Naar de OBA voor Paul Celan

We waren het bijna vergeten
 Het was al weer jaren geleden dat we vrijwel elke week in de OBA kwamen, om boeken te lenen en cd’s – totdat het online tijdperk aanbrak. We dachten: ‘die verzamelde gedichten van Celan[1] die gaan we daar gewoon lenen, wat een mazzel dat het in de kast bleek te staan!’ 
Nou, dat hebben we geweten
 En was het de omslachtige route op weg ernaartoe niet geweest – met de bus, de metro en een flink stuk lopen langs het IJ – dan waren we wel gevallen over dat onmogelijke OBA-gebouw zĂ©lf. Met z’n lange trappen, steile treden, roltrappen en liften – en een matige latte macchiato toe (zie onder). En die moest je ook nog eens zelf serveren , hoog torenend op een dienblad, - zie mijn post Overpeinzing bij Eye. Nee, Rien had het bij de opening van het gebouw al gezien: het is een ‘openbaar gebouw’, exclusief ontworpen voor de zelfredzame mens.

Paul Celan – Gedichten. Keuze uit zijn poĂ«zie, met commentaren door Paul Sars en vertalingen door Frans Roumen – daar was het ons om te doen, een vuistdikke poĂ«ziebundel, met de Duitse tekst links, de Nederlandse vertaling rechts. Voorzien van een tweetalige woordenlijst en registers 
en dat allemaal naar aanleiding van Anselm Kiefer:

Melissa Bianca Amore, interviewing Anselm Kiefer:
“Yes, and you reorient the linearity of historical memory. You also redefine the term mimesis by implementing a system of “cross-mapping” collective histories with literary strata. For example, in your work FĂŒr Paul Celan (2021), an intertextual relationship is formed between architecture and language with Louis Kahn’s Indian Institute of Management building in Ahmedabad and Paul Celan’s poetic verse “schreib eine Locke ins spĂ€te Gesicht mir”[2] (“write a curl into my late face”). Your idea “that the truth lies in the difference” is significant here.”
Anselm Kiefer, The painting of history

Amselm Kiefer, FĂŒr Paul Celan
‘Schreib eine Locke ins spĂ€te Gesicht mir’

Vor dein spĂ€tes Gesicht, 
allein-
gÀngerisch zwischen
auch mich verwandelnden NĂ€chten, 
kam etwas zu stehn, 
das schon einmal bei uns war, un-
berĂŒhrt von Gedanken.
Uit: Atemwende

Voor jouw late gezicht, 
alleen-
onderweg tussen
ook mij veranderende nachten, 
kwam iets te staan 
dat ons al eens vergezelde, on-
aangedaan door gedachten.

Adorno gaf zijn boek Minima Moralia de ondertitel: “Reflecties uit een beschadigd leven.” Het lijdt geen twijfel dat het leven waaruit Celans stemmen voortkomen, evenzeer beschadigd is. Toch streeft alles wat leeft, dankzij de wet van het leven, het Spinoziaanse principe van conatus in suo esse perseverandi, ernaar te blijven bestaan, zichzelf te beschermen tegen verwoesting. De wonden helen, of dat wil het tenminste. Als genezing onmogelijk is, probeert het lichaam de wonden te bedekken, afstand te nemen van hun beeld en levende herinnering. Deze aanspraak ontstaat wanneer het verleden aan de deur van het heden klopt als een autonome, vreemde macht, onafhankelijk van het heden en elke toekomst, agressief, als een wil tot vernietiging. De pijlers van het heden trillen, en het wordt onmiddellijk duidelijk dat we volkomen weerloos zijn tegen het fanatisme van het verleden. We kunnen ons natuurlijk verdedigen, maar dit is nooit zonder dubbelzinnigheid. Om Shakespeare te citeren: tijd heelt en doodt. En toch creĂ«ert afstand een zekere spanning; zonder deze afstand kan er geen begrip zijn, of, om hetzelfde in Hegels woorden uit te drukken, geen verzoening. Hegels woorden geven aan dat er een conflict bestaat tussen de twee momenten, en dit is geenszins de comfortabele confrontatie van de dialectiek met zichzelf, maar een hopeloze strijd die geen vrucht zal dragen. Een oplossing zou daarom verwijdering zijn, maar geen voorwaarts rennen, een vlucht naar de toekomst, want daar bewijst het verleden, als lot, nog steeds zijn destructieve kracht. Hetzelfde geldt: verwijdering, neutralisatie – we hoeven Freud niet te citeren om dit onomstotelijk te bewijzen – vereist een herwaardering van het verleden, een therapeutische herinnering.
OVER PAUL CELAN

‘FĂŒr dich, mein Sohn’

Ich habe bambus geschnitten: 
fĂŒr dich, mein Sohn.
Ich habe gelebt.

Ich habe nicht mitgebaut: du
weisst nicht, in was fĂŒr 
GefÀsse ich den
Sand um mich her tat, vor Jahren, auf
Geheiss und Gebot. Der deine
kommt aus dem Freien – er bleibt
frei.
Uit: Die Niemandsrose

Ik heb bamboe gekapt: 
voor jou, zoon van me.
Ik heb geleefd.

Ik heb niet meegebouwd: je
weet niet in wat voor 
vaten ik het
mij omringende zand deed, jaren her, op
bevel, naar gebod. Het jouwe
komt uit vrijheid – het blijft
vrij.

Eric Celan (geb. 1955). Zoon van Paul Celan (1920-1970) – blijkt een Oostenrijkse Feldenkrais Praktiker te zijn, die (mede)beheerder is van de nalatenschap van zijn vader. Daarnaast is hij verbonden aan het Internationales Lyrikfestival MERIDIAN CZERNOWITZ (UA), dat zijn naam ‘Meridian’ ontleent aan Paul Celan:

Ich finde etwas – wie die Sprache-Immaterielles, aber Irdisches, Terrestrisches, etwas Kreisförmiges, ĂŒber die beiden Pole in sich selbst ZurĂŒckkehrendes und dabei – heitererweise – sogar die Tropen Durchkreuzendes – ich finde
einen Meridian.
Paul Celan, Atemwende.

‘Unter ein Bild’

Vincent Van Gogh, Korenveld met kraaien, 1890
RabenĂŒberschwĂ€rten Weizenwoge.
Welchen Himmels Blau? Des untern? Obern?
SpÀter Pfeil, der von der Seele schnellte
StĂ€rkres Schwirren. NĂ€h’res BlĂŒhen. Beide Welten.
Paul Celan, Unter ein Bild
Door raven omzwermde graangolven.
Blauw van welke hemel? De onderste? Bovenste?
Late pijl, die van de ziel zoefde.
Sterker gesnor. Nabijere gloed. Beide werelden.
____________________
[1] Ik had Paul Celan ooit al eens leren kennen via mijn oud-collega, de dichteres Ina Bot, die me zijn ‘TodesfĂŒge’ liet lezen - voor haar was de dood toen al heel dichtbij

[2] Ondanks verwoede pogingen, heb ik van ‘Vor dein spĂ€tes Gesicht’ bovengenoemde inleidende frase: ‘Schreib eine Locke ins
’ nergens kunnen vinden.

OVER PAUL CELAN

door Bartok Imre

Dit essay maakt deel uit van een groter werk dat zichzelf definieert als “topisch onderzoek”.

Het is een oude en al te dogmatische mening over Paul Celan dat zijn poĂ«zie “hermetisch” is en daardoor elke interpretatie tart. Het concept van hermetische poĂ«zie is op zichzelf zo problematisch dat het nauwelijks als iets onproblematisch gebruikt zou moeten worden; en zeker niet in het geval van Celans poĂ«zie. Zijn gedichten dragen een veelheid aan betekenissen en betekenis met zich mee, zijn zeer genuanceerd en laten zeer verschillende interpretaties toe. Deze veelheid aan mogelijke betekenissen compliceert de interpretatie, maar maakt deze tegelijkertijd mogelijk, aangezien in het licht van deze veelheid het spreken over de eenheid van Paul Celans poĂ«zie fundamenteel onjuist blijkt te zijn.

In het volgende zal ik proberen deze veelheid op de een of andere manier te benaderen, aan de hand van twee thema's. Het eerste is een vers van Hölderlin, "Wij zijn een teken" – hier wil ik ingaan op Celans relatie tot Hölderlin en het fenomeen van het teken, specifiek in relatie tot de problematiek van het geheugen. Mijn tweede onderwerp is het eenvoudige woord  "staan"  – daar zal ik proberen de frequente terugkeer van dit woord te interpreteren in de context van getuigen, of liever, de mogelijkheid om te getuigen.

1. WIJ ZIJN EEN TEKEN

Wat jij nog steeds bent, ligt diagonaal.

Adorno gaf zijn boek Minima Moralia de ondertitel: “Reflecties uit een beschadigd leven.” Het lijdt geen twijfel dat het leven waaruit Celans stemmen voortkomen, evenzeer beschadigd is. Toch streeft alles wat leeft, dankzij de wet van het leven, het Spinoziaanse principe van conatus in suo esse perseverandi, ernaar te blijven bestaan, zichzelf te beschermen tegen verwoesting. De wonden helen, of dat wil het tenminste. Als genezing onmogelijk is, probeert het lichaam de wonden te bedekken, afstand te nemen van hun beeld en levende herinnering. Deze aanspraak ontstaat wanneer het verleden aan de deur van het heden klopt als een autonome, vreemde macht, onafhankelijk van het heden en elke toekomst, agressief, als een wil tot vernietiging. De pijlers van het heden trillen, en het wordt onmiddellijk duidelijk dat we volkomen weerloos zijn tegen het fanatisme van het verleden. We kunnen ons natuurlijk verdedigen, maar dit is nooit zonder dubbelzinnigheid. Om Shakespeare te citeren: tijd heelt en doodt. En toch creĂ«ert afstand een zekere spanning; zonder deze afstand kan er geen begrip zijn, of, om hetzelfde in Hegels woorden uit te drukken, geen verzoening. Hegels woorden geven aan dat er een conflict bestaat tussen de twee momenten, en dit is geenszins de comfortabele confrontatie van de dialectiek met zichzelf, maar een hopeloze strijd die geen vrucht zal dragen. Een oplossing zou daarom verwijdering zijn, maar geen voorwaarts rennen, een vlucht naar de toekomst, want daar bewijst het verleden, als lot, nog steeds zijn destructieve kracht. Hetzelfde geldt: verwijdering, neutralisatie – we hoeven Freud niet te citeren om dit onomstotelijk te bewijzen – vereist een herwaardering van het verleden, een therapeutische herinnering.

Men zou de indruk kunnen krijgen dat het verleden absoluut en gemakkelijk voor ons toegankelijk is. Dit is natuurlijk niet het geval. Het verleden is dichtbij genoeg om ons te bereiken, maar zodra we het tegenovergestelde doen, namelijk het verleden als zodanig vatten, lijkt het onmiddellijk in de verte te verdwijnen. Maar zelfs als we uitgaan van een absoluut geheugen dat tot een dergelijke handeling in staat is, zou de opgave net zo moeilijk zijn: orde scheppen in de chaos van herinneringen is als proberen met onze vingers een spinnenweb te ontwarren. 

