“Van Gogh’s waarnemingen zijn actueler dan ooit tevoren: van groen en biodiversiteit, water, landbouw, stedelijkheid, industrie en vervuiling, mobiliteit tot menselijkheid. Zo nemen we het publiek vanuit Vincent’s waarneming mee naar het Brabant van nu en dat van de toekomst: een waanzinnige ervaring!”
Van Gogh Homeland Experience
Bovenaan: Vincent Van Gogh, Zelfportret met grijze vilthoed
Van Gogh schilderde dit zelfportret in de winter van 1887-1888, toen hij al bijna twee jaar in Parijs woonde. Het werk laat zien dat hij de stippeltechniek van de pointillisten had bestudeerd en op zijn eigen, originele manier toepaste. De streepjes verf zijn in verschillende richtingen geplaatst. Ze volgen de omtrek van zijn hoofd en vormen zo een soort aureool.
Het schilderij is een van Van Goghs meest gedurfde Parijse kleurexperimenten. Met lange verfstreken plaatste hij de complementaire kleuren naast elkaar: blauw en oranje in de achtergrond, rood en groen in de baard en de ogen. De kleuren versterken elkaars werking. Door het verkleuren van het rode pigment zijn de paarse verfstreken nu blauw, waardoor het contrast met het geel minder sterk is.
Leven
Zundert, 30 maart 1853 – Auvers-sur-Oise, 29 juli 1890
AFBEELDINGEN vergroten door te klikken

Brieven aan Theo: ..."Ge herinnert U misschien wel in 't begin van de Spuistraat het kantoor van de Staatsloterij van Moorman? Ik kwam daar op een regenachtigen morgen voorbij, toen een menigte menschen daar stonden te wachten om loterijbriefjes te halen. Het waren meestendeels oude vrouwtjes en van die soort van menschen, waarvan men niet weet te zeggen, wat ze doen of hoe ze leven, maar die toch blijkbaar heel wat scharrelen en tobben en zich bewegen in de wereld.
Natuurlijkerwijs is oppervlakkig beschouwd, zoo'n troepje luidjes die blijkbaar zooveel belang stellen in 'heden trekking', iets wat U en mij haast doet lachen, in dit opzicht dat de loterij U en mij niet in 't minst schelen kan.
Maar het groepje lui - en hun expressie van wachten - trof mij - en terwijl ik het maakte kreeg het voor mij een grootere diepere beteekenis dan in 't eerste oogenblik.
Dan wordt het, dunkt mij meer beteekenisvol als men er in ziet: de armen en het geld. Zoo is het trouwens met haast alle figuurgroepen; men moet er wel eens over doordenken, eer men inziet waar men voor staat, de nieuwsgierigheid en illusie over de loterij schijnt ons min of meer kinderachtig - maar het wordt ernstig als men denkt aan de oppositie van misère en dat soort van efforts de perdus van de stakkers om door een loterijbriefje te nemen, betaald met hun uit den mond gespaarde centen, mogelijk, zooals zij zich verbeelden, gered te worden. Wat hier ook van zij, ik heb er een groote aquarel van op touw." ....

Van Goghs leergierigheid loopt als een rode draad door zijn brieven. Hij uit voortdurend zijn behoefte aan kennis en zijn ambitie om zich te verbeteren. Hij begon zijn artistieke carrière op 27-jarige leeftijd en onderscheidde zich van zijn tijdgenoten, van wie de meesten een formele opleiding hadden genoten; Vincent was grotendeels autodidact. Zich bewust van zijn behoefte aan begeleiding, zocht hij die actief op.
Van Gogh had contact met verschillende leraren, maar zijn belangrijkste invloeden waren zijn 'papieren leermeesters' – kunstenaars die hij ontdekte via boeken en reproducties. Van Gogh bewonderde rolmodellen als Delacroix, Millet en Rembrandt hartstochtelijk.
Van Gogh Museum Facebook

Vincent Van Gogh Zelfportret met grijze vilthoed en ezel, 1886

Dwalen door de velden van Brabant
Vincents liefde voor de natuur is niet zomaar ontstaan. In zijn jeugd maakte hij lange wandelingen door de velden en bossen bij Zundert, het dorp waar hij geboren werd. Het was hier, op het Brabantse platteland, dat hij zijn levenslange liefde voor de natuur ontwikkelde. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Vincents kunst onlosmakelijk verbonden raakte met de natuur. Nergens vond hij zoveel inspiratie, rust en troost als in de buitenlucht.

