Ondergesneeuwd door het leven

Het fantastische van het leven is dat er een heleboel dingen gebeuren waar je verder niets aan hoeft te doen – het gebeurt gewoon, of je wilt of niet.
En het is duidelijk, dan kun je beter mee zijn dan tegen, beter meegaan met de stroom van het leven, dan dat je je er tegen verzet – verzetten heeft geen zin, je kunt je beter overgeven.

Je zult zeggen: is dat nu iets wat altijd geldt? Neem nu Oekraïne, waar ze in verzet gekomen zijn. Of de ‘verzetsstrijders’ in de Tweede Wereldoorlog. Hadden die zich dan bij die brute onderdrukking neer moeten leggen? En dan heb je natuurlijk nog het lijdzaam verzet à la Gandhi.
Of is het soms zo, dat meegaan – of meelopen, zoals dat in de oorlog minachtend werd genoemd – op bepaalde gebieden van het leven gewenst is, en op andere juist niet. En wat is daarbij dan het richtsnoer?

Nou, ik dacht: ik ga even filosoferen… En voordat je het weet zit je in de problemen. Moet dan echt alles ingewikkeld zijn, worden we écht ondergesneeuwd door het leven…

“Als je de verslagen nagaat van de mensen die ‘het grote gemis’ zijn tegengekomen in hun leven, dan komt het erop neer dat een mens op een bepaald ogenblik niets meer wil – niet uit apathie, niet omdat hij verslagen is, niet omdat hij een groot verdriet heeft, niet omdat hij in een crisis is, niet omdat hij bedreigd is, maar heel simpel: hij wil niets meer. En hij verkiest die toestand boven alle andere. Terwijl hij tevens heel gewoon in het leven staat, de dingen doet die nodig zijn, met de mensen is zoals van hem veronderstelt wordt. Hij voelt ook heel duidelijk dat de mensen iets van hem verwachten. En naar gelang van zijn aard en zijn temperament is hij best bereid om daaraan toe te komen en in te willigen, want het heeft eigenlijk niets te maken met wie hij is. En wie hij is ervaart hij in die momenten dat hij van zichzelf niets meer hoeft. Dat hij ook geen behoefte heeft om ergens over na te denken, zich iets af te vragen, maar dat hij volstaat met te leven. Dat alles wat er gebeurt, in hemzelf en buiten hem, van belang is. Van belang om zichzelfs wil, niet van belang in verband met hemzelf. En dat verlangen niets te doen neemt in de loop van de tijd toe.”
Maarten Houtman,
Het verlangen niets te zijn, Vijfdaagse april 1993 in Huissen.

Multivlaai heeft onlangs een schuifpui gekregen, voor Rien in zijn rolstoel is dat een zegen.


Gelukkig heb ik zo een afspraak met Rien bij onze ‘vlaaienboer’, dus het komt allemaal goed.
Ik ben een half uur te vroeg en sla aan het bloggen. Met de telefoon in de hand is dat wel lastig, het moet in the blind, het scherm is te klein om te zien wat je doet. Het is niet anders.
Ha, daar is ie!

De grote uitstalkast met vlaaien staat zachtjes te brommen. Straks mag ik er een uitzoeken, als Rien klaar is – ons ‘vlaaienberaad’ noemen we dat, een soort meditatie die door de maag gaat.

We hadden het daar over koetjes en kalfjes – het bekende binnenlandse repertoire – en over het slangenaquarium dat Rien bij zijn GPD-houder zag, toen hij een nieuw zitkussen voor zijn rolstoel kwam afhalen. Ik vertelde over het krantenbericht dat papyrus die verkoolde door een vulkaanuitbarsting weer te lezen is dankzij röntgen en AI. En het ging natuurlijk over onze oude vriendin Hanna, die onlangs negentig werd. Rien vertelde dat hij augustus 2005 een rake foto van haar had gemaakt, aan de Schellingwouderdijk in Amsterdam.
Na afloop van ons vlaaienberaad krijg ik de foto toegestuurd:

Ο δαίμονας του Σωκράτη
De demon van Socrates

Alsof de duvel ermee speelt…
Zo zeggen we dat, als we ons weer eens omringd weten door ‘toevalligheden’ – waarbij het complotdenken soms om de hoek ligt…
Net toen ik mijn vriend Jaap gevraagd had of we nog een keer samen naar Hanna Mobach konden rijden, kreeg ik ’s nachts last van duizelingen – op weg naar de wc moest ik me aan de wanden vastklampen. O jee, dacht ik, daar ga je weer … het was me al eens eerder overkomen.
’s Ochtends op mijn bankje, merkte ik dat ik voor het eerst sinds lange tijd weer helemaal zat, mijn hoofd was schoongeveegd. Het duizelde me nog wat, zoals dat heet, maar zelfs dat voelde organisch aan, als een zindering.
Er was nog iets wat me die nacht ‘toeviel’. Toen ik aan onze hernieuwde poging tot Tai Chi moest denken – waar ik zelfs moeite heb om op één been te staan – kwam bij me boven: ‘Ik ga niet.’ Laat er nu de volgende ochtend een briefje van Klaaske op tafel liggen, met: ‘Morgen geen Tai Chi, Steffan is ziek’…