Als we deze moeilijkheden buiten beschouwing laten, blijft de vraag: hoe kan dat verleden in het bijzonder de genezing betekenen van een leven waarvan de wond precies dat verleden is, wat ermee is gebeurd? Lopen we niet het risico de wond te verdiepen in het herinneringsproces, en alleen maar afschuw te veroorzaken door naar het verleden te kijken? Deze paradox is aanwezig in Freuds concept van „Trauerarbeit”, dat pijn en genezing, herinneren en vergeten in één woord combineert. In het rouwproces moeten we ons altijd herinneren wat we willen vergeten, of preciezer: van wie we een leefbare afstand moeten creĂ«ren. Pathologisch lijden kan alleen worden omgezet in een mogelijk menselijk bestaan ​​door een specifieke vorm van arbeid, controle. Dit is het filosofische concept van arbeid, geĂŻnspireerd door Hegel en Marx: men moet het externe internaliseren, de vreemdheid ervan overwinnen. Het vreemde moet betekenis krijgen. Dit maakt het mogelijk het te integreren in het eigen bestaan.
om het te integreren in de context van het leven.

Dit concept van rouw veronderstelt echter dat men deze onoverkomelijke pijn in het verleden vanaf het begin ziet. Wat bekeken wordt, is niet iemands eigen levensverhaal, niet een thuis van het zelf. Celan zelf stond nogal sceptisch tegenover dit Freudiaanse idee. Dit wordt bijvoorbeeld aangetoond door het gedicht „
auch keinerlei”, dat verschillende citaten bevat uit Freuds Jenseits des Lustprinzips . Dit maakt de context van het gedicht onmiskenbaar. 


 auch keinerlei
Friede.
GraunĂ€chte, vorbewusstkĂŒhl.
Reizmengen, otterfhaft,auf Bewusstseinschotter
unterwegs zu
ErinnerungsblÀschen.
GrauGrau der Substanz.
Ein Halbschmerz, ein zweiter, ohne
Dauerspur, halbwegs
hier. Eine Halblust.
Bewegtes, Besetztes.
Wiederholungszwangs
CamaĂŻeu

Het gedicht begint met drie punten, midden in een zin. We krijgen de indruk dat we bevinden zich midden in een verhaal. Het begin zelf is een late tijd. Wat er gebeurde, ligt vóór de perioden. De essentie ligt in het verleden. Dat is immers een verleden waarover men niets weet en dat nooit aanwezig is geweest. De eerste woorden van het gedicht spreken elke mogelijkheid tot verzoening tegen: “noch enige vrede.” Tussen het nu en het onbekende daarvoor kan verzoening niet plaatsvinden. Het grind van het bewustzijn is op weg naar de herinneringsbubbel, maar de

Herinnering kan niet meer zijn dan het spel van half-pijn, zonder een spoor van bestendigheid. Het mooie einde kan niet meer zijn dan half-plezier. Freuds theorie van herhalingsdwang is niets meer dan een camaieu.

Nergens spookt het. In de context van het gedicht – dat wil zeggen in het vierde deel van de bundel “Fadensonnen”  – zijn er talloze andere teksten die thematisch sterk op elkaar lijken. Dit is het discours van de afstand tot de wereld, van de zich ontwikkelende waanzin, waar enerzijds de woordenschat zich uitbreidt, maar anderzijds de wereld waarin het poĂ«tische zelf verblijft, zijn steun en bijstand verliest, dat wil zeggen, die sleutelwoorden die voorheen als fundamenteel werden beschouwd. De buurman van het hierboven geciteerde gedicht is het volgende: 

Erfragbar, von hier aus, 
das mit der Rose im Brachjahr 
heimgedeutete Nirgends. 

“Hochwelt”, of het nu het paradijs is of de wereld van het bewustzijn, is verloren. We zijn misschien al afgedaald in de onderwereld, en dus betekent deze “Hochwelt ” niets anders dan het alledaagse leven van de levenden. We bevinden ons daarom beneden, en op het pad van de waanzin. Men kan zich afvragen – maar vragen we dat wel echt? – alleen het nergens dat heimelijk wordt geĂŻnterpreteerd met de roos van het braakliggende jaar. Maar dat, heimelijk of niet, is nog steeds het pad van de waanzin. Wat zou het anders zijn om een ​​plek die nergens ligt, thuis te interpreteren? En Hoe kun je hier nergens ĂŒberhaupt naar vragen? Net zoals het twijfelachtig is of dat ĂŒberhaupt mogelijk is, kun je je verder afvragen of het gedicht zelf misschien net zo goed weigert om thuis geĂŻnterpreteerd te worden? Het gedicht zelf getuigt van deze moeilijkheid. Het is als een verlies – we weten niet meer wat we werkelijk verloren hebben, en we kennen de betekenis ervan niet meer. Alsof we de wereld achter ons hebben gelaten – we willen terugkeren, maar de reden is al vergeten op het pad van de waanzin.

De horizon van de associaties in het gedicht is rijker en opener dan in het vorige. Wat betreft het gedicht “…auch keinen keinen”, kan geenszins zonder twijfel worden beweerd dat het over psychoanalyse gaat. De geheimzinnigheid, de interpretatiepogingen en de atopie zijn motieven die ons terugvoeren naar het probleem van geheugen en trauma. Celans scepsis jegens de psychoanalyse komt waarschijnlijk voort uit het feit dat, volgens Freuds theorie, het beschadigde de psyche zelf is, dat wil zeggen een goed gescheiden, een controleerbaar, coherent en tijdloos aspect van het menselijk bestaan ​​– misschien wel “de hoge wereld” – terwijl voor Celan het beschadigde het leven zelf is, als geschiedenis die niets anders is dan tijd. De wonden van de geest kunnen misschien genezen zonder littekens achter te laten, maar dat geldt niet voor het leven, dat die littekens voor altijd met zich meedraagt. Er is een breuk in het verhaal, dat wil zeggen in de ervaring van het leven; een keerpunt dat onze mogelijkheden en oriĂ«ntatie op de toekomst volledig verandert. Deze breuk in het verleden bedreigt de hele toekomst, aangezien we onze toekomst vanaf het begin begrijpen in termen van het verleden. Dit maakt geheugen noodzakelijk.
In het volgende zal ik proberen een dichter te onderzoeken, of preciezer, slechts een paar regels van de dichter.

afpersing, waarbij het geheugen thematisch wordt opgevat als de ervaring van poĂ«zie. Hölderlin is degene die spreekt met de stemmen van het geheugen, en die alle hoop en verwachting heeft verloren, zodat hij alleen nog hoop en troost in het verleden kan vinden. Vanuit dit perspectief wordt het verleden – het klassieke hellenisme – niet werkelijk gezien als iets dat voorbij is, maar eerder als iets levends, dat een tegengestelde tendens ten opzichte van de eigen tijd symboliseert. Het belooft niets minder dan de mogelijkheid van geestelijke vrijheid; niet de politieke vrijheid van de Franse Revolutie, maar deze andere, spirituele vrijheid. Deze tendens, als traditie, is nog steeds levend; ook al is ze slechts door enkelen herkenbaar.

Deze ervaring van het hellenisme, dit “wonen naast de oorsprong”, geeft Heidegger de gelegenheid om Hölderlin de grootste figuur van de zelfexpressie van zijn en taal te noemen. Zoals Paul de Man terecht opmerkt, is Hölderlin voor hem de enige die hij citeert zoals men de Heilige Schrift zou citeren. Hij noemt hem inderdaad “de dichter van de poĂ«zie”, en deze formulering bevat meer dan alleen een uiting van persoonlijk enthousiasme. Maar Heideggers “etnische” relatie met Hölderlin werpt soms een donkere schaduw over zijn verklaringen. Men mag deze vorm van nationalisme nooit zomaar als middel beschouwen; juist Hölderlin waakt ertegen: “We leren niets moeilijkers dan het nationale vrijelijk te gebruiken.”

Zelfs Gadamer – die zelden publiekelijk met zijn leraar in gesprek gaat – heeft erop gewezen dat een dergelijke interpretatie te eenzijdig is. Dieter Henrich heeft in zijn belangrijkste studies over Hölderlin de onhoudbaarheid van Heideggers interpretatie en de toekomstgerichtheid ervan aangetoond; Hölderlins poĂ«zie is primair gericht op het verleden. Heidegger blijft Hölderlin echter “lot” en de grondlegger van de Duitse toekomst noemen. Hölderlin zegt: “Wat overblijft, wordt echter door de dichters geschapen”, maar wat betekent “overblijven” en “scheppen” hier eigenlijk? 

Natuurlijk is het niet voldoende om simpelweg te “beslissen” wat belangrijker is. Het is overduidelijk dat de erfenis van het verleden en de utopische oriĂ«ntatie op de toekomst nauw met elkaar verbonden zijn. Als we de betekenis van herinnering en herinnering in zijn poĂ«zie willen begrijpen,

lijkt het zinvol om direct naar het gedicht te kijken, dat dit probleem in de titel identificeert. Dit gedicht heet “Mnemosyne”.

“Wij zijn een teken, betekenisloos
we zijn pijnloos en hebben bijna
onze taal verloren in een vreemd land.”

Als we deze regels willen interpreteren, dat wil zeggen, willen horen wat de dichter werkelijk zegt, hoeven we niet per se weg te zinken in de zee van Hölderlin-filologie. Het interesseert me niet of dit werkelijk de definitieve versie van het gedicht is of niet. Dus wat betekenen deze woorden? Wat betekenen “teken” en “vreemdeling” hier? Welnu, dit alles moet worden verklaard in het licht van de enige sterke ondersteuning, namelijk de titel. De interpretatie is geslaagd als men de regels en de woorden op de een of andere manier met de titel kan verbinden. Mnemosyne, zoals Hesiodus ons in zijn Theogonie vertelt, is de personificatie van het geheugen en tegelijkertijd de moeder van de negen Muzen – en dus, niet in de laatste plaats, de moeder van de poĂ«zie.

Het gaat hier om de poĂ«zie zelf, om het proces waarmee ze zichzelf voortbrengt – dat wil zeggen, een vreemde zelfreferentialiteit. Het gedicht, voor zover het zijn eigen moeder in de titel noemt, spreekt over zijn oorsprong; het herinnert zich dus zichzelf op het moment van zijn geboorte. De weg leidt echter van herinnering naar verlies. We hebben de indruk dat men zonder taal niet alleen niet zou kunnen spreken, maar ook niet zou kunnen herinneren.

Maar hoe is het mogelijk dat herinnering de moeder der kunsten is? Wat heeft kunst, die gericht is op eeuwigheid en tijdloosheid, ĂŒberhaupt met herinnering te maken? En kunnen we ons mythologisch moederschap ĂŒberhaupt als oorsprong voorstellen? Moeten we het gedicht beter begrijpen vanuit de herinnering, of de herinnering vanuit het gedicht? Welnu, deze vragen kunnen alleen door het gedicht zelf worden beantwoord, maar dit antwoord bestaat natuurlijk altijd

uit het open laten van de vraag – voor een ander, nog toekomstig antwoord, of voor andere, nog meer gedifferentieerde en diepere vragen. De Hongaarse vertalingen van het gedicht geven de betekenis van de eerste regel niet helemaal weer. “Deutungslos” betekent niet betekenisloos, maar eerder iets dat betekenisloos is, dat wil zeggen, zonder interpretatie. Het ‘wij’ dat dus zonder betekenis bestaat, is niet betekenisloos, maar

Iets met een ruwe, ongevormde betekenis. Alleen dat wat zijn mysterie kan bewaren, bestaat zonder interpretatie en interpretatie, dat wat al betekenis heeft, zij het in een vorm van onnauwkeurigheid en ondoorzichtigheid. En zij die zo zijn, zijn wijzelf, wier bestaan ​​juist om die onnauwkeurigheid draait. Wij zijn zij die onszelf nog niet hebben begrepen. En alleen daarom zijn we pijnloos – ofwel lezen we de regels als onafhankelijke fragmenten, wat naar mijn mening betekenisloos zou zijn, ofwel veronderstellen we zo’n verbinding. Pijnloos zijn betekent onaangetast zijn door onszelf en door de wereld, onszelf niet toestaan ​​de harde diepten van het leven te betreden, de zich nog steeds vormende verhalen niet met tranen te schrijven, niet bij de soldaten te blijven maar bij de priesters. Pijnloos zijn betekent het leven verzaken.