Anna Cornelia Carbentus, de moeder van Vincent Van Gogh, was de dochter van Willem Carbentus, een boekbinder uit Den Haag, en Anna Cornelia van der Gaag. Binnen de familie van Carbentus stonden diverse leden bekend als 'zenuwziek'. Dit maakte haar bezorgd om zowel haar eigen gesteldheid als later die van haar kinderen.
Als domineesvrouw volgde Carbentus haar man eerst naar Zundert, in 1871 naar Helvoirt en vier jaar later naar Etten. In 1882 betrok het gezin een domineeshuis in Nuenen. Carbentus zette zich, naast de zorg voor haar eigen gezin, in voor arme gezinnen. In haar vrije tijd besteedde ze aandacht aan onder andere tuinieren en aquarelleren.
Ze gaf Vincent als kind tekenlessen.
(Bron: Wikipedia)
Van Gogh en Gauguin

Vincent van Goghs 'Gauguins stoel' lijkt op het eerste gezicht een bescheiden stilleven: een houten schommelstoel, een kaars en een boek. Maar in werkelijkheid is het een van de meest emotioneel geladen portretten die Van Gogh ooit schilderde – een portret zonder lichaam, een meditatie over vriendschap, spanning en een dreigende breuk. Geschilderd in Arles in 1888, tijdens de intense en uiteindelijk rampzalige periode dat Paul Gauguin met Van Gogh in het Gele Huis woonde, wordt de stoel veel meer dan een meubelstuk. Hij staat symbool voor de afwezige kunstenaar zelf. Waar een conventioneel portret gezicht en gebaren zou tonen, geeft Van Gogh ons een object dat doordrenkt is van aanwezigheid – en van onrust. De stoel is weergegeven in krachtige kleuren en dikke, gerichte penseelstreken. De rondingen wiegen naar voren alsof hij rusteloos, onrustig en niet in staat is stil te blijven staan. In tegenstelling tot Van Goghs eigen bescheiden stoel, die vaak wordt gezien als eenvoudig en huiselijk, oogt Gauguins stoel theatraler, imposanter, bijna als een rekwisiet dat op zijn acteur wacht. Op de zitting liggen een kaars en twee boeken. Deze details zijn niet toevallig. De kaars suggereert nachtelijk werk, intellectuele intensiteit, misschien zelfs spirituele waakzaamheid. De boeken roepen Gauguins gecultiveerde, literaire zelfbeeld op – een man van ideeën evenzeer als van verf. Van Gogh, altijd gevoelig, registreert Gauguins anders-zijn: zijn verfijning, zijn afstandelijkheid, zijn ondoorgrondelijkheid. De achtergrond is een veld van diepgroen, zwaar en ingesloten, dat op de stoel drukt. De vloer flikkert met warme rode en okerkleuren, een onrustige ondergrond die onstabiel aanvoelt onder het object. Dit is geen vredige kamer; het is een psychologische ruimte. De stoel staat er alleen, maar het is niet stil. Hij trilt van spanning. Wat dit schilderij zo bijzonder maakt, is de emotionele openhartigheid. Van Gogh schildert op effectieve wijze de sfeer van een relatie: bewondering vermengd met angst, kameraadschap overschaduwd door de vrees voor verlating. Binnen enkele weken zou de relatie uiteenvallen, culminerend in Van Goghs zenuwinstorting.
Gauguins Stoel wordt zo een beeld van afwezigheid voordat de afwezigheid volledig is aangebroken – een voorgevoel geschilderd in kleur. Het is zowel eerbetoon als waarschuwing, intimiteit en afstand. Van Gogh transformeert het eenvoudigste huiselijke voorwerp in een symbool van fragiele menselijke verbondenheid en van de eenzaamheid die zelfs in gezelschap kan bestaan.
Uiteindelijk is deze stoel niet leeg. Hij is gevuld met de last van verwachtingen, de spanning van het samenleven en de aangrijpende pijn van een artistieke vriendschap die niet stand kon houden.


