De oorlogen in het Midden-Oosten snap je alleen als je apocalyptisch geloof snapt

Foto boven: De Tempelberg in Jeruzalem, eerder deze maand. FOTO AMMAR AWAD
Het is tijd om de religieuze narratieven in het Midden-Oosten veel serieuzer te nemen, betogen Beatrice de Graaf en Stefan Paas. Welkom in het universum van de apocalyptische geopolitiek.
Gepubliceerd op 27 juni 2025 
Je weet dat je in een ander universum bent aangekomen als je Tucker Carlson als de stem van de rede gaat zien. Precies dat gebeurde vorige week in het podcastgesprek van Carlson met de Texaanse senator Ted Cruz. Cruz verdedigde vol vuur het besluit om Iran te bombarderen, want „de Bijbel zegt dat wie Israël steunt gezegend zal worden en wie Israël niet steunt, wordt vervloekt”. Carlson, ook een christen, veegde vervolgens de vloer met Cruz’ misleide bijbeluitleg aan.


Welkom in het universum van de apocalyptisch geïnspireerde geopolitiek. In alle verslagen en berichten over de oorlog in het Midden-Oosten wordt te weinig aandacht besteed aan de doorwerking van eindtijdvoorstellingen in de escalatie.
Waarom dat is? Misschien wel omdat het conflict zó complex is, zo gelaagd en diepgeworteld, dat het heel verleidelijk is om het dan maar plat te slaan. Het zijn de kolonisatoren versus de onderdrukten. Het is Iran tegen Amerika. Het gaat om macht. Om geld. Om olie. Of, altijd goed in situaties waar religie en ideologie een rol spelen: ze zijn gek geworden.

Als coping-mechanismes voor commentatoren en lezers in tijden van onzekerheid mag dit werken. Als geopolitieke leidraad niet. De seculiere knip tussen ‘geloof en politiek’ is een misvatting die in het overgrote deel van de wereld niet opgaat. Al helemaal niet in het Midden-Oosten.
Kortom, het is tijd om de religieuze narratieven in de oorlog in het Midden-Oosten serieus te nemen: religie geeft met behulp van verhalen, boeken, rituelen, handelingen, preken en gezangen vorm en richting aan ontwikkelingen die al gaande zijn. Vooral verhalen over de Eindtijd, over de laatste strijd die op handen zou zijn, en die de Apocalyps, (de onthulling) zou inluiden, doen het goed als het gaat om het verder mobiliseren van mensen die al boos, bang, arm, onderdrukt zijn.


‘Verlost’ Palestijns volk

En laat dat nu net gaande zijn in Israël, in het bijzonder rondom de Tempelberg. Toen Israëlische politiemensen in mei 2021 Palestijnse gelovigen verhinderden om in de Al-Aqsamoskee te gaan bidden, brak er een opstand uit. Hamas verklaarde dat de Palestijnen niet zouden rusten voordat ze het heiligdom hadden veroverd op de Joden. Want ‘alleen dan zal het Palestijnse volk verlost zijn’. Ook na de aanval van Hamas op Israël, op 7 oktober 2023, verklaarde de Palestijnse leider Haniyeh met Koranteksten dat de Eindtijd in vervulling zou gaan, en dat Palestijnen zich bij de strijd moesten voegen en als martelaren naar de hemel zouden gaan.
Omgekeerd hadden Israëlische ministers zoals Itamar ben Gvir en Bezalel Smotrich niet nagelaten te eisen dat het joodse volk „Judea en Samaria” weer in handen zou krijgen, de oudtestamentische benaming voor de Westbank, en dat de Palestijnen sowieso voorgoed en helemaal van de Tempelberg verdreven zouden moeten worden. Sterker nog, het was tijd, Eindtijd, om de ‘Derde Tempel’ te bouwen: de tempel die na verwoesting van de eerste, oorspronkelijke door de Babyloniërs, en van de tweede door de Romeinen, zou herrijzen als teken van de naderende komst van de Messias. De plaats waar dat moest gebeuren: bij de Klaagmuur, precies op de plek van de Al-Aqsamoskee, wat volgens moslims juist het derde heiligdom van de Islam is, omdat de profeet Mohammed daar ten hemel zou zijn gevaren (Mi’raj).
En om de opeenstapeling van territoriale eindtijdverwachtingen af te maken: de Al Aqsamoskee is ook voor veel sjiieten (Hamas is soennitisch) de plaats waar de Twaalfde Imam mogelijk zal terugkeren om recht en vrede te herstellen en het begin van de eeuwigheid (en het einde der tijden dus ook) in te luiden. Voor Iran is Israël bovendien de ‘kleine Satan’ en zijn moslims wereldwijd geroepen om hun ‘ticket to heaven’ via de strijd tegen Israël te winnen, en zo het einde van de ‘occultatie’ (de verhulling) van die Twaalfde Imam te bespoedigen.