Je zou het probleem kunnen aanscherpen en het zo formuleren: wie zonder pijn leeft, leeft niet echt – en heeft dus geen bestemming. Pijn en bestemming zijn hier als buren. Net zoals pijn ervaringen kwaliteit en een specifieke tijd verleent, kan lot ook worden begrepen als iets dat eerst vorm geeft aan het leven als geheel. Lot is hier noch blind lot noch geluk, maar het leven als een vertelbaar geheel. Voor Hölderlin betekent de poging om over lot na te denken – wat volgens Kant een “geusurpeerd concept” is – het creĂ«ren van de ervaringsinhoud van zijn poĂ«zie. Dit is natuurlijk geenszins een terugkeer naar fatalisme, noch de ontwikkeling van een sentimentele filosofie van het lot, maar eerder een toevlucht tot het oude concept van lot, dat wil zeggen een herinnering aan de oorspronkelijke betekenis van het tragische.

Alles wat we hebben, hebben we in de tijd. Daarom wordt tijd het “alwetende” en ook het “wetende niets” genoemd, aangezien al deze kennis in de vergetelheid raakt. De beslissende uitdaging van het geheugen ontstaat wanneer we beseffen dat we als het ware blindelings door het heden lopen. Het verhaal van het leven kan alleen achterwaarts worden verteld, door te herinneren. Maar we zijn – volgens Hölderlin – zonder pijn en verhalen, we zijn volkomen onbeduidend en zijn bijna vergeten hoe we moeten spreken; maar waar zouden we anders over kunnen spreken dan over onze pijn, d.w.z. de totaliteit van de ervaringen die ons zijn overkomen en die we zelf zijn? Onszelf verliezen in een vreemd land, alles achterlaten wat ooit van ons was, inclusief onszelf en taal, is vergelijkbaar met de dood. Als het waar is dat de grenzen van mijn taal de grenzen van mijn wereld zijn, dan verliest degene die de taal verliest ook zijn wereld. Het verlies van de wereld en de “extreme taalnood” – waar Ingeborg Bachmann het over heeft – zijn in feite hetzelfde fenomeen.

Deze eenzijdigheid vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de filosofische premisse dat tijd begrepen moet worden vanuit het perspectief van de dood. De dood is een einde en een vergaan, en tijd is een permanente verdwijning, of – om met Celan te spreken – een… De mythologische Kronos lijkt inderdaad niet alleen onwetend, maar – laten we Goya’s beroemde schilderij in herinnering roepen – ook kwaadaardig en krankzinnig, terwijl hij zijn eigen kinderen verslindt. Maar legt dit beeld uit de mythologie niet slechts één aspect van de tijd vast? Kan men terecht zeggen dat de tijd doodt en niets anders kan dan doden door te vergeten?

Vernauwing; dus uiteindelijk niets anders dan de dood zelf. De tijd is aanwezig, maar verstrijkt voortdurend. De tijd verstrijkt, en in dit opzicht biedt hij altijd de ervaring van verlies; hieruit ontstaat lijden onder de heerschappij van de tijd, tijd als verlies. Maar dit begrip kan dit op geen enkele manier verklaren; hoe zou tijd ook als een geschenk kunnen verschijnen? Men ervaart bijvoorbeeld de komst van iets nieuws of goeds in de tijd. Deze tijd wordt een vruchtbare tijd genoemd. Tijd laat iets heel anders komen. Tijd laat niet alleen verlies ervaren, maar is ook het medium van verwachtingen en hoop. Hoop kan ook iets vreugdevols zijn. Celan spreekt over beide kanten van de tijd, de ene die voortdurend verstrijkt en de andere die voortdurend geeft. Deze dubbelzinnigheid is terug te vinden in het gedicht “Schleire”.

„ein durchs Dunkel getragenes Zeichen,
vom Sand (oder Eis?) einer fremden
Zeit fĂŒr ein fremderes Immer
belebt und als stumm 
vibrierender Mitlaut gestimmt.”

Er zijn hier dus twee tijden in het geding, en één ervan is vreemd: de tijd van zand en ijs. Het eeuwige staat voor de oneindigheid van de tijd, en het zegeviert over de andere tijd, waarin de

Dingen gaan verloren. Wat hier essentieel is, is niets anders dan de tijd van zand – of het nu het zand van de tocht door de woestijn is, of Nietzsches “groeiende woestijn” – die hier altijd voor is. Men krijgt de indruk dat het vreemde – de vreemde tijd of altijd – het ware, het belangrijkste is, en datgene dat voorrang heeft boven de tijd van zand – dat wil zeggen, de tijd van de wereld. Het teken is een stille medeklinker op het pad naar deze tijd; misschien bereikt het die helemaal niet, of pas aan het einde van de tijd van zand, aan het einde van de wereld, om daar trillend, vol leven, aan het einde van het pad te blijven, en niet in staat te spreken, omdat het niets te zeggen heeft – het teken kan niets meer uitdrukken dan zichzelf. Is het dan een allegorie van de menselijke geschiedenis vanuit een Joods perspectief? Het teken is een zeer beladen en ingewikkeld fenomeen. Het teken, zoals we bij Hölderlin zagen, wacht op interpretatie. Een interpretatie moet plaatsvinden zodat het teken betekenis kan krijgen. Misschien is dit idee al aanwezig bij Hölderlin: het tekenachtige, het ongeĂŻnterpreteerde, is geen tekortkoming van het menselijk bestaan, maar eerder de mogelijkheid om zichzelf ooit te bepalen. In die zin zou Nietzsche de mens het nog onbepaalde dier kunnen noemen, en dit is ook het uitgangspunt van Heideggers existentiĂ«le analyse. Het ongeĂŻnterpreteerde in de mens, en daarmee tegelijkertijd het teken, is een positieve eigenschap. Juist door zijn ongeĂŻnterpreteerdeheid wijst het teken naar een open horizon. Het zou uiterst moeilijk zijn om een ​​aparte semiologie – dat wil zeggen, de theorie van het teken – bij Celan te reconstrueren. Het woord “teken” komt zeer vaak voor, maar in heel verschillende contexten en betekeniscontexten. Soms wordt de term “vreemd teken” gebruikt, evenals het zwervende en vertaalde teken, het tegenteken of zelfs het niet-teken. In een gedicht lezen we het volgende:

So schlaf denn, schlafe: 
Wimpern sind kein Zeichen mehr. 

Misschien gaat het erom dat in dromen, waar de ogen sluiten, de tekens niet langer op interpretatie wachten. Ze zijn eenvoudig, zonder reden, zoals de roos van Silesius. Ze hebben al een betekenis gevonden waaraan niemand kan twijfelen.

De droom herinnert zich de dubbelzinnige wereld van het wakkere leven niet meer; hij laat die simpelweg onaangeroerd. Misschien gaat het om een ​​zachte droom, die ons in staat stelt om zonder de godslasteringen van het daglicht te zijn. Dit is natuurlijk geen kennis van zo’n toestand, en men kan niet zeker weten of zo’n toestand ĂŒberhaupt mogelijk is; maar men kan hem bedenken, en misschien kan hij zelfs gedroomd worden.

Maar we zijn wakker, en misschien zelfs zo wakker dat we helemaal niet meer kunnen zien. Dit brengt ons terug bij het probleem van de dubbelzinnigheid van de tijd. Tijd is nooit zonder vergeten. De herinnering leeft van het vergeten; alleen datgene wat eerder vergeten was, kan herinnerd worden. Dat zou betekenen dat vergeten niet de vijand van de herinnering is, maar eerder omgekeerd, dat de twee als zussen zijn. Celan spreekt soms over dit verband: “Vergeten geeft je herinnering / op de dag van de voorbijgevlogen maan.”Bij Hegel is er een onderscheid tussen herinnering en herinnering;

Voor de geest is het noodzakelijk om alles toegankelijk te maken; daarom moet alles herinnerd worden. Maar een loutere herinnering is geen echte herinnering. Herinnering blijft slechts een subjectivering van datgene wat tegelijkertijd als objectief en dus als absoluut moet worden beschouwd. Herinnering is incorporatie, wat betekent dat alles is en is geweest voor dit ene moment van het subject. Alleen herinnering bewaart de ware toegang tot het verleden. Het is de koestering van wat gedacht werd. En als poĂ«zie, dat wil zeggen poĂ«zie, onzichtbaar verbonden is met het denken – zoals Heidegger en Celan herhaaldelijk benadrukken – dan kan herinnering hun verborgen, gemeenschappelijke basis noemen. PoĂ«zie en denken worden altijd gedegradeerd tot de herinnering aan wat al is geweest.

In die zin zou men kunnen zeggen dat Mnemosyne bij Hölderlin herinnering is. Het is geen toeval dat een ander gedicht van hem de titel “Herinnering” draagt, wat eigenlijk hetzelfde betekent als herinnering. En het is natuurlijk geen toeval dat Celan zijn eerste dichtbundel “Mohn und GedĂ€chtnis ” noemde. Herinnering is inderdaad een fundamenteel element van zijn poĂ«zie, en is ook nauw verbonden met liefde: “Wij houden van elkaar, zoals Mohn und GedĂ€chtnis.”

De ervaring

De verkenning van poëzie, voor zover die ondersteund wordt door het geheugen en ernaar streeft een authentieke ervaring te worden, heeft een andere relatie met het verleden dan cultuur. Bij Hölderlin hebben we de indruk dat, nadat we door de tijd zijn gegaan, naast het geheugen, de Mohn, ook het vergeten aanwezig is. Deze twee kanten van het verleden zijn zo gesynchroniseerd, vooral in de liefde, dat ze niet langer van elkaar te scheiden zijn. In de liefde vindt het hart nieuw terrein, maar om het nieuwe te verkennen, moet men ook iets achterlaten, namelijk het verleden, en in zekere zin opoffering en vergeten. Maar wil liefde meer zijn dan louter sensualiteit, dan vereist ze continuïteit, namelijk het geheugen. Wanneer we het belang van het geheugen bij Hölderlin of Celan benadrukken, moeten we ons niet beperken tot een verwijzing naar de theorie van Hegel. De twee dichters, en zelfs Hegel, zijn natuurlijk niet alleen met elkaar verbonden, maar ook met iets anders, namelijk de taal zelf. Taal zelf zegt iets over de verbinding tussen denken en geheugen, en deze verbinding wordt door beide auteurs verschillend geïnterpreteerd. Taal biedt een antwoord; wij hoeven alleen de vraag te vinden. Op welke vragen beantwoordt het de stelling dat denken en herinnering eigenlijk hetzelfde betekenen?

