Laat ik maar niks zeggen… Bij mij begon de AUTOMANIA al op jeugdige leeftijd, de verslaving aan auto’s… Wat mij daaraan zo bijzonder fascineerde, weet ik niet meer – of het moet de ultieme kwaliteit van ‘speelgoed’ geweest zijn, of het nu een vrachtwagen met aanhanger of een vorkheftruck was, daar op die fabriek langs de IJssel waar ik opgroeide, reden ze allemaal rond.
Kijk, daar rijdt er een van Van Waning Beton, ooit in Krimpen a/d IJssel!
En ik keek er met open mond naar… Hoe die vorkheftruckchauffeur een zwengel aan het stuur gaf en hij reed zomaar achterstevoren – laat staan dat hij met z’n vork dan ook nog terloops een olieton oppikte…
Mijn Dinky Toys
Road show van mijn Dinky Toys, rijdend over de balustrada van mijn studio.
Vroeg geleerd, oud gedaan… Hoewel ik me er pas van bewust was toen het te laat was, zwichtte uiteindelijk ook ik voor de verleiding van een auto voor de deur – op de kade dan, die van de Binnenkant. Terwijl ik jarenlang mijn mond vol had over deschande van het bezit van zo’n ughe-ughe ding. Zelfs Maarten Houtman ging ik te lijf Vanwege z’n vrolijke Renaultje – tot hij zei: maar ik heb hem nodig, Hein… (om dagelijks van Amsterdam naar Utrecht te rijden, als leraar op het Grafisch Lyceum).
Inmiddels is de vloed niet meer stuiten, de hele aardbol draait om de Auto, de Heer en Meester van de mens:
Afbeeldingen vergroten door te klikkenDe Xiaomo International Logistics Port is de uitvoerhaven van BYD’s autofabriek in Shenshan, een industrieel complex ten oosten van Shenzhen.VCG VIA GETTY IMAGESAuto’s staan klaar voor de export in de haven van Suzhou, in het oosten van China. FOTO AFP
Build Your Dreams
“De Xpeng P7+ heeft een eenvoudige missie, westerse reputaties aftroeven met meer voor minder. Van leren bekleding tot elektrisch verstelbare massagestoelen, twintig luidsprekers en de parkeerhulp is alles standaard. En snellaadsnelheden tot 446 kW halen zelfs de nieuwste Duitse premium-EV’s niet.” Bas van Putten, NRC
In een auto zit je droog…
Zondag 30 augustus 2026 om 14:12, wolkbreuk op het Buikslotermeerplein
Bewijs dat jíj geen robot bent:
Afbeeldingen vergroten door te klikken
NB Zet een vinkje bij het plaatje waar GEEN auto op staat.
Bovenaan: Klaaske tijdens de viering van Riens 75e verjaardag in in café Dudok in Amsterdam op 12 augustus j.l. Foto Liesbeth van ‘t Hoff.
Artikel overgenomen uit NRC
Klik voor vergroting
Theatermaker Roek Lips (l) en psycho-analyticus Paul Verhaeghe FOTO ANS BRYS
INTERVIEW
Roek Lips & Paul Verhaeghe | schrijvers over zingeving „Kanker is groei zonder richting”, kreeg Roek Lips te horen van zijn arts. Toen zijn goede vriend Paul Verhaeghe ook een kankerdiagnose kreeg, ontstonden hun twee nieuwe boeken. „Als er alleen maar groei is, kan het hele ondersteunende systeem instorten.”
Wouter van Noort Gepubliceerd op 11 oktober 2026
Nee, geen handen schudden alsjeblieft. In het Bredase café waar met Roek Lips (64) en Paul Verhaeghe (71) is afgesproken, is meteen duidelijk dat hun gezondheid nog broos is. Lips herstelt van zeer intensieve behandelingen voor acute leukemie. Verhaeghe kreeg vorig jaar de diagnose chronische leukemie. Verhaeghe: „Een van de eerste dingen die mijn oncoloog zei, was: je sterft niet aan chronische leukemie, je sterft aan een longontsteking.” Het blijft oppassen dus, al zitten ze er monter bij.
Het is een wrang toeval dat Lips en Verhaeghe in een enigszins vergelijkbaar schuitje zitten wat betreft gezondheid. Lips, schrijver van boeken over zingeving en voormalig bestuurder van de NPO, en Verhaeghe, ook schrijver van boeken over zingeving, psychotherapeut en emeritus hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Gent, zijn goede vrienden. Ze houden zich al jaren bezig met dezelfde thema’s. En dan allebei kanker, een ziekte die ook de aanleiding vormt voor hun nieuwe boeken. Die zijn zojuist uitgekomen, binnen een week na elkaar.
