Voor Maarten

Toen ik bij je begon
op zoek naar
het paradijs op aarde,
was ik intussen druk bezig
mijn wereld op te schonen.

Zoals met Thich Nhat Han
de wonden van Vietnam
te helen, en met
Christoffer Schippers
honderd bloeiende bloemen
van Mao van bloed te ontdoen

Tsjernobyl bracht de verschrikkingen
van de bom op Japan in herinnering:
Human Shadow Etched in Stone,
Hiroshima mon amour…

En jij zag het aan
en je liet me begaan,
je voerde me met zachte hand
terug naar het alledaagse bestaan:
een computer en een baan,
om op eigen benen te staan

Toen kon het spel beginnen…
Want Jij bent het spel
jij bent de wereld,
jij bent de schepping.
En je houdt op jezelf af te scheiden
en te zeggen:
‘Ik moet er nog bijhoren’ –
je bent er al!
Dan heb je mij niet meer nodig,
niemand meer nodig,
dan ga je je weg.


En de wereld wordt
leger...
en leger...
en…
De Gobi woestijn in Mongolië, 29 juli 2010.
[klik voor de link]
 2011 was het jaar dat mijn wereld kantelde... 
In 2010 ging ik mee op een fantastische reis met de Transsiberië Express, van Moskou naar Ulaanbaatar in Mongolië. Vandaar reden we een week met busjes door de Gobi woestijn, waarna de tocht eindigde in Beijing.
Dat smaakte naar meer…
In 2011 vatte ik het plan op voor een nieuwe reis met Djoser. Dit keer vanaf Beijing in zuidwestelijke richting en met een wijde boog langs de grenzen van Tibet en Vietnam, eindigend in Hong Kong.
Ik was toen 67 en net gepensioneerd. Het was het jaar dat Maarten Houtman overleed. Hij had nog tegen me gezegd: “Moet je doen, joh, die reis, straks kan het niet meer…”
Hij reisde met me mee.

Een van de laatste keren dat ik Maarten thuis opzocht – hij was toen tweeënnegentig en voelde zijn einde naderen – zei hij tegen me: “Ik had verwacht dat ik vijfennegentig zou worden…”
Ik heb me lange tijd afgevraagd, wat het signaal was dat hij daarmee af wilde geven.

Bij de afbeelding: Houten beeldje van Shou Xing, de Chinese god van een lang leven. Foto Emilie van de Raa