We moeten nog een keer terugkijken om opnieuw ja te kunnen zeggen, dat wil zeggen, het verleden een tweede keer internaliseren – maar misschien is dit de eerste keer. De stem van Mnemosyne is de pijn van deze bevestiging, de aanvaarding van de tijd. Als we al een eigen verleden hebben, dan is het leven meer dan het beperkte moment van het huidige moment; we beschouwen onszelf niet langer als vreemden. Dit maakt het mogelijk om ook een toekomst te hebben, een toekomst die we ons nu kunnen toe-eigenen. Deze mogelijkheid in het Nieuwe Testament is verbonden met het vermogen tot geloof. “Vraag, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u worden opengedaan. Want ieder die vraagt, ontvangt, en de zoeker vindt, en voor hem die klopt, zal opengedaan worden.”

De stralende toekomst in. 

Maar hoe is het mogelijk dat de zoeker vindt? In het dagelijks leven bepaalt het loutere feit van zoeken niets over vinden. Integendeel; het lijkt zelfs alsof er een kloof tussen deze twee gaapt, die alleen kan worden gevuld met geluk of met de goede wil van God. Maar wie met geloof zoekt, zal iets vinden. Het gaat er hier geenszins om God te vragen en vervolgens simpelweg alles te ontvangen. Deze passage in de tekst wijst veeleer op een andere relatie tot tijd en toekomst. Dit is een mogelijkheid om de toekomst op de een of andere manier dichterbij te brengen; deze mogelijkheid wordt hoop genoemd – het geeft de toekomst een zekerheid die meer kan zijn dan de zekerheid van het loutere heden. Misschien spreekt Celan hier ook over in het volgende gedicht, waarvan de titel “Anabasis” is. Dit ondoordringbare-ware, nauw geschreven tussen muren, omhoog en terug

Dit pad naar de toekomst, en tegelijkertijd weg van de toekomst, is “ondoordringbaar”, maar misschien juist daarom “waar”. Misschien is dit het enige pad dat leidt naar ons diepste wezen, naar de helderheid van het hart. De deur is echter niet te vinden in het heden, maar in het verleden, en wordt door Mnemosyne alleen verleend en geopend voor hen die hem met pijn naderen, dat wil zeggen met een open, levend lot. Deze deur van de herinnering opent zich naar de toekomst, die door het verleden wordt gegenereerd en alleen gegenereerd kan worden als we een eigen verleden bezitten. Kan ons ongeĂŻnterpreteerde teken-zijn een interpretatie vinden in het licht van het hart in de toekomst? Deze dialectiek van de toekomst, dit heen en weer, komt ook aan bod in een ander gedicht van Celan. 

Vor dein spĂ€tes Gesicht, 
allein-
gÀngerisch zwischen
auch mich verwandelnden NĂ€chten, 
kam etwas zu stehn, 
das schon einmal bei uns war, un-
berĂŒhrt von Gedanken.

Wie spreekt tot wie: wie ben ik en wie ben jij? Wie draagt ​​dat late gezicht, en wat is het, wat bleef er over voor dit gezicht, en welke gedachten raakten het? Natuurlijk krijgen we geen antwoorden op deze vragen. Maar dat betekent niet dat het gedicht slechts een woordspeling is. Nee, integendeel; het gedicht kan worden ontleed, de regels kunnen worden ontrafeld. EĂ©n ding is duidelijk: ik kan zijn wat ik wil, maar door deze nachten werd ik ook getransformeerd; dat betekent dat ik niet helemaal alleen was, ik was bij jou, en jij werd getransformeerd net zoals ik. Wij zijn wat we zijn, maar we waren anders. We zijn nu samen,nomdat er iets is gebeurd dat we allebei hebben meegemaakt, en wat er is gebeurd is niets anders dan de tijd zelf, in zijn onontcijferbare dubbelzinnigheid. Het nu waarin ik tot je spreek is net zo laat als je gezicht. En wat (voor je gezicht staat) en vorm aanneemt, is er ook al eerder geweest, zij het onaangetast door gedachten en menselijke blikken. Wat was het? Een liefdesverklaring, een gebed, een woord, of de stilte die het woord bewaart – we weten het niet. Wat het ook is, het staat nu voor ons op zo’n manier dat het ons tegelijkertijd scheidt en verbindt. Het is een muur en een brug tegelijk – net als de tijd. De tijd scheidt ons van elkaar omdat we erdoor veranderen, maar het verbindt ons ook omdat deze nachten van ons waren, van ons samen. Misschien staat er niets anders dan de tijd tussen ons. Het was volkomen onaangetast toen het nog de toekomst heette, en nu, zodra het verleden is geworden, laat het zich aanraken en misschien begrijpen. Tijd als de tijd van het leven, als tijd die niet lineair is, maar gevangen in de ambiguĂŻteit van de herinnering, in de tijd (ervaren terwijl die opwaarts en terugwaarts beweegt naar de toekomst) en als zodanig een ervaring van nabijheid lijkt te zijn. Tijd is niets anders dan nabijheid, en deze nabijheid kan zowel als verlangen als geweld worden ervaren. Deze nabijheid maakt het ons mogelijk om “de tijd op de mond te kussen”,181 maar ook om de tijd tot bloedens toe te geselen.182 Soms kan het tegenovergestelde gebeuren, namelijk dat we zelf door de tijd worden gegeseld. Tijd betekent nabijheid, en deze nabijheid is evenzeer de mogelijkheid tot sensualiteit als tot blootstelling. Deze blootstelling is echter niet simpelweg het tegenovergestelde van kracht en autonomie; zonder deze zou geen leven mogelijk zijn, en het leven zelf is niet louter zwakte; want het is waar: “want mijn kracht wordt volmaakt in zwakheid.”

Het woord heeft dus kracht in deze zwakheid. Maar het kan alleen een eeuwige gebiedende wijs worden als het alle verwachtingen en voortekenen voorafgaat en overleeft:
Zeg dat Jeruzalem is.

Overpeinzing bij Eye

Panorama foto van Klaaske bij Eye, rechtstreeks van het Sail front. Van opwinding stortte ik de helft van een groot glas Latte Macchiato over ons tafeltje heen – dat we eigenhandig met een doekje en een reeks zakdoekjes opgedweild hebben. De charmante veeltalige bediening had wel iets beters te doen.
Eenmaal thuis, deed iemand zomaar de buitendeur voor me open 
 en riep zelfs de lift voor me op! Een beetje erkenning van je ‘hulpbehoevendheid’ – wat al begint bij jezelf – doet een mens toch goed


Sprong in het Onbekende

Paestum – door de Grieken 'Poseidonia' genoemd – is gelegen aan de rand van een enorm opgravingsgebied, met de drie best bewaarde Griekse tempels van ItaliĂ«. Veel van wat er gevonden is, wordt bewaard in het Archeologisch Museum.
Toen ik daar mei 2015 onderstaande zaal betrad, werd ik getroffen door de werking die van het verstilde tableau met 'De duiker' – in het midden – uitgaat.

Drie van de vier in de ‘Tombe van de Duiker’ gevonden tableau’s laten scenes zien van een symposion, een viering in de mannenvertrekken, met zuiveringsriten, drank en muziek, waar ook de overledene aanzit.
De vierde is het fresco van ‘De duiker’, die het plafond van het graf vormde.

Het toont een menselijke figuur die, dynamisch maar eenzaam, tussen hemel en aarde zweeft, temidden van een landschap van kosmische dimensies: achter hem rijzen de Zuilen van Hercules, de grens van de bekende wereld; beneden wacht de Oerzee, die hem straks zal opnemen.
De figuur van 'De duiker' staat symbool voor de reis van de ziel door het Onbekende, voorbij alle plaats en tijd. De geleerden zijn het erover eens dat de symboliek van het tafereel de opstandings-gedachte van de Pythagoreeërs ademt.

Pythagoras, afkomstig van Griekse eiland Samos, vestigde zich rond 530 v.C. in Croton, het zuidelijkste puntje van Italië. De stad maakte, evenals het noordelijker gelegen Poseidonia, deel uit van Magna Graecia, het in de Oudheid door Grieken gekoloniseerde gebied in het zuiden van het huidige Italië.

De filosofie van Pythagoras, met zijn ideeën over matigheid, de onsterfelijkheid van de ziel en reïncarnatie, verbreidde zich aanvankelijk snel in Zuid-Italië en was er populair. Later werd zijn school vervolgd en traden de Pythagoreeërs uit de openbaarheid. Maar hun invloed bleef.

ReĂŻncarnatie is in de Westelijke hemisfeer een vreemde eend in de bijt.
Toch is de vraag naar wat er met je gebeurt na de dood, de hoeksteen van elke religie en van elke levensfilosofie. Zelfs het ‘misplaatste positivisme’ dat dezer dagen hoogtij viert en sleutelt aan de ‘Volmaakte Mens’, kan er niet omheen en zegt ‘O, er is niets, je bent je brein en je sterft ermee af.’
De idee van reĂŻncarnatie wordt in onze Westerse cultuur van oudsher met wantrouwen bejegent. Alleen enkele naar esoterisme neigende groeperingen houden zich ermee bezig.
Natuurlijk is er het ‘verre India’, waar dit gedachtengoed tot bloei is gekomen en in HindoeĂŻsme en Boeddhisme voortleeft. Maar daar wordt hier altijd een beetje denigrerend over gedaan, als was het een primitief bewustzijnsstadium, dat voor ons een gepasseerd station is.



Terug van vakantie, kwam ik tot mijn vreugde ‘Het verhaal van het stofje in de stroom‘ tegen, de parabel waarmee Maarten Houtman zijn visie op reĂŻncarnatie uiteenzet.
Tijdens een sessie in 1996 wordt hem er opnieuw naar gevraagd. Hij antwoord met een verhaal uit zijn leven, waarmee hij duidelijk maakt hoe dit inzicht bij hem is ontstaan:
Twee richtingen in je leven, in: ‘Terugkeren tot de Oorsprong’, Tao-zen sessie van 13-18 december 1996 in Huissen.

Panorami d’Italia

Rondreis Napels en SiciliĂ«, 28 april – 9 mei 2015

NB Doorlopende tekst is van Djoser, foto’s en onderschriften komen uit eigen archief. 

“We vliegen naar Napels, de geboorteplaats van de pizza en ook de hoofdstad van CampaniĂ«, een regio rijk aan historische bouwwerken. Volgens Goethe moet je Napels zien en dan sterven. Na aankomst op het vliegveld rijden we direct door naar ons hotel. ’s Avonds kun je een eerste indruk krijgen van deze levendige stad en hetgeen de Italiaanse keuken zoal te bieden heeft.
De volgende ochtend heb je de tijd om de stad wat uitgebreider te voet of per metro te verkennen. Napels is fraai gelegen aan een mooie baai en er valt veel te zien. Zo kent de stad vele musea, kerken, paleizen en kloosters. Je kijkt je ogen uit in de oude volkswijken met de bekende steile trapstraatjes, waar de was aan lijntjes boven je hoofd te drogen hangt. Ook is Napels de stad waar de nieuwste mode wordt uitgestald in de vele etalages van kleine boetiekjes.”

Foto boven:
De kathedraal van Napels, ook wel bekend als de Duomo di Napoli of de Cattedrale di Santa Maria Assunta. De sculpturen en het glas-in-loodraam met de duif stellen de Hemelvaart van Maria en de Heilige Geest voor, die een belangrijk onderdeel zijn van de religieuze iconografie in de kathedraal (uit het A.I. overzicht).
NB Scherpstellen op het beeldhouwwerk deed de duif wegvallen, en omgekeerd. Daarom hier twee opnamen gecombineerd in Photoshop!
Panoramafoto's zijn mijn hobby, dus zet je schrap!
Klik op de afbeeldingen voor vergroting.
di 28 apr 2015 Waterballet in de kloostergang. Ingrid blijft opgewekt!