Die diabolische ‘duvel’ duikt op de meest onverwachte momenten op: hij komt uit een doosje, zit in het detail, schijt op de grote hoop, zit ons op de hielen…
Maar de demonische ‘demon’ mag er ook wezen… Dat begrip is afgeleid van het Griekse daemon (δαίμονας), dat ik van school ken van de filosoof Socrates. Deze ‘meester van de dialoog’ beweerde een daemon te hebben, een ‘goede genius’, wiens waarschuwingen hem er nooit toe aanzetten iets te ondernemen, maar in plaats daarvan hem ervan weerhielden te handelen wanneer een handeling schadelijk voor hem zou zijn geweest.
Dat komt in de buurt van wat wij een ‘beschermengel’ noemen – wat het eerder aan de kant van het ‘goede’ plaatst dan van het ‘kwaad’ – in het christendom werd demon tot ‘kwade geest’.
Zelf associeer ik daemon meer met de ‘Goddelijke inspiratie’, die wij grote kunstenaars toekennen – of die ook ‘ten kwade kan keren’, is een ander verhaal.
Toch kom je die twijfel ook tegen m.b.t. de daemon van Socrates, zoals uit het volgende itaat blijkt:
“Schrijvers, zowel oude als moderne, hebben lang geprobeerd te begrijpen wat deze daemon had kunnen zijn, en sommigen gingen zelfs zo ver dat ze zich afvroegen of het een goede of een kwade engel was. De meest redelijke van hen zeiden uiteindelijk dat het niets anders was dan de rechtvaardigheid en kracht van het oordeel van Socrates, die deze filosoof, door de regels van voorzichtigheid en de hulp van een langdurige en aanhoudende praktijk van serieuze reflecties, deed anticiperen op wat de toekomst zou zijn – uitkomst van zaken waarover hij was geraadpleegd of waarover hij zelf had beraadslaagd.”

‘Schaduwfiguur. Wajangfiguur voorstellende een demon’. Collectie Tropenmuseum.

Demonisering

Convocatie Vijfdaagse van 10 t/m 15 december 2004 te Maarssen.

De demonen zijn los. Aanval, verdediging, haat, woede, moord en doodslag, marteling en verkrachting golven voort.
Wat heb ik ermee te maken? Ik, de enkele mens?
Maar ik behoor toch tot deze wereld.
Hoe?
Meegenomen op de golven?
Besef ik dat? Besef ik wat plaats heeft, in me en buiten me?
Ik schrik ...zoveel?

Terug naar je laten voortdrijven?
Dat kan ik niet meer.
Ik kan het niet vergeten.
Dus verdergaan.
Ik weet niet waar ik uitkom. Doet dat ertoe?

Voordat ik aan mijn onderzoek begon wel.
Ik wilde zekerheid in de baaierd van moord en doodslag.
Ik weet nu dat dat niet kan.
Klein en onmachtig moet ik verder.
Maar ik weet dat ik nu in de werkelijkheid sta, hoe die er ook uitziet.
Maarten Houtman

Verdwaald in het bekende #3
Een helende droom

Zondag 4 februari 2024

Het begon ermee dat ik die dag met een boos hoofd in m’n huis zat, alles wekte m’n wrevel op, niemand werd gespaard in mijn ‘particuliere’ wereld – tot ik tot m’n schrik besefte dat die ‘binnenwereld’ van mij natúúrlijk niet particulier kon zijn…
Klaaske was gaan slapen, maar toen ze na haar middagdutje binnenkwam, zat ze helemaal te trillen… 
En plotseling zag ik het verband.

De droom

Die nacht droomde ik dat ik voor een groep mensen mijn inzichten uiteenzette. Het moest wel iets met meditatie te maken hebben. En ik bedacht dat Klaaske – die er ook bij was – een opmerking had gemaakt, die het verhaal op diepte bracht.
Toen vroeg ik haar om dat nog eens te herhalen. Maar het nam de onrust in de groep niet weg – tot het een chaos werd, er kwamen nieuwe mensen binnen, er werd door elkaar gepraat… Ik voelde dat ik, ondanks een gevoel van relevantie, er geen vat meer op had.

We braken op. Maar er was één man, die naar me toe kwam en meer wilde horen, ook over mijzelf. We liepen de stad in voor een rondje langs mij bekende gelegenheden, die althans voor mij iets spannends hadden. Intussen had ik eigenlijk weinig te melden, wel dronk ik menig latte machiato.
En toen brak er in de ruimte waar we zaten plotseling een hondengevecht los, met een onbeschrijflijk kabaal en gekrijs. Mensen kwamen gillend overeind en probeerden buiten te komen. Mijn kompaan – die allang de trein had moeten halen – en ik renden de straat op, maar ook daar gingen de gevechten door.
Terwijl me dit allemaal overkwam, merkte ik allengs dat ik niet bang was – dat het als het ware buiten me gebeurde en ikzelf beschermd was.

Op zeker moment kwam ik aan de rand van de stad, buitenom en onderlangs, en begreep dan ik langs die weg naar huis moest proberen te komen.

Dat was de droom.

Dat is de eigenlijke tijdeloosheid, dat je komt bij die onbekende mens die al eeuwen peinst en af en toe van zich doet weten. Hoe kom je in de sfeer waar die mens in leeft – die over de wateren van de tijd heenkijkt en ziet waar je naartoe gaat. Die geen haast heeft, die beseft dat het maar om één ding gaat, en dat is volledigheid van beleving.
Maarten Houtman, Een gevoel waar het eigenlijk om gaat, Huissen december 1993
Hanna Mobach, De kom, 1978
Steengoed met veldspaat glazuur, 19x25cm
Alim Qasimov & Michel Godard – A Trace of Grace
Foto bovenaan: De Waalkade in Nijmegen bij zonsondergang (foto van het web).

Tai Chi in het buurthuis

Vanaf dit podium wordt ons de Tai Chi Chuan vorm geleerd. Beethoven let op de noten…

Het eerste wat me opviel in ons Tai Chi zaaltje in het Huis van de Buurt ‘Het Schouw’, aan het Dollardplein in Amsterdam Noord, was de wandplaat met het de kaart van Indonesië, met het eiland Java waarop Puwokerto ligt, de geboorteplaats van onze Zen-leraar Maarten Houtman – alsof hij er in de geest bij zou zijn…

Maarten Houtman bij de viering van zijn 80e verjaardag.

