonna start tonight!”). Zanger Chris Cornell schreef de Soundgarden-klassieker ‘Black Hole Sun’ (1994) nadat hij een nieuwsitem op de radio verkeerd verstaan had – „Ik dacht dat het een geweldige songtitel zou zijn, maar hoe zou het klinken?”. Donker, gruizig, een nummer om in te verdwijnen. Meeslepend is zeker ook Pink Floyds The Dark Side of the Moon (1973). Het album sluit af met ‘Eclipse‘: „All that’s to come and everything under the sun is in tune, but the sun is eclipsed by the moon”.

    Net als Bonnie Tyler tilde de Belgische popzangeres Pommelien Thijs in 2023 de liefde naar het kosmische niveau. In ‘Eclips‘ zingt ze over een hoofdpersoon die rond een onbereikbare geliefde cirkelt, totdat er duisternis is. „Ze loopt voorbij, het doet haar niks / Maar zonder haar, zonne-eclips”. Dramatisch, op menselijke schaal.


    EINDE

    De koning en de prins

    Bovenaan:  Joan Monfort, de fotograaf van de inmiddels wereldberoemde ‘badkuipfoto’, toont zijn foto in de krant. ANP / EPA 

    Het verhaal achter de ‘badkuipfoto’ van Lionel Messi en Lamine Yamal

    Sam de Jongh, NRC
    Gepubliceerd op19 juli 2026

    Eind 2007 reed de zestienjarige Sheila Ebana met haar baby naar Barcelona. Ebana woonde met haar zoontje en toenmalig partner in Matarò, veertig kilometer ten noorden van de havenstad. Haar baby was slechts vijf maanden oud. Eerder had Ebana haar zoontje ingeschreven voor een loterij, die ze uiteindelijk zou winnen. De twaalf winnende kinderen werden ieder gefotografeerd met een speler van FC Barcelona voor een kalender. Bij iedere maand hoorde een foto van een speler met een van de kinderen. De opbrengsten van de kalender gingen naar het goede doel. 

    Ebana’s baby werd gekoppeld aan Barcelona’s grote talent, Lionel Messi. Buiten het veld was de Argentijn vaak verlegen, ook tijdens de fotoshoot met de baby. In eerste instantie wist hij niet wat hij aanmoest met het kleintje, die in een babybadje was geplaatst. Moeder Sheila stelde haar kind op zijn gemak, en Messi kroop langzaam uit zijn schulp. Eerst wasten Ebana en Messi de baby samen in het kuipje, later durfde Messi het alleen.

    Joan Monfort, de fotograaf voor de kalender, wist tot op het EK van 2024 niet wie het baby’tje op de foto’s was. Hij was de shoot al lang vergeten. Midden in de nacht werd Monfort gebeld door SPORT, het Spaanse sportblad. „Is die foto van jou?” vroegen de journalisten. „Ja”, antwoordde hij. „Wie is de baby?”

    Vergroten door te klikken

    Net als Monfort (her)ontdekte de voetbalwereld de foto’s op de dag voor de EK-kwartfinale tussen Spanje en Duitsland (2-1); Mounir Nasraoui, de vader van de baby, had een van de foto’svan zijn inmiddels zestienjarige zoon op Instagram gedeeld. Tien dagen later won Lamine Yamal Nasraoui Ebana het EK.

    De ‘doping’ van Lamine Yamal door Lionel Messi, gevangen in de ‘badkuipfoto’ van Monfort, heeft iets bovennatuurlijks. In sommige opzichten doet de foto denken aan het verhaal van Achilles, die door zijn moeder Thetis in de mythologische Styx-rivier werd gedompeld. Hierdoor werd Achilles – behalve zijn welbekende hiel, natuurlijk – onverwondbaar.

    Of de doping van Yamal door Messi dezelfde werking als die van Achilles heeft gehad, valt te betwijfelen. Toch zijn er anno 2026 gelijkenissen tussen de twee spelers. Voor velen is Lamine de erfgenaam van een voetballer die geen erfgenaam kan hebben.

    Al meer dan twee jaar is Yamal dé ster van het huidige FC Barcelona. Hij is linksbenig en speelt op dezelfde positie als Messi. Net als de Argentijn – die van 2004 tot en met 2021 in Catalonië speelde – neemt hij met zijn creatieve passing en briljante dribbels Barcelona wekelijks op sleeptouw.

    Toch zijn er ook verschillen. Om Yamals kwaliteiten te duiden, wijzen mensen graag op de statistieken van Messi op dezelfde leeftijd als Yamal nu. Voordat hij negentien werd, had Messi voor FC Barcelona negen goals in 34 duels gemaakt. Daartegenover staat de teller van Yamal – die afgelopen maandag negentien werd – op 49 goals in 153 wedstrijden voor Barcelona. Ook gaf Yamal 48 assists, tegenover 3 van Messi.

    Lamine Yamal heeft zich dit WK wederom bewezen als een van de beste voetballers van de wereld. Het is de vraag of hij niet te vroeg zal pieken. Decennialang (een van) de beste(n) blijven is maar voor een select groepje sporters weggelegd. Messi weet daar alles van. 

    Zondagavond om 21.00 uur Nederlandse tijd staan Lamine Yamal en Lionel Messi tegenover elkaar in de finale van het WK.

    EINDE

    Een lied van leegte


    “Als je hier alleen was geweest en was blijven staan om even te luisteren, had je allicht gehoord hoe de lippen van de aarde smakten en stil het water dronken, opzogen en lepten, en hoe de laatste droefenis van de droge, woeste herfst oploste en verzoend wegzakte, alsof ze insliep tijdens het zogen.”

    S. Yizhar, Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Een lied van leegte.


    Ook jij zou als je soldaat was gruwelijke dingen doen


    COLUMN

    MARJOLEINE DE VOS
    Gepubliceerd op18 mei 2026 om 19:45

    Marjoleine de Vos is schrijver, dichter, columnist en redacteur kunst bij NRC.

    Hoe moeilijk het is om je van jezelf voor te stellen dat je ellendige en gruwelijke dingen zou doen. Fouten maken, achteloos zijn, ruw zelfs, ja, dat kan, dat gebeurt. Onredelijk zijn ook. Maar wreed, moorddadig, mensen vernederen, pijn doen, doden misschien zelfs wel? Nee, denk je, daartoe ben ik niet in staat.

    De Israëlische soldaat die deelneemt aan de ontruiming van een Arabisch dorp, denkt dat ook. Hij wil dit niet, denkt-ie. Dat vindt hij niet zo sterk van zichzelf. ‘Je bent ook zo’n slappeling.’

    Hij en zijn maten drijven de dorpelingen die ze ‘Araboesjiem’ noemen bijeen („Het zijn geen mensen” zegt iemand van zijn eenheid) en als ze ze door de modder zien sjokken, zeggen ze „Het zijn net beesten!” Ze vervelen zich, ze wachten, het is smerig, ze zijn nijdig op hun lot en uit nijd trappen ze iets kapot, schoppen een oude man, schieten op een hond.

    De soldaat voelt zich ongemakkelijk, ja, natuurlijk, net als jij die dit leest. Niet dat je zulke dingen zou doen. Ook niet als het bevel daartoe was gegeven, met precieze instructies? Nou misschien, maar dan niet zo, maar vriendelijk, netjes. De instructies gaan daar ook van uit, die spreken over het ‘zuiveren’ van ‘vijandige elementen’ en de soldaat denkt: ‘nu blijkt hoeveel goede, oprechte hoop erin werd gesteld dat de uitvoerders van de opdracht tot al dit „verbranden-opblazen-gevangennemen-inladen-afvoeren” uiterst welgemanierd, beheerst en juist beschaafd te werk zouden gaan’.

    De soldaat in kwestie is de verteller van het boekje Het verhaal van Chirbet Chiz’a. Een lied van leegte, geschreven door S. Yizhar. Als je het leest ga je begrijpen hoe het kan – niet goedpraten! Niet rechtvaardigen! – dat soldaten zulke dingen doen. Deden. Altijd gedaan hebben en altijd zullen doen.

    Jij ook, als je soldaat was.

    Yizhar schreef het in 1949, en het gaat over een actie in 1948, tijdens de Nakba, de grote verdrijving van de Palestijnen. Yizhar had zelf als soldaat aan zulke acties deelgenomen, hij wist, en volgens het nawoord van Nathan Thrall wist iedereen dat destijds in Israël heel goed, dat de staat gebouwd was op dit onrecht, op dat ‘verbranden-opblazen-gevangennemen-inladen-afvoeren’.

    Het inzicht dat er sprake is van onrecht jegens de Arabieren geldt nu al gauw als antisemitisch. In 1949 was het een algemeen besef

    Het boek verscheen in het najaar van 1949 en werd een veelgeprezen bestseller.

    Het inzicht dat er sprake is van onrecht jegens de Arabieren, onrecht in het verleden en onrecht in het heden, dat de Joodse staat gebouwd is ‘op de ruïnes van hun verlaten huizen’ zoals een dagbladcriticus toen onomwonden schreef, geldt nu al gauw als antisemitisch. Toen was het een algemeen besef, waarover je niet moest zeuren.