Lips: „Toen ik die diagnose kreeg, vroeg ik aan mijn hematoloog: kun je me in gewonemensentaal uitleggen wat kanker volgens jou is? Ik wil dit begrijpen. Hij zei: dat kan ik in drie woorden. Kanker is groei zonder richting.”
Die drie woorden staan centraal in beide boeken, die ze deels vanuit wachtkamers, ziekenhuisbedden en met infusen in de arm schreven, terwijl ze veel in gesprek bleven met elkaar. De boeken hebben hetzelfde thema, maar een andere aanpak. Dat van Lips is persoonlijker en zoekender – naar een ‘nieuw verhaal’ dat wél richting kan geven. Het boek van Verhaeghe is psychologischer en academischer, maar met een vergelijkbare diagnose: richtingloze groei maakt ons ziek.
Volgens Verhaeghe is de mindset van groei en optimalisatie doorgedrongen tot werk, tot het lichaam, tot relaties. „We meten onze stappen, slaap en hartslag, ons lichaam moet vooral Instagramwaardig zijn, met een tijdloos jeugdige uitstraling. Maar zodra nóg beter het doel wordt, is goed nooit meer goed genoeg.”
Die groeidwang zit zo diep dat die volgens hem op grote schaal psychisch lijden veroorzaakt: „De cijfers van het Trimbos-instituut tonen over de voorbije tien jaar een angstaanjagende toename van het aantal steeds jongere mensen dat uitvalt in Nederland met psychiatrische diagnoses”, zegt hij. „Ik zie dat in België net zo goed gebeuren in mijn spreekkamer.”
Het gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit
Roek Lips
Inderdaad tonen de Trimboscijfers dat het aantal mensen met psychische aandoeningen in Nederland de afgelopen twintig jaar duidelijk is gestegen. Tot 2009 lag het aandeel volwassen Nederlanders met een psychische stoornis vrij stabiel op 17 procent, bij de jongste onderzoeken is dat meer dan een kwart. Verhaeghe: „De samenleving en de zorg reageren vervolgens door het medicaliseren van individuen, met labels en DSM-diagnoses bijvoorbeeld, in plaats van dat ze een belangrijke maatschappelijke bron van de problemen aanpakken: die grenzeloze en richtingloze groeidwang.”
Lips ziet iets vergelijkbaars in zijn werk – hij staat met een eigen voorstelling in het theater en geeft inspiratiebijeenkomsten over zingeving en richting vinden. „Laatst had ik 180 leidinggevenden van de gemeente Rotterdam in de zaal”, zegt hij. „Ik houd eerst mijn eigen verhaal en daarna ga ik interactief in gesprek over wat er speelt en welk verhaal ons richting geeft. De laatste tijd valt me op dat het bij al dit soort bijeenkomsten, met steeds meer emotie, gaat over het systeem dat ons ‘fucking in de weg’ zit.”
En dat systeem is de vanzelfsprekendheid van eindeloze groei zonder duidelijk doel?
Lips: „Mensen weten vaak heel goed waarvoor ze hun werk doen, maar worden afgerekend op steeds hogere productie en steeds meer efficiëntie. En ze moeten voortdurend vastleggen dat ze daaraan voldoen.”
Verhaeghe: „Op zich is groei niet verkeerd, maar groei is nu iets anders geworden dan voor – pakweg – 1980. Groei is een doel op zich geworden, geen middel meer, geen middel voor een betere samenleving. En uiteindelijk is groei een eufemistische uitdrukking voor wat neerkomt op winstmaximalisatie. Overal moet er winstmaximalisatie zijn.
„Als je een systeem wil veranderen, moet je het doel van het systeem veranderen. Dat is de basisstelling van Donella Meadows, met haar klassieke boek Thinking in Systems een belangrijke grondlegger van systeemdenken. Zolang het doel van het systeem winstmaximalisatie blijft, vermomd als ‘persoonlijke groei’, verandert er niets.”
Groei is óók heel nuttig en natuurlijk, in bepaalde levensfases. In een latere fase gaat groei over in iets anders: rijping, daarna neergang, de dood. Dat kan de vraag oproepen: projecteren jullie je eigen ziekteproces en levensfase niet op de samenleving? Terwijl er heel veel andere mensen zijn die zeggen: nee, ik wil gewoon nog groeien, ik wil vooruit.
