ESSAY
Van Auschwitz naar Gaza Op zoek naar de lijn tussen de Holocaust en de genocide in Gaza, is Arnon Grunberg in Israël en de VS. „Het Joodse slachtofferschap van na de Holocaust heeft geleidelijk aan, met name vanaf de jaren negentig ziekelijke vormen aangenomen.”
Arnon Grunberg
Gepubliceerd op
6 februari 2026

Over dit artikel
Dit is het vierde en laatste deel van een maandelijkse serie waarin schrijver Arnon Grunberg plaatsen bezoekt die een historische betekenis hebben voor de aanloop naar de genocide in Gaza.
Zie ook onderaan.
Café Yafa in Jaffa, iets ten zuiden van Tel Aviv, is deze zonnige maandagochtend in januari vrijwel leeg. Ooit was Jaffa een voornamelijk Arabische stad. Volgens een Palestijnse socioloog is op het puin van Jaffa de nieuwe staat Israël gebouwd.
Ik wacht hier op Israel Frey, hij is een chassied, dat wil zeggen een ultraorthodoxe Jood, en tot voort kort was hij ook een journalist. Frey is verscheidene keren met de Israëlische politie in aanraking gekomen na beschuldigingen van opruiing. Zo had hij op X laten weten dat een Palestijn die Israëlische soldaten doodt geen terrorist is. In 2025 schreef hij op X, nadat een aantal Israëlische soldaten door een bermbom in Gaza om het leven was gekomen, dat de wereld een betere plaats is zonder hen. Vanwege dit bericht bracht hij een tijdje door in de gevangenis.
Frey is eind dertig, hij draagt een wit overhemd, eronder bungelen de tsietsiet, de draden die aan vier punten van het gebedskleed hangen dat vrome Joden van het mannelijk geslacht onder hun kleding dragen. Zijn blik zou je spottend kunnen noemen, of misschien ook licht extatisch. Omdat Frey geen Engels spreekt en mijn Hebreeuws rudimentair is, maken we gebruik van een tolk. We gaan op het terras zitten, het weer staat dat net toe
Ik zeg: „Ik wilde met je praten omdat de combinatie van orthodox jodendom en links activisme uitzonderlijk is.”
Frey antwoordt: „Ik beschouw mezelf niet als links, ik geloof dat ik me in het centrum bevind. Gelijkheid en rechtvaardigheid voor iedereen die in dit land leeft, is niet een radicaal idee, maar hier vindt men dat heel merkwaardig.” Dan kijkt hij op en vraagt: „Gaat jouw artikel over mij of ben ik gewoon een instrument om dingen beter te begrijpen?”
„Je zit hier tegenover me als persoon”, zeg ik.
„Ik ben liever een instrument”, antwoordt Frey, en hij kijkt me ironisch aan. „Jullie in het westen hebben geleerd het individu op een troon te zetten. Maar waar ik vandaan kom, is het individu niet belangrijk. Wij werken naar ideeën toe.”
„Goed dan,” zeg ik, „ik ben de westerling, jij bent de ander. Je hebt vanwege je berichten op sociale media in de gevangenis gezeten, je hebt je baan verloren, je hebt misschien nog meer dan dat verloren, was het het waard?”
Weer die blik.
„Een goede interviewer,” antwoordt Frey, „begint niet met het stellen van moeilijke vragen, hij begint met het stellen van hele simpele vragen en dan plotseling, zonder dat de geïnterviewde het merkt, komen de moeilijke vragen, maar om je vraag te beantwoorden: ik heb geen spijt. En verder: ideeën over rechtvaardigheid kunnen overwinnen onder moeilijke omstandigheden, ook in tijden van het huidige fascistische regime.”
„Je neemt het woord fascisme in de mond”, zeg ik. „Deze Israëlische regering wordt gesteund door religieus-Joodse partijen en religieuze kiezers. Hoe kon in de buik van de Joodse religie het fascisme groeien?”