    Hoewel dat verschrikkelijk is, zit de kracht van dit kleine boek er vooral in dat je begrijpt wat het is om dader te zijn en dat je het kúnt zijn, ook al zie je heel goed hoe die mensen daar zitten, bijeengedreven onder een boom, sommigen berustend, anderen bang of wanhopig, of die ene vol goed vertrouwen, „een zo mooie eigenschap, die nu zo meelijwekkend en dwaas was geworden aangezien jij (als het ware als God in de hemel) wist wat hij nog niet wist.”

    Het boek is niet alleen waar, maar ook nog eens ongelooflijk goed geschreven, met een kracht en een schoonheid vergelijkbaar met die van Vassili Grossman (Leven en Lot), maar dan heel beknopt.

    Je zou het bijna uit je hoofd willen leren, dan zou je jezelf en de mensen beter zien – niet het woord ‘begrijpen’ gebruiken. „Waar kwam toch dat gevoel vandaan dat ik werd aangeklaagd?”

    Samenvatting

    In de nadagen van de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 trekt een groep jonge Israëlische soldaten door een glooiend, lieflijk heuvellandschap naar het Palestijnse dorpje Chirbet Chiz’a. Hun opdracht is even duidelijk als meedogenloos: de bewoners bijeendrijven, hen op vrachtwagens laden en wegvoeren, en alle huizen in het dorp verbranden. Terwijl de missie vordert, begint één soldaat te twijfelen. Wat betekent het om bevelen op te volgen als die ingaan tegen alles wat menselijk is?

    Toen Een lied van leegte in 1949 verscheen, zorgde het voor opschudding in Israël. Het stond jarenlang op het curriculum van middelbare scholen in Israël, maar is daar onder druk van de rechtse regering afgehaald. De novelle geldt nog altijd als een mijlpaal in de moderne Hebreeuwse literatuur. In een beeldrijke, bedwelmende stijl schetst S. Yizhar een confronterend beeld van de geboorte van Israël. Daarnaast vertelt Een lied van leegte een tijdloos verhaal over schuld en morele grenzen – en wat het betekent mens te blijven in tijden van oorlog.

    Uitgeverij Cossee


    Nawoord van mij.

    Precies vandaag, nota bene nog vóórdat ik het boekje van Chirbet Chiz’a tegen was gekomen in de columns van NRC, probeerde ik me voor te stellen hoe het moet zijn om een IDF soldaat te zijn in Israël – zoals ik ooit hier ‘voor mijn nummer’ opgekomen ben en een jaar lang meegedraaid heb (ook al heb ik later dienst geweigerd).
    Ik bedacht dat het in de kern van de zaak overal ter wereld hetzelfde liedje is: natiestaten hebben grenzen en die moeten verdedigd worden.
    Ik kon me voorstellen dat het ook dáár een gruwelijk dilemma is – ook al zijn de omstandigheden geheel anders dan hier heden ten dage.
    Al met al was dat voor mij een hoogst verrassende wending in mijn dagelijkse discours erover – zie de link onderaan naar ‘Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl‘.
    En toen las ik vervolgens diezelfde dag bovenstaande column in NRC.

    Ik was blij en verrast door de coïncidentie, alsof het besproken boekje – dat hier net uitgekomen is, maar al breeduit werd besproken – een rimpeling in het collectieve onderbewuste veroorzaakt had… Precies met een thema dat velen hier obsedeert én tot woede en onbegrip leidt – en dat ons dagelijks confronteert met het lijden in die contreien.
    Hein


    Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

    Wat Van Gogh schilderde in de laatste fase van zijn leven

    ACHTERGROND
    Van Gogh In het Van Gogh Museum opent ‘Van Gogh in Auvers’. In dat plaatsje bracht hij de laatste twee maanden van zijn leven door.

    Arjen Ribbens
    Gepubliceerd op 10 mei 2023

    Vijftig jaar Van Gogh Museum. Dat vraagt om een bijzondere tentoonstelling. Louis van Tilborgh (66) en Teio Meedendorp (61), twee van de onderzoekers van het museum, bedachten het onderwerp voor de jubileum-expositie tien jaar geleden al. Vincent van Gogh in Auvers-sur-Oise, dat moest en zou het worden.

    Auvers is een kunstenaarsdorp vlakbij Parijs. Daar trok de 37-jarige Van Gogh vol goede moed heen na een verblijf van een jaar in een inrichting in Saint-Rémy-de-Provence. In het noorden van Frankrijk hoopte de getroebleerde kunstenaar zich beter te kunnen verweren tegen zijn geestelijk lijden.

    Op 20 mei 1890 stapte hij in Auvers uit de trein. Zeventig dagen werkte hij als een bezetene: hij maakte zeker 74 schilderijen en zo’n vijftig tekeningen. Daarna schoot hij zichzelf in de borst.

    Op de tentoonstelling Van Gogh in Auvers. Zijn laatste maanden, die vrijdag in het Van Gogh Museum opent en in september doorreist naar Musée d’Orsay in Parijs, hangen liefst 46 schilderijen en ongeveer 30 tekeningen uit deze tijd. Nooit eerder was zo’n groot overzicht over deze periode te zien.

    In wetenschappelijk opzicht was ‘Auvers’ een lacune in de kennis over Van Goghs oeuvre, zeggen Van Tilborgh en Meedendorp, beiden al vele jaren werkzaam bij het museum. Voor de tentoonstelling en de bijbehorende catalogus maakten ze, samen met collega’s, een beargumenteerd voorstel over de ontstaansvolgorde van de in Auvers gemaakte schilderijen. Die baseerden ze onder meer op Van Goghs brieven, oude weerrapporten en onderzoek naar de gebruikte schilderdoeken. Getracht werd ook de afgebeelde locaties te achterhalen. Door zo als het ware over Van Goghs schouder mee te kijken konden ze nog duidelijker maken hoe hij zijn directe omgeving gebruikte als materiaal voor zijn kunst.

    Van Gogh was in Auvers een veel timidere man, concluderen de onderzoekers

    Van Gogh was in Auvers een veel timidere man, concluderen de onderzoekers. De brieven aan zijn broer Theo waren korter en hij vertelde minder over wat hij had gemaakt. Zijn werkwijze veranderde ook enigszins. Aanvankelijk beet hij zich minder vast in één onderwerp, leefde artistiek gesproken meer bij de dag, twijfelde over een vaste koers en sprong wat onbegrijpelijk van kleine formaten naar grote – en omgekeerd.

    Van Gogh kwam uit een gesloten instelling, verklaren de onderzoekers zijn gedrag. Een jaar lang had hij nauwelijks contact met de buitenwereld gehad, en in zijn nieuwe omgeving probeerde hij met man en macht zijn neerwaartse gevoelens en gedachten, het gevoel van falen, zoveel mogelijk te onderdrukken. 

    Het wordt pas rustig in zijn hoofd nadat hij op 8 juli Korenveld met kraaien schildert, zegt Van Tilborgh. „Dat was vermoedelijk de rust van iemand die een beslissing heeft genomen. Een man die zichzelf als minderwaardig ziet, bang is dat andere mensen hem niet meer zien staan en vermoedelijk heeft besloten om suïcide te plegen.”

    Meedendorp: „In een brief aan zijn moeder schreef hij dat hij Korenveld met kraaien ‘in een stemming van haast al te grote kalmte’ maakte. Theo had hem vlak daarvoor een emotionele brief geschreven. Hij wilde zijn leven omgooien, weggaan bij de kunsthandel waar hij werkte en voor zichzelf beginnen. Van die brief zal Vincent enorm geschrokken zijn.”

    Op de vraag of de psychische nood aan de schilderijen is af te lezen, antwoorden de onderzoekers: deels wel, deels niet. Van Tilborgh: „Die hutten die Van Gogh in Auvers schilderde: dat gaat over geborgenheid. Ze zijn een verheerlijking van het landelijk leven – niet in de stad zitten maar op een plek waar het leven gezond is. Die hutjes schilderde hij ook al veel eerder. Het is oude iconografie. Maar nu als het ware obsessief geworden.”

    TENTOONSTELLING
    Van Gogh in Auvers. Zijn laatste maanden van 12 mei t/m 3 sept. in het Van Gogh Museum in Amsterdam. De gelijknamige catalogus (288 blz., Tijdsbeeld, € 34,95)

    Meedendorp: „De uitzonderingen zijn de schilderijen van de stormen. Daarin zit een soort drama dat voor hem ongebruikelijk is. Of neem het schilderij van het gemeentehuis van Auvers op de 14de juli. De grootste feestdag van het jaar en er staat geen mens op. Dat doek maakte hij de dag voordat Theo met zijn gezin naar Nederland zou reizen, terwijl Vincent tevergeefs had geprobeerd hem naar Auvers te laten komen, naar het gezonde platteland. Als je over dat schilderij doorredeneert kom je in een soort psychologische leegte terecht. Verlatenheid, een feestje waar niemand komt opdagen.”

    De onderzoekers hopen dat de tentoonstelling duidelijk maakt dat Van Gogh ook in zijn laatste periode een groots kunstenaar was, en nog even inventief en experimenteel als daarvoor. Ten onrechte, zeggen zij, is in het verleden wel gesteld dat Van Gogh in Auvers zijn discipline had verloren. Van Tilborgh: „In deze laatste periode zie je een schilder die zich nog steeds aan het ontwikkelen is. Die inventieve dingen doet en op een bondiger en compacter manier schildert. Al voelde hij zich oud, relatief gesproken was hij jong. En als kunstenaar zeker niet opgebrand. Eerder een kunstenaar die door zijn zelfverkozen einde in de knop is gebroken.”