olieverf op doek, 73 cm x 91 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam
Heeft Gauguin hier werkelijk zijn vriend Van Gogh afgebeeld terwijl hij een vaas met zonnebloemen schildert? Zeker niet: het was december en het bloeiseizoen was al lang voorbij. Rond die tijd maakte Van Gogh echter wel een kopie van een van zijn eigen stillevens met zonnebloemen.
Gauguin werkte liever vanuit zijn verbeelding, in tegenstelling tot Van Gogh, die rechtstreeks naar de natuur schilderde en tekende. Ze discussieerden vaak over dit verschil, en dit schilderij verwijst naar hun gesprekken.
Een paar dagen nadat Gauguin het portret had voltooid, kreeg Van Gogh een psychische crisis waarbij hij zijn oor afsneed. Negen maanden later schreef hij aan zijn broer Theo over dit portret: 'Mijn gezicht is sindsdien toch wel een stuk opgeknapt, maar het was inderdaad ik, extreem moe en vol energie zoals ik toen was.'

In Parijs had Vincents drankgebruik zich ontwikkeld tot een ernstige verslaving, en in Zuid-Frankrijk werd het alleen maar erger. Hij arriveerde vol ambitie in Arles, dromend van een gezamenlijke toekomst voor de moderne kunst. Toen collega-kunstenaar Paul Gauguin bij hem kwam wonen, hoopte Vincent dat hun samenwerking zou bloeien en zijn werk naar een nieuw niveau zou tillen. Maar de droom spatte uiteen: ze konden het niet eens worden over de richting die de moderne kunst moest inslaan. Nadien sneed Vincent zijn oor af en werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Cruciaal is dat zijn eerste psychose waarschijnlijk na een paar dagen in het ziekenhuis optrad, toen hij geen toegang had tot alcohol, en niet eerder. Hij keerde terug naar het Gele Huis en begon weer te schilderen, maar er volgden nieuwe crises, afgewisseld met periodes van helderheid, terwijl hij probeerde te begrijpen wat er met hem gebeurde en of hij kon herstellen.

‘… het gemurmel van een olijfgaard heeft iets heel intiems, immens ouds. Het is te mooi om het te durven schilderen…’
Vincent schreef dit aan zijn broer Theo vanuit Arles.
Kort daarna, in Saint-Rémy, waagde hij het er toch op. Met een explosie van kleur schilderde hij de olijfbomen onder het felle licht en de intense hitte van de Provençaalse zon. Dit was zijn eerste olijfgaard en hij voltooide het schilderij in één sessie.

‘Want het is werkelijk prachtig, het is het hart van het platteland, karakteristiek en schilderachtig.’ Zo beschreef Vincent van Gogh Auvers-sur-Oise (FR) in een van zijn laatste brieven.
Na maanden in de psychiatrische instelling in Saint-Rémy zocht hij geen wondermiddel, maar ademruimte. Auvers bood verlichting: dicht genoeg bij Parijs om in de buurt van zijn broer Theo te zijn, maar landelijk genoeg om zich weer thuis te voelen. Het werd hem aanbevolen door collega-kunstenaars en was al een schildersdorp geworden. Voor Vincent werd Auvers een plek om terug te keren naar de wereld en met volle overgave te werken.
En dat deed hij. In iets meer dan twee maanden schilderde hij in een tempo dat onmogelijk lijkt – doek na doek – en produceerde bijna een schilderij per dag.
En dit is er een van: ‘Trap in Auvers’, 1890 © Saint Louis Art Museum
Bloemen
Vincent schilderde zo'n 200 werken met bloemen als thema, en hij maakte er maar liefst 35 in één zomer! Volgens zijn broer Theo brachten vrienden Vincent vaak kleine boeketjes. Dat kwam hem goed uit, want hij hield van bloemen en koos ze vaak als onderwerp voor zijn schilderijen. In zijn bloemstillevens kon Vincent experimenteren met penseeltechniek en kleur, en onderzoeken hoe de ene tint de andere tot leven kon brengen.