„Vriend Arnon”, antwoordt Frey en hij leunt achterover. Even moet ik denken aan mijn jeugd toen ik elke woensdag- en zondagavond naar de synagoge in de Amsterdamse Lekstraat werd gestuurd, naar een zogenoemde misjnaschool, waar ik en mijn klasgenoten onder leiding van een rabbijn discussieerden over Joodse wetten. „Vanuit het niet-individuele perspectief bestaan er geen vergissingen”, gaat Frey verder. „Deze plek is gefundeerd op Joodse raciale superioriteit en aanvankelijk ging het om betrekkelijk vriendelijke superioriteit in een poging de onderdrukking subtiel te laten verlopen. De nieuwe Jood, de Israëli, was een geseculariseerde, nationalistische Jood. Maar om de Joodse superioriteit demografisch te ondersteunen waren meer mensen nodig, Joden die niet uit Europa kwamen, maar uit Irak, Jemen, Marokko, de zogenoemde Mizrachim. Zij moesten ook nieuwe Joden worden. En toen ging er iets mis. Te veel groepen in de Joodse, Israëlische samenleving kregen niet wat hun beloofd was. Ze zouden deel uitmaken van de meerderheid, ze zouden genieten van welvaart, maar ze bleken toch weer de minderheid te zijn en de welvaart viel tegen. Dat gold niet alleen voor de Mizrachim, maar ook voor de inmiddels behoorlijk talrijke chassidim. Zij sloegen hun handen ineen om de macht over te nemen van de oude elites die het land hebben opgebouwd. En zij jagen de oorspronkelijke elites angst aan, want hun superioriteitsgevoel is religieuze, recht-voor-je-raap superioriteit. Niet meer de liberale, Europese superioriteit die voor subtiel kan doorgaan.”
Uitverkoren
Frey stelt voor elders op het terras te gaan zitten, omdat hij meent dat we worden afgeluisterd.
Aan de andere kant het terras vraag ik: „Denk je dat de Joodse superioriteit begon met het zionisme?”
„Luister,” zegt Frey, „dat je in een sjtetl [dorp of stadje waar veel orthodoxe Joden wonen] in de negentiende eeuw in Oost-Europa zegt: ‘wij zijn speciaal, wij zijn uitverkoren’, dat is begrijpelijk. Je moet de onderdrukking voor jezelf en voor je kinderen verklaren. Maar als je vervolgens een natiestaat wordt met echte macht en je doet alsof je nog in de negentiende eeuw zit in een sjtetl – dan wordt het een probleem. Dat is het verschil tussen de folklore van het overleven en flirten met het nazisme.”
„Heeft het zionisme dan gefaald?”
„Wij zijn mensen die met ideeën spelen. Wij willen geloven dat we in de goedheid geloven. Of in iets anders. Maar in de kapitalistische werkelijkheid van macht en geld zijn wij niets dan stof langs de kant van de weg. Gefaald? Het zionisme heeft de meest natuurlijke vooruitgang geboekt die maar mogelijk is. Het heeft zich breed gemaakt, het is groot geworden, heeft zwakkeren overwoekerd. De vroege zionisten leefden in een tijd dat je nog nationale ideeën kon verkopen en tegelijkertijd kon geloven dat je progressief was. De vroege zionisten hoopten op beschaafde, geseculariseerde, Europese superioriteit. En ze kregen Ben-Gvir [minister van Nationale Veiligheid van de extremistische religieus-zionistische partij Otsma Jehudit]. They fucked up.”
Ik heb het gevoel een ochtend met een mysticus te hebben doorgebracht, eentje van het provocerende, ironische soort, maar toch
Daarna vertelt Frey nog dat hij inderdaad nog meer kwijt is dan zijn baan. Zijn vrouw is hij kwijt en eigenlijk ook zijn kinderen. Uit angst voor geweld van extremistische, nationalistische Israëliërs heeft hij geen vaste verblijfplaats. Hij vertelt dit zonder zelfmedelijden of zelfverheerlijking. Er zijn immers geen vergissingen.