    Op verzoek becommentariëren Van Tilborgh en Meedendorp vier favoriete schilderijen uit de expositie. Al pingpongend vullen ze elkaar steeds aan. Meedendorp: „Zo werkten we de afgelopen veertien jaar ook samen.”

    Dat Van Tilborgh deze maand met pensioen gaat betekent niet het einde van hun samenwerking. De liefde voor Van Gogh bindt hen, zeggen beiden. Net als de gedeelde intuïtie hoe kunsthistorische vraagstukken op te lossen. „Ik werk nog een beetje door”, zegt Van Tilborgh.

    Bloeiende kastanjetakken
    26 of 27 mei 1890

    Elke foto rechtsboven klikken voor vergroting.

    „Aan het eind van zijn verblijf in de inrichting van Saint-Rémy ging Van Gogh bloemstillevens schilderen. Commerciëlere doeken, die zouden verkopen, hoopte hij. Een paar dagen na aankomst in Auvers pakte hij het bloemmotief weer op. Vlakbij de herberg waar hij logeerde stonden hoge, oude kastanjebomen in bloei. Afgewaaide takken, na stormachtig weer op 24 en 25 mei, zullen de bloemenschilder in hem wakker hebben gemaakt. 

    „Vergeleken met de bloemstillevens uit Saint-Rémy is dit doek veel gedurfder. Een spectaculaire, bijna levensgrote voorstelling, een prachtig beeld van de levenskracht en energie die de natuur uitstraalt in het voorjaar. Een beetje mysterieus ook. Pas bij goed kijken zie je de vaas in het midden. Die lijkt te zweven. Ook bijzonder hoe het oranje van de tafel op de voorgrond en het blauw van de achtergrond in elkaar overlopen. Dat op een grafische manier geschilderde blauw suggereert lucht. Gek, want het doek is geschilderd vanuit een hoog standpunt. Dat blauw is een vondst die puur en alleen maar kleur is. Bij dit stilleven zie je een schilder aan het werk die uit diverse repertoires kan putten.”

    Boerderijen in Auvers-sur-Oise
    mei-juni 1890

    „Vanwege de losjes geschilderde lucht is dit doek in het verleden wel aangemerkt als Van Goghs laatste schilderij. Het zou onvoltooid zijn. Dat is beslist niet zo. Van Gogh doet hier iets nieuws: hij probeert wolken op een andere manier te schilderen. Op de grondering heeft hij eerst een witte laag aangebracht. Daarover schilderde hij met brede, blauwe toetsen de lucht. Een omgekeerd luchteffect dus: een witte lucht met blauwe wolken.

    „Ook de compositie is bijzonder. Je ziet hoe hij in dit schilderij verschillende stijlen combineert. De lucht wijkt bijvoorbeeld sterk af van de grof geschilderde bloemen op de voorgrond. De contouren van de daken doen denken aan Japanse houtsneden. 

    „Rudi Fuchs [de oud-directeur van het Stedelijk Museum] schreef eens mooi over dit doek. Door die botsende stijlen voorspelde dit schilderij voor hem de toekomst van de schilderkunst. Van Gogh zette volgens Fuchs een stap op weg naar de abstractie, richting Mondriaan. We begrijpen wat Fuchs bedoelde, maar wij denken dat Van Gogh in dit doek onderzocht hoe ver hij met die verschillende stijlen kon werken en tóch een harmonisch resultaat kon bereiken.”

    Dokter Paul Gachet
    6 en 7 juni 1890

    „Zijn broer Theo adviseerde Van Gogh om in Auvers Paul Gachet te bezoeken. Die homeopathische arts meende hem misschien wel beter te kunnen maken, had Theo hem in al zijn optimisme doorgebriefd. Direct na aankomst ging Van Gogh bij de dokter langs. Hij deed daarna twee dingen: hij schilderde een portret van Gachet en hij liet Theo weten dat deze man hem niet zou kunnen genezen. Van Gogh herkende een zielsverwant in hem: een dokter die net zo melancholiek was als zijn patiënt. Net zo depressief, zouden we nu zeggen.

    „Uit Parijs haalde Van Gogh schilderijen naar Auvers die hij in de inrichting in Saint-Rémy maakte. Allemaal doeken die iets duidelijk maakten over zijn ziekte. Dat moet wel haast geweest zijn om Gachet te tonen wie hij was, een kwetsbare persoon. De betekenis van dit portret? Het ligt in het verlengde van een uit Theo’s collectie meegenomen zelfportret dat Van Gogh in Saint-Rémy maakte: een soort van angstkreet. Een portret dat duidelijk maakt: deze dokter gaat mij niet redden, maar mij wellicht wel leren standvastig te zijn in het lijden. Kwetsbaar en onverzettelijk tegelijkertijd. 

    „Aandoenlijk is de kledij. Gachet draagt een twintig jaar oud jasje uit de tijd dat hij nog ambulancemedewerker was. De pet is bewaard gebleven. Die zit in de collectie van Musée d’Orsay.”

    Regen, Auvers-sur-Oise
    18 juli 1890

    „Natuur was voor Van Gogh een soort van religie. Elf jaar eerder, toen hij als lekenprediker in De Borinage werkte, ging hij eens in een veld staan om een geweldig onweer te beleven. De natuur, was zijn idee, moest bevrijdend werken. Die filosofie droeg hij uit in zijn brieven. Maar dat bevrijdende, levensmoed opwekkende gevoel was veel complexer geworden.

    „Over Korenveld met kraaien, het landschap dat hij drie weken voor zijn dood schilderde, schreef hij dat het verschrikkelijke triestheid en eenzaamheid moest uitdrukken. Tegelijkertijd representeerde het voor hem ook het ongelooflijk goede van het platteland. Dat lijkt een tegenstrijdigheid, maar die dingen gaan bij Van Gogh duidelijk samen.

    „Dit schilderij van Auvers in de regen is wel als sinister bestempeld. Maar net als de meeste van zijn landschappen is het licht: het is maar een buitje. We hebben kunnen vaststellen waar hij zijn ezel opstelde: bij een kalkgroeve in Méry-sur-Oise. En omdat Franse meteorologen zo punctueel zijn weten we vermoedelijk wanneer het buitje viel: op vrijdag 18 juli 1890. 

    „Het grafisch effect van die lange regenstrepen verlenen het werk de eenvoud van een Japanse prent. Door verkleuring heeft het nu vooral blauw- en geeltinten. Oorspronkelijk was het waarschijnlijk paarsiger. Maar het is nog steeds een subliem schilderij.”

    Online collectie
    50 Jaar inspiratie


    Meer Van Gogh op ShakingLife.nl

    This is Surrealisme!

    'Surrealisme' is een van de meest gebruikte termen van de afgelopen tijd. Wereldwijd leggen nieuwsredacties een link tussen de bizarre situatie waarin we leven en het surrealisme. Maar wat is surrealisme precies? Hoe ontstond deze beweging en aan welke denkbeelden wilden de surrealisten van het eerste uur uiting geven? Op deze vragen wordt antwoord gegeven in de tentoonstelling 'This is Surrealism!' met bijna veertig topstukken en diverse zeldzame boeken en tijdschriften uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen, verdeeld over negen thematische clusters.

    Cobra Museum Amstelveen
    Museum Boijmans van Beuningen 

    De veertig meest toonaangevende en belangrijkste werken uit de oorspronkelijke werkenlijst zijn gekozen om het verhaal over het surrealisme te vertellen. Bovendien is op de benedenverdieping van het museum een presentatie te zien met werk van Cobra-kunstenaars. De twee tentoonstellingen slaan een brug tussen de verzamelgebieden waar beide musea onder meer om bekend staan: surrealisme en Cobra. Deze bewegingen volgden elkaar niet alleen op in de tijd, de makers hielden er ook soortgelijke ideeën en idealen op na. Zowel de surrealisten als de kunstenaars gelieerd aan Cobra hoopten de maatschappij blijvend met hun kunst te veranderen. Hun kritische houding weerspiegelt het huidige tijdsgewricht waarin veel mensen van mening zijn dat we de samenleving anders moeten inrichten.

    Klik 2x rechtsboven op een afbeelding om te vergroten.

    Dalí zit hier achter zijn schildersezel met Gala, zijn vrouw en muze, boven het hoofd. Haar oogkassen vallen samen met de arcades van een gebouw, een typisch Dalíaans dubbelbeeld.