“Op weg naar het zuiden bezoeken we de opgravingen van Pompeii. Onder leiding van een professionele gids komen we meer te weten over de stad die in het jaar 79 werd overrompeld door een vulkaanuitbarsting van de Vesuvius. De plaats werd bedekt met een dikke laag as, waardoor deze goed bewaard is gebleven. Pompeii is de geboorteplaats van de moderne archeologie. Het is de eerste plek die door mensenhanden werd opgegraven in 1594, na een toevallige vondst van een architect. De archeologische vondsten geven je een goede indruk van het leven in de Romeinse tijd. Je ziet onder andere afdrukken van mensen die verrast werden door de uitbarsting.”

“Volgens één van de mythes van de beroemde Amalfikust, verleidde het gezang van sirenen vele zeelieden, waarna zij de dood vonden in Sorrento, de ’toegangspoort tot de onderwereld’. We kunnen vanuit de levendige kustplaats Salerno per boot de idyllische Amalfikust bezoeken, met kleine charmante dorpjes prachtig gelegen tussen de Italiaanse cipressen en kleine strandjes. De dorpjes lenen zich uitstekend om te flaneren langs de kustboulevard. Of maak een wandeling langs de tuinen en terrassen met citroenbomen en proef de specialiteit van deze streek: limoncello.”

Reizen langs CalabriĂ«, de ‘kust van de Goden’

Dag 5 Salerno – Paestum – Trecchina Dag 6 Trecchina – Tropea
Dag 7 Tropea

“De reis naar het zuiden onderbreken we met een overnachting in Trecchina. Onderweg hebben we tijd om te genieten van gastronomische, historische en culturele bezienswaardigheden. Neem bijvoorbeeld een kijkje op een lokale kaasboerderij, waar je de beroemde mozzarella di bufala kunt proeven.”

“Vanuit Trecchina, bij het natuurgebied Parco Nazionale del Pollino, rijden we naar Tropea. De rit voert langs de mooie kust van CalabriĂ«, in de teen van de laars. Dit stuk van de kustlijn aan de Tyrreense Zee heet de Costa degli Dei (de ‘kust van de Goden’) en is bijzonder geliefd bij de Italianen. Het prachtige witte strand bij Tropea leent zich uitstekend om heerlijk te luieren en een boekje te lezen. Wie van vis houdt, kan hier zijn hart ophalen. In de visrijke kustwateren wordt er naast sardines, ansjovis en tonijn ook pesca spada (zwaardvis) uit de zee gevist, die je zeker terugvindt op de menukaarten van de trattoria’s.”

Ontdek de bruisende hoofdstad van Sicilië, Palermo

Dag 8 Tropea – Villa San Giovanni – veerboot naar Messina – CefalĂč – Palermo Dag 9 Palermo, bezoek Monreale

Dag 10 Palermo
“We rijden verder naar het plaatsje Villa San Giovanni, in het kielzog van Odysseus, en steken over naar het eiland SiciliĂ«. Na een behouden vaart, rijden we vanuit de haven van Messina verder met de bus naar Palermo.”


“Het grootste Italiaanse eiland biedt legio contrasten, van mooie stranden in CefalĂč en vergane glorie in de bruisende hoofdstad Palermo, Griekse ruĂŻnes in Agrigento en Selinunte tot ruige vulkanische natuurgebieden rond de Etna. Tussen enkele van de hoogste bergen van SiciliĂ« liggen dorpjes, boerderijen en wijngaarden verspreid over de heuvels en dalen. SiciliĂ« spreekt uiteraard ook tot de verbeelding vanwege het geruchtmakende maffiaverleden. De maffia, ook bekend als Cosa Nostra, was een crimineel syndicaat dat in het midden van de negentiende eeuw ontstond in SiciliĂ«.”

“We stoppen in Paestum, om enkele van de best bewaard gebleven tempels uit de Griekse oudheid te bekijken. We passeren pittoreske dorpjes waar het toerisme nog in de kinderschoenen staat zoals bijvoorbeeld Rivello, dat wel tegen de bergwand lijkt aangeplakt!”


“We overnachten in de stad Palermo, waar in de jaren ’80 de processen werden gevoerd tegen de prominente leden van de maffia. Je vindt hier tal van monumenten in Byzantijnse-, Arabisch-Normandische-, Renaissance- en barokstijl. Ook loont het zeer de moeite waard om rond te dolen tussen de marktjes en trattoria’s, in de smalle steegjes en over de kleine pleintjes die achter de historische gebouwen te vinden zijn. Enkele kilometers buiten Palermo ligt de 12e-eeuwse kathedraal van Monreale. Het staat bekend als het mooiste voorbeeld van Normandische architectuur. Ook andere bouwstijlen zijn terug te vinden in vele elementen, zoals de bronzen deuren van de hand van Pisano en Da Trani. De schitterende gouden mozaĂŻeken kun je niet missen. Ze zijn zeer waardevol en befaamd in de hele wereld.”

Dompel je onder in de Griekse oudheid: Selinunte en Segesta

Dag 11 Palermo – Segesta – Marsala – Selinunte Dag 12 Selinunte – Agrigento – Piazza Armerina

“Vandaag kan de liefhebber van de Griekse oudheid zijn hart ophalen! Op weg naar Selinunte passeren we Segesta waar je de Dorische tempel met zijn 36 zuilen kunt bewonderen. Omdat het dak ontbreekt denkt men dat dit heiligdom nooit is voltooid.

Je vindt hier ook een oud theater, dat deels uit een rots is gehouwen en tot op heden nog een perfecte akoestiek kent. Of bezoekers destijds hun volle aandacht bij de muziek konden houden is de vraag, want het uitzicht hiervandaan is werkelijk adembenemend. Een stukje verderop maken we een stop in Marsala waar wijnliefhebbers kunnen proeven van de wereldberoemde Marsalawijn. Na een ode te hebben gebracht aan de wijngod Dionysos, blijven we in Griekse sferen in Selinunte, dat ooit de grote rivaal van Segesta was. Het meest westelijk gelegen stadje tijdens de Griekse heerschappij werd verwoest door Carthagers. Na veel strijd en aardbevingen staat er helaas nog weinig overeind, maar de ruïnes van drie tempels zijn voor cultureel en historisch geïnteresseerden een absolute aanrader.”

“We onderbreken de rit naar de oostkust van SiciliĂ« met een overnachting in Piazza Armerina. Hiermee creĂ«ren we voldoende tijd om te genieten van de schoonheid die het eiland te bieden heeft. De Vallei der Tempels (Valle dei Templi) bij Agrigento herbergt verschillende cultuurschatten, waaronder vijf tempels die relatief goed bewaard zijn gebleven.

Uiteraard bezoeken we ook de Romeinse Villa Casale, dat pas recentelijk werd ontdekt. De villa met 50 kamers dateert uit de derde en vierde eeuw. In elke kamer ligt een mozaïeken vloer met prachtige motieven en scenes.”

Dag 13 Piazza Armerina – Etna – Taormina Dag 14 Taormina
Dag 15 Taormina – Catania – Amsterdam

Op weg naar Taormina stoppen we bij een van de actiefste vulkanen ter wereld, de Etna. Op een hoogte van ongeveer 1900 meter kun je over de hellingen wandelen. Een heel bijzondere ervaring! De bodem is hier zwart van de lava. Schoeisel met een goed profiel is daarom ook belangrijk voor deze tocht. Een facultatieve excursie met een terreinwagen of per kabelbaan brengt je naar een hoogte van ongeveer 3000 meter. Je hebt hier een schitterend uitzicht over de omgeving met verschillende kraters en relatief recente lavastromen.


“We verblijven de laatste dagen van onze rondreis in de omgeving van Taormina, in het plaatsje Letojanni, waar vandaan je gemakkelijk met openbaar vervoer op pad kunt gaan. Taormina zelf is van oudsher een centrum voor handel en kunst, ook ten tijde van de Normandische, Spaanse en tenslotte Franse overheersing. Je ziet hier nog tal van overblijfselen, zoals het oude Teatro Greco, waarvandaan je een schitterend uitzicht hebt op de Ionische Zee. Maar je kunt natuurlijk ook heerlijk bijkomen van alle indrukken, op een van de prachtige stranden of lekker genieten van een echte Italiaanse cappuccino op één van de gezellige terrasjes.”

“Vanuit Letojanni is het mogelijk om een uitstapje te maken naar Catania, bijvoorbeeld voor last minute souvenir shoppen. Wie maar geen genoeg kan krijgen van al de cultuurschatten uit de oudheid, moet absoluut een bezoek brengen aan het archeologische park in de nabijgelegen plaats Giardini-Naxos. Hier kun je Naxos, de eerste Griekse nederzetting op SiciliĂ« bezichtigen.”

Voor Maarten

Toen ik bij je begon
op zoek naar
het paradijs op aarde,
was ik intussen druk bezig
mijn wereld op te schonen.

Zoals met Thich Nhat Han
de wonden van Vietnam
te helen, en met
Christoffer Schippers
honderd bloeiende bloemen
van Mao van bloed te ontdoen

Tsjernobyl bracht de verschrikkingen
van de bom op Japan in herinnering:
Human Shadow Etched in Stone,
Hiroshima mon amour


En jij zag het aan
en je liet me begaan,
je voerde me met zachte hand
terug naar het alledaagse bestaan:
een computer en een baan,
om op eigen benen te staan

Toen kon het spel beginnen

Want Jij bent het spel
jij bent de wereld,
jij bent de schepping.
En je houdt op jezelf af te scheiden
en te zeggen:
‘Ik moet er nog bijhoren’ –
je bent er al!
Dan heb je mij niet meer nodig,
niemand meer nodig,
dan ga je je weg.


En de wereld wordt
leger...
en leger...
en

De Gobi woestijn in Mongolië, 29 juli 2010.
[klik voor de link]

Het oog van de meester I

,

“God ziet alles,” zeiden ze vroeger bij mij thuis.
Dat sloeg dan meestal op dingen die je voor je ouders verborgen probeerde te houden. Dus vanzelf werd God die boeman die met hen samenspande en dan aan het eind van je leven ook nog eens wat voor je in petto had.
Eigenlijk een vreemde manier van zeggen, een vreemde voorstelling van zaken: iets of iemand die alles ‘ziet’
 Want het sloeg natuurlijk ook op je gedachten, het aller intiemste, meest verborgene hoekje dat je hebt. Dus stel je voor dat die ‘zichtbaar’ zouden zijn


Nadat ik enige tijd bij Maarten Houtman ‘gezeten’ had en hem mijn volledige vertrouwen gegeven had, riep ik hem soms thuis in mijn wanhoop aan. Dan ging niet lang daarna de telefoon.
Als ik opnam was het heel even stil, dan klonk een zachte stem: “
 met Maarten.”