Verkeersplein van goden

Maar nu zijn we er nog niet. Als een waar apocalyptisch verkeersplein van goden, maar dan zonder vangrails of stoplichten, is Jeruzalem, en in het bijzonder de Tempelberg, ook het projectiescherm voor christelijke zionisten. Voor veel Amerikaanse (en in mindere mate Europese) christenen zoals Ted Cruz gaat de leer van het ‘dispensationalisme’, ofwel de bedelingenleer op. Die houdt in dat de eindtijd zich zal voltrekken volgens een dienstregeling. De Messias zal terugkomen op de wolken, maar dan moet eerst het volk Israël in zijn oorspronkelijke land, en dus ook met zijn tempel, hersteld worden. Ook moet er volgens die leer nog een massabekering van joden volgen, maar dan breekt ook het rijk van recht en vrede aan.
De tragiek is dat op dit verkeersplein elke religieuze stroming put uit gedeelde tradities, maar dat elk zijn eigen eindtijds-route rijdt, op ramkoers met de andere. Allemaal verwachten ze een eindstrijd en één god die wint, die van henzelf.
Wanneer nu buitenstaanders gaan roepen dat één verhaal wel heel bijzonder slecht is, en tot genocide leidt, dan maakt dat de aanhangers van dat verhaal niet milder. Ze zullen harder gaan razen. Sterker nog, ze raken er alleen maar nog meer van overtuigd dat die ander bezig is hun verhaal, en henzelf, uit te roeien. De ander is een trawant van de Antichrist, een onwetende collaborateur van Gog en Magog (de apocalyptische monsters uit het Bijbelboek Ezechiël). Vijftigduizend doden is een sterk argument daarvoor. Net zo goed als dat meer Israëli’s dan vóór 7 oktober van mening zijn dat Hamas nooit zal stoppen met de terreur.
Noch het roepen van ‘genocide’ richting Israel (hoe terecht ook), noch het vergoelijken van Hamas als een antikoloniale verzetsbeweging, laat staan de Trumpiaanse Gaza Resort-illusies, doen recht aan deze grondgebonden religieuze verlangens. Het laat ook zien dat Israël en de Palestijnen hier niet zelfstandig uit kunnen komen. Daarom is het tijd om eerst goed te begrijpen hoe diep veel deelnemers aan het conflict in zo’n eschatologische mindset zitten. Daarna, maar pas echt daarna, is het tijd om de massaradicalisering te bevriezen en een andere, meer inclusieve route naar recht en vrede te vinden.
Het haalt weinig uit als we hier aan de zijlijn schreeuwen en radicaal partij voor één van beide kiezen. Daarentegen moeten EU en VS, samen met de landen in de regio, artikel 194 van de VN eindelijk serieus nemen, waarin onder meer staat dat Palestijnse vluchtelingen recht hebben op terugkeer. Wat hielp in het verleden in situaties van ideologische massaradicalisering waren grootschalige vredesconferenties in de regio, mét internationale troepenmachten die vrede afdwongen en handhaafden. Niet omdat de we eschatologie niet serieus nemen, maar omdat we het juist zo serieus nemen, dat we ook erkennen dat er met al die rondrazende profeten in afwachting van die Eindtijd maar beter wat extra verkeersborden en regelaars kunnen worden neergezet.
Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC van 28 juni 2025.

Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en historicus (Universiteit Utrecht) en columnist van NRC.
Stefan Paas is hoogleraar missiologie en publieke theologie (Vrije Universiteit en Theologische Universiteit Utrecht). Ze maakten samen over dit onderwerp een aflevering van De Ongelooflijke Podcast.