Maarten Houtman ruimde tijdens zijn vijfdaagse sessies altijd ruime plek in voor het lichaamswerk. Klaaske en ik kregen daar tussen 1983 en 1992 Tai Chi van Epi van de Pol, die ons met veel inzet lesgaf. Daarnaast hebben we ook een aantal jaren zijn wekelijkse lessen gevolgd in Utrecht.
Epi’s enthousiasme werkte aanstekelijk, bij elke gelegenheid leerde hij ons stukje bij beetje opnieuw ‘de vorm’ – totdat die als één vloeiende beweging werd.
We hebben Epi vanaf in Eefde vanaf het begin mogen meemaken, Maarten – die hem kennelijk aan voelde komen, vroeg mij hem bij de voordeur op te halen. Zijn lessen bleken een plezier te zijn, de deelnemers volgden ze met graagte.
Maarten heeft Epi altijd de hemel in geprezen, hij voelde hoe intens de sfeer was als hij na afloop binnenkwam voor zijn toespraak en het gesprek. Tai Chi stond als aandachtsoefening voor hem bovenin de rij zoals blijkt uit zijn toespraak Tai Chi van de geest, Eefde maart 1983

Epi van de Pol geeft een demonstratie Tai Chi tijdens de viering van Maarten’s 80e verjaardag in het Damstede Lyceum in Amsterdam in 1998.
Onze huidige Tai Chi leraar Steffan, met Klaaske op de achtergrond.

Steffan noemt zichzelf een ‘circusartiest’. Dat prikt wel een beetje, als je zelf jarenlang Tai Chi hebt gedaan, maar nauwelijks meer op één been kan staan… Toen ik pas last van duizelingen had, bad ik een schietgebedje: ‘morgen geen Tai Chi alstublieft…’ Laat er die nacht nu een mailtje van hem binnenkomen, dat hij ziek was, geen Tai Chi…
Bij Steffan gaat de aandacht meer uit naar de vloeiende beweging dan naar de ‘vorm’.
Maar hoe dat afloopt zullen we niet weten, nu het Leger des Heils als werkgever op zijn levenspad is gekomen. Zijn collega Isabelle volgt hem op, bij haar ligt het accent op Qigong.

Isabelle doet de vorm
Als je je de vraag stelt – en ik denk dat iedereen zich die moet stellen – van ‘hoe kun je opmerken’, dan moet je beginnen met die gebieden die niet bedreigend zijn. Zo zou je dus Tai Chi bijvoorbeeld kunnen doen. Maar zodra je met Tai Chi iets probeert te bereiken, dan is het al weer mis. Als je dat van jezelf merkt, zou je dus terug moeten gaan naar eenvoudiger bewegingen, waar niks mee bereikt kan worden, wat je alleen maar kunt ervaren.
Maarten Houtman, Opmerken is een kunst, Eefde december 1989.

Verdwaald in het bekende #2

Over twee dromen, die me beide bij deze sessie-toespraak van Maarten Houtman deden uitkomen:

“Kun je bij de speler komen, die speler die je al zó ondenkbaar lang vergezelt. Die gedurig wacht op het moment dat jij je bewust gaat worden dat de touwtjes volgens welke je je beweegt, een centrum hebben van waaruit ze bediend worden. En dat je daarnaartoe afdaalt.”
Maarten Houtman, Een gevoel waar het eigenlijk om gaat

donderdag 7 oktober 2023

In de dagen ervoor waren herinneringen boven gekomen aan een reis die ik als scholier naar Zwitserland gemaakt had. Het was een echte een jongensdroom geweest, zeg maar een cadeautje van het leven. Hoewel er ook scherpe kantjes aan gezeten hadden.
Als je ontwaakt uit zo’n gelukzalige vakantieherinnering – kan die zomaar in een boze droom eindigen. En je vraagt je af: wat is nu mijn werkelijke leven…
Want aan het eind van die nacht begon alle materie, waar je normaal je huis op bouwt als op vaste grond, te vervluchtigen in een nachtmerrie – waar, in een geweldsspiraal die op angst gebaseerd is, alles in alles overging; waarbij elk vertrouwen ontbreekt. Alles veranderde voortdurend in z’n tegendeel, je raakt alles kwijt. Met als toppunt dat je je telefoon, je life line, kwijt bent – en aan een ander vragen om te kunnen bellen, heeft geen zin, niemand lijkt betrouwbaar, de wereld ontglipt je – tot ze zich tegen jou begint te keren. Mensen ruiken je angst en verwarring, je totale afhankelijkheid. Voordat je het weet storten ze zich op jou als een verward, kwetsbaar wezen. En dan gaat het grote gericht beginnen, de executie door de massa, die je vertrapt als een insect…

Dit alles overkwam me in de nacht vóór de 7e oktober – toen de berichten van de bloedige aanslag op Israël binnendruppelden. Mijn nachtmerrie bleek werkelijkheid geworden te zijn…

maandag 8 januari 204

De avond ervoor was spontaan deze vraag in me opgekomen: Hoe kun je bij de kraamkamer komen van het geweld dat in je huist? Dat is de vraag. Die broedplaats waar de woorden gemunt worden waarmee je de wereld te lijf gaat. Hoe kun je de duistere kant van jezelf verkennen?

En die nacht werd ik door een droom overvallen, die me rechtstreeks die ‘kraamkamer’ leek binnen te voeren...