Als ik mijn opschrijfboekje opberg en weer opkijk is Frey al verdwenen. Ik heb het gevoel een ochtend met een mysticus te hebben doorgebracht, eentje van het provocerende, ironische soort, maar toch. Op mijn appjes met vervolgvragen komt geen antwoord meer.
Monsters
De volgende dag regent het in Tel Aviv zo hard dat de straten blank staan. Ik reis naar Jeruzalem waar het nog harder regent en waar in de oude stad de straten rivieren zijn geworden. Ik tolereer de regen om Amos Goldberg te ontmoeten, historicus, hoogleraar Holocaust-geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Van hem wil ik weten hoe we kunnen ontsnappen aan de mythes en de ketenen van de negentiende eeuw.
Hij nodigt me uit voor een late lunch in het betrekkelijk troosteloze café van de universiteit. Goldberg is een frêle man van begin zestig met zachte stem die zich kleedt alsof het zijn grootste wens is om niet op te vallen.
„Zijn wij, zijn de Joden slaven van het verleden?”, vraag ik als ik mijn salade op heb.
Goldberg antwoordt: „Als je het hebt over slaven van het verleden, heb je het over slachtofferschap. Het Joodse slachtofferschap van na de Holocaust heeft geleidelijk aan, met name vanaf de jaren negentig ziekelijke vormen aangenomen. Maar wij zijn niet alleen slachtoffers. Wij Israëliërs begrepen hoe het slachtofferschap getransformeerd kan worden tot moreel en politiek gereedschap dat ons in staat stelde bijna alle politieke doelen te bereiken. Zelfs als die erg gewelddadig zijn, zelfs als die genocidaal zijn.
„Dat de zionistische kolonisten hier aanvankelijk vluchtelingen waren die antisemitisme en de Holocaust ontvluchtten, maakt de onderneming niet per se goedaardig”, zegt Goldberg. „In de Palestijns-Israëlische context kunt je niet over het ene, de Holocaust, spreken zonder over het andere, de Nakba, te spreken. Anders loop je het risico een monster te worden.”
„Dan zijn er veel monsters onder ons”, zeg ik. „Er zijn mensen die vinden dat de Holocaust en de Nakba niet met elkaar in verband mogen worden gebracht. Dat zijn vaak ook mensen die vragen: waarom krijgt Gaza zoveel meer aandacht dan Soedan?”
„De Holocaust voorzag niet alleen de Joden en de Duitsers van identiteit, maar eigenlijk het hele Westen en tot op zekere hoogte de wereld. Mijn goede vriend en collega Alon Confino, die helaas niet meer leeft, betoogde dat de Holocaust de Franse Revolutie als de centrale gebeurtenis van deze tijd verving. ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’ werd ‘Nooit meer Auschwitz’.”
„Ik begrijp het”, zeg ik. „De belofte van broederschap werd de gecultiveerde herinnering aan een trauma.”
Goldberg knikt en hij gaat met zachte stem verder: „De internationale rechtsorde is niet stukgelopen op Soedan maar op Gaza. De kinderen van de Verlichting werden de kinderen van Auschwitz. Maar als Auschwitz ook niet meer betekent wat het betekende kun je je afvragen, wie zijn de kinderen van het Westen dan nog?”
Het eigen gevoelde slachtofferschap moet altijd begrensd worden door het slachtofferschap van de anderAmos Goldberg historicus
„Mag ik een banale vraag stellen?”, vraag ik, om dan te vragen: „Zijn er oplossingen?”
„Ik zit niet in de business van concrete oplossingen”, antwoordt Goldberg. „Ik doe aan ideeën, analyses, begrip. Maar ik kan je dit zeggen, ik heb geen hoop maar ik voel de verplichting te spreken en te handelen. En dit: het eigen gevoelde slachtofferschap moet altijd begrensd worden door het slachtofferschap van de ander, zeker als de ander het slachtoffer is van jouw misdaden.”