Verhaeghe: „Het misverstand kan ontstaan dat wij tegen groei zijn. Absoluut niet. Groei is compleet normaal. Als je het toepast op de mens, en op elk levend organisme, heb je een periode van groei en expansie. Net zoals wij die in onze jeugd en jonge volwassenheid hebben. Dat moet zo. En dan volgt de rijping en uiteindelijk het afsterven, dat is de normale gang van zaken. We zijn dus niet tegen groei. We zijn tegen de illusie dat we in deze maatschappij eindeloos en richtingloos kunnen blijven groeien. Het probleem is het ontbreken van het complementaire deel: je hebt groei en je hebt rijping. Het grenzeloze van die groei is wat ons ontwricht.
„In de biologie heb je altijd een afwisseling en zelfs een evenwicht tussen uitbreiding en afname. Kanker is juist de afwijking daarop. Als er alleen maar groei is, en zeker als dat op heel veel verschillende vlakken gebeurt, kan het hele ondersteunende systeem instorten.”
Het is nogal wat om de huidige manier van leven te vergelijken met een kankergezwel.
Lips: „We kiezen die vergelijking omdat ze een gevaarlijk groeipatroon zichtbaar maakt, een ontwikkeling die uiteindelijk het geheel beschadigt waarvan de groei afhankelijk is. Dat patroon herkennen we in een economie die blijft groeien ten koste van de leefomgeving en de mensen die haar dragen. Het is een harde vergelijking, zeker omdat we allebei weten wat kanker met je leven doet. Juist daarom nemen we de vraag serieus: wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?”
Wanneer draagt groei bij aan het leven, en wanneer begint hij het te ondermijnen?
Roek Lips
Hebben jullie nieuwe inzichten gekregen door jullie eigen ziekte?
Verhaeghe: „Roeks ziekteproces is wat dat betreft veel intensiever geweest dan het mijne.”
Lips: „Ik heb een half jaar in een isolatiekamer gezeten. Daar heb ik gemerkt dat je zintuigen minder goed gaan functioneren. Ik kon steeds minder goed kleuren zien. De wereld werd letterlijk grijs. Dat was zo’n bizarre vaststelling. Je kunt sociaal niet meer functioneren als je langdurig geïsoleerd bent. Dat overleef je niet.
„Wat misschien nog wel het meest fundamenteel voor mijzelf is geweest: rond het moment dat ik een stamceltransplantatie had gekregen, was niet duidelijk of ik het zou overleven. De pijn was eigenlijk te groot om te verdragen. Mijn dochter kreeg heel even toestemming om mij op te zoeken. Ze was helemaal ingepakt en gedesinfecteerd en kwam onverwacht de kamer binnen. Het enige wat ik van haar zag, waren haar ogen. En toen zag ik in haar ogen hoe ik eraan toe was. Dat is het moment geweest dat ik dacht: ik moet stoppen, ik kan dit haar niet aandoen. En ik moet dit mezelf ook niet meer aandoen. Ik wilde uit het leven stappen.
„Daarna ben ik in een diepte en een stilte terechtgekomen die stiller was dan wat dan ook. Dat is misschien wel een beetje een mystieke ervaring geweest. Ik ben voorzichtig om daar grote woorden aan te geven, maar het is een unieke ervaring geweest.
„Wat ik toen heb geleerd, is heel fundamenteel: om het leven weer op te pakken, moet je echt ja zeggen. Dat heeft mij een aantal weken gekost. Ik ben in het diepste geweest van het niet meer willen leven, en ik heb de stap moeten zetten naar wel weer willen leven. Dat is een radicale keuze, het is transformerend geweest. Het heeft mij geleerd om me meer te verhouden tot wat ik met enige aarzeling spiritualiteit noem. Daarmee bedoel ik: de oefening om me te verhouden tot dat wat ik niet kan begrijpen, bezitten, laat staan beheersen – en wat mij toch raakt, begrenst en draagt.”
Dan moet je dus wel eerst door zo’n diepe crisis heen.
Lips: „Ja, letterlijk het dieptepunt. Dieper dan dat kan niet. En daar ontstaat het ook, de nieuwe richting. Met andere woorden: je kunt de crisis niet uit de weg gaan.”
Het blijft een grote stap om zo’n diepe persoonlijke ervaring te vertalen naar wat de samenleving of economie nodig heeft.
Verhaeghe: „Als we het hebben over fundamentele verandering, kan ik kijken naar mijn ervaring als psychotherapeut, zowel in mijn eigen praktijk als ruimer, naar de theorie daarover. Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht. Dat gaat al meer dan een eeuw mee in de psychotherapie. Je vindt het bij Freud, bij de cognitieve gedragstherapie: als mensen maar voldoende inzicht hebben, gaan ze de juiste keuzes maken en hun gedrag aanpassen. Maar dat werkt niet.