Ik droomde dat ik weg was gelopen bij een sessie van Maarten Houtman – ik liet alles in de steek, alles wat op me lag te wachten en wat voor mij klaar lag liet ik achter me. Ik zweeg. En het was alsof er iets in me dichttrok. En tegelijk wist ik dat het een verraad aan mijn diepste wezen was…
En toen bevond ik me plotseling te midden van een spotzieke menigte, die me aan alle kanten tartte en uitdaagde. Maar ik was m’n hele rol kwijt, ik kon niet meer uitstijgen boven het speelbal zijn en kende geen geloof, geen richting – ik liep over van onwaarachtigheid. En de menigte voelde dat feilloos aan, ze daagde me uit en bedreigde me nu en dan. Ook ik neigde tot geweld – maar begreep tegelijkertijd dat ik totaal machteloos was. En hoewel de menigte zich aan alle kanten opdrong, kwam het niet echt tot geweld.
Maar ik was onbeschermd.
Toen ik wakker werd, tolden de beelden nog door me heen, het gevoel dat het ‘maar een droom’ was geweest bracht geen redding. Toch voelde ik diepweg, vanuit een verre herinnering, dat die bescherming er wel was, dat ik me er alleen maar aan hoefde hoefde toe te vertrouwen.

“Want leed hoort natuurlijk bij de opgave van je leven. Het hoort erbij. En je wordt in je leven gekarnd, totdat je beseft dat je niet alleen die materie bent die gekarnd wordt, maar dat er iets is wat jou karnt. En dat je je daarin begeeft. Zodat de eigenlijke beweging tot je doordringt, en je niet alleen maar die zich traag verzettende materie blijft, die gekarnd wórdt.”
Maarten Houtman, Een gevoel waar het eigenlijk om gaat
WAT VOORAF GING:
Verdwaald in het bekende #1

Automania #3 | NV-GH-73| Het tweedehandsje

“Komt er soms een lamp, om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden of juist om op de standaard te worden geplaatst? Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden; en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen. Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.”
Marcus 4, 21

Het begon eigenlijk allemaal bij Hanna Mobach, die – bijbelvast als ze was – Klaaske en mij soms streng toespraak en zei dat wij ‘ons licht onder de korenmaat plaatsten’…
En ze stond ons bij met raad en daad, om ons uit ons holletje te krijgen.
Toen ze hoorde dat ik overwoog een auto over te nemen, zei ze gelijk: “Het is veel te lang geleden dat je gereden hebt, ga eerst bij mij maar een paar proeflessen nemen.”
En zo reed ik achter het stuur van haar Renault Kango voor het eerst weer door de Amsterdamse dreven.

Hanna zorgde er ook voor dat ik als woonbootbewoner, met mijn studio aan de Jisperveldstraat weer vaste voet aan wal kregen. Zo reed ik niet lang daarna dagelijks met mijn auto op en neer door de IJtunnel, van de Binnenkant naar Amsterdam-Noord.

Een paar jaar later kochten we de flat op de Elpermeer en woonden beiden in Noord. Met vlak om de hoek de levensaders, de energiebanen waarlangs auto’s in een onophoudelijke stroom voorbijschieten – de eeuwig swingende snelwegen van deze aarde.

Wie ontkomt er aan die magie…
Toen ik op m’n 18e direct m’n rijbewijs haalde – ik kende Klaaske net – leek een wereld van onbegrensde vrijheid en van avontuur onder bereik.
Mijn vader gaf toen al gelijk aan dat daar grenzen aan zijn, ik mocht alleen onder zijn toezicht in zijn auto rijden … niet harder dan 80!
Ik vond het wel een beetje kinderachtig, maar ik kon diepweg zijn bezorgdheid begrijpen. En zo bleef autorijden een testcase.

Foto bovenaan: Klaaske bij de NV-GH-73 in de Franse Jura.

Het volgende autohoofdstuk kon pas beginnen, nadat ik volledig ‘ingeburgerd’ was in deze maatschappij en het inkomen had van een full time baan.
En zo toog ik op 10 november 1997 (de datum op het kentekenbewijs) met Maarten Houtman – die me op allerlei wijzen bijstond, sinds ik hem in 1981 leerde kennen – naar de Aambeeldstraat in Amsterdam-Noord, naar de vestiging van zijn Renault dealer. Die had hij me aanbevolen als betrouwbaar adres voor de aanschaf van een tweedehands auto. Daar waren Klaaske en ik wel aan toe, na die afdankertjes van onze familie…
Na ter plaatse het aanbod bekeken te hebben, zagen we uiteindelijk op het dak van de garage de Clio staan, waar de keuze op viel: een grijs chassis, met als kenteken NV-GH-73.
En zo kwam het dat ik even later, met Maarten als passagier, de ringweg A10 opdraaide om me in het verkeer te voegen.
“Nou, dat valt me mee…,” was zijn commentaar, toen hij zag hoe ik dat deed…
Daar keek ik natuurlijk wel even van op. Maar ik voelde me niet aangevallen, het was duidelijk dat hij me erop attent maakte dat ik een zekere onberekenbaarheid in me had, waardoor je niet wist hoe zoiets zou uitpakken. Dat moet mijn ingehouden gedrag geweest zijn, dat hem eerder het commentaar ontlokt had: “Jij bent niet secondair, je bent tertiair…” 
Je zou kunnen zeggen: er was bij mij sprake van een zekere remming. En ja, als die rem er dan in het verkeer plotseling af gaat… De risico’s zijn daar nu eenmaal groter, meer zichtbaar althans, dan in het menselijke verkeer.

Maar dat viel Maarten dus mee. Mijn onstuimigheid had ook bij Klaaske enige twijfel gezaaid, zei ze me nog onlangs. En die keten is nog langer, aan het begin ervan stond dus mijn vader…   
Zo bleek de auto van meet af aan óók een voertuig van zelfonthulling te zijn – naar mijzelf en mutatis mutandis naar anderen. 