EIGEN AANVULLING 26 februari 2026
na de dood Ayatollah Ali Khamenei
 https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/28/

“In zijn woordkeuze leek Trump deze religieuze kiezers te willen behagen. Zo noemde hij het regime in Teheran ‘ketters’ (‘wicked’). En zijn ‘ministerie van Oorlog’, zoals defensieminister Pete Hegseth het Pentagon aanduidt, doopte de operatie zaterdagochtend ‘Epic Fury’. Net als de door de Israëlische gekozen operatienaam ‘Brullende Leeuw’ een naam met een zekere Oudtestamentische connotatie.”

Department of War 🇺🇸's avatar'
____________________

https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/28/

“De Pentagon-baas hangt een christen-nationalistische stroming binnen de Amerikaanse gereformeerde kerk aan, die verlangend uitkijkt naar de wederkomst van Christus in Jeruzalem. Om dit soort christen-zionistische eindtijdprofetieën te bespoedigen wordt in verschillende kerkgemeenschappen in de VS al jaren gepleit voor oorlog met Iran omdat dat een existentiële bedreiging voor Israël zou vormen.”



Meer Midden Oosten op ShakingLife.nl

EINDE

Voor Maarten

Toen ik bij je begon
op zoek naar
het paradijs op aarde,
was ik intussen druk bezig
mijn wereld op te schonen.

Zoals met Thich Nhat Han
de wonden van Vietnam
te helen, en met
Christoffer Schippers
honderd bloeiende bloemen
van Mao van bloed te ontdoen

Tsjernobyl bracht de verschrikkingen
van de bom op Japan in herinnering:
Human Shadow Etched in Stone,
Hiroshima mon amour…

En jij zag het aan
en je liet me begaan,
je voerde me met zachte hand
terug naar het alledaagse bestaan:
een computer en een baan,
om op eigen benen te staan

Toen kon het spel beginnen…
Want Jij bent het spel
jij bent de wereld,
jij bent de schepping.
En je houdt op jezelf af te scheiden
en te zeggen:
‘Ik moet er nog bijhoren’ –
je bent er al!
Dan heb je mij niet meer nodig,
niemand meer nodig,
dan ga je je weg.


En de wereld wordt
leger...
en leger...
en…
De Gobi woestijn in Mongolië, 29 juli 2010.
[klik voor de link]
 2011 was het jaar dat mijn wereld kantelde... 
In 2010 ging ik mee op een fantastische reis met de Transsiberië Express, van Moskou naar Ulaanbaatar in Mongolië. Vandaar reden we een week met busjes door de Gobi woestijn, waarna de tocht eindigde in Beijing.
Dat smaakte naar meer…
In 2011 vatte ik het plan op voor een nieuwe reis met Djoser. Dit keer vanaf Beijing in zuidwestelijke richting en met een wijde boog langs de grenzen van Tibet en Vietnam, eindigend in Hong Kong.
Ik was toen 67 en net gepensioneerd. Het was het jaar dat Maarten Houtman overleed. Hij had nog tegen me gezegd: “Moet je doen, joh, die reis, straks kan het niet meer…”
Hij reisde met me mee.

Een van de laatste keren dat ik Maarten thuis opzocht – hij was toen tweeënnegentig en voelde zijn einde naderen – zei hij tegen me: “Ik had verwacht dat ik vijfennegentig zou worden…”
Ik heb me lange tijd afgevraagd, wat het signaal was dat hij daarmee af wilde geven.

Bij de afbeelding: Houten beeldje van Shou Xing, de Chinese god van een lang leven. Foto Emilie van de Raa

Paashazen | deel 4: ‘De natuur, mijn lichaam’

,
   Voor Ingrid, die oog voor de wereld heeft.
“Toen de grote wijdvertakte boom achter het huis gekapt werd, op die donkere dag terwijl de zon heet aan de hemel stond, had het jongetje van z'n vaste plek vlak onder het ruime afdak achter het huis, waar de mierenleeuwen de mieren in hun trechters vingen en opaten, telkens weer weggekeken als de bijl met regelmatig geweld in de stam doordrong en hij zelfs op die afstand het samentrekkende verwijt van de boom voelde.”
Maarten Houtman, Mythisch verhaal over het leven en lijden van de mens