Het waanidee is dat mensen veranderen op grond van inzicht
Paul Verhaeghe
„Mensen veranderen vrijwel alleen op grond van een fundamentele crisis. Ik heb mensen zien veranderen die bij mij kwamen op het ogenblik dat ze hun werk verloren waren, bij een echtscheiding die uit de lucht kwam vallen, bij de ziekte of dood van een kind. Dat soort dramatische zaken. Dan veranderen mensen. En dat kan vrij snel gaan.
„Als je dat uitbreidt naar het maatschappelijke, denk ik dat wij zullen veranderen op het moment dat we een collectieve crisis meemaken die voldoende lang duurt. Ik denk niet dat we daar nu al zijn.”
Wat is een goed antwoord op zo’n crisis?
Lips: „Ik denk dat een aantal dingen veel radicaler mag. Dat mensen zich radicaler mogen uitspreken, en radicaal andere keuzes mogen maken. Bij het soort bijeenkomsten dat ik met leidinggevenden heb, roep ik ook echt op tot radicaler gedrag.”
Wat betekent ‘radicaler gedrag’?
Lips: „Ik denk echt dat er een oproep zit in deze tijd, dat meer mensen moeten zeggen: hier doe ik niet meer op deze manier aan mee. Stop bijvoorbeeld als leidinggevende met extra registraties en rapportages eisen die vooral schijnzekerheid geven over efficiëntie en optimalisatie. Durf te zeggen: dit formulier voeren we niet in.”
De vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven.
Welk nieuw verhaal kan dan wél richting geven aan groei die gezonder en begrensder is?
Verhaeghe: „Eerlijk gezegd vind ik het niet zo moeilijk om te bedenken wat zo’n nieuw verhaal nodig heeft. Dat nieuwe verhaal zal wat mij betreft op wetenschap gebaseerd zijn, met name op de vaststelling die je in alle takken van de wetenschap telkens terugvindt: alles hangt met alles samen, alles is met alles verweven. En op onze verantwoordelijkheid daarbij, omdat wij nu eenmaal de levensvorm zijn die het meest kan ingrijpen op dat geheel. We hebben daar een gigantische verantwoordelijkheid voor. Dus het nieuwe grote verhaal zal een ecologisch verhaal worden.”
Lips: „In plaats van één nieuw verhaal zou ik nu zeggen: je kunt pas weten wat je moet doen als je weet van welk verhaal of verhalen je deel uitmaakt; hierop afstemmen in het hier en nu, en juist kijken vanuit verschillende perspectieven. Wat vraagt het leven van mij en hoe ga ik hier antwoord op geven? En dan gaat het erom wat je terugziet in je handelen. Een van de verhalen waarin we als samenleving zo hardnekkig zijn gaan geloven, is dat we elkaars concurrenten zijn, dat we voortdurend in competitie zijn met elkaar, en dat we ten koste van alles moeten blijven groeien. Dat hóéft helemaal niet.”
Roek Lips (64) is auteur, spreker, film- en theatermaker. Hij was eerder bestuurder bij de NPO, onder meer als netmanager van NPO 3. Na een persoonlijke tragedie – hij verloor zijn zoon Job die vermist raakte in zee – richtte hij zich volledig op publicaties over maatschappelijke transitie, zingeving en persoonlijk leiderschap. Zijn nieuwste boek, Wie ben je zonder verhaal, is 1 oktober verschenen bij uitgeverij Ambo Anthos.
Paul Verhaeghe (71) is een Vlaamse klinisch psycholoog, psychoanalyticus en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Gent. Hij is praktiserend psychotherapeut en schreef boeken over onderwerpen als identiteit, autoriteit en intimiteit. Zijn nieuwe boek Grenzeloos is 26 september verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.
EINDE
De oerknal op gespannen voet met de Bijbel? Wetenschappers vonden vroeger juist het tegenovergestelde
3 okt 2026 Geschreven door Willem de Gelder
Een deel van de christenen gelooft heel expliciet niet dat de oerknal heeft plaatsgevonden. In de Bijbel staat immers dat God de wereld in zeven dagen schiep. Toen de oerknaltheorie bedacht werd, vonden heel veel natuurkundigen echter precies het tegenovergestelde: je smokkelde daarmee religie de wetenschap in. Dit vertelt astrofysicus Heino Falcke in De Ongelooflijke Podcast (EO).