Terug naar de weg – die al spoedig leidde naar onze favoriete vakantiebestemming: Frankrijk.
In Baume-de-Messieurs, in de Franse Jura, bezochten we een spectaculaire grot, de Cascade des tufs.

Toen we weer buiten kwamen, zagen we een inktzwarte lucht. ‘Direct naar de auto’, was het eerste instinct. Maar die bleek slechts beperkte bescherming te bieden… Hagelstenen zo groot als knikkers sloegen boven ons op het dak. Als de ruiten maar houden…, was onze grote schrik. Maar die bleven als door een wonder gespaard. Al zat het dak na afloop dan vol putjes. Toen we daar wegreden, zagen we om ons heen allemaal verbrijzelde autoruiten – wellicht had ons oude model, met z’n bijna loodrechte ramen, ons gered – wee al die Fransen, met hun panoramische ruiten… Toen we later weer door de campagne reden, zagen we ook daar een spoor van vernieling: ontbladerde bomen, platgeslagen gewas…

De autosleutels laten het formaat van de hagelstenen zien.

Terwijl je gaat ontstaat de weg

“De weg is eigenlijk alleen maar een richting. Het is geen weg die er al is, hij ontstaat achter je als het ware. Terwijl je gaat ontstaat de weg. Dat is het eigenlijk, hij is er niet, maar door jouw eigen richting ontstaat er een weg.
Dat is een heel groot wonder. Je ontdekt de samenhangen door te leven, niet door erover te fantaseren, maar door te leven. En in dat leven kan het gebeuren.”
Maarten Houtman, De innerlijke reis, Vijfdaagse juli 1993, vrijdagavond

Dat het gevoel van richting bij ons een bijna instinctief gegeven is, daar ben ik onlangs hard mee geconfronteerd toen ik een beschadiging aan mijn visuele cortex opliep door een infarct en ontdekte dat ik sindsdien m’n interne ‘kaart’ kwijt ben. Klaaske heeft me toen met veel geduld bij de hand genomen, om zelfs zogenaamd ‘bekende’ weggetjes weer leren lopen.

Daar is een opmerkelijke parallel het eindeloze geduld waarmee Maarten Houtman ons tijdens sessies in de jaren negentig, geleerd heeft onze weg in ons lichaam te vinden. Hij nam toen elke avond de Taoïstische energie-oefening met ons door – waarbij hij zijn inmiddels allang op de band opgenomen instructie daarvoor, ‘life’ met ons doornam. Alle betrokkenen namen het intussen op hun eigen wijze tot zich: sommigen zaten, anderen lagen, menigeen viel in slaap… “Geeft niks, joh, je vangt het wel op, het komt wel in je bewustzijn binnen,” zei hij dan. Zo werd ons toegestaan slapend onze weg in ons lichaam te vinden – tot we het wel konden dromen…

Broekzakbellen

Afbeelding boven: ‘A temple to post-covid working culture: designing Google's global headquarters.’
Mountain View, Californië.

E.S.P.

Toen ik rond 1964 in Amsterdam kwam om te studeren – en me na twee jaar ballingschap met Klaaske kon herenigen – heb ik met onze oude schoolkameraad Paul een aantal E.S.P. ‘experimenten’ uitgevoerd, waarbij medebewoners van zijn studentenhuis ‘proefpersoon’ waren. Klaaske heeft ook een keer meegedaan, zij kon me details vertellen die ik zelf vergeten was..
Extra Sensory Perception was de hobby van Prof. Tenhaeff[1], die in Nederland naam had gemaakt als parapsycholoog, een academische discipline die door de – inmiddels op Amerikaanse leest geschoeide – psychologie niet al te serieus werd genomen. ‘Onwetenschappelijk en zweverig’, was het label wat erop geplakt werd.
Terwijl wij toen notabene een écht ‘experiment‘’ uitvoerden, dat ontworpen was door diezelfde Tenhaeff. Het was iets met speelkaarten en dan ‘schouwen’ welke de proefleider in z’n handen had.
Eerlijk gezegd leverde ons experiment niet veel op, we konden geen ‘significant’ verband constateren. In die tijd las ik wel veel over het onderwerp, zoals de stelling dat die buitenzintuiglijke waarneming tijd noch ruimte kende: ze was onmiddellijk en ze was overal, of de ‘ontvanger’ van de boodschap nu in Joegoslavië zat of Beijing, of misschien wel op een andere planeet – wat in die tijd ook een hot item was.

The Ghost in the Machine

Ik moest eraan denken, omdat ik me op dit moment afvraag of het mogelijk is dat mijn gedachten gelezen worden door … mijn iPhone – het apparaat waar ik nu op aan’t tikken ben.
Je zult zeggen: die is gek, zo’n dom, onbezield DING.

Maar, zeg ik dan, hoe is het anders mogelijk dat hij spontaan mensen opbelt, terwijl ik ‘inwendig’ druk met mijn contacten bezig ben…
Je begrijpt, ik zit in ernstige moeilijkheden… Niet dat het plots allemaal uit de lucht komt vallen…

Bij Maarten Houtman had ik – twintig jaar na mijn E.S.P experiment met Paul – op zeker moment ontdekt dat hij het opving als ik wanhopig zijn naam aanriep. Ik heb er al eerder over geschreven, zie Toekomstmuziek, #9 menselijke nabijheid.
Maarten leek daar later aan te refereren, toen ik tijdens een gesprek m’n kaken stijf op elkaar hield en hij zei: ‘Ja, hoor eens, ik kan geen gedachten lezen…’
Dus hoe zat dat nou precies?

Dat van die iPhone lijkt een grapje, maar het heeft wel een serieuze ondertoon…
ik zal het uitleggen.