Donderdag 11 april 2019 reden Ingrid en ik langs de weelderig-gele dreven van de A2, om een bezoekje te brengen aan Hanna Mobach in verzorgingshuis ‘Walstede’ in Tiel – haar onderkomen sinds ze de flat die ze met Maarten deelde en haar atelier in Molenwijk achter zich moest laten.
Toen we daar aankwamen, bleek het grote rooien begonnen te zijn … de honderdvijftig jaar oude monumentale beuk, onder wier beschermende kroon het leven zich daar sinds mensenheugenis afspeelde, werd juist die dag gekapt…
Het naderen van dat gebeuren had niet alleen Hanna en haar medebewoners in zijn greep gehouden, maar ook in de wijdere omgeving tot een machteloos afwachten geleid.

De levensruimte die de natuur nog rest, roept bij de mens als haar ‘rentmeester’ tegenstrijdige gevoelens op. De diep ingesleten behoefte haar te bedwingen, vindt ook in onze dagen nog zijn protagonisten. Zie het stuk natuur in de duinen van Wassenaar dat Museum Voorlinden – het museum voor ‘belevingskunstwerken’ – liet asfalteren tot parkeerterrein.
De tegengestelde, zogenaamde ‘softe’ houding, openbaart zich in Tiel, waar kunstenaar Jos Bregman een actie startte om de herinnering aan de droomboom van Walstede levend te houden. Je kunt hem hieronder op een van de indrukwekkende takken zien liggen om zijn pleit kracht bij te zetten.

De kunstenaar die het topje van de boom wilde zagen © Raphael Drent

De boom die aan zoveel generaties schaduw geboden had, was bij onze aankomst al bijna tot het bot afgekloven – Hanna had het er al maanden over gehad dat het rooien helaas moest gebeuren, de boom was door zwam aangetast en vormde een bedreiging voor het gebouw.

Toen Ingrid en ik er als toevallige passanten mee geconfronteerd werden, kon het haast niet anders dan dat bij ons de herinnering bovenkwam aan het epos dat Maarten bezong in ‘Mythisch verhaal over het leven en lijden van de mens’ – het verhaal over het kappen van de grote, wijdvertakte Djeroekboom bij het huis op de plantage, een gebeuren dat bij hem als kind zo'n brandende vraag opgeroepen had:
“Het jongetje wist dat het gebeuren moest, zoals z'n vader en de oude tuinman hem hadden uitgelegd, al vele dagen daarvoor. Hij was nog meer samen geweest met de boom dan anders, een samenzijn dat nauwelijks verduisterd werd door het weten van het komende, dat maar niet duidelijk wilde worden. Maar nu tegen het einde, de machtige stam had al gebloed, kon iedere bijlslag de laatste zijn.”
Toen het jongetje de oude vertelster Imah ernaar vroeg, “had zij een tijdlang gezwegen en verdrietig de nacht ingekeken, waarbij ze haar hand opnieuw vast op het voorhoofd van het jongetje drukte, het olielampje had uit eerbied opgehouden ongedurig te sputteren.”

Ze antwoordde hem toen:

“Omdat maar heel weinig mensen hun leven zo inrichten dat ze zichzelf herinneren, blijven ze steeds dezelfde dingen herhalen. Waarom zouden ze het ook anders doen?
Maar als je jezelf wel herinnerde kwam het moment dat je besefte dat alle ontmoetingen en verbintenissen, nieuwe, oude en heel oude, niet meer waren dan een hulp om de grote verteller te vinden en zó dichtbij Hem te komen dat je het komende verhaal in jezelf voelde opkomen tegelijk met Hem. Dan veranderde je leven zó dat je de verbintenissen, ook die van heel vroeger, liet voor wat ze waren. Je luisterde naar het ‘ervoor’, waardoor je afstandelijk leek voor de anderen om je heen door je liefde voor het alleen-zijn.” 