    Alle werken in de tentoonstelling zijn afkomstig uit de wereldberoemde collectie surrealistische kunst van Museum Boijmans Van Beuningen. Deze verzameling, die bijeen is gebracht vanaf de jaren zestig, omvat meer dan 150 kunstwerken van kunstenaars als Salvador Dalí, René Magritte, Joan Miró, Man Ray en Max Ernst plus een grote hoeveelheid zeldzame boeken en tijdschriften. In 1970-1971 organiseerde Museum Boijmans Van Beuningen een grootschalige tentoonstelling over Salvador Dalí. Tijdens de voorbereidingen maakte conservator Renilde Hammacher-Van den Brande kennis met de rijke Britse dichter en verzamelaar Edward James die in de jaren dertig de belangrijkste opdrachtgever en mecenas was van Dalí. Toen James hoorde dat Hammacher de eerste Europese overzichtstentoonstelling over Dalí wilde organiseren, besloot hij talloze kunstwerken uit zijn collectie in bruikleen te geven aan het Rotterdamse museum. Na afloop van de tentoonstelling, die zeer succesvol was verlopen, besloot hij samen met het bestuur van zijn stichting om een aantal werken permanent in bruikleen te geven aan het museum. Toen de stichting niet veel later in geldnood verkeerde kreeg het museum de kans om maar liefst veertien belangrijke schilderijen en gouaches van Dalí en Magritte te kopen. Deze werken vormen nu het hart van de unieke surrealismeverzameling van Museum Boijmans Van Beuningen. De collectie wordt regelmatig met nieuwe aanwinsten verrijkt. Recent heeft het museum een aantal schilderijen en kunstwerken op papier verworven van Leonora Carrington, Eileen Agar en Joseph Cornell, waarvan een aantal voor het eerst tijdens This is Surrealism! is te zien.

    De surrealismecollectie van Museum Boijmans Van Beuningen

    Boijmans van Beuningen Collectie Surrealisme 


    De verbeelding, het absurde en dromen, dat zijn de zaken die voorop staan in de surrealistische kunst. Waan je hier in de wondere wereld van het surrealisme.

    In de jaren 20 van de vorige eeuw ontstaat de surrealistische beweging met uitingen in onder meer de beeldende kunst, de literatuur en het theater. De beeldende kunst van deze stroming is goed vertegenwoordigd in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Met topstukken van grootmeesters als Dalí, Magritte en Delvaux barst het er van de vreemde dingen.

    Wat is surrealisme?

    Soms kom je hele vreemde dingen tegen: op straat, in de popmuziek of als gebruiksvoorwerpen. Milou vraagt zich af waar die vervreemdende ideeën vandaan komen en bezoekt Museum Boijmans Van Beuningen. Daar ontdekt ze meer over het surrealisme en de werkwijze van surrealisten als Max Ernst, Salvador Dalí en Rene Magritte.

    Europees surrealisme

    De Franse schrijver Guillaume Appollinaire (Rome 1880 – Parijs 1918) introduceert het begrip ‘surrealisme’ in 1917. Hij gebruikt het woord om iets te omschrijven dat de realiteit overstijgt, ofwel iets dat ‘surreëel’ is. De Parijse surrealistische kunstenaars creëren in hun werk een realiteit die in werkelijkheid niet kan bestaan, maar wel in dromen en het domein van de verbeelding. Het surrealisme heeft grote invloed in Europa, en veel kunstenaars trekken naar Parijs: Max Ernst vanuit Duitsland, Salvador Dalí vanuit Spanje. In verschillende landen maken kunstenaars surrealistisch werk, zoals in België René Magritte en later Paul Delvaux, en in Italië Giorgio de Chirico.

    Paul Delvaux (1973)

    Skeletten, naakten en treinstations zijn veel voorkomende motieven in het oeuvre van Paul Delvaux. Vanwege de vervreemdende voorstellingen in een realistische stijl wordt Delvaux geschaard onder het Belgisch surrealisme, een stempel waarbij hij zich overigens zelf niet prettig voelde. In 1973 organiseerde Museum Boijmans Van Beuningen een overzichtstentoonstelling van Paul Delvaux. In dit bioscoopjournaal uit hetzelfde jaar is een korte registratie te zien.

    Op de bank bij Freud

    Een belangrijke inspiratiebron voor het surrealisme is de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud (Freiberg 1856 – Londen 1939). Begin vorig eeuw ontwikkelt Freud de psychoanalyse, de theorie van het onderbewustzijn van de mens. Volgens Freud wordt het gedrag van mensen in grote mate gestuurd door onderbewuste en irrationele driften.

    De Franse schrijver André Breton, oprichter van de surrealistische beweging, leert Freuds theorieën kennen als hij in de Eerste Wereldoorlog als assistent in een psychiatrisch ziekenhuis werkt. Breton vindt dat de maatschappij bevrijd moet worden van het rationalisme, de logica en de burgerlijkheid. Als de verdrongen driften van de mens blootgelegd worden zal diens gekwelde geest bevrijd worden. Freuds theorieën vormen het uitgangspunt van Bretons ‘Manifeste du Surrealisme’ uit 1924, waarmee een heuse beweging ontstaat.

    Manifest

    In het ‘Manifeste du Surrealisme’ zet Breton zijn opvattingen over het surrealisme in relatie tot de kunst en de samenleving uiteen. Surrealisme is volgens hem een methode om het ware, essentiële denken te leren kennen en dit uit te drukken in woorden of in beelden. Om dit te bereiken moet het onderbewuste worden onderzocht. Dromen, krankzinnigheid en de kindertijd spelen hierbij een belangrijke rol.

    Ook omschrijft hij methodes om het onderbewustzijn te verkennen door middel van kunst. Bijvoorbeeld de methode van de ‘écriture automatique’, het automatisch schrift. Impulsen uit het onderbewuste kunnen direct op papier gezet worden door onder andere half in slaap of onder invloed van drank en drugs te gaan tekenen. De bibliotheek van Museum Boijmans Van Beuningen bezit een exemplaar van Bretons invloedrijke manifest.

    Surrealisme in Rotterdam

    In 1965 is ‘Het paar’ van Max Ernst en ‘Op de drempel van de vrijheid’ van René Magritte aangekocht voor de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Sindsdien is de verzameling surrealistische kunst aanzienlijk gegroeid. De grootste aankopen zijn gedaan tussen 1977 en 1979.

    Wist je dat de bevlogenheid van Renilde Hammacher, de eerste conservator moderne kunst, de oorzaak is geweest van de nadruk op het surrealisme in het museum? 

    Uit de verzameling van de dichter Edward James (West Dean 1907 – Sanremo 1984), tevens mecenas van Magritte en Dalí in de jaren 30, worden in die jaren twaalf werken van deze twee surrealisten aangekocht. Aldus is de collectie surrealisten een van de belangrijkste pijlers van de museumcollectie geworden.

    Nog steeds verzamelt het museum surrealisme. In 2005 is de wereldberoemde ‘Mae West lippensofa’ van Salvador Dalí aangekocht, in 2007 ‘Landschap met roze wolken’ van Yves Tanguy en in 2009 een schaduwdoos van Joseph Cornell. De meest recente aankoop is het schilderij ‘Miroir Vivant’ uit het vroege oeuvre van Rene Magritte, dat in januari 2016 is aangekocht.

    Surrealisme in Rotterdam

    Dalí in Rotterdam

    Renilde Hammacher-van den Brande, de allereerste hoofdconservator moderne kunst van Museum Boijmans Van Beuningen, organiseerde een succesvolle Dalí-tentoonstelling in de winter van 1970-1971. In twee maanden kwamen meer dan 200.000 bezoekers. Het Polygoonjournaal wijdde er een nieuwsuitzending aan.

    Een Belgische surrealist

    Museum Boijmans Van Beuningen bezit maar liefst vijftien werken van de Belgische surrealist René Magritte. Magritte streeft ernaar om het ‘mysterie van het alledaagse’ te verbeelden. Door de gewone dingen uit hun dagelijkse omgeving te halen kan dat mysterie zichtbaar gemaakt worden. Magritte wil dit bereiken zonder dat de toeschouwer het schilderij als onwaarschijnlijk fantasiebeeld kan afwijzen. Bij ieder voorwerp zoekt hij een tweede beeldelement dat er een verborgen verwantschap mee heeft.

    In ‘Le modèle rouge III’ is een paar blote voeten te zien dat in schoenen overgaat. De voeten en schoenen worden daardoor in een vreemd daglicht gesteld.

    Tijdschriften

    In verschillende publicaties en tijdschriften verwoorden surrealisten hun visie op kunst en maatschappij. Van het tijdschrift La Révolution Surréaliste verschijnt het eerste nummer eind 1924. Op de eerste bladzijde van het eerste nummer staat een foto van een onherkenbaar object verpakt in lappen, een werk van Man Ray. Een reconstructie van ditzelfde voorwerp maakt deel uit van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. De titel ‘Het raadsel van Isidore Ducasse’ verwijst naar het boek ‘Les Chants de Maldoror’ dat Ducasse schrijft onder het pseudoniem Comte de Lautréamont.

    Man Ray maakte dit werk oorspronkelijk voor een foto. Het ging verloren en in 1971 maakte hij deze nieuwe versie. Even raadselachtig als het werk zelf is de titel, die verwijst naar de naam van de schrijver Isidor Ducasse, die werkte onder het pseudoniem Comte de Lautréamont. Hij schreef de door de surrealisten zeer gewaardeerde publicatie 'Les Chants de Maldoror' (1869). Dit boek beschouwden de surrealisten als een beginselverklaring, veel titels van hun werken zijn er aan ontleend.