Ik kocht onlangs een geavanceerd hoortoestel, dat met mijn iPhone verbonden is. Ik kan er dus ‘op afstand’ een gesprek mee voeren. So far, so good. Maar toen begon het apparaat plotseling spontaan mensen te bellen die m’n adresboek staan. En dan precies op de momenten dat je mij, bij wijze van spreken, kon ‘horen’ denken…

Maar wat is ‘denken’ in dit verband eigenlijk? Je kunt ook zeggen dat iemand ‘in mijn aandacht was’ – wat meer in de buurt komt van die communicatie zonder tijd en ruimte van het E.S.P. Experiment met mijn vriend Paul.

‘Broekzakbellen’ is een fenomeen dat plaatsheeft, wanneer je je smartphone bij je steekt maar deze niet vergrendeld … dan kunnen ‘ongewenst indrukken’ plaatsvinden… Een Amerikaanse rechter heeft bepaald, dat je privacy bij ‘broekzakbellen’ vervalt, meeluisteren is niet strafbaar – ‘als je de gordijnen openlaat, kun je een voorbijganger niet beschuldigen van inkijken.’

Siri

Iedereen die wel eens in wetensnood verkeert, weet dat je daarvoor bij het Orakel van Google terecht kunt, de middelares bij de Heer der Kennis, de Allesweter die als een spin in het World Wide Web zit. Het Orakel kan zo elk wetensprobleem voor je oplossen, je kunt je tot Haar richten.
Zo heb ik zelf Vrouwe Google onlangs opgezocht in haar Tempel, keek Haar diep in de ogen en stelde deze vraag:
‘O Groot Orakel van Google, Gij Machine voor de Zoekenden naar de Waarheid, hoor mijn smeekbede aan…
Mijn iPhone belt willekeurige mensen uit mijn adresboek op, waarbij een vrouwenstem vertelt wie het volgende uit het lijstje is – met een ijskoude stem, die klinkt alsof het de normaalste zaak van de wereld is… En tegelijkertijd licht dan het schermpje van mijn iPhone op, met de mededeling ‘SPRAAKHERKENNING’…
O Alwetende Google, Grootste in Gebruikersaantallen, sta mij bij in mijn nood en vertel wat ik moet doen.’

Per ommegaande beantwoordde Zij mij als volgt:

Zo schakel je de algemene contactsuggesties uit op je iPhone en iPad:
- Open de Instellingen-app op je iPhone of iPad.
- Blader naar Contacten.
- Tik op Siri en zoeken.
- Zet de schakelaar uit bij Toon contactsuggesties.
Met proactieve Siri kun je ervoor zorgen dat er bij telefoongesprekken en berichten alvast een mogelijke contactpersoon wordt genoemd. Maar dat kan je ook op het verkeerde been zetten. Zo schakel je het uit.

Na dit antwoord van het Orakel van Google dat het probleem bij Siri zou kunnen zitten – de Artificial Intelligence Help functie van Apple, die in je iPhone alles met alles verbindt en die ik instinctief altijd gemeden had – hebben we hier ten huize met inzet van alle man/vrouw kracht de Instellingen van alle Appjes nagekeken. En overal die groene knopjes op grijs gezet: UIT – om te beginnen het knopje: Luister naar ‘Hé, Siri’. SIRI is wel het ALLERLAATSTE waar ik nu naar luister…
Ik las trouwens ook dat al die gegevens en diagnoses uit je iPhone doorgeseind worden naar de Big Brother Computer van Apple in Cupertino, Californië. Daarbij zouden de persoonlijke gegevens losgekoppeld worden van de data. Bij Apple zijn we veilig in God’s hand…

Maar of het helpt? We wachten het af. Ik zal pas gerust zijn, als ik NOOIT MEER, ongevraagd en onverwacht, die robotstem in m’n gehoorapparaat te horen krijg – die me ijskoud vertelt waar ik niet om gevraagd heb. En dan de volgende uit het lijstje gaat bellen…

Update

2 januari 2024
Vanochtend, toen ik m’n t-shirt over hoofd (mét hoortoestel) uittrok, hoorde ik gelijk dat DE STEM weer actief in m’n adreslijst aan ’t zoeken was, mijn hart sloeg over… Maar nu had ik beet! Oók omdat in inmiddels begrepen had dat bij telefoneren de iPhone niet alleen de stem aan de andere kant van de lijn doorgeeft aan het gehoorapparaat, maar omgekeerd geeft het gehoorapparaat, via het ingebouwd microfoontje, mijn stem (of wat daar voor doorgaat) door aan de iPhone.
Want nu ik daar weer ‘SPRAAKHERKENNING’ op het schermpje zag staan, begreep ik dat het ruisen van het katoen van m’n C&A’tje voor een commando werd aangezien…
Ik vroeg weer belet bij het Orakel van Google, en … kip ik heb je!
‘Hoe kom ik van stembediening af’ – zie afbeelding onder:

Nu alleen nog dat GROENE knopje op GRIJS zetten!