[vergroten door te klikken]
Zonnebloemen schilderen was niet voor bangeriken 😮💨 In een brief aan zijn broer Theo beschreef Van Gogh het als volgt: “om voldoende verhit te raken om die goudtinten en bloemkleuren te laten smelten, dat kan niet zomaar iedereen, het vergt iemands volledige energie en aandacht.”



[vergroten door te klikken]

Vincent van Gogh, Zonnebloemen, 1889, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Het is gemaakt in 1888, toen Van Gogh in Arles was.



Kleur
De tentoonstelling Geel. Meer dan Van Goghs lievelingskleur (13 februari 2026 t/m 17 mei 2026, Van Gogh Museum) onderzoekt voor het eerst wat de kleur geel betekende voor Vincent van Gogh en de kunstenaars van zijn tijd.
Van Gogh vond de kleur geel toen hij in het Zuid-Franse Arles op zoek was naar het heldere licht en de warmte van de zon. Hij schreef aan zijn broer Theo: ‘Een zon, een licht dat ik, bij gebrek aan beter, alleen maar geel kan noemen – bleekzwavelgeel, bleekcitroengeel, goud. Wat is geel toch mooi!’
Wervelende penseelstreken, een stralende turquoise hemel, die koppige oude toren die de wind trotseert. Zelfs in het alledaagse landschap vond hij iets levends, bijna ademends. Een van die stille meesterwerken die vandaag de dag nog steeds een elektrische sfeer uitstralen.


Eeuwige cyclus
In de brandende hitte van de zuidelijke zon zwoegt een maaier op het veld. Het graan, geschilderd met dikke klodders gele verf, woelt om hem heen. Voor Van Gogh symboliseert het graan de eeuwige cyclus van de natuur en de vergankelijkheid van het leven.
Dood
In de maaier ziet hij ‘het beeld van de dood (…), in die zin dat de mensheid het gemaaid graan zou zijn’. Hij voegt er echter aan toe dat er ‘niets droevigs’ is aan deze dood. Daarom schildert hij het landschap ‘bij helder daglicht met een zon die alles overspoelt met een licht van fijn goud’.
Gauguin
De maaier is weergegeven met slechts enkele blauwe accenten in de natte gele verf, waardoor de contouren groenachtig zijn geworden. De enkele penseelstreek van de sikkel is nauwelijks zichtbaar. Het schilderij wordt in maart 1890 tentoongesteld op de expositie van de Indépendants in Parijs. Gauguin ziet het daar en schrijft aan Van Gogh: 'Met dingen uit de natuur ben jij de enige die daar nadenkt'.
Kröller-Müller Museum


Vincent geeft kleur aan Millet
Wat zou je van deze werken zeggen: zijn het kopieën, remixes of een ode aan een kunstenaar die Vincent bewonderde?
In een korte periode in september 1889 maakte hij verschillende schilderijen gebaseerd op tien kleine prenten.
Die prenten waren al 'vertalingen': houtgravures gebaseerd op schilderijen van Jean-François Millet. Hoewel Vincent de gravures nauwgezet volgde, vond hij niet dat wat hij maakte strikt genomen 'kopiëren' was.
In plaats daarvan zag hij ze als vrije, kleurrijke interpretaties van monochrome prenten van andermans werk – zoals een muzikant die de compositie van een andere muzikant herschikt.