Ik lach. „De grens van mijn vrijheid is niet langer de vrijheid van de ander, maar mijn slachtofferschap grenst aan dat van de ander. In die tijd leven we.”
„Ik moet college geven”, zegt Goldberg en hij begeleidt me naar de uitgang. De regen is overgegaan in hagel, uitzonderlijk in Jeruzalem. Ik heb het nooit zo koud gehad als deze dinsdag.
De ‘vredesbusiness’
De kinderen van de Verlichting werden de kinderen van Auschwitz, de hoop van vrijheid, gelijkheid en broederschap werd de belofte dat iedereen zich kon vastgrijpen aan zijn eigen trauma.
Het lijkt me goed te spreken met iemand voor wie hoop lange tijd iets uiterst concreets was, iemand die naar eigen zeggen in de „vredesbusiness” zat. Eind jaren negentig en begin jaren nul adviseerde Robert Malley, een Amerikaanse diplomaat, president Bill Clinton tijdens de vredesonderhandelingen tussen de Israëlische premier Ehud Barak en de Palestijnse leider Yasser Arafat. Barack Obama huurde hem later weer in alsadviseur over IS, en Joe Biden als Iran-adviseur. In 2023 startte de FBI een onderzoek naar Malley, omdat hij slordig zou zijn omgegaan met vertrouwelijke informatie en zich omringd zou hebben met Iraniërs die de Amerikaanse buitenlandse politiek wilden beïnvloeden. Hij verloor zijn toegang tot vertrouwelijke en staatsgeheime informatie. Tegenwoordig doceert hij aan Yale.
Malley zit in een chic café van de universiteit – we zijn inmiddels in Amerika, ooit een stralende stad op de heuvel in de woorden van Ronald Reagan. Het land waarvan ik, misschien tegen beter weten in, burger wil worden. Malley draagt een coltrui en praat met een gemak dat de diplomaat verraadt die hij ooit is geweest.
„Waren de Oslo-akkoorden [in 1993 en 1995 sloten Israël en de Palestijnen overeenkomsten die tot vrede hadden moeten leiden] echt een moment van hoop?”, vraag ik.
„Over Oslo is al genoeg gezegd”, zegt Malley. „Het was een pleister, en een halve pleister. Wij, het Amerikaanse team, beschouwden het Israëlisch-Palestijnse conflict als een conflict over gebied, over onroerend goed zou je kunnen zeggen. Wij onderschatten de emoties. Het waren de laatste zes maanden van het presidentschap van Clinton toen hij Barak en Arafat naar Camp David liet komen. Ik had misschien tegen Clinton moeten zeggen: ‘Dit gaat niet in twee weken lukken’. Of hij naar me had geluisterd, waag ik te betwijfelen. Hij wilde erg graag.”
De volgende anekdote staat niet in het boek van Malley, hij zegt volgens mij veel over Clinton. Toen de vredesbesprekingen mislukten, belde Clinton Arafat en zei: „Ik ben een mislukking en jij hebt van mij een mislukking gemaakt.”
Trumps plan is feitelijk een variant op de economische vredeRobert Malley Amerikaanse diplomaat
„Toch nog even naar Trump en zijn vredesplan voor Gaza”, zeg ik. „Misschien ondanks alles iets van hoop?”
„Tijdens het eerste presidentschap van Trump werd ik benaderd door [diens schoonzoon] Jared Kushner, ik was natuurlijk gevleid. Hij begreep niet dat de Palestijnen niet akkoord wilden gaan met meer welvaart als ze daarvoor alleen maar hun droom van een eigen staat moesten opgeven. Trumps plan is feitelijk een variant op de economische vrede. De Gazanen worden vazallen van Israël in ruil voor welvaart, ze worden volledig gedepolitiseerd – en dat gaat niet gebeuren. Maar misschien heb ik ongelijk en is dit de toekomst, misschien zegt Trump tegen de inwoners van Groenland, zoveel zijn het er niet: ‘Jullie krijgen straks allemaal een half miljoen dollar per persoon en dan kiezen jullie voor Amerika’.”