Je maakt het mee, je ziet het gebeuren 
 en merkt dat het klopt, dat weet je gewoon. Toch doet het je wereld kantelen

Maar je hebt CONTACT, er is iemand die je ziet, die je hoort, die voor je klaar staat.
Ondanks jezelf levert het een gevoel op dat het kan 
 dat het bijna zo hoort, dat niets het in de weg staat. Toch vind je het natuurlijk een beetje eng


Dat zoiets je overkomt, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, op een of andere manier was je ervoor geprepareerd (zeg ik nu). En je hebt er onopzettelijk misschien wel een beetje op toegewerkt.
Ik moet dan gelijk denken aan mijn toenmalige fascinatie voor de boeken van Carlos Castaneda, waar ik me op wierp toen ik alle vertrouwen in de academisch psychologie had verloren en mijn studie na jaren afbrak. Zo’n meester te hebben als die Yaqui Don Juan
 A path with a heart

Ik had in die jaren weinig meer om voor te leven, ik had bijna alle contact met m’n lichaam verloren en leefde als een spook. Alleen Klaaske hield me op de been.
Op een nacht voelde ik dat ik m’n lichaam aan het verlaten was en zag lichtwezens die mij wenkten
 Maar iets in mij wist dat ik terug moest, dat er iemand van me hield en op mij wachtte


Zo zag mijn wereld eruit aan de vooravond van onze ontmoeting met Maarten.
Gestaag begon ik weer van het leven te genieten

We werden bij Maarten en Hanna te eten gevraagd. We stonden wat vroeg op de stoep en toen Hanna opendeed klonk het: “De eersten zullen de laatste zijn
” We kregen draadjesvlees voorgeschoteld, wij, als strenge vegetariĂ«rs
 Heerlijk was het!

Intussen bleef Maarten als een zorgzame vader over me waken. Als hij lesgaf in de Kosmos wist hij dat ik daar in onze woonboot door het raam naar het water zat te staren en parkeerde hij zijn auto zĂł op de brug bij de Montelbaanstoren – we woonden op de Binnenkant in Amsterdam, precies tegenover waar nu de Kanzeon Sangha is – dat ik hem kon zien.
Verbeelding? Ik was de verbeelding voorbij, er was alleen nog een absoluut vertrouwen. Ik had ook nog een heel leven te gaan, voor alles wat ik meegemaakt had en niet begrepen had

Tot dan toe was mijn enige – naar ik steeds meer begon te begrijpen: dodelijke – wapen mijn voortdurende analyse van alles wat ik meemaakte. Dat was mijn ingekankerde manier om ‘problemen op te lossen’ – als een MĂŒnchhausen die zichzelf aan zijn haren uit de baren wil redden


En daar zit je dan op je bankje, bij Maarten op de Zen-zolder, en hoort: “Ga terug naar je adem, voel je lichaam
”
Wat een eindeloze weg
 Dat vertrouwen in hem was ook wel broodnodig


Zij die de kreten van de wereld hoort


Bovenaan: Vrouwelijk mummyportret uit Thebe, 2e eeuw.
Was van encaustische was en verf op limoenhout.
,

8 januari 2020


Ik las dat de Paus vandaag gebeden heeft voor de slachtoffers van het Corona-virus in China. Die man doet tenminste z’n plicht. Nou, dat is wel eens anders geweest…
Zondagavond zag ik het eerste deel van ‘De naam van de roos‘, naar het boek van Umberto Eco, een tv-serie die Klaaske opnam. Daar in het ItaliĂ« van de 13e eeuw blijken de Pausen konkelende monsters te zijn…
Maar de ‘progressieve’ Franciscus verordineerde in 2018 wel ‘de verplichte gedachtenis van Maria, Moeder van de Kerk‘ – waarvan de viering voortaan de 2e Pinksterdag vervangt…

Diezelfde zondag hoorde ik in het Concertgebouw het Stabat Mater van Pergolesi en het Gloria van Vivaldi, door The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands, met Olga Zinovieva, sopraan en Sytse Buwalda, countertenor. Prachtig…
Toen ik na het concert met m’n gezelschap terugliep naar de auto, kon ik zelfs in het geluid van de tram muziek horen…
Ik kreeg na afloop van organisator ‘Beleef Klassiek’ dit filmfragment toegestuurd, waarin dezelfde uitvoerenden te horen zijn (de scĂšne moet je maar voor lief nemen):

Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736), stierf op 26 jarige leeftijd aan tuberculose. Hij had nog net de tijd om dit Stabat Mater te voltooien. Lees hier de voorgeschiedenis:

Quis est homo? Wie is het die niet zou wenen om de moeder van Christus in zo’n wanhoop te zien?
Deze woorden werden voor het eerst uitgesproken in het dertiende-eeuwse Italië, in een affectieve en emotionele Latijnse devotionele tekst; het voor de hand liggende antwoord op de retorische vraag is dat geen enkele ware gelovige niet met de Maagd zou rouwen over de stervende Christus.
Dit gedicht is het ‘Stabat mater‘, waarvan wordt gedacht dat het het werk is van de grote psalm-dichter Jacopone da Todi (rond 1300). De klagende strofen ervan zorgen voor een emotionele band tussen de mediterende gelovige en de moeder van de Gekruisigde, en ontstonden vanuit de volkse devotie, die volgde op de Zwarte Pest.
Pergolesi kreeg de opdracht om het Stabat Mater, gecomponeerd door Alessandro Scarlatti – dat tot dan toe elke Goede Vrijdag in Napels was opgevoerd – te vervangen. Hij aanvaardde die, ook al leed hij aan tuberculose. De legende gaat dat hij in een devotionele razernij op zijn sterfbed componeerde. Of het verhaal waar was of niet, Pergolesi’s Stabat-mater was al snel een internationale hit, die onvermijdelijke vergelijkingen trok met het Requiem, dat Mozart op zijn sterfbed schreef.
www.allmusic.com | Timothy Dickey.

Dat brengt me op een boekbespreking in de NRC van 22 januari, over Carel Blotkamp‘s The End. Artists’ Late and Last Works. Het boek is geheel gewijd aan ‘laatste werken’ in de beeldende kunst. Ik las de recensie met rode oortjes … geweldig! Maar ik begreep ook dat in het boek helaas geen afbeeldingen staan… (wel in bijgaande recensie).
Een van de werken die aan de orde kwamen, was de Rondanini PiĂšta, de zwanenzang van Michelangelo – alweer een stervende die de Voorspraak van de Heilige Maagd zoekt…

“Die Piùta is een vreemd beeld. De gezichten van Christus en Maria zijn nog ruw en nauwelijks uitgewerkt, terwijl de benen van de Christus-figuur al prachtig glad en gespierd uit het marmer getoverd zijn. Aan de linkerzijde hangt een al even fraai gepolijste onderarm, maar die zit, gek genoeg, niet vast aan het lichaam van Christus. De verhoudingen lijken niet te kloppen, en het is de vraag of Michelangelo de compositie ooit nog goed zou hebben gekregen, als hij niet gestorven was.”
Het beeld werd aanvankelijk uiterst negatief besproken in kunsthistorische verhandelingen. Pas in de vroege twintigste eeuw begon de rehabilitatie van deze Pietà. De ruwe huid en de bizarre compositie werden opeens gezien als abstracte kwaliteiten, passend bij de moderne kunst uit die tijd. In 1964 roemde de Engelse kunstenaar Henry Moore het beeld als ‘een van de beste kunstwerken ooit gemaakt’.

Zo zie je dat, naast de Heilige DrieĂ«enheid, in de loop van de eeuwen langzaam het beeld van de Goddelijke Moeder oprijst, als Godin van het Erbarmen. Mensen hebben nu eenmaal in het uur van hun dood een Voorspraak nodig – is dat ook niet de rationale van het geloof?
In China hebben ze overigens Kwan Yin, de Godin van Mededogen. Dus bidt die Paus een beetje voor de BĂŒhne. Of zou hij als voorspraak willen dienen voor de gelovigen hier … bang voor een nieuwe pest?

Ik moet dan altijd aan Mother Meera denken (ook al een Moeder...), die zei: laat de mensen toch naar hun kerk gaan, het biedt hen troost, laat ze er Maria aanbidden...
Die Indiase ruimdenkendheid...
Bodhisattva Quan Shih Yin (eigen foto, 2011).
Bodhisattva Quan Shih Yin ('zij die de kreten van de wereld hoort') is de godin van het mededogen, de Chinese gedaante van Avalokiteshvara.
Quan Yin – zie foto – staat hier in de Hal van de 'Arhats' (boeddhistische heiligen en discipelen) van de BǎogĆ«ang SĂŹ tempel in Chengdu, afgebeeld met ‘elf hoofden’ en ‘duizend handen’, haar geschonken om het vele leed van de wereld te kunnen horen en lenigen.

Voor de Shake v/d Week duiken we een heel andere wereld binnen, die van het ‘donkere continent’ – waar ze óók vrolijkheid kennen…
De Malinees – let wel: niet Milanees dus – Habib KoitĂ© speelt Din Din Wo (‘Klein kind’) – zoals het op het album Muso Ko staat.

8 januari 2020

Elon Musk wants to save Western civilization from empathy


  Bovenaan: Hanna Mobach, The Lovers,1997. Houtskool op papier, 64x49cm 
In een tijd dat in de USA alle welfare door Trump uit de grond gerukt wordt, is het goed om je af te vragen: hoe ervoer ik Amerika  en zijn bewoners zélf, toen ik daar ooit was?
Mijn eigen reis door Californië in juni 2004, kende naast benauwde momenten - lees 'Almost trapped in a bad movie' - ook momenten van warmte en behulpzaamheid.
Zoals de store holder die, toen ik haar in paniek meldde dat ik de autosleutels in de kofferbak had opgesloten, vroeg: “Welk merk?” En gelijk met me naar buiten liep, toen ik ‘Ford Focus’ zei. Daar had ze een trucje voor
[1]
En die keer dat ik bij een bank binnenliep en vroeg waar ik naar het buitenland kon bellen. Zonder omhaal namen ze me mee naar de kelder - waar ze me rustig alleen lieten om Klaaske te bellen. Ik was verbluft door zoveel service, zoveel vertrouwen.
Melanie During (zie foto onder), met haar gedrevenheid voor paleontologie, liftte als tiener van opgraving naar opgraving, van congres naar congres, en leerde zo de USA en zijn bewoners van haver tot gort kennen. In een recent interview in NRC vertelt ze over haar ervaringen met het Amerika van nu. Daaruit één opvallende moment:  
Melanie During, paleontoloog. Foto NRC.
“Wie zich tot Trump heeft bekeerd, zal moeite hebben om hartelijk te blijven, denkt During. Want het helpen van je medemens wordt in het huidige politieke klimaat niet als iets moois gezien. Of zoals Trumps voormalige rechterhand, Elon Musk, zei: de fundamentele zwakte van de westerse beschaving is empathie. „Toen ik dát las moest ik wel even slikken.”
INTERVIEW AMERIKA EN WIJ, Melanie During | paleontoloog: "Ik maak me zorgen over de lieve, vriendelijke Amerikanen". NRC, 1 augustus 2025
Elon Musk leaves following a luncheon with members of the Senate Republican Conference on Capitol Hill on March 5, 2025.
“The fundamental weakness of Western civilization is empathy, the empathy exploit,” Musk said. “There it’s they’re exploiting a bug in Western civilization, which is the empathy response.”

Analysis by Zachary B. Wolf, CNN

Published 5:38 PM EST, Wed March 5, 2025

Americans are still in the dark about the scope and scale of what Elon Musk is doing with DOGE, the Department of Government Efficiency, which is working to drastically shrink the size of government by aiming to cut $1 trillion or more in government spending.   

But there’s some insight into what’s driving Musk — namely, an effort to combat what he referred to as “civilizational suicidal empathy.”

During a three-hour interview with the podcaster Joe Rogan released February 28, Musk talked about his deeply held belief in the conspiracy theory that Democrats are working to import as many undocumented immigrants as possible so that they can take over the US government forever.