Falcke is hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij christen. Hij is een groot bewonderaar van Georges Lemaître (1894-1966), een Belgisch natuurkundige en priester, die bekend staat als grondlegger van de oerknaltheorie. Lemaître beredeneerde dat het universum een beginpunt moest hebben, een oerknal dus. Dit werd door natuurkundigen in die tijd bijna als ‘ketterij’ beschouwd: men dacht dat het universum er altijd al was geweest.
“Lemaître werd ook verdacht gevonden omdat hij katholiek priester was”, vertelt Falcke. “Mensen dachten: komt ie weer met z’n christelijke theorie. Hij probeert gewoon z’n geloof te verdedigen.” Natuurkundigen als Einstein zeiden: met oerknal smokkel je het geloof de wetenschap in. Immers: als er een absoluut begin is van het universum, komt er automatisch de vraag bij waaróm het universum dan begonnen is.
Inmiddels is de oerknal bewezen door middel van kosmische straling, dus bleek de theorie van Lemaître zo gek nog niet, vertelt Falcke. Dit heeft volgens hem gevolgen op hoe we naar de aarde kijken.
“Als je echt doordenkt, dan kun je de vraag wat er in het begin was, niet omzeilen.”
Heino Falcke Hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica
Brandstichter
Falcke is zelf gelovig. Hij ziet God als de ‘brandstichter’ van de oerknal. Hij vindt het raar dat veel wetenschappers bij voorbaat al het idee afschieten dat God zou bestaan en niet eens over die vraag nadenken. “Je moet erover nadenken”, vindt hij. “Want als je echt doordenkt, dan kun je de vraag wat er in het begin was, niet omzeilen.”
Natuurlijk hoeft dan niet iedereen tot dezelfde conclusie als hij te komen, vindt Falcke, namelijk dat er zoiets als God moet bestaan. Er kan ook een vraagteken zijn, omdat we simpelweg niet bij de oerknal aanwezig zijn geweest. “Maar als je de vraag niet stelt, ben je te voorzichtig”, vindt hij.
Ook Falcke weet zelf niet zeker of God echt bestaat. Met die oerknal heeft God ook zijn eigen sporen uitgewist, om zo een mysterie te blijven. De natuurkundige vindt dat helemaal niet erg: “Dat is toch prachtig? Als we het zeker zouden weten, zou de Ongelooflijke Podcast ook niet hebben bestaan. Dat we het niet zeker weten, geeft ons ook de vrijheid die we nu hebben”, zegt hij.
Vergroten door te klikkenHet Draaikolkstelsel (ook bekend als Draaikolknevel, Messier 51a, M51a en NGC 5194) is een interagerendspiraalvormig sterrenstelsel op een afstand van ongeveer 31 miljoen lichtjaar van de Melkweg[1] in het sterrenbeeldJachthonden (Canes Venatici). Het begeleidende stelsel bevindt zich net achter het eind van een van de spiraalarmen en heeft de aanduiding NGC 5195. Het is een mooi voorbeeld van een sterrenstelsel dat recht van boven gezien wordt en geeft een goed beeld van de spiraalstructuur in dergelijke stelsels. De Messierobjecten zijn een groep van 110 astronomische objecten die werden gecatalogiseerd door Charles Messier in zijn Catalogue des nébuleuses et amas d’étoiles, observées à Paris (Catalogus van nevels en sterhopen waargenomen in Parijs), voor het eerst gepubliceerd in 1774. De reden om de catalogus te maken was dat Messier een kometenjager was en regelmatig objecten vond die op kometen leken, maar er geen waren. Om deze verwarring te voorkomen heeft hij een lijst van al deze objecten opgesteld. (Wikipedia).
Brockwood Park, Hampshire, 14 september 1973
Laatst, terugkomend van een flinke wandeling langs velden en bossen, liepen we door het bos in de buurt van het grote witte huis. Het bos binnengaand, via de overstap, kreeg je dadelijk een sterk gevoel van vrede en stilte. Er was niets dat bewoog. Het leek heiligschennis er te lopen, de grond te betreden; het was profaan te praten, zelfs om adem te halen. De grote roodhoutbomen waren volkomen stil; de Amerikaanse Indianen noemen ze ‘de stillen’ en ze waren ook werkelijk stil. Zelfs de hond joeg niet achter de hazen aan. Je stond stil, had nauwelijks de moed adem te halen; je voelde je een indringer, want je had gebabbeld en gelachen en het betreden van dit bos zonder te weten wat je zou aantreffen, was een verrassing en een schok, een schok van een onverwachte zegening. Het hart sloeg minder snel, sprakeloos van het wonderbaarlijke ervan. Het was het middelpunt van deze hele plek.