Hanna zelf had die dag het hele gebeuren vanaf de vroege ochtend gevolgd en was zomaar naar buiten de kou ingelopen. Dat deden we nu gedrieën ook– waarbij ik haar toch maar mijn sjaal aanbood, om te voorkomen dat er nog een boom geveld zou worden…
Ingrid maakte er dit prachtige plaatje van:

Hanna in de voorjaarszon in de tuin van Walstede

Dat de relatie met de natuur er in wezen een is met ons eigen lichaam, werd door Hanna prachtig geformuleerd in deze passage, als missie voor haar eigen werk:

Dit restte er toen nog van de machtige Beukenboom…
Het werk gaat over de paden en de wegen, de holtes en de aanhechtingen, de verbindingen en de scheuren, de rondingen en hun afdrukken, de slijtage door de tijd, in het lijf en in het gesteente, de rimpelingen van het water, en het lijf dat zich uitbreidt als een landschap en de staketsels en de tegenslagen die het al gaande tegenkomt.
De voeten gaan en maken paden en wegen, ook die van asfalt, maar de aarde welft zich als een lichaam.
Hanna Mobach, openingsscherm 'Beelden & tekeningen'

En de onbeantwoorde vraag is dan: ben ik een verloren reiziger in een naar buiten gekeerd, kil universum, of deel ik in een ademend, bezield geheel…

Hanna Mobach, Ruimteschip
Kontékrijt, 29,5 x 19,5 cm


  Muziek voor Pasen:  

Het oog van de meester I

,

“God ziet alles,” zeiden ze vroeger bij mij thuis.
Dat sloeg dan meestal op dingen die je voor je ouders verborgen probeerde te houden. Dus vanzelf werd God die boeman die met hen samenspande en dan aan het eind van je leven ook nog eens wat voor je in petto had.
Eigenlijk een vreemde manier van zeggen, een vreemde voorstelling van zaken: iets of iemand die alles ‘ziet’… Want het sloeg natuurlijk ook op je gedachten, het aller intiemste, meest verborgene hoekje dat je hebt. Dus stel je voor dat die ‘zichtbaar’ zouden zijn…

Nadat ik enige tijd bij Maarten Houtman ‘gezeten’ had en hem mijn volledige vertrouwen gegeven had, riep ik hem soms thuis in mijn wanhoop aan. Dan ging niet lang daarna de telefoon.
Als ik opnam was het heel even stil, dan klonk een zachte stem: “… met Maarten.”

Je maakt het mee, je ziet het gebeuren … en merkt dat het klopt, dat weet je gewoon. Toch doet het je wereld kantelen…
Maar je hebt CONTACT, er is iemand die je ziet, die je hoort, die voor je klaar staat.
Ondanks jezelf levert het een gevoel op dat het kan … dat het bijna zo hoort, dat niets het in de weg staat. Toch vind je het natuurlijk een beetje eng…

Dat zoiets je overkomt, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, op een of andere manier was je ervoor geprepareerd (zeg ik nu). En je hebt er onopzettelijk misschien wel een beetje op toegewerkt.
Ik moet dan gelijk denken aan mijn toenmalige fascinatie voor de boeken van Carlos Castaneda, waar ik me op wierp toen ik alle vertrouwen in de academisch psychologie had verloren en mijn studie na jaren afbrak. Zo’n meester te hebben als die Yaqui Don Juan… A path with a heart

Ik had in die jaren weinig meer om voor te leven, ik had bijna alle contact met m’n lichaam verloren en leefde als een spook. Alleen Klaaske hield me op de been.
Op een nacht voelde ik dat ik m’n lichaam aan het verlaten was en zag lichtwezens die mij wenkten… Maar iets in mij wist dat ik terug moest, dat er iemand van me hield en op mij wachtte…

Zo zag mijn wereld eruit aan de vooravond van onze ontmoeting met Maarten.
Gestaag begon ik weer van het leven te genieten…
We werden bij Maarten en Hanna te eten gevraagd. We stonden wat vroeg op de stoep en toen Hanna opendeed klonk het: “De eersten zullen de laatste zijn…” We kregen draadjesvlees voorgeschoteld, wij, als strenge vegetariërs… Heerlijk was het!