____________________
[1] Inleiding tot de parapsychologie (2012).

‘Wachten op God’, Simone Weil

✏️ NOTITIE bij ‘Het grote Wachten’ van Maarten Houtman

Als telg van een gereformeerde familie heb ik heel wat dominees voorbij zien komen. Ook die van ver moesten komen en bij ons als logé of gast aan tafel verbleven. ‘Dat zijn de besten’, heette het. De eigen dominees wekten niet zoveel geestdrift op…
Dat veranderde, toen er in 1955 een nieuwe voorganger kwam met een duidelijk afwijkend profiel: dominee Valkhoff. Hij was een nog jonge man, begin dertig, die met zijn exotisch ogende vrouw en kinderen zijn intrek nam in de pastorie.
Ds. Valkhoff was een bevlogen man. Dat alleen al wekte de nodige weerstand op onder de gemeenteleden … hij was ongewoon … was hij wel ‘één van ons’?
Nee, dat was hij niet. Ik hoorde al gauw van mijn vader – die ouderling was – wat zijn achtergrond was: Valkhoff was een zogenaamde ‘bekeerde Jood’. Hij was dus niet iemand aan wie het kerklidmaatschap van generatie op generatie doorgegeven was en die, zoals wij, vlak na de geboorte gedoopt was. Hij was iemand van buiten, die bewust voor de kerk en het Christendom gekozen had. En bovendien ook nog een speciale roeping had – wat de ijver die hij als predikant aan de dag legde wellicht verklaarde… Hoe dan ook, er waaide een frisse wind in de gemeente.
Reinhard Valkhoff werd bij ons thuis op handen gedragen… Eindelijk een zielenherder die vanuit z’n hart sprak, niet vanuit vooropgezette ideeën en dogma’s. Hij had ook mijn sympathie en ik belandde bij hem op catechisatie, ook al werd ik uiteindelijk geen ‘belijdend lid’. Daar liet hij je vrij in.

Ik moest hieraan denken, toen ik onlangs de vertaling van Attente de Dieu van Simone Weil ter hand nam. Ook zij was een ‘bekeerde Jood‘, die – net als mijn dominee Valkhoff – uit een welgesteld intellectueel milieu kwam, maar welbewust een weg koos tegen de stroom in.

In de NRC van 18 november 2018 wijdde Maarten van der Graaff een artikel aan ‘De filosofe die koos voor een leven als fabrieksarbeider’:
“Het werk van de Franse Weil laat je voelen wat de onderdrukten voelen. Vijfenzeventig jaar na de dood van de filosofe en mystica is het actueler dan ooit.”

Simone Weil op 12-jarige leeftijd, 1921

Weil schrijft in Wachten op God over ‘aandacht als liefdevolle houding’, die zichtbaar maakt wat aan het zicht onttrokken wordt door de willekeur van machtsrelaties. Die aandacht komt voort uit wachten, uit stilte, een ‘passieve activiteit’, die ze ook aantreft in de Bhagavad Gita en bij Lao Tse.
Weil gebruikt er het het klassiek Griekse begrip εν υπομονη voor: ‘wachten in geduld’.

Bij Maarten Houtman kwam ik het tegen als Het grote Wachten – de huidige ‘Toespraak v/d maand’.

Weil noemt deze liefde tot de schone orde der wereld – die zij trouwens node mist in het Christendom – ‘een aanvulling op naastenliefde’. We leven in een droom, zegt ze, en wie wakker wil worden en ‘de ware stilte’ wil vernemen, moet afstand doen van zijn denkbeeldige centrale plaats in de wereld:

Er bestaat een realiteit buiten de wereld, dat wil zeggen, buiten ruimte en de tijd, buiten het mentale universum van de mens, buiten elke sfeer die toegankelijk is voor menselijke vermogens. In overeenstemming met deze realiteit, is er in de kern van het menselijk hart een verlangen naar het absolute goede, een verlangen dat er altijd is en nooit wordt gestild door enig object in deze wereld ….
Die realiteit is de unieke bron van al het goede dat in deze wereld kan bestaan: dat wil zeggen, alle schoonheid, alle waarheid, alle gerechtigheid, alle legitimiteit, alle orde, en al het menselijk gedrag dat zich bewust is van verplichtingen ….
Hoewel het buiten het bereik van menselijke vermogens ligt, heeft de mens het vermogen om zijn aandacht en liefde hierop te richten ….
Simone Weil, Profession of Faith - Draft for a Statement of Human Obligation  (1943)

Maarten van der Graaff eindigt zijn artikel als volgt:
“De ideeën van Simone Weil over arbeid, aandacht en het decentreren van de eigen ervaring, zijn een bron van weerstand tegen de mens als middelpunt van een maakbare wereld, waar hij, door onderwerping van mens en dier, tot de laatste snik winst uit wil persen.”

Dat we nu deze sessie hier uit zijn gekomen, is een groot iets. Ongetwijfeld heeft het invloed op ons allemaal, doordat we onze aandacht er aan gegeven hebben. Daar ben ik jullie allemaal heel dankbaar voor. Dat is iets wat heel direct uit het innerlijke hart is gekomen en dat is altijd iets heel erg groots.
Maarten Houtman, Het grote Wachten (slot)

(Eerder verschenen als ‘Een heilige voor Frankrijk’, Zen als leefwijze Blog,12 december 2018).

Met dank aan Klaaske

Mijn boom des levens

Hierboven is het paadje, waarover ik zondag 17 december 2023 liep, rond een uur of twaalf – achteraf gesproken was dat de goden verzoeken, zeker als je aan de linkerkant van je gezichtsveld een blinde hoek hebt, zoals ik…
En het ging ook inderdaad mis…
Met een klap liep ik rechtstandig tegen de tak aan, die daar zwaar over het pad hangt – die als uit het niets tevoorschijn kwam, ik had ik haar gewoon niet gezien
BOEM!!
En toen beleefde ik de wereld in slow motion … ik stond op m’n benen te tollen, merkte dat ik mezelf niet overeind kon houden, zag intussen in de berm een zacht ogende begroeiing van Rhododendron-bladeren – en ging toen l a n g z a a m neer…
En stond vrijwel onmiddellijk weer overeind, als een tuimelaar die weer opduikelt.
Wel dreunde de klap nog na, mijn hele hoofd deed pijn… Gelukkig maar dat ik een stevige pet op had gehad.