Steeds als je het nu binnengaat is er die schoonheid, die stilte, die vreemde stilte. Kom wanneer je wilt en het zal er zijn, vol, rijk en onbenoembaar.
Elke vorm van bewuste meditatie is niet echt: het kan nooit echt zijn. Bewust proberen te mediteren is geen meditatie. Het moet gebeuren, het kan niet worden opgeroepen. Meditatie is geen spel van de geest, geen verlangen of plezier. Elke poging om te mediteren is de ontkenning ervan. Wees je slechts bewust van wat je denkt en doet, en niets anders. Het zien, het horen is het doen, zonder straf of beloning. Het vermogen om te doen schuilt in het vermogen te zien, te horen. Elke vorm van meditatie leidt onvermijdelijk tot begoocheling, illusie, want begeerte maakt blind.
Het was een heerlijke avond en het zachte lentelicht bedekte de aarde.Uit: J. Krishnamurti, ‘Dagboek’, Ankh Hermes, 1982.
Als Amerika je teveel wordt, is Europa je tegengif – toen in 2004, en in dit Trump-tijdperk al helemaal… Daarom als Shake v/d Wake dit betoverend stukje Europese samenwerking: Tarkovsky, Russische cineast, Anja Lechner, Duits celliste en François Couturier, Franse pianist, samen goed voor fascinerende muziek tegen de achtergrond van magische beelden:
Na mijn vertrek uit San Diego was ik vlak langs Hollywood gekomen. ‘k Reed met m’n rode Ford Focus dwars door Los Angeles, over een eindeloze reeks verhoogde snelwegen en fly-overs. Mijn bestemming was Sequoia National Park, met zijn mammoetbomen die duizenden jaren oud zijn. Het ‘hoogtepunt’ is de General Sherman Tree: met zijn 83 meter de allerhoogste boom ter wereld, en een omtrek van 31,27 meter – niet alleen kinderen voelen zich er Klein Duimpje bij…
Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten
Sequoiadendron Giganteum (de ‘stillen’) [klik om te vergroten]
“Will I take a picture of you in there?” Nou, vooruit dan maar.
In het hol van de leeuw…
Het geplande ‘hoogtepunt’ van mijn reis door Californië – ik moest op tijd terug zijn in San Diego, voor de terugvlucht, samen met Loida en Thomas – was een vlek op de kaart, Verona geheten. Waarom ik dat oord uitkoos? Ik zou het niet weten… Misschien maakte ik in gedachten wel een ‘Journey to Italia’…
Hoe dan ook, dit ‘hoogtepunt’ op de kaart, verkeerde in een dieptepunt… Ik noteerde in mijn dagboek: “Verona, the dream destiny of my Californian journey, a spot in the plains north of Sacramento, turned out to be no longer existing…”
Toen ik het wisselgeld voor een kopje koffie uit een bekertje met munten nam, werd ik door de plaatselijke store holder ook nog beschuldigd van ‘een greep uit de kas’ (ik zag de handboeien al voor me…). Ik had het met Californië helemaal gehad…
Maar gelukkig keerde, verderop in San Francisco, het tij … Toen ik in een willekeurige winkel navraag deed naar een bestemming daar in de buurt, zei een vriendelijk bediende: “You have to go to Half Moon Bay, at the Pacific…” (pas veel later ontdekte ik dat ‘De halve maan’ het schip van Columbus was – bleek er toch nog een ontdekker in mij te zijn opgestaan..). En juist Half Moon Bay bleek mijn ‘dream destiny’ te zijn…
Na een paar dagen daar op de stranden, reed ik terug naar San Diego langs de befaamde Highway 1 (California State Route 1), die me bij San Luis Obispo langs de Pacific bracht.
Toen ik daar vanuit het raam van mijn rode Ford Focus een blik sloeg over die eindeloze oceaan, had het dat moment de glans van de eeuwigheid…
Na een paar dagen was ik terug in Amsterdam, waar ik mijn presentatie afrondde met dit ‘fecit’:
Hein, in een doorsnee Amerikaanse hotelkamer, blaast zelfbespiegelend het liedje uit.
Vanaf dit podium wordt ons de Tai Chi Chuan geleerd. Beethoven let op de noten…
Het eerste wat me opviel in ons Tai Chi zaaltje in het Huis van de Buurt ‘Het Schouw’, aan het Dollardplein in Amsterdam Noord, was de wandplaat met het de kaart van Indonesië, met het eiland Java waarop Puwokerto ligt, de geboorteplaats van onze Tao-zen leraar Maarten Houtman – alsof hij er in de geest bij zou zijn…
Maarten Houtman bij de viering van zijn 80e verjaardag.