“If they had another four years, they would legalize enough illegals in the swing states to make the swing states not swing states,” Musk told Rogan. “They would just, they would be blue states. Then they would 
 win the presidential; they’d win the House, the Senate and the presidency.”

But what came next in the conversation may shine more of a light on what motivates Musk to cut down the size of government, and it melds with his takeover, purchase and founding of companies in the private sector. It’s the belief that empathy for individuals is costly to the collective.Musk pointed to California’s move to provide medical insurance even to undocumented people who qualify for its low-income Medi-Cal program.

“We’ve got civilizational suicidal empathy going on,” Musk said, borrowing the term from Gad Saad, a Canadian scholar who is also a frequent Rogan host.

While Musk said he believes in empathy and that “you should care about other people,” he also thinks it’s destroying society.

It’s an important thing to remember as Musk turns his crusade toward the US government. While President Donald Trump has said cuts will not touch safety net programs such as Social Security, Medicare and Medicaid, except to root out fraud, Musk made clear during the interview that he believes that the concept of Social Security is a “Ponzi scheme.” [2]

Musk’s lack of empathy is a theme in the recent biography for which the writer Walter Isaacson was given access to the billionaire throughout his takeover of Twitter.

And Musk’s disregard for individuals employed at his companies is also a throughline in the book, including on production lines at Tesla and at SpaceX, where he is described as quick to fire people.

At each of those companies, Musk expressed a desire to save humanity: with electric cars in the case of Tesla; by making humanity interplanetary in the case of SpaceX; and by sticking up for the First Amendment in the case of Twitter.

“He likes this notion of helping humanity,” Isaacson told CNN’s Christiane Amanpour in 2023. “In fact, he has more empathy for humanity in general than he often has for the 20 people around him.

Musk still has that view of himself as a superhero taking risks; he repeatedly told Rogan about his fear of being killed. Now, instead of saving humanity, he believes he is saving the US government by cutting billions of dollars in spending, even if it impacts many Americans’ daily lives — by costing them their jobs or by curtailing government services — in the process.

https://edition.cnn.com/2025/03/05/politics/elon-musk-rogan-interview-empathy-doge

____________________
[1] Een knop op het dashboard, waar ze via een kier in het raam bij kon komen.
[2] Een piramidespel, een vorm van beleggingsfraude waarbij de opbrengsten voor vroege investeerders worden betaald uit geld dat van latere investeerders is afgenomen, in plaats van uit legitieme winsten. Het is een misleidende operatie waarbij de “investeringen” niet echt winst opleveren en het systeem afhankelijk is van een constante toestroom van nieuwe investeerders om de illusie van succes in stand te houden.

Interview met Rashid Khalidi

LAATSTE NIEUWS

Palestijns-Amerikaans historicus zegt lessen op Columbia University af na ‘capitulatie’ aan Trump
NRC, 1 augustus 2025

De prominente Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi heeft een collegereeks aan Columbia University afgezegd, nadat die universiteit een week geleden schikte met de Trump-regering. Dat schrijft de emeritus hoogleraar vrijdag in een open brief in The Guardian.

Het Witte Huis dreigt Columbia en andere universiteiten al maanden met het stopzetten van federale subsidies. Donald Trump zegt dat Columbia niet genoeg doet om antisemitisme op de campus tegen te gaan, waarop de president de aanval op de universiteit opende. Vorige week schikte Columbia met de Trump-regering en betaalde ze een boete van 200 miljoen dollar (ongeveer 173 miljoen euro), om weer aanspraak te kunnen maken op 400 miljoen dollar (zo’n 346 miljoen euro) aan subsidies.

Het akkoord met Columbia University is vooral een overwinning voor de regering-Trump
Het bestuur van Columbia University in New York werd het eens met de regering Trump, de universiteit krijgt haar subsidies terug.
Hoogleraar Khalidi ging vorig jaar met pensioen, maar zou in de herfst als bijzonder hoogleraar nog een vak gaan geven over de geschiedenis van het Midden-Oosten. Hij schrijft dat niet te kunnen doen „onder de voorwaarden die Columbia heeft geaccepteerd door te capituleren aan de Trump-regering”.

‘Veranderd in een anti-universiteit’

Khalidi hekelt met name de definitie van antisemitisme, die Columbia overneemt. In die definitie, van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), wordt kritiek op IsraĂ«l gelijkgesteld aan antisemitisme, stelt Khalidi. De IHRA stelt dat kritiek op IsraĂ«l, net als kritiek op andere landen, niet per se antisemitisch is. Wel bestempelt het kritiek op het bestaansrecht van de staat IsraĂ«l als antisemitisch, of bijvoorbeeld het land een „racistisch project” noemen. Die definitie maakt het volgens Khalidi onmogelijk om eerlijk les te geven over de genocide die IsraĂ«l pleegt in Gaza.

Khalidi hekelt daarnaast de trainingen die medewerkers moeten volgen, waarbij kritiek op zionisme gelijk zou worden gesteld aan antisemitisme. „Columbia’s capitulatie” heeft de universiteit veranderd in een „anti-universiteit, een plek van angst en walging, waar faculteiten en studenten van hogerhand verteld wordt wat ze mogen zeggen en doceren”, besluit Khalidi zijn brief.

INTERVIEW
oktober 2024

‘Er is in deze oorlog te weinig aandacht voor de geschiedenis’

Rashid Khalidi | Historicus
Ook nu de oorlog zich uitbreidt naar Libanon, constateert de Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi, is sprake van ‘blindheid’ voor alles wat voorafging aan de aanval van Hamas op het zuiden van IsraĂ«l op 7 oktober 2023. „De oorlog is een reddingsboei geweest voor Netanyahu.”
                Auteur:‹Lucia Admiraal NRC, ‹4 oktober 2024

Hij is een van de bekendste historici van Palestina: Rashid Khalidi (1948). Deze zomer ging hij met emeritaat als hoogleraar moderne Arabische studies aan de Columbia Universiteit in New York, al blijft hij dit semester gewoon lesgeven. Eerder schreef hij onder meer een standaardwerk over de Palestijnse nationale identiteit en Brokers of Deceit, (Makelaars in bedrog) over het Amerikaanse buitenlandbeleid in het Midden-Oosten.
In De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, dat in 2023 in Nederlandse vertaling verscheen, verweeft hij de geschiedenis van Palestina met die van zijn eigen prominente Palestijnse familie. Het boek opent met een kritische brief uit 1899 van zijn verre oom Yusuf Diya al-Khalidi aan Theodor Herzl, de ‘aartsvader’ van het politieke zionisme.

Behalve historicus is Rashid Khalidi ook ooggetuige. Hij werd geboren in de VS in 1948, na het begin van de Nakba of ‘catastrofe’, toen circa 750.000 Palestijnen werden verdreven uit het deel van Palestina dat IsraĂ«l werd. Zijn vader werkte voor de Verenigde Naties als rapporteur van Midden-Oosten gerelateerde zaken in de Veiligheidsraad, en tijdens de oorlog van 1967 hielp hij hem met het doornemen van de media.

Later woonde Khalidi met zijn gezin in Beiroet tijdens de Libanese burgeroorlog (1975-1990) en de Israëlische invasie van Libanon (1982), gericht tegen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Hij doceerde aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet en was een bekende commentator. In de periode 1991-1993, inmiddels werkend als onderzoeker in Jeruzalem, was hij adviseur voor de Palestijnse delegatie bij de Arabisch-Israëlische vredesbesprekingen in Madrid en Washington.
Vanuit zijn kantoor op de Columbia Universiteit zegt Khalidi via een videoverbinding dat hij „heel bezorgd” is over de huidige situatie in Gaza en Libanon: „Ik vrees dat we ons richting een veel grotere oorlog bewegen.” Bovendien woont een deel van zijn familie daar, al zijn enkelen van hen eerder dit jaar vanuit Gaza naar Egypte gevlucht. Khalidi is ondanks zijn emeritaat nog vrijwel dagelijks op de universiteit, en geeft lezingen en commentaar in de media. Consequent benadrukt hij daarin de historische wortels van de Gaza-oorlog.
„Helaas besteden politieke besluitvormers en commentatoren in de mainstream media heel weinig aandacht aan de geschiedenis.” Ook nu de oorlog zich uitbreidt naar Libanon, constateert hij, is er sprake van ‘blindheid’ voor alles wat voorafging aan de aanval van Hamas op het zuiden van IsraĂ«l op 7 oktober 2023. „Zij bespreken wat er in Libanon gebeurt alsof er sinds een jaar een conflict is tussen Hezbollah en IsraĂ«l, wat natuurlijk volkomen onjuist is.” Het nu bijna verstreken jaar sinds het begin van de oorlog in Gaza ziet hij dan ook als de meest recente fase in een langdurige oorlog.

Ook op dit moment zijn de VS geen neutrale bemiddelaar, maar een partij

De ‘honderdjarige oorlog’ begint in 1917, als de Britse regering steun uitspreekt voor de vestiging van een nationaal tehuis in Palestina voor het Joodse volk. Waarom is dit het startpunt van uw boek?

„Centrale elementen uit de strijd waren ook daarvoor al aanwezig. Het zionisme werd als politieke beweging opgericht in 1897 in Bazel. De Palestijnen schreven al over deze kwestie vóór de Eerste Wereldoorlog, en ook het verzet was er al. Wat 1917 bepalend maakt, is dat de toenmalige grootste wereldmacht besloot het zionistische project in Palestina te steunen in de oprichting van wat uiteindelijk de staat IsraĂ«l zou worden. Het centrale betoog van mijn boek is dat er niet simpelweg een strijd is tussen Palestijns nationalisme en zionisme. Het is een strijd tussen het zionistische project en later IsraĂ«l, steevast gesteund door de machtigste naties ter wereld – Groot-BrittanniĂ« en later vooral de Verenigde Staten – en het Palestijnse volk. Ook op dit moment zijn de VS geen neutrale bemiddelaar, maar een partij. Ze zijn vandaag in oorlog met de Palestijnen in Gaza en vandaag of morgen met de Libanezen.”

Uw boek is verdeeld in zes ‘oorlogsverklaringen’ aan de Palestijnen tussen 1917 en 2017. Welke plaats heeft de huidige oorlog, als u het boek zou doortrekken tot het heden?

„Het is moeilijk te bepalen welke kant het opgaat, want een oorlogssituatie is altijd in beweging. De achtergrond die ik in mijn boek geef, is essentieel om te begrijpen wat er sinds 7 oktober vorig jaar is gebeurd. De verschillende oorlogen tegen Gaza en de niet aflatende druk die IsraĂ«l op de Palestijnen heeft uitgeoefend, moesten vroeg of laat wel tot een explosie leiden. Ik had alleen nooit kunnen voorspellen dat het de explosie zou zijn die we zagen op 7 oktober. En dat de IsraĂ«lische reactie zo woest en meedogenloos zou zijn.”

Het benoemen van die historische achtergrond riep na de aanval door Hamas in het zuiden van Israël op 7 oktober vaak hevige reacties op.

„Daar is een Arabisch woord voor, tajhil: mensen onwetend maken. Het getuigt van blindheid om de nadruk te leggen op de gruweldaad van 7 oktober, maar niet op alles wat daaraan voorafging en wat daar zogenaamd door wordt gerechtvaardigd. Die tendens wordt nog versterkt door de systematische weigering van IsraĂ«l om journalisten toe te laten tot de Gazastrook. IsraĂ«l kan alleen wegkomen met wat het doet in Gaza, als het kan voorkomen dat mensen nadenken over alles wat aan 7 oktober voorafging en wat erop volgde.”

