INTERVIEW
Areej Sabbagh-Khoury | socioloog Veel Palestijnen zijn Israëlisch staatsburger. Hun positie wordt steeds meer ondermijnd. „Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten.”


Sjoerd de Jong
Gepubliceerd op
Eenmaal terug in Israël wil Areej Sabbagh-Khoury graag verder met haar interviews met Palestijnen in het land over hun strijd tegen de apartheid die ze er ervaren, ondanks hun formele status als staatsburgers. Voor een academisch boek dat Decolonizing Palestine moet gaan heten. „Ik wil de politieke ervaringen van Palestijnen in Israël onder woorden brengen aan de hand van hun getuigenissen. Dat heeft op die manier nog niemand gedaan en het zou een goed vervolg zijn op mijn eerste boek.”
Tot die tijd verblijft Sabbagh-Khoury nog in Nederland als fellow van het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) in Amsterdam, waar de Palestijnse socioloog – die Israëlisch burger is – op dinsdag 3 maart de jaarlijkse Wertheim-lezing van de Universiteit van Amsterdam geeft over haar onderzoek naar de positie van Palestijnen in Israël.
Sabbagh-Khoury (1979), verbonden aan de Hebrew University in Jeruzalem en aan de University of California in Berkeley, maakte naam met Colonizing Palestine: the Zionist Left and the Making of the Palestinian Nakba (Stanford University Press, 2023), een gedetailleerde studie van vroege contacten tussen kolonisten en inwoners van enkele Palestijnse dorpen. Ze laat zien dat die naast elkaar leefden en contacten onderhielden, maar dat tegelijk landaankoop en verdrijving al op gang kwamen. De Nakba (‘catastrofe’) van 1948 was geen harde breuk door het uitbreken van oorlog, aldus het boek, maar de culminatie van een lang proces van onteigening, segregatie en etnische zuivering. Origineel is dat ze de rol belicht van het socialistisch zionisme in dat historische proces, dat vaak wordt toegeschreven aan zionistisch rechts.
Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten, op allerlei terreinen
Naast haar studie van het zionisme onderzoekt ze de positie van Palestijnen binnen Israël, ongeveer twee miljoen mensen die vaak worden vergeten in de Gaza-protesten of bij de versnelde annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Dit zijn Palestijnen die bij het uitroepen van de staat Israël in het land verbleven of kort daarop naar het gebied al dan niet heimelijk terugkeerden. Ook voor haar persoonlijk had het weinig gescheeld. Sabbagh-Khoury werd geboren in Mi’ilya, een Palestijns dorp waarvan de inwoners werden verdreven maar na interventie van de paus alsnog mochten terugkeren – het is een Grieks-katholiek dorp.
De Palestijnen in Israël zijn grotendeels Israëlische burgers, formeel met alle bijbehorende rechten (niet de inwoners van Oost-Jeruzalem, ingelijfd na de oorlog van 1967, die alleen ‘ingezetenen’ zijn). Officieel worden ze aangeduid als ‘Arabische Israëliërs’. „De naam Palestijn is officieel taboe, die identiteit moet worden uitgewist. Zo wordt een gekoloniseerd volk door de staat gereduceerd tot een minderheid, losgekoppeld van hun historicsche band met het land. ”
Ondanks die formele gelijkheid voor de wet wordt de rechtspositie van de Palestijnen in Israël volgens Sabbagh-Khoury in de praktijk al jaren – en steeds heviger – ondermijnd. „Er worden tientallen wetten aangenomen die afbreuk doen aan hun rechten, op allerlei terreinen. Een symbolisch hoogtepunt was natuurlijk de Wet op de natiestaat van 2018, die Israël omschrijft als ‘thuisland van het Joodse volk’. Die wet heeft het afbrokkelen van democratische rechten van Palestijnen in Israël gelegitimeerd, en ook de confiscatie van hun eigendommen. Een bekende Israëlische historicus heeft al eens openlijk gezegd dat [de eerste Israëlische premier] Ben-Gurion in 1948 een fout heeft gemaakt door ze niet allemaal te verdrijven.”