Maarten Houtman ruimde tijdens zijn vijfdaagse sessies altijd ruime plek in voor het lichaamswerk. Klaaske en ik kregen daar tussen 1983 en 1992 Tai Chi van Epi van de Pol, die ons met veel inzet lesgaf. Daarnaast hebben we ook een aantal jaren zijn wekelijkse lessen gevolgd in Utrecht. Epi’s enthousiasme werkte aanstekelijk, bij elke gelegenheid leerde hij ons stukje bij beetje opnieuw ‘de vorm’ – totdat die als één vloeiende beweging werd. We hebben Epi vanaf in Eefde vanaf het begin mogen meemaken, Maarten – die hem kennelijk aan voelde komen, vroeg mij hem bij de voordeur op te halen. Zijn lessen bleken een plezier te zijn, de deelnemers volgden ze met graagte. Maarten heeft Epi altijd de hemel in geprezen, hij voelde hoe intens de sfeer was als hij na afloop binnenkwam voor zijn toespraak en het gesprek. Tai Chi stond als aandachtsoefening voor hem bovenin de rij – zoals blijkt uit zijn toespraak Tai Chi van de geest, Eefde maart 1983
Epi van de Pol geeft een demonstratie Tai Chi tijdens de viering van Maarten’s 80e verjaardag in het Damstede Lyceum in Amsterdam in 1998.Onze toenmalige Tai Chi leraar Stefan, met Klaaske op de achtergrond.
Stefan noemde zichzelf een ‘circusartiest’. Dat prikt wel een beetje, als je zelf jarenlang Tai Chi hebt gedaan, maar nauwelijks meer op één been kan staan… Toen ik pas last van duizelingen had, bad ik een schietgebedje: ‘morgen geen Tai Chi alstublieft…’ Laat er die nacht nu een mailtje van hem binnenkomen, dat hij ziek was, geen Tai Chi… Bij Stefan ging de aandacht meer uit naar de vloeiende beweging dan naar de ‘vorm’. Maar hoe dat afloopt zullen we niet weten, nu het Leger des Heils als werkgever op zijn levenspad is gekomen. Zijn collega Isabelle volgde hem op, bij haar ligt het accent op Qigong.
Isabelle doet de vorm.
Als je je de vraag stelt – en ik denk dat iedereen zich die moet stellen – van ‘hoe kun je opmerken’, dan moet je beginnen met die gebieden die niet bedreigend zijn. Zo zou je dus Tai Chi bijvoorbeeld kunnen doen. Maar zodra je met Tai Chi iets probeert te bereiken, dan is het al weer mis. Als je dat van jezelf merkt, zou je dus terug moeten gaan naar eenvoudiger bewegingen, waar niks mee bereikt kan worden, wat je alleen maar kunt ervaren.
Maarten Houtman, Opmerken is een kunst, Eefde december 1989.
Nagekomen bericht, collega Kees overledenNet als Klaaske en ik, waren Yvonne en Kees daar op Tai-chi een onafscheidelijk stel. We kwamen ze ook op straat tegen – waar Kees met Yvonne, gezeten op haar rollator, door Amsterdam Noord snelde… Kees is vijfennegentig jaar oud geworden, een gezegene leeftijd. We zullen hem missen, zoals hij daar op les naast ‘Beethoven’ stond – de laatste tijd een beetje onder curatele van Isabelle. Kees, je leeft in ons voort…
Gisteren ontving Klaaske het volgende bericht van Casta: “Goede morgen alles is wat anders dan gisteren... Hans is voor de deur gevallen en heeft zijn pols op 2 plaatsen gebroken Ik bel je straks na 11 uur.”