„Goed,” zeg ik, „geen hoop. Daar kun jij niets aan doen.”
„Israël heeft de oorlog gewonnen”, antwoordt Malley. Ja, Israël is nog nooit zo’n paria geweest en nog nooit was er zoveel sympathie voor de Palestijnse zaak, maar er is geen bank waar de Palestijnen die sympathie kunnen verzilveren. En Israël vindt vrede een groter risico dan oorlog, omdat Israël denkt toch nooit geaccepteerd te zullen worden. Als je denkt dat de tegenpartij elk moment een aanval kan uitvoeren, lijkt het voeren van oorlog minder bedreigend omdat je dan tenminste zelf het initiatief hebt. Daarnaast is de twee-statenoplossing gebaseerd op de grenzen van 1967 ook een Westerse uitvinding.
„En wat vindt Amerika van Israëls never ending war? Amerika, het enige land waarvan wordt gezegd dat het echt invloed kan uitoefenen op Israël.”
Malley glimlacht. „Vrede tussen Israël en Palestina was nooit een wezenlijk Amerikaans belang, het was nooit een wezenlijk belang van welk land dan ook. Het was een hobby van sommige Amerikaanse presidenten en politici. In mijn boek zegt iemand over de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry: ‘Geef die man een Nobelprijs voor de Vrede voor zijn inspanningen, dan hoeft hij wat minder heen en weer te vliegen’.”
„Als vrede een hobby is, dan wordt het nooit wat met die vrede. Wimbledon kan je ook niet winnen als je tennissen als hobby beschouwt”, zeg ik.
„Waar gaat je artikel eigenlijk over?”, vraagt Malley plotseling.
Ik aarzel. „Over Auschwitz en Gaza”, zeg ik. Terwijl ik die woorden uitspreek denk ik aan de titel van het boek dat Malley met de adviseur van Arafat, Hussein Agha, scheef over het mislukte vredesproces: Tomorrow is Yesterday. Precies dat is wat weemoed is, dat morgen gisteren is.
Swingers party
In de trein naar New York kijk ik in mijn agenda wat ik de komende dagen zal gaan doen. Naar een groep chassidim gaan die het chassidisme willen vernieuwen door middel van drugsgebruik en swingers parties? De geschiedenis komt me voor als een grote swingers party.
Ik denk aan Israel Frey die zei dat we met al onze ideeën stof langs de kant van de weg zijn. En aan Amos Goldberg die sprak over het risico een monster te worden.
Voor de swingers party begint, zal een chassied van het vooruitstrevende soort in een koosjer restaurant in Brooklyn tegen me zeggen: „Waarvoor hebben we Israël nodig? Waarvoor hebben we Europa nodig? Waarvoor hebben we Amerika nodig? We hebben New York.”
En in de krant zal ik lezen dat de nogal conservatieve New York Times-columnist Tom Friedman ICE-agenten met Hamas-strijders vergelijkt. De wreedheid van de staat, zelfs de Amerikaanse, en de wreedheid van de terroristische bewegingen, die altijd ook weer door sommigen als bevrijdingsbewegingen worden gezien, ontlopen elkaar niet veel. Dat zelfs een behoudende columnist als Friedman agenten van de Amerikaanse federale overheid met Hamas-strijders vergelijkt, geeft de omvang van de wanhoop aan, niet alleen geografisch.
De noodtoestand is de normale toestand. En morgen is gisteren. Vooruitgang? Hoe word je geen monster?
Het stof langs de kant van de weg waait op en dwarrelt weer neer.
Lees de oorafgaande artikelen in NRC:
| 3. De catastrofe in Gaza begon met afgewezen mannen in Wenen |
| 2. Wachten op de bevrijding |
| 1. Arnon Grunberg wil weten hoe na Auschwitz de genocide in Gaza kon gebeuren |
| EINDE |
