Naar de OBA voor Paul Celan

We waren het bijna vergeten
 Het was al weer jaren geleden dat we vrijwel elke week in de OBA kwamen, om boeken te lenen en cd’s – totdat het online tijdperk aanbrak. We dachten: ‘die verzamelde gedichten van Celan[1] die gaan we daar gewoon lenen, wat een mazzel dat het in de kast bleek te staan!’ 
Nou, dat hebben we geweten
 En was het de omslachtige route op weg ernaartoe niet geweest – met de bus, de metro en een flink stuk lopen langs het IJ – dan waren we wel gevallen over dat onmogelijke OBA-gebouw zĂ©lf. Met z’n lange trappen, steile treden, roltrappen en liften – en een matige latte macchiato toe (zie onder). En die moest je ook nog eens zelf serveren , hoog torenend op een dienblad, - zie mijn post Overpeinzing bij Eye. Nee, Rien had het bij de opening van het gebouw al gezien: het is een ‘openbaar gebouw’, exclusief ontworpen voor de zelfredzame mens.

Paul Celan – Gedichten. Keuze uit zijn poĂ«zie, met commentaren door Paul Sars en vertalingen door Frans Roumen – daar was het ons om te doen, een vuistdikke poĂ«ziebundel, met de Duitse tekst links, de Nederlandse vertaling rechts. Voorzien van een tweetalige woordenlijst en registers 
en dat allemaal naar aanleiding van Anselm Kiefer:

Melissa Bianca Amore, interviewing Anselm Kiefer:
“Yes, and you reorient the linearity of historical memory. You also redefine the term mimesis by implementing a system of “cross-mapping” collective histories with literary strata. For example, in your work FĂŒr Paul Celan (2021), an intertextual relationship is formed between architecture and language with Louis Kahn’s Indian Institute of Management building in Ahmedabad and Paul Celan’s poetic verse “schreib eine Locke ins spĂ€te Gesicht mir”[2] (“write a curl into my late face”). Your idea “that the truth lies in the difference” is significant here.”
Anselm Kiefer, The painting of history

Amselm Kiefer, FĂŒr Paul Celan
‘Schreib eine Locke ins spĂ€te Gesicht mir’

Vor dein spĂ€tes Gesicht, 
allein-
gÀngerisch zwischen
auch mich verwandelnden NĂ€chten, 
kam etwas zu stehn, 
das schon einmal bei uns war, un-
berĂŒhrt von Gedanken.
Uit: Atemwende

Voor jouw late gezicht, 
alleen-
onderweg tussen
ook mij veranderende nachten, 
kwam iets te staan 
dat ons al eens vergezelde, on-
aangedaan door gedachten.

Adorno gaf zijn boek Minima Moralia de ondertitel: “Reflecties uit een beschadigd leven.” Het lijdt geen twijfel dat het leven waaruit Celans stemmen voortkomen, evenzeer beschadigd is. Toch streeft alles wat leeft, dankzij de wet van het leven, het Spinoziaanse principe van conatus in suo esse perseverandi, ernaar te blijven bestaan, zichzelf te beschermen tegen verwoesting. De wonden helen, of dat wil het tenminste. Als genezing onmogelijk is, probeert het lichaam de wonden te bedekken, afstand te nemen van hun beeld en levende herinnering. Deze aanspraak ontstaat wanneer het verleden aan de deur van het heden klopt als een autonome, vreemde macht, onafhankelijk van het heden en elke toekomst, agressief, als een wil tot vernietiging. De pijlers van het heden trillen, en het wordt onmiddellijk duidelijk dat we volkomen weerloos zijn tegen het fanatisme van het verleden. We kunnen ons natuurlijk verdedigen, maar dit is nooit zonder dubbelzinnigheid. Om Shakespeare te citeren: tijd heelt en doodt. En toch creĂ«ert afstand een zekere spanning; zonder deze afstand kan er geen begrip zijn, of, om hetzelfde in Hegels woorden uit te drukken, geen verzoening. Hegels woorden geven aan dat er een conflict bestaat tussen de twee momenten, en dit is geenszins de comfortabele confrontatie van de dialectiek met zichzelf, maar een hopeloze strijd die geen vrucht zal dragen. Een oplossing zou daarom verwijdering zijn, maar geen voorwaarts rennen, een vlucht naar de toekomst, want daar bewijst het verleden, als lot, nog steeds zijn destructieve kracht. Hetzelfde geldt: verwijdering, neutralisatie – we hoeven Freud niet te citeren om dit onomstotelijk te bewijzen – vereist een herwaardering van het verleden, een therapeutische herinnering.
OVER PAUL CELAN

‘FĂŒr dich, mein Sohn’

Ich habe bambus geschnitten: 
fĂŒr dich, mein Sohn.
Ich habe gelebt.

Ich habe nicht mitgebaut: du
weisst nicht, in was fĂŒr 
GefÀsse ich den
Sand um mich her tat, vor Jahren, auf
Geheiss und Gebot. Der deine
kommt aus dem Freien – er bleibt
frei.
Uit: Die Niemandsrose

Ik heb bamboe gekapt: 
voor jou, zoon van me.
Ik heb geleefd.

Ik heb niet meegebouwd: je
weet niet in wat voor 
vaten ik het
mij omringende zand deed, jaren her, op
bevel, naar gebod. Het jouwe
komt uit vrijheid – het blijft
vrij.

Eric Celan (geb. 1955). Zoon van Paul Celan (1920-1970) – blijkt een Oostenrijkse Feldenkrais Praktiker te zijn, die (mede)beheerder is van de nalatenschap van zijn vader. Daarnaast is hij verbonden aan het Internationales Lyrikfestival MERIDIAN CZERNOWITZ (UA), dat zijn naam ‘Meridian’ ontleent aan Paul Celan:

Ich finde etwas – wie die Sprache-Immaterielles, aber Irdisches, Terrestrisches, etwas Kreisförmiges, ĂŒber die beiden Pole in sich selbst ZurĂŒckkehrendes und dabei – heitererweise – sogar die Tropen Durchkreuzendes – ich finde
einen Meridian.
Paul Celan, Atemwende.

‘Unter ein Bild’

Vincent Van Gogh, Korenveld met kraaien, 1890
RabenĂŒberschwĂ€rten Weizenwoge.
Welchen Himmels Blau? Des untern? Obern?
SpÀter Pfeil, der von der Seele schnellte
StĂ€rkres Schwirren. NĂ€h’res BlĂŒhen. Beide Welten.
Paul Celan, Unter ein Bild
Door raven omzwermde graangolven.
Blauw van welke hemel? De onderste? Bovenste?
Late pijl, die van de ziel zoefde.
Sterker gesnor. Nabijere gloed. Beide werelden.
____________________
[1] Ik had Paul Celan ooit al eens leren kennen via mijn oud-collega, de dichteres Ina Bot, die me zijn ‘TodesfĂŒge’ liet lezen - voor haar was de dood toen al heel dichtbij

[2] Ondanks verwoede pogingen, heb ik van ‘Vor dein spĂ€tes Gesicht’ bovengenoemde inleidende frase: ‘Schreib eine Locke ins
’ nergens kunnen vinden.