Intussen bleef Maarten als een zorgzame vader over me waken. Als hij lesgaf in de Kosmos wist hij dat ik daar in onze woonboot door het raam naar het water zat te staren en parkeerde hij zijn auto zó op de brug bij de Montelbaanstoren – we woonden op de Binnenkant in Amsterdam, precies tegenover waar nu de Kanzeon Sangha is – dat ik hem kon zien.
Verbeelding? Ik was de verbeelding voorbij, er was alleen nog een absoluut vertrouwen. Ik had ook nog een heel leven te gaan, voor alles wat ik meegemaakt had en niet begrepen had…
Tot dan toe was mijn enige – naar ik steeds meer begon te begrijpen: dodelijke – wapen mijn voortdurende analyse van alles wat ik meemaakte. Dat was mijn ingekankerde manier om ‘problemen op te lossen’ – als een Münchhausen die zichzelf aan zijn haren uit de baren wil redden…

En daar zit je dan op je bankje, bij Maarten op de Zen-zolder, en hoort: “Ga terug naar je adem, voel je lichaam…”
Wat een eindeloze weg… Dat vertrouwen in hem was ook wel broodnodig…

Sterretjes zien

,
Boven: De Hubble-telescoop onthult een regenboog aan kleuren in deze stervende ster, IC 4406 genaamd. Net als veel andere zogenaamde planetaire nevels vertoont IC 4406 een hoge mate van symmetrie. De linker- en rechterhelft van de nevel zijn vrijwel elkaars spiegelbeeld. Als we in een ruimteschip rond IC 4406 zouden kunnen vliegen, zouden we zien dat het gas en stof een enorme donut van materiaal vormen die vanuit de stervende ster naar buiten stroomt. We zien de donutvorm niet op deze foto, omdat we IC 4406 bekijken vanuit de om de aarde draaiende Hubble-telescoop. Vanuit dit gezichtspunt zien we de zijkant van de donut. Dit zijaanzicht stelt ons in staat de complexe slierten materiaal te zien die vergeleken worden met het netvlies van het oog. IC 4406 wordt dan ook wel de "Netvliesnevel" genoemd, Retina Nebula.
Bron: Hubble Space Telescope

Twee nachten geleden werd ik wakker met een droom dat ik op het punt stond te vertrekken van een meditatiesessie, en dat er maar geen eind kwam aan de dingen die ik mee moest nemen: de koffer met de geluidsapparatuur waarmee ik de gesprekken opgenomen had, allerhande kleding en draperieën, die ik allemaal meenam omdat ze iets met mij te maken leken te hebben en op het laatst nog m’n laptop. Met m’n armen vol probeerde ik me in beweging te zetten, m’n last meetorsend, op weg naar de auto waar ik het allemaal in kwijt moest.

Toen ik wakker werd, zag ik het op eens voor me: je neemt altijd veel te veel op je schouders, je hele leven al, je neemt veel te veel hooi op je vork, het teveel komt je oren uit… En als dat mijn basishouding in het leven is, moest ik daar wel onder bezwijken…
En toen ik er bij stilstond, kwam er een panorama van scènes langs, met allemaal dezelfde strekking – alsof ik de wereld (en mezelf) ervan wilde overtuigen dat ik tot heel veel in staat was.
Ik zag toen plotseling ook glashelder dat dat ook precies was wat me overkomen was, die keer dat ik, geheel tegen haar eigen traditie in, door Hanna gevraagde was op haar 85e verjaardag te komen – terwijl ze jaren gezegd had dat het een familieaangelegenheid was, waar ik niet thuis hoorde – en gebak mee te nemen.
Op weg naar haar onderkomen, had ik in de gang al lopen repeteren: gelijk iemand om koffie vragen…
Toen ik haar vertrek binnenkwam, zat daar al iemand aan tafel, vermoedelijk een verpleegkundige van het huis. Ze ging gelijk m’n bloemen in een vaas zetten, waarna ik haar dringend vroeg of ze twee kopjes koffie voor ons kon ‘scoren’ – want zo voelde het aan, tijdens m’n bezoekjes Hanna leefde ik op koffie…

Hanna’s onderkomen in Walstede, aan de Konijnenwal in Tiel, 29 januari 2021.

Nou, dat ging ze gelijk doen, maar toen ze terugkwam met koffie, ging ze er vandoor, mij met Hanna achterlatend – zie Liefde voor het leven.