    Het raadsel van Isidore Ducasse (1920)

    ‘Les Chants de Maldoror’ is een cynische aanval op de westerse beschaving en daarom wordt Ducasse een held van de surrealisten. Eén citaat uit het boek wordt hun motto: ‘Mooi als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op de snijtafel’. Met zijn in lappen verpakte object, een ingepakte naaimachine, verwijst Man Ray naar dit citaat.

    In de jaren 30 wordt het tijdschrift Minotaure de belangrijkste spreekbuis van de surrealisten. Het blad, gesponsord door de rijke Edward James en met André Breton als redacteur, vestigt de aandacht op – op dat moment – nog onbekende kunstenaars als Hans Bellmer, Paul Delvaux en Alberto Giacometti (Borgonovo 1901 – Chur 1966).

    Bevlogen mecenas

    Edward James is een rijke Engelse aristocraat en een surrealistische dichter. In de jaren 30 ondersteunt hij zowel Magritte als Dalí door werk van hen aan te kopen. Magritte baseerde ‘Verboden af te beelden’ op een foto die hij maakte van Edward James die naar het werk ‘Op de drempel van de vrijheid’ staat te kijken.

    Dalí krijgt twee jaar financiële steun van James en Magritte mag in zijn huis in Londen verblijven om een aantal schilderijen te maken. Daarnaast geeft hij financiële steun aan het tijdschrift Minotaure. James richt een van zijn huizen, het Monkton House te Londen, in als een surrealistische droom. In dit huis krijgt onder andere de ‘Mae West lippensofa’ van Dalí een plaats.

    Verboden af te beelden

    James zelf is op een aantal surrealistische schilderijen vereeuwigd. Magritte maakt bijvoorbeeld een raadselachtig portret van James in ‘La reproduction interdite (Verboden af te beelden)’ (1937) dat zich in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevindt.

    Museum Boijmans Van Beuningen

    Tentoonstelling op locatie

    Deze tentoonstelling was te zien in het Cobra Museum Amstelveen, Sandbergplein 1, 1181 ZX Amstelveen. Toegang is alleen mogelijk met een online ticket. Voor informatie over de toegangstijden, entreeprijzen, etc.:

    EINDE

    Trumps Griekse tragedie kent geen katharsis

     Iran 
    Trump lijkt het Midden-Oosten door hoogmoed, verblinding en misrekening in een uitzichtloze oorlog te hebben gestort. Jos de Mul onderzoekt wat dit betekent voor Europeanen en trekt parallellen met de klassieke oudheid.

    Jos de Mul is emeritus hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit essay is een update van zijn bespiegelingen over de Idee van Europa in Paniek in de Polder. Polytiek in tijden van populisme waarvan onlangs een vierde druk verscheen. 
    Gepubliceerd op 8 mei 2026

    Ondanks president Trumps voortdurende grootspraak over de militaire successen en spoedige overwinning, lijken de VS de grote verliezers van de oorlog in Iran. Bij het ingaan van de recente wapenstilstand was geen van de gestelde doelen bereikt en het eind van de oorlog is nog niet in zicht. Trump lijkt door hoogmoed, verblinding en misrekening in een Griekse tragedie zonder katharsis terecht te zijn gekomen.

    Heel, heel lang geleden, toen Iran nog gewoon Perzië heette, was het een ware supermacht. De even wrede als wijze Sjah Dâriûsh (522-485 v.C.), in het Westen bekend als koning Darius de Grote, heerste over een immens rijk dat vrijwel de gehele ‘oude wereld’ omvatte en zich uitstrekte van Macedonië tot Oman en van Egypte tot Pakistan. Heel de oude wereld? Neen, alleen een klein moedig stadstaatje, Athene geheten, bood dapper weerstand. Sterker nog, het stichtte voortdurend kolonies in gebieden die tot het Perzische Rijk behoorden, zoals aan de Ionische kust in het huidige Turkije.

    Erger nog: ze experimenteerden in Athene naar hartenlust met woke praktijken als democratisch zelfbestuur. Darius besloot de Atheners een lesje te leren en Griekenland binnen te vallen, toentertijd een verzameling stadsteden die de Griekse taal en mythologie deelden, maar onderling ook voortdurend overhoop lagen.

    Darius veroverde met zijn gigantische leger meerdere Griekse eilanden in de Egeïsche zee en verwoestte de belangrijke handelsstad Eretria. Maar toen hij in 490 v.C. het vasteland van Attica binnentrok, werd hij in de beroemde slag bij Marathon verslagen door de Atheners. De behoedzame Darius keerde met de restanten van zijn leger terug naar huis. Wie sterfelijk is, moet zijn grenzen kennen.

    Nu had Darius een eerzuchtige zoon, Khashayar – Grieks: Xerxes – die na de dood van zijn vader besloot het karwei af te maken en een regime change te bewerkstellingen door heel Griekenland te onderwerpen. Met twaalfhonderd triremen (enorme galeischepen met drie rijen roeiers boven elkaar), drieduizend andere schepen en tweehonderdduizend militairen trok hij op naar Griekenland. De Griekse geschiedschrijver Herodotus verhaalt in zijn Historiën hoe Xerxes een rijkversierde troon op de berg Aigaleos had laten plaatsen, van waar hij mooi kon toekijken hoe zijn armada de Griekse vloot van amper driehonderd schepen zou wegvagen.

    In de nauwe zee-engte bij Salamis, waar in 480 v.C. de zeeslag plaatsvond, konden de logge triremen echter nauwelijks manoeuvreren, waardoor de kleine schepen van de Atheense vloot de triremen in de flanken konden aanvallen en vernietigen. Xerxes sneakte ijlings terug naar Perzië. Het gedemotiveerde leger dat hij achter liet, werd in 479 v.C. in de slag bij Plataeae definitief verslagen. Deze vernedering betekende het begin van het einde van het Perzische Rijk. Het bleef weliswaar nog een eeuw bestaan, maar werd allengs zwakker en werd in 331 v.C. veroverd door de Griek Alexander de Grote, die zich uitriep tot de nieuwe sjah van Perzië. Het kan verkeren in het leven.

    Medelijden met de vijand

    De tragedie Perzen van Aischylos, het oudst bewaarde drama uit de Europese literatuur, handelt over Xerxes’ nederlaag. Aischylos nam als infanterist deel aan alle drie de genoemde veldslagen en verloor net als Xerxes een van zijn broers op het slachtveld. Wat vooral fascineert aan deze tragedie, is dat het geen triomfantelijk verslag is van de Atheense overwinning, maar de slag bij Salamis beschrijft vanuit het perspectief van de Perzen en vooral medelijden met de vijand oproept. Het hoofdpersonage van de tragedie is koningin Atossa, de moeder van Xerxes, die in haar paleis steeds rampzaliger berichten krijgt van het front.

    In de tragedie wordt Xerxes’ ondergang geweten aan diens hubris, hoogmoed, overmoed en arrogantie; hij waant zich onoverwinnelijk. Zijn eerzucht verleidt hem tot ate, verblinding – we zouden nu van tunnelvisie spreken – die hem blind maakt voor de risico’s van zijn onderneming, en tot hamartia, de fatale misrekening dat zijn armada de kleine Griekse vloot eenvoudig zou kunnen verslaan.

    In de tragedie spreekt de schim van koning Darius, die vanuit de onderwereld aan zijn voormalige echtgenote verschijnt, dit oordeel uit, in de fraaie recente vertaling van Patrick Lateur:

    „Eerst vlijt Ate vriendelijk een mens en lokt hem in haar netten,
    waaruit geen sterveling ontsnappen kan en vluchten 

    En voor het oog der mensen blijven stapels lijken
    getuigen zonder stem drie generaties ver:
    wie sterflijk is, mag zich niet arrogant gedragen.
    Gedijt de overmoed, haar vruchten vormen aren
    van ondergang…
    ”

    Dat Xerxes boven de goden denkt te staan en de aan de Griekse goden gewijde tempels vernietigt, rekent Darius hem ook zwaar aan:

    „Hij, sterveling dacht in zijn onverstand
    te staan boven de goden allemaal,
    ja, zelfs boven Poseidon. Ach mijn zoon
    was geestelijk gestoord, hoe kan het anders.
    ”

    Het koor dat, als een klassieke voorloper van de hedendaagse opiniepagina en talkshow, in de tragedie Xerxes’ ondergang becommentarieert, strooit nog wat zout in de wonde:

    ”Het land weeklaagt
    Om de jeugd van het land,
    Door Xerxes gedood.
    Hades volgepropt met Perzen

    Aiaiai! Schreeuw en vraag hem uit.
    Waar is de rest van de massa vrienden?
    Waar blijven zij die u terzijde stonden?
    ”

    De tragedie eindigt met een lange klaagzang van Xerxes, die „nat van tranen en erbarmelijk” beseft dat hij „een ramp is geworden voor stam en staat van onze vaderen”.

    Dit inzicht leidt uiteindelijk tot katharsis, een zuivering van hoogmoed en verblinding, niet alleen bij Xerxes, maar ook bij de toeschouwers van de tragedie. In die zin is het treurspel een pedagogische les, met als boodschap: don’t do this at home!

    Met deze wonderbaarlijke tragische sensibiliteit neemt ‘de Idee van Europa’ zijn aanvang.