Welke verschuivingen hebben zich voorgedaan sinds 7 oktober vorig jaar?

„Die dag was een van de grootste nederlagen uit de IsraĂ«lische militaire geschiedenis. De IsraĂ«lische burgerbevolking is het zwaarst getroffen sinds de oorlog van 1948, toen het 6.000 mensen verloor, het merendeel soldaten. Op 7 oktober was daarentegen het merendeel burger. De schok en het trauma zijn dus heel begrijpelijk. Maar een misdaad rechtvaardigt niet de veel grotere misdaad, het doden van ruim 40.000 Palestijnen en de volledige vernietiging van de infrastructuur van Gaza, wat genocidaal en opzettelijk is. Er is geen enkele militaire rechtvaardiging voor.
„Door 7 oktober is de IsraĂ«lische publieke opinie aanzienlijk verhard en is een regering versterkt die daarvoor erg wankel was. De oorlog is een reddingsboei geweest voor Netanyahu en zijn coalitie – die gedijen op conflict – omdat de IsraĂ«lische publieke opinie zo getraumatiseerd en geschokt was. Het stelt hen in staat om IsraĂ«l uit te breiden naar het hele voormalige mandaatgebied Palestina [inclusief Gaza en de Westelijke Jordaanoever, red.], naar een Groter IsraĂ«l. Dat was overigens het doel van de meeste IsraĂ«lische regeringen in de geschiedenis.”

In Israël zijn wekelijks protesten tegen de regering en voor de gijzelaars, maar is nauwelijks publieke verontwaardiging over de massaslachting in Gaza. Hoe verklaart u dat?

„Het trauma van 7 oktober heeft elk vermogen om het lijden van de ander te erkennen weggevaagd. Ik heb IsraĂ«lische vrienden en ik weet dat de dood van 800 burgers, en honderden soldaten en veiligheidspersoneel, een enorme impact heeft gehad op de gehele IsraĂ«lische samenleving. Maar ze zien alleen hun eigen pijn. Dat is niet nieuw: IsraĂ«liĂ«rs hebben jarenlang hun ogen en geest gesloten voor het lijden en het geweld dat hun bezetting heeft opgelegd en voor de langdurige gevolgen van de oorlog van 1948: de onteigening van land, de verdrijving van 750.000 Palestijnen en de weigering om hen te laten terugkeren.”

CV
De Palestijns-Amerikaanse historicus Rashid Khalidi (1948) is emeritus professor Arabische studies aan de Columbia Universiteit in New York.
In 2023 verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet.
Hij is getrouwd en heeft drie kinderen, en woont in New York.


Khalidi bestudeert de geschiedenis van Palestina door de lens van settler-colonialism of vestigingskolonialisme. Hij spreekt over een „voortdurende Nakba”: een langdurig proces van etnische zuivering van de Palestijnen waar ook de vernietiging van Gaza en de sluipende annexatie van de Westelijke Jordaanoever deel van zijn. Het zionisme ziet hij als zowel een koloniale als een nationale beweging, „in een Bijbels jasje”. De koloniale geschiedenis van het conflict is onderbelicht, betoogt hij, en dat terwijl de zionistische beweging zichzelf tot aan de Tweede Wereldoorlog expliciet in koloniale termen omschreef.
In plaats daarvan domineert volgens Khalidi nog steeds het beeld van het IsraĂ«lisch-Palestijns ‘conflict’ als een nationale strijd tussen twee volken, terwijl ongelijkheid centraal zou moeten staan in zowel het begrip van de geschiedenis, als de ‘oplossing’. In het mondiale Zuiden is dat besef er wel, maar het Westen heeft volgens Khalidi „nog steeds oogkleppen op”.

Na 1948, schrijft u in uw boek, „waren de Palestijnen vrijwel onzichtbaar, kwamen ze nauwelijks aan bod in de westerse media en mochten ze zich zelden internationaal vertegenwoordigen”. Hoe is de situatie nu?

„Die is aanzienlijk veranderd, ook al is er nog steeds een obsessieve focus van de mainstream westerse media op het IsraĂ«lische perspectief. Alleen is er nu een generatie die conventionele media volledig veracht, of niet eens weet dat ze bestaan. Onlangs noemde ik voor een zaal van 250 studenten het persbureau Reuters. Niet één van hen gaf blijk van herkenning. Ze halen hun nieuws van sociale media en zien daar met eigen ogen wat er in Gaza gebeurt met de burgerbevolking: massale hongersnood en genocide. Daarom heb je nu studentenprotesten.”

Het afgelopen jaar zijn archieven en erfgoed in Gaza op grote schaal vernietigd. Hoe kijkt u daar als historicus naar?

„Het is onderdeel van elk koloniaal project om niet alleen de bevolking, maar ook dorpen, plaatsnamen, herinneringen, cultureel erfgoed, bibliotheken en archieven te vervangen. Groot-BrittanniĂ« deed het in Ierland, Frankrijk in Algerije, en IsraĂ«l heeft dat systematisch gedaan in Palestina. De bibliotheken van individuen in Haifa, Jaffa en West-Jeruzalem werden in 1948 in beslag genomen en opgeslagen in de IsraĂ«lische Nationale Bibliotheek. De Vereniging voor Arabische Studies in Jeruzalem onderging hetzelfde lot, zo ook het PLO Onderzoekscentrum in Beirut in 1982. Dit proces is nog steeds gaande in Gaza, met de moord op rectoren van universiteiten, tientallen decanen, en meer dan honderd gedode universiteitsmedewerkers.”

Israël zegt het doel te hebben om Hamas te vernietigen in Gaza. De Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever wordt door veel Palestijnen gezien als een verlengstuk van de Israëlische bezetting. Wie zouden een toekomstig Palestijns leiderschap kunnen vormen?

„Hamas vernietigen is een illusie omdat het naast een onconventionele militaire macht ook een ideologie is en een sociale organisatie. De Palestijnse Autoriteit is een niet-representatieve en zeer verafschuwde groep die aan de macht wordt gehouden door IsraĂ«l, de VS en de Europeanen. Een alternatief Palestijns leiderschap moet democratisch door de Palestijnen worden gekozen. En dat vereist dat de Palestijnen zich bevrijden van vele lasten, waaronder externe interventie en interne verdeeldheid.”

Wat is er mondiaal veranderd het afgelopen jaar?

„De neergang van de VS als wereldmacht is versneld doordat zij deze oorlog hebben gesteund en niets hebben ondernomen om hem te stoppen. De VS zijn bijna blindelings gebonden aan IsraĂ«l, zelfs wanneer dat publiekelijk de voorwaarden voor een akkoord met Hamas weigert waarmee het privĂ© heeft ingestemd. Ondanks die herhaalde beledigingen aan het adres van de VS blijft de Amerikaanse regering optreden als een woordvoerder voor IsraĂ«l, dat recht zou hebben op zelfverdediging als het kinderen doodt in Gaza en mensen opblaast in Beiroet. Ze begrijpen het belang van stabiliteit in het Midden-Oosten niet, ook al heeft hun positie in de oorlog duidelijke gevolgen. De groeiende haat tegen de VS in de regio staat haaks op de Amerikaanse belangen.”

Jordanië en Egypte hebben een vredesverdrag met Israël en ontvangen royale militaire steun uit de VS. De Saoediërs leken net voor oktober vorig jaar op het punt een akkoord met Israël en de VS te sluiten.

„Saoedi-ArabiĂ« heeft een grote verschuiving doorgemaakt door deze oorlog en dat akkoord is voorlopig van de baan. Egypte is woedend over IsraĂ«ls overname van de Rafah-grensovergang tussen Gaza en Egypte. Ondertussen heeft de publieke opinie in Egypte, JordaniĂ« en de rest van het Midden-Oosten door Gaza een kookpunt bereikt.”

Tijdens de Libanese burgeroorlog en de Israëlische invasie van Libanon in 1982 woonde u met uw gezin in Beiroet. Hoe kijkt u naar de huidige oorlog in Libanon?

„Ik vrees dat de oorlog, naast in Gaza, ook grote verwoesting zal aanrichten in Libanon, en in mindere mate in IsraĂ«l. Het lijkt erop dat IsraĂ«l wil escaleren. Het weigert een akkoord voor een staakt-het-vuren of een terugtrekking uit Gaza, wat de vrijlating van de gijzelaars mogelijk had gemaakt en het conflict had beĂ«indigd met de Houthi’s en met Hezbollah, die altijd hebben gezegd dat ze dan zouden stoppen met hun aanvallen.

Ik denk dat het nog steeds de bedoeling is om Gaza onleefbaar te maken

Kunnen er lessen getrokken worden uit de invasie van 1982?

„In beschrijvingen in Amerikaanse media van Hezbollah-commandant Ibrahim Aqil, die recent door IsraĂ«l werd gedood in Libanon, wordt hij verantwoordelijk gehouden voor bomaanslagen op een Amerikaanse marinierskazerne en de Amerikaanse ambassade in Libanon. Ik weet niet of hij er daadwerkelijk bij betrokken was. Het punt is: als je terugkijkt op die tragische gebeurtenissen, dan is er een geschiedenis. Want waarĂłm werden de Amerikaanse ambassade en de kazerne gebombardeerd? Omdat de Verenigde Staten deelnamen aan IsraĂ«ls oorlog tegen Libanon en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie, en hun enorme macht inzetten voor een invasie van Libanon, waarbij 19.000 Libanezen en Palestijnen zijn gedood. Dat wordt nooit vermeld door Amerikaanse politici, diplomaten of woordvoerders van de regering. Amerikaanse vrienden en collega’s van mij aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet zijn toentertijd vermoord [door militante groepen, red.], als deel van de aanvallen op de Amerikaanse belangen in Libanon. Het is dus niet alsof ik blij ben dat dit is gebeurd. Maar ik zeg wel dat er een oorzaak en een gevolg is.”

Wat denkt u dat Israël in Gaza van plan is?

„Er zijn concurrerende visies in het IsraĂ«lische veiligheidsapparaat en de IsraĂ«lische regering. Op dit moment wordt er een plan overwogen om het noorden van Gaza militair te bezetten en de bevolking daar te dwingen te vertrekken of te verhongeren. IsraĂ«l slaagde er tijdens de eerste weken van de oorlog niet in om de bevolking uit Gaza te verdrijven, omdat de Arabische landen niet wilden meewerken. Het zal voor altijd een schandvlek zijn voor de VS dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, zichzelf en de Amerikaanse regering leende voor dit project van etnische zuivering. IsraĂ«l heeft toen gefaald, maar ik denk dat het nog steeds de bedoeling is om Gaza onleefbaar te maken.”

Hoe was het voor u om het afgelopen jaar aan een Amerikaanse academische instelling te werken in de context van de Gaza-oorlog en de studentenprotesten?

„Aan de ene kant was het heel bemoedigend, omdat een overweldigende meerderheid van de studenten tegen deze oorlog is. Ze begrijpen dat die onmogelijk zou zijn zonder de steun van de Amerikaanse regering. Hun morele drijfveer heeft een rimpeleffect gehad in het hele land en in de rest van de wereld. Maar het heeft de oorlog helaas niet gestopt. Daar was politieke wil voor nodig geweest in het Witte Huis, en die is er niet. Aan de andere kant heeft het bestuur van de Columbia Universiteit gehandeld zoals de meeste Amerikaanse universiteiten: door niet te willen begrijpen dat academische vrijheid de meest gekoesterde waarde is.”

Met dank aan NRC