Al snel hervatte ik m’n wandeling. Ik liep verderop gedachteloos een stenen trap af – ik besefte pas later dat ik de leuning niet had gebruikt, tegen mijn gewoonte in – en liep onder de IJdoornlaan door. In de verte zag ik al het hek van het Broekhuijsen-Leewis schooltuincomplex – bekend terrein, ik voelde me weer thuis.
Ik besloot toch nog even langs m’n studio aan de Jisperveldstraat te gaan, daar vlak om de hoek. Ik plakte daar een pleister op m’n hoofd – mijn pleisterplaats, zogezegd – waarna ik doorliep naar de Elpermeer … waar verzorgende handen op mij wachtten.

En toen begon het in de daarop volgende dagen langzaam tot me door te dringen … dat ik me opeens vrij voelde om me alléén met mezelf bezig te houden…
Nou, dat was voor mij een ware revolutie… Iris, de gespecialiseerde verpleegkundige van het O.L.V.G. die me na mijn attaque met raad en daad terzijde stond, was verbaasd geweest toen ik een keer zei dat ik steeds met andere mensen bezig was…

Mijn Bodhiboom, middenin Amsterdam Werengouw Noord. Rechtsboven de Jisperveldstraat.

In de Joods-Christelijke traditie draait het alom om bomen, dat begint al in het Paradijs:

De levensboom of boom des levens (Hebreeuws: עץ החיים; Etz haChayim) werd volgens de Hebreeuwse Bijbel door God geplant in de Hof van Eden (het Paradijs), samen met de boom van de kennis van goed en kwaad. De vruchten van deze boom gaven eeuwig leven (onsterfelijkheid; Genesis 2:9). Nadat Adam en Eva van de boom van de kennis van goed en kwaad hadden gegeten (de zondeval), werden zij verbannen uit de Hof van Eden om hen ervan te weerhouden om van de vruchten van de levensboom te eten:
Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.”

— Genesis 3:22

Dan is er – vanuit een heel andere traditie – de aanbeveling van Krishnamurti: ‘Go and make friends with the trees…’
Heel fysiek eigenlijk, van: sla je armen om die boom heen. Dat doe ik wel eens, dat voelt goed. Maar ik vraag me dan wel eens af: hoe spontaan is dit nu…

En er is natuurlijk de Bodhiboom van de Boeddha – de Heilige Boom, die de stilte al in zich droeg.
Maar met een klap tegen een boom aanlopen schijnt ook te helpen…

Nu een andere variant – uit ‘Het boek van alle boeken’ van Roberto Calasso – van hetzelfde verhaal:

‘Ook plantte de HEERE God een hof in Eden, in het oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij gevormd had.’	 
Het mannelijke en het vrouwelijke wezen, die nog geen naam hadden, werden op een plek gezet die de HEERE God zelf had ‘geplant’ en had doen groeien. De mens werd in die tuin gezet om die ‘te bewerken en te onderhouden’. Het was een plek die moest worden gecultiveerd en beschermd, om zo het werk van de eerste tuinman voort te zetten.	 
Van alle planten wees de HEERE God er maar twee aan: de boom van het leven, in het midden, en de boom van de kennis van goed en kwaad, waarvan niet precies wordt gezegd waar die stond, alles even ‘begerenswaardig om te zien en goed om van te eten’; alleen aan de boom van de kennis van goed en kwaad verbond de HEERE God het verbod ervan te eten, terwijl Hij net nog tegen de mens had gezegd: ‘Van alle bomen van de hof mag u vrij eten.’	 
Aan wie van de vruchten at, schonken de twee bomen die de HEERE God had aangewezen het vermogen zich twee eigenschappen van de HEERE God eigen te maken: de kennis - niet alle kennis, maar ‘van goed en kwaad’ – en eeuwig leven. Als de man en zijn vrouw naar het midden van de tuin waren gegaan, als ze naar de boom des levens hadden gekeken en daar de vrucht van hadden gegeten, zou er ogenschijnlijk niets zijn veranderd. Het leven zou precies zo zijn doorgegaan als ervoor. Maar de man en zijn vrouw zouden dan voorgoed toegang tot het eeuwige leven hebben gehad. Maar zo ging het niet. De aandacht concentreerde zich niet op het leven, maar op de kennis. De aandacht van de vrouw werd zelfs van elk ander object weggehaald door toedoen van een dier, de gewiekste slang.	 
Een afleidingsmanoeuvre die onmiddellijk waarneembare gevolgen had. De mens, zei de HEERE God toen, tegen wie is niet helemaal duidelijk, ‘is geworden als één van Ons’.	 
Iets wat ontoelaatbaar was. ‘Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!’	 
Iets wat tot even daarvoor had kunnen gebeuren zonder dat enig verbod het verhinderde werd nu een daad die onmiddellijk moest worden bezworen als de ergste ramp. Gelijktijdigheid van kennis en eeuwig leven was ontoelaatbaar. Als de man en vrouw hun aandacht niet op één bepaalde boom hadden gericht, als ze van elke boom vruchten hadden gegeten, net zoals het uitkwam, ook van de boom des levens, die heel goed herkenbaar was, omdat hij in het midden stond, daar waar de vier stromen ontsprongen, zou alles, ogenschijnlijk, zijn gebleven zoals het was. En zou alles zijn veranderd, omdat de mens voor eeuwig had kunnen leven. Zou de HEERE God dat hebben toegelaten?	 
Eén ding staat vast: de HEERE God accepteerde niet de gelijktijdigheid van de kennis en het eeuwige leven. En dat was precies wat Adam en Eva hadden gedreigd te doen.

Zesduizendzeventig jaar later – ik was tien toen ik hoorde dat de aarde zesduizend jaar oud was – heb ik van de Boom des Levens gegeten…

Met dank aan Aloys!