Vincent als portrettist

Verbeelding versus realiteit 🤲
Van Goghs kunstenaarsvrienden Emile Bernard en Paul Gauguin daagden zijn opvattingen uit met hun pleidooi voor schilderen vanuit de verbeelding. Tijdens Gauguins twee maanden durende verblijf in Arles, vanaf eind oktober 1888, experimenteerde Van Gogh: 'Gauguin moedigt me aan om vanuit mijn verbeelding te werken, en dingen uit de verbeelding krijgen inderdaad een mysterieuzer karakter.'
Na hun turbulente tijd samen realiseerde Van Gogh zich echter dat wat hij 'abstractie' noemde, indruiste tegen zijn instincten en zijn kernovertuigingen als kunstenaar.
Van Gogh werkte graag vanuit de realiteit, hoewel dat niet betekende dat hij alles precies schilderde zoals het eruitzag: 'Ik kan niet werken zonder een model.' Ik zeg niet dat ik de realiteit niet volledig negeer om van een studie een schilderij te maken – door met de kleuren te spelen, te vergroten, te vereenvoudigen – maar ik ben zo bang om mezelf te scheiden van wat mogelijk en juist is wat betreft de vorm.’
Het gezin Roulin


[vergroten door te klikken]



[vergroten door te klikken]
Hoe vond je dat deze ‘studies’ uitpakten? Vincent schilderde de eerste portretten van alle vijf Roulins in slechts een week. hij beschouwde ze als familie en hoopte dat de familie later zou terugkeren voor ‘serieuzere sessies’. hij koos er bewust om geen groepsportret te schilderen, omdat hij zich sinds ‘de aardappeleters’ realiseerde zijn kracht niet lag in composities met meerdere figuren. De familieleden symboliseerden universele archetypen:
1. Joseph Roulin als postbode, februari-maart 1889 © Museum of Fine Arts, Boston
2. Madame Augustine Roulin als de zorgzame moeder. © Museum of Fine Arts, Boston
3. Armand als de jongeman op de drempel van volwassenheid. © Museum Folkwang
4. Camille als schooljongen. © Van Gogh Museum
5. Marcelle als de baby die straalt van gezondheid. © Van Gogh Museum
Voor zijn Roulin-portretten liet Vincent zich inspireren door 17e-eeuwse portretten van Hollandse meesters zoals Rembrandt en Frans Hals. De figuren in hun schilderijen waren symbolen geworden van hun tijd en cultuur. Vincent hoopte iets soortgelijks te kunnen doen, maar dan voor de hardwerkende lagere klasse in zijn eigen tijd.
Innig bevriend
Joseph Roulin werkt als postbeambte op het station van Arles. Van Gogh komt daar vaak om schilderijen op te sturen naar zijn broer Theo in Nederland en ze raken innig bevriend. In een brief aan Theo typeert hij hem als ‘een man die niet bitter, niet somber, niet volmaakt, niet gelukkig, en ook niet altijd onberispelijk eerlijk is. Maar zo’n goeierd, zo wijs en zo gevoelig en zo gelovig.’
Zes portretten
Tussen augustus 1888 en april 1889 schildert Van Gogh achtereenvolgens zes portretten van Joseph, waarvan drie met bloemen op de achtergrond. Op dit kleurrijke schilderij kiest hij voor zomerse bloemen. De klaprozen, korenbloemen, margrieten en roosjes zijn vrij precies geschilderd, in tegenstelling tot Josephs gezicht en volle baard met de gestileerde krullen. Hier heeft Van Gogh de verf met een losse, snelle toets aangebracht.
Het gezin Roulin
Van Gogh is altijd op zoek naar modellen. Wanneer hij de gelegenheid krijgt om ook Josephs vrouw Augustine en hun drie kinderen te schilderen, grijpt hij die kans met beide handen aan. Hij maakt in totaal wel twintig portretten van het gezin Roulin.
| EINDE |