    Boven het orakel van Delphi stond de spreuk ‘Ken uzelve’. Dit jaar is het motto van de Maand van de Filosofie een variant daarop: ‘Ken onszelve’. De turbulente geopolitieke transformatie die zich momenteel wereldwijd en op extreem gewelddadige wijze voltrekt, stelt ons voor de vraag wat dit betekent voor ons, Europeanen, en voor onze identiteit. 

    George Steiner argumenteert in zijn essay The Idea of Europe (2003) dat Europa op twee pijlers berust, die van meet af aan in een strijdige harmonie hebben verkeerd: de joods-christelijke traditie, verzinnebeeld in Jeruzalem, en de in de Griekse oudheid wortelende rationalistische traditie, verzinnebeeld in Athene. 

    Wijsheid door schade en schande 

    Voor dat idee valt het nodige te zeggen, maar het lijkt ook te wringen. In de eerste plaats omdat Jeruzalem buiten Europa ligt en Athene eeuwenlang deel uitmaakte van het Byzantijnse en Ottomaanse rijk. In de tweede plaats omdat volgens deze maatstaf de Verenigde Staten veel Europeser zijn dan Europa zelf. Tegenover het seculiere Europa ogen de VS als een bastion van christelijk fundamentalisme: daar is de religie steeds een dominante maatschappelijke kracht geweest, zeker met kruisvaarders als de huidige Amerikaanse minister van Oorlog Pete Hegseth. En wat het geloof in het eigen rationalistisch-technisch kunnen betreft, hebben de VS Europa ook ver achter zich gelaten.

    Wat ‘het oude Europa’ vooral van de VS onderscheidt, is een derde pijler, die van de tragische sensibiliteit. Deze komt tot uitdrukking in de blijvende actualiteit van de Griekse en vroegmoderne tragedies, in de Europese roman- en filmtraditie en in de populaire kunst, van de Portugese fado (van fatum: noodlot) tot de Nederlandse smartlap. Maar ook, en niet in de laatste plaats, in politieke instituties die onverholen machtsuitoefening tegengaan, zoals democratisch zelfbestuur, trias politica en rechtsstatelijkheid, aandacht voor diplomatie en tact, maar ook in de op solidariteit en medemenselijkheid gevestigde Europese verzorgingsstaat.

    Nu vergt niet alleen individuele, maar ook culturele katharsis tijd. Europa heeft voor zijn tragische wijsheid betaald met een lange geschiedenis van burgeroorlogen, van de Peloponnesische oorlogen tussen Athene en Sparta, via de grote godsdienstoorlogen van de 16de en 17de eeuw en de koloniale strooptochten naar de in Europa ontstoken wereldoorlogen in de 20ste eeuw. Tragische wijsheid verwerft men door schade en schande. Kenmerkend voor tragedies is dat de tragische ‘helden’ hun catastrofes nu juist veroorzaken omdat ze alle tragisch besef missen.

    Tragische ‘helden’ veroorzaken hun catastrofes nu juist omdat ze alle tragisch besef missen

    De geschiedenis herhaalt zich, maar altijd met een twist. President George Bush senior slaagde er tijdens de Golfoorlog (1990-1991) met goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad in om de Iraakse troepen, die Koeweit hadden bezet, in enkele dagen te verdrijven en de militaire infrastructuur van Irak zwaar te beschadigen. Maar hij besloot niet op te trekken naar de hoofdstad Bagdad. Wellicht dacht de wijze Bush aan Vietnam. Wie sterfelijk is, moet zijn grenzen kennen.

    Net als Darius had ook Bush een zoon. Nadat George Bush junior president van de VS was geworden, wilde ook hij het karwei van zijn vader afmaken. In 2003 vielen Amerikaanse troepen, nu op basis van leugens over Saddam Husseins massavernietigingswapens en zonder steun van de VN, opnieuw Irak binnen, teneinde onder het motto ‘We’re going to bring democracy to Iraq’ een regime change te bewerkstelligen. De wrede dictator Saddam werd gedood, maar de oorlog veroorzaakte ook de dood van honderdduizenden Iraakse burgers en duizenden Amerikaanse militairen. Bovendien leidde het machtsvacuüm tot langdurige instabiliteit en een burgeroorlog, waardoor Iran zich kon ontwikkelen tot een dominante macht in de regio.

    Hubris is hardleers. Ook veel van de latere militaire interventies van de VS – Afghanistan (2001-2021), Libië (2011) en Syrië (2014) – bleken kapitale mislukkingen waarbij de gestelde doelen, zoals stabiliteit, democratisering of de vestiging van een pro-westers regime, niet werden behaald.

    Ook Trumps hubris lijkt zijn wortels te hebben in een verlangen zijn vader – die hem voorging als vastgoedmagnaat in New York – te overtreffen. Maar omdat zijn vader het nooit tot president van de VS heeft geschopt, lijkt er voor Trump niets anders op te zitten dan zichzelf voortdurend te overtreffen. Aanvankelijk vooral met handelstarieven en -oorlogen, maar in machtsdronken hoogmoed besloot hij al snel de president van Venezuela te kidnappen (die van Cuba staat nog op zijn wensenlijstje) en te zeggen dat hij Groenland zal inlijven. En, verleid door ate in de gedaante van Nethanyahu, met een armada van vliegdekschepen en bommenwerpers een regime change in Iran te bewerkstelligen, de militaire infrastructuur van het land te vernietigen en het verrijkte uranium, dat Iran mogelijk tot atoommacht zal maken, in beslag te nemen. Toen dat niet lukte, dreigde Trump Iran terug in het stenen tijdperk te bombarderen en de hele Iraanse beschaving te vernietigen.

    Hoogmoed en verblinding

    Trump is de hypocrisie duidelijk voorbij, aangezien wie hypocriet is, zoals George Orwell opmerkte, in ieder geval nog de schijn ophoudt morele regels te respecteren. Trump bevindt zich niet alleen aan gene zijde van de moraal, maar is ook de waarheid voorbij. Hij lijkt niet in staat zijn hoogmoed en verblinding onder ogen te zien. Hij claimt zonder blikken of blozen de totale overwinning en zegt dat alle oorlogsdoelen zijn behaald. En door zich op zijn eigen sociale medium Truth Social als Jezus Christus te presenteren, stelt hij zich net als Xerxes gelijk aan de goden.

    „Geestelijk gestoord, hoe kan het anders”, echoot de stem van Darius vanuit de onderwereld. Maar in tegenstelling tot Xerxes’ tragedie kent die van Trump geen katharsis, geen zuivering van hoogmoed en verblinding.

    Wel probeert Trump net als Xerxes weg te sluipen als de realiteit zich niet wenst te buigen naar zijn zin. Niet voor het eerst. ‘Trump Always Chickens Out’, luidt het gezegde. Maar in geval van oorlog geldt: It takes two to TACO. De Islamitische Revolutionaire Garde, die alle macht in Iran naar zich toegetrokken heeft, werkt niet echt mee. Het Iraanse volk ziet in angst en beven een nog wredere tirannie tegemoet.

    Met zijn bombardementen op civiele doelen en dreiging met genocide vervreemdt Trump zich van zijn voormalige bondgenoten. In de VS stelt hij veel MAGA-aanhangers teleur door het breken van zijn belofte uitsluitend oorlogen te zullen beëindigen en haken door zijn blasfemie ook veel evangelicals af.

    Wordt de Straat van Hormuz Trumps Salamis, waarin hij niet alleen zijn eigen ondergang maar ook die van de VS als supermacht zal bewerkstelligen? China en Rusland kijken geamuseerd toe. Met een vijand als Trump, beseffen Poetin en Xi, heb je geen vrienden nodig.

    Gedijt de overmoed, haar vruchten vormen aren
    van ondergang…

    Wat staat Europa te doen? Moet de Europese Unie, zoals Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie bepleit, streven naar een assertievere, geopolitieke EU die keiharde machtspolitiek bedrijft om economisch en militair niet achter te blijven? Moeten Europeanen zich met Mark Rutte blijven vernederen en met gevlei proberen Trump ervan te weerhouden de NAVO op te blazen?

    Of is het veeleer de hoogste tijd te beslissen dat we ons niet bij schurkenstaten willen scharen, maar trouw willen blijven aan de idee van Europa als tragisch continent dat wel katharsis kent? En door net als de Spaanse premier Pedro Sánchez onomwonden afstand te nemen van de onrechtmatige en met oorlogsmisdaden verweven oorlogen tegen Iran, Gaza en Libanon. Door Trump een ultimatum te stellen: zich voegen naar de internationale rechtsorde, of de NAVO verlaten. En door op alle continenten bondgenoten te zoeken die deze orde verkiezen boven onverholen machtspolitiek en vernietigingsoorlogen.

    Daarbij moeten we natuurlijk niet naïef zijn. Europa kent door zijn eigen geschiedenis het kwaad maar al te goed. Geconfronteerd met de agressie van Rusland, en nu ook de VS, zullen we ons ook militair teweer moeten stellen, om de idee van Europa te verdedigen en levend te houden. Dat impliceert dat we volkeren die zich verzetten tegen tirannen, zoals de Oekraïners, Palestijnen en Iraniërs, met alle daartoe geëigende middelen moeten blijven steunen in hun streven naar zelfbeschikking en een menswaardig bestaan. En ook dat we, in de voetsporen van Aischylos, moeten proberen de moeilijkste, maar ook meest heroïsche daad in tijden van oorlog te verrichten: medelijden op te brengen met de vijand en jezelf in hem te herkennen teneinde hem daarmee te ontvijanden.

    Bovenaan:  De slag van Salamis van Wilhelm von Kaulbach (1805–1874).  MAXIMILIANEUM (BAYERISCHER LANDTAG) 

    EINDE

    Sigrid Kaag: ‘Je wordt ontmenselijkt waar je bij staat’

    INTERVIEW
    Vrouw en politiek Oud-minister van Financiën en -vicepremier Sigrid Kaag kijkt in een openbaar interview met Jutta Chorus terug op haar politieke carrière en de vrouwenhaat waar ze mee te maken kreeg. „Ik ben veel meer dan iemand als Wilders ooit van mij kon maken.”
    Gepubliceerd op17 april 2026

    Sigrid Kaag is even terug in Nederland. De oud-minister, oud-partijleider van D66, kop van Jut van rechts Nederland en sinds kort lid van de door president Trump ingestelde raad voor ‘vrede, stabiliteit en welvaart voor Gaza’, geeft in Utrecht een openbaar interview op uitnodiging van het Katholiek Vrouwendispuut. Die organisatie, opgericht door onder anderen Marga Klompé om vrouwen te stimuleren de politiek in te gaan, viert haar tachtigjarig bestaan. Sigrid Kaag (1961) kwam voor het interview over uit Zwitserland, waar ze sinds vorig jaar woont.

    Bent u blij dat u niet meer in Nederland woont?

    „Mijn man wil niet meer in Nederland wonen. Punt. Alleen al om het weer, hij heeft een ongelooflijke hekel aan harde wind.

    „Nu ik hier weer als ‘vrij mens’ terugkom, zonder beveiliging, zonder te worden herkend, word ik soms als een soort profeet uit een ander land ontvangen, terwijl ik dezelfde persoon ben als toen. Opeens luistert men weer naar je. Je wordt niet meer gedemoniseerd. En de mensen die dat hebben gedaan, zijn vergeten wat ze hebben gedaan. Dat is een rare ervaring.”

    U bent opgegroeid in Zeist. Uit wat voor gezin komt u?

    „Mijn ouders waren zowel heel katholiek als heel liberaal. Dat hoort zeker bij de katholieken van boven de grote rivieren. Mijn zusje en ik mochten alles in het protestantse Zeist. We hoorden bij de minderheid van onze school die op zondag ging hockeyen en tennissen, of op straat ging spelen. Mijn vader plaagde onze gereformeerde melkboer een beetje die op zondag wel melk bezorgde, maar daar pas maandag voor betaald wilde worden. Mijn vader was musicus. Het muzikale heb ik van hem. Ik had operazangeres willen worden, maar het is anders gelopen.”

    Zingt u nog?

    „Ja, voor mezelf onder de douche. Voor mijn moeder, een ‘slachtoffer’ van het eervol ontslag voor gehuwde onderwijzeressen, was het altijd opleiding, opleiding, opleiding. Ze zei letterlijk: ‘Als je maar nooit afhankelijk wordt van een man’.

    „Ik had een broertje dat na mij geboren werd en als baby stierf. Dat was een kruis, een donkere wolk boven het gezin.

    „Toen ik dertien was, kreeg mijn moeder een hersentumor, ze was al opgegeven toen wij dit hoorden. Het Laatste Oliesel was al toegediend. Wij kregen te horen: ze wordt geopereerd maar we verwachten niet dat ze er nog levend uitkomt. Dat is wonder boven wonder wel gebeurd, daarna lag ze lang in coma en ze is daaruit ontwaakt. Mijn vader leed aan een zware depressie. Hij werd in diezelfde periode opgenomen in wat toen heette een ‘sanatorium voor psychosen en neurosen’.

    „Een psycholoog zou ongetwijfeld zeggen: dat was een kentering in je leven. Maar je had te dealen met het lot dat je toebedeeld werd. En wij zaten niet in een sociaal milieu waar dit tot extra kwetsbaarheid leidde. We hadden een soort georganiseerde omgeving, vanuit de kerk, de middelbare school, de hockeyclub. Mijn zus en ik klampten ons vast aan school. Goede cijfers halen, blijven hockeyen, blijven tennissen, in het schoolkoor zingen.

    „Ik had graag gewild dat mijn ouders wat ‘normaler’ waren, zo keek ik ernaar als puber. Mijn vader was op zijn manier een soort brave hippie, al zag ik dat toen niet zo. Hij weigerde bijvoorbeeld het type statusauto te kopen dat men in Zeist veel zag, of dat hoorde bij je stand.”

    Wat voor auto had hij dan?

    „Een Skoda of een Lada. Ik ben opgegroeid in een huurflat. Dat was een keuze, mijn ouders vonden het kennelijk bevrijdend om weinig bezit te hebben. Ze waren heel progressief, maar op een manier die je als teenager heel storend kon vinden. Je wilt bij je omgeving horen. Later heb ik er meer waardering voor gekregen.”

    Sigrid Kaag (vooraan links) bij het Katholiek Vrouwendispuut, naast journalist Sheila Sitalsing en burgemeester Sharon Dijksma van Utrecht. FOTO ESTHER DE WITTE

    In 1981 vertrok u naar Caïro. Hoe was het daar voor een jonge vrouw?

    „Mijn ouders lieten mij op mijn negentiende naar Egypte vertrekken. Ik kwam in Caïro in de tijd van president Sadat, die kort daarop werd vermoord. Daarna begon het regime van Mubarak. Ik kon eens per week drie minuten bellen voor 30 dollar meen ik, vanuit een luxe hotel. Je kreeg post die er een maand over deed. Wat moeten mijn ouders die hele tijd gedacht hebben? Een deel van mijn kinderen heeft ook in het buitenland gestudeerd: ik hield mijn hart vast. En ik kan ze bij wijze van spreken zó tracken met de iPhone – doe ik niet, want dat vind ik te benauwend voor hen en te eng voor mezelf.

    „Voor mij was het geweldig. Egyptische studenten, studenten uit Oman, veel Palestijnse studenten vanuit de bezette gebieden en Libanezen. De Libanese burgeroorlog was in volle gang, 1982. Tijdens mijn studietijd dacht ik: twee studierichtingen zal ik nooit kiezen: over de situatie in Libanon en over de Palestijnse kwestie – beide thema’s leken me zo uitzichtloos. En iederéén koos deze onderwerpen. Ik ging een beetje Golfstaten doen, Irak, Iran, islamitische geschiedenis, de volle breedte. De beste tijd van mijn studentenleven waren de jaren in Egypte.

    „Ik had een vriendje wiens moeder een leidend parlementslid in Egypte was. Zij organiseerde alle politieke vrouwen, of het nou moslims waren of kopten. Iedereen kwam daar aan huis. Ik vond dat heel normaal, al besefte ik wel dat ik me bewoog onder de elite van dat land.

    „In het Midden-Oosten had je in de jaren 50 en 60 al vrouwelijke ministers, in Marokko, Tunesië, Algerije. Daar maakte ik mijn collega-politici wel eens gek mee, als ze over emancipatiecriteria spraken. Het beeld dat men in Nederland van die regio heeft, van de positie van religieuze minderheden of vrouwen – de hoofddoek als criterium voor emancipatie – dat neem je niet zomaar weg, dat zit heel diep.

    „Wij zijn simplistisch in het opkalefateren van hoe goed we het doen. Je hoorde altijd: ‘O we zijn geweldig, want wij hebben Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam.’ Oké, dat is er één. Maar als je steeds weer met de uitzondering moet komen om iets te beweren, is het niet in orde.”

    Ik had helemaal geen probleem om toegang tot bijvoorbeeld een Bashar al-Assad te krijgen

    In 2013 leidde u een vredesmissie in Syrië, in 2015 was u gezant in Libanon. U onderhandelde met dictators. Is de positie van een vrouwelijke gezant precair?

    „Nee hoor. Zeker in dat soort landen gaat het om je statuur. Je bent eigenlijk androgyn in de ogen van de ander. If you assume it, als je het je eigen maakt, heb je dubbele winst. Want op sommige plekken krijg je zo ook toegang tot specifieke vrouwengemeenschappen, van politieke leiders, invloedrijke vrouwen, schrijvers die jou willen spreken.

    „Dus ik had helemaal geen probleem om toegang tot bijvoorbeeld een Bashar al-Assad te krijgen. Het feit dat ik daar als vrouw kwam was eigenlijk alleen maar een plus, een zwaar onderschat politiek machtsmiddel.

    „Wij veronderstellen dat in een andere samenleving een vrouw in een machtige positie wel anders behandeld zal worden, ook omdat we zélf vrouwen in Nederland niet altijd op een gelijkwaardige manier behandelen.”

    U kreeg in 2017 de ministerspost voor Buitenlandse Handel aangeboden. Buitenlandse Zaken lag gezien uw ervaring meer voor de hand. Waarom kreeg u dat niet?

    „Dat moet je aan het D66-formatieteam van toen vragen. Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking is een mooie post hoor qua inhoud en ‘soft power’, maar marginaal in de ministerraad. Je doet goede dingen in het buitenland, maar vanuit verkiezingsperspectief heb je er weinig tot niets aan.

    „Bij de formatie van 2021 probeerden sommigen D66, en dus mijzelf, weer allerlei posten aan te praten. Die post was toch zo mooi, die paste toch zo goed bij mijn passie. ‘Nee’ zei ik. Ik koos voor Financiën. Als je aan de knoppen wilt zitten, moet je Financiën nemen.

    „Ik had meer vakken economie gedaan dan sommige mannelijke ministers voor mij. Over hen bestond nooit twijfel of ze die functie goed zouden kunnen vervullen, want ‘een man past goed op de huishoudportemonnee’. In Nederland was ik de eerste vrouwelijke minister van Financiën. Absurd. Ik heb Financiën onder hoogspanning in ongekende tijden goed gedaan, al zeg ik het zelf.”

    Zei u ‘ja’ uit een soort plichtsgevoel, bij wijze van inzet voor de publieke zaak?

    „Nee, ik wilde het gewoon. Ik was verbaasd toen in 2010 de gedoogconstructie met Wilders tot stand kwam en niemand de straat op ging. Ik ben een product van de periode van Janmaat [leider van de radicaal-rechtse Centrumpartij in de jaren 80], toen was er echt maatschappelijk en politiek verzet: niet accepteren, niet tolereren, niet normaliseren. Ik had het altijd over de extreme politiek en taal van Wilders, dat we ons moeten organiseren, de samenleving beschermen, voor de rechtsstaat staan – nou dan zal ik die verantwoordelijkheid op me nemen ook.”

    Hoe is u dat bevallen?

    „Aan de ene kant een mooie en leuke ervaring, aan de andere kant heel naar. We waren in 2017 naar Nederland verhuisd met het idee: we gaan een bijdrage leveren aan de samenleving. Ik denk dat ik eerst voor velen relatief ongevaarlijk was, een beetje ongrijpbaar. Tot ik partijleider werd in 2020. Vanaf dat moment breidden de beledigingen en frames en bedreigingen zich in bepaalde kringen als een olievlek uit.”

    Hoe ging u daar toen mee om?

    „Mijn huis werd een bastion. Ik werd een soort huismus. Maar het ergst is het, denk ik, voor je familie en vrienden. Mijn man wilde niet meer met mij op straat. Mijn kinderen ook niet. Ik ben jarenlang niet bij een van hen thuis geweest, en voor sommigen is het nog steeds lastig. Zelf heb ik vanaf Pasen 2018 geen sociale media meer bekeken. Maar ik heb er helaas genoeg van meegekregen. Iedereen komt op je af: ‘O, wat erg wat ze nou weer over jou hebben gezegd!’

    „Een oudere, progressieve vrouw, die een succesvolle internationale loopbaan achter de rug heeft, is kennelijk een eenvoudig doelwit. Je wordt ontmenselijkt waar je bij staat. Met een buitenlandse man – helemaal ‘gevaarlijk’. En ze laat zich niet wegsturen. Dan ben je toxic. Er is weinig verweer tegen. Het enige wat je kunt doen is dicht bij jezelf blijven en erboven staan.

    „Nu ik weer zo heel vrij rondloop, een paar jaar na dato, denk ik: waarom heeft het überhaupt zo moeten zijn?

    „Iemand wilde een documentaire over Geert Wilders maken en iedereen zei tegen mij: ‘Sigrid, je móét meewerken, jij kent die man zo goed’. Maar ik kende hem helemaal niet, ik ben ongewild lijdend voorwerp van hem geweest. Toen heb ik iets gezegd, waarvan ik heel blij ben dat ik het heb gezegd: weet je, ik bén geen slachtoffer van Geert Wilders. Ik leen me daar niet voor. Ik heb agency, een piekfijn, bijna onvertaalbaar begrip, dat zoveel betekent als: ik ben autonoom, ik heb recht van spreken, ik bepaal zelf mijn keuzes. Ik was een goede minister, bijna zeven jaar lang. Succesvol partijleider. Ik ben veel meer dan iemand als Wilders ooit van mij kon maken.” 

    Hoe komt het dat Nederland niet zo geëmancipeerd is als het zich voordoet, maar zelfgenoegzaam?

    „Het heeft volgens mij te maken met sociaaleconomische verhoudingen. Het feit dat vrouwen nog altijd, om allerlei redenen, vaak parttime werken. Dat maakt de financiële machtsverhoudingen zwakker. Ik had niet verwacht dat de gebrekkige vrijheid die je daaruit proeft, er nog zou zijn.

    „Tegen jonge vrouwen met politieke ambities zou ik zeggen: vind eerst een baan en kijk of je die leuk vindt. Ik had een succesvolle carrière, ik kon keuzes maken. Daar kun je altijd op terugvallen. Dan draag je een grotere maatschappelijke ervaring met je mee dan de slimme woordjeskunstenaar die een heel leven in de politiek heeft gezeten en op het juiste moment bij de interruptiemicrofoon staat, in de hoop dat-ie het avondjournaal haalt.

    „Uit Amerika zie je de manosphere overwaaien. De witte, heteroseksuele en kennelijk christelijke man, die zich in de hoek gedrukt voelt en dat gevoel politiek maakt. Daar vaart FVD – met de projectie van het meisje met de parel, dat schijnbaar onberoerde, maagdelijke – mee heen. Daar tegenover wordt ‘de heks’ geplaatst, teruggrijpend op de middeleeuwen. Vrouwen met een bovenmatige intelligentie die oplossingen wisten aan te dragen en alleen durfden te leven, buiten het patriarchaat, los van de mening van de dorpsgemeenschap. Die beeldvorming komt weer terug. Dat gebeurt bewust en het is gevaarlijk.

    „Ik ben een product van de jaren 60. Toen ik in 2017 na 25 jaar terugkwam in Nederland was de grootste schok te merken dat in andere landen de zaken eigenlijk veel genuanceerder liggen – andere machtsverhoudingen tussen man en vrouw – dan men in Nederland denkt dat ze zijn. Wij zijn misschien een platgeslagen samenleving, maar daarbinnen zitten allemaal schuilweggetjes en toegangsluikjes, waar sommige mensen doorheen kunnen en anderen niet, omdat die ze niet kennen. Denk aan de nieuwkomer en aan allen die tot in de vierde generatie nog steeds als migrant worden gezien.” 

    Dus in die zin is misschien die progressieve periode…

    „..een uitzondering geweest. Zou best kunnen.”

    U zit in de ‘vredesraad voor Gaza’ van Trump. Over manosphere gesproken.

    „Mensen zagen: Tony Blair, Jared Kushner, Steve Witkoff en opeens een vrouw, Sigrid Kaag, en ze dachten: ‘Kan niet anders of ze heeft zichzelf gemeld.’ Nee, ik werd gevráágd. Omdat ik kennis, kunde en geloofwaardigheid heb.”

    Wat verwacht u te kunnen bijdragen?

    „Ik heb bijna geen verwachtingen. Sommigen zeiden: ‘Je wordt geïnstrumentaliseerd’. Dat kan, maar ik ben er zelf bij. Wat ik hoop te bereiken is óf een rem te zetten op een vreselijk slecht plan óf het goede doen en tenminste verlichting te brengen in het leven van Palestijnen in Gaza. Denk ik dat dat gaat lukken? Daar ben ik niet naïef in.

    „Het makkelijkste was geweest om nee te zeggen. Dan kon ik met schone handen zeggen: ik heb het niet gedaan hoor. Weet je, ik heb mijn hele leven gepraat met een verscheidenheid aan karakters en leiders, ook sommigen die je verkeerde types zou noemen. Dit is een beetje een voortzetting van mijn betaalde werk. Het is een soort specialiteit van me.”

    Is er één bepaalde wens van de Gazanen die u wilt inbrengen in die raad?

    „Dat ze Palestijnen zijn. Dat ze rechten hebben. Dat ze wachten op hun staat. En alles tussendoor is eerlijk gezegd niet meer dan overleven.”

    CV

    Sigrid Kaag (Rijswijk, 1961) is topdiplomaat en voormalig minister en partijleider van D66. Haar carrière begon in 1988 bij Shell in Londen. Van 1990 tot 1993 werkte ze bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Van 2013 tot 2014 leidde Kaag de OPCW-missie van de Verenigde Naties om het chemische wapenprogramma van Syrië te ontmantelen. Van 2015 tot 2017 was ze VN-gezant in Libanon.
    In 2017 werd ze namens D66 minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, in het kabinet-Rutte III, later ook minister van Buitenlandse Zaken. In het kabinet-Rutter IV was ze vicepremier en de eerste vrouwelijke minister van Financiën. Kaag verliet de politiek in januari 2024.
    Eind 2023 werd ze benoemd tot Senior Humanitarian and Reconstruction Coordinator voor de VN in Gaza. Later werd ze ook VN-gezant voor het vredesproces in het Midden-Oosten. Ze geeft les aan de School of International Affairs (PSIA) van Sciences Po in Parijs. Begin 2026 trad ze als onafhankelijk lid toe tot de Gaza Executive Board, een initiatief van de Amerikaanse president Trump, opgericht met een resolutie van de Veiligheidsraad.

    EINDE