De volle maan in september 2026 valt op zaterdag 26 september. Het exacte astronomische hoogtepunt van deze volle maan is in Nederland en België om 18:49 uur. Omdat de maan ook in de nachten ervoor en erna voor het blote oog zo goed als rond is, schijnt deze van 25 tot en met 27 september erg fel aan de hemel. Bijzonderheden over deze maan: De Oogstmaan / Maïsmaan: Deze volle maan wordt traditioneel de Oogstmaan genoemd omdat hij dit jaar het dichtst bij de herfst-equinox (23 september) staat. Vroeger gaf het felle, vroege maanlicht boeren extra tijd om ’s avonds door te werken op het land. Astrologie: In de astrologie staat deze volle maan in het vurige teken Ram. Dit brengt vaak een energie met zich mee van knopen doorhakken, initiatief tonen en het zoeken van de juiste balans tussen jezelf en je relaties met anderen. (Foto Hein)
Over equinox gesproken…
De specifieke lichtval in de getoonde galerijen van het Salk Institute for Biological Studies is het directe resultaat van Louis Kahns architectonische filosofie. Kahn beschouwde natuurlijk licht niet als een bijzaak, maar als een fundamenteel bouwmateriaal. Het ritme van licht en schaduw: De getoonde galerij maakt gebruik van een strak ritme van betonnen kolommen en open ruimtes. Kahn omschreef dit zelf als een opeenvolging van “licht, geen-licht, licht, geen-licht”. De kolommen blokkeren de directe zon, waardoor er diepe schaduwen ontstaan. De open tussenruimtes laten juist het felle, Californische zonlicht door. Dit creëert een dynamisch patroon op de vloer dat gedurende de dag verschuift. De goudgele gloed (Gouden Uur): De warme, oranje-gouden kleur op de foto ontstaat tijdens de zonsondergang. De gebouwen zijn perfect symmetrisch ontworpen en西-georiënteerd richting de Stille Oceaan. Het laagstaande zonlicht reflecteert hierdoor direct tegen: Het pozzolaanbeton: Kahn mengde vulkanische as door het beton, wat de muren een subtiele, zachtgrijze tint met een warme ondertoon geeft die het warme zonlicht extra versterkt. De travertijnvloer: De lichte kalksteen op de vloer reflecteert en verzacht het binnenvallende licht. Kosmische uitlijning tijdens de equinox: Het bekendste lichtfenomeen van het complex bevindt zich op het centrale plein (buiten het zicht van deze specifieke foto). Tweemaal per jaar, tijdens de herfst- en lente-equinox, zakt de zon exact in het verlengde van de centrale watergoot (River of Life) weg in de oceaan. Kahn bouwde hiermee letterlijk de stand van de zon en het verstrijken van de seizoenen in de architectuur in.
En intussen in de wereld…
Bij de Verenigde Naties in New York liet premier Jetten niets merken van de politieke crisis in Den Haag. Premier Jetten en enkele ministers probeerden de internationale positie van Nederland te versterken bij de VN in New York. Een kwestie van de lange adem, want „diplomatie is voortmodderen en ploeteren”. Na afloop moest Jetten terug naar Nederland om de binnenlandse politieke crisis te bezweren. NRC 26 september 2026.
… en thuis
Klik om te vergrotenHuiskamergroepJAN STEEN, KINDEREN LEREN EEN POES DANSEN, 1660-1679, COLLECTIE RIJKSMUSEUMKlik om te vergroten
Volhouden, Hans!
Dom Flemons Announces ‘Making American Music: The Smithsonian Sessions,’ First Roots Music Album Recorded Using Historic Instruments from the National Museum of American History’s Collection
Artikel geschreven door Milo van Bokkum, NRC, gepubliceerd op 18 september 2026. De De afbeelding boven komt van mijn blog ‘A yourney to California’ uit 2004.
REPORTAGE
Kunstmatige intelligentie In de buurten van San Francisco waar AI-bedrijven zijn gevestigd, was deze week de spanning voelbaar. De wereldwijde discussie over mogelijk rampzalige risico’s van AI zorgt voor onrust. „We roepen het personeel op om ontslag te nemen.”
Vergroten door te klikken„Slam the brakes and slow the pace, we don’t want an AI race” klinkt het, terwijl de demonstranten onder politiebegeleiding een mars inzetten naar het kantoor van Anthropic aan Howard Street, San Francisco. FOTO AFP
zijn maar weinig industrieën die zozeer geconcentreerd zijn binnen een paar stratenblokken als de AI-wereld. In San Francisco loop je zo van het hoofdkantoor van Anthropic naar dat van concurrent OpenAI, terwijl je langs talloze kleinere start-ups in omliggende straten komt (de meeste locals nemen trouwens eerder een zelfrijdende taxi).
Het debat over de mogelijke catastrofale risico’s van de razendsnelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie woedde deze week over de hele wereld. Maar de bedrijven en mensen waar het om gaat, bevonden zich vooral in een paar specifieke buurten in San Francisco. Daar was de spanning deze week bij vlagen voelbaar. Hoe verliep the week after in ’s wereld AI-hoofdstad?
Dinsdag Scheidslijnen in de industrie
3.000 dollar kost al gauw een kaartje voor het jaarlijkse Dreamforce-congres, georganiseerd door softwarebedrijf Salesforce. Dit jaar kregen de meer dan 40.000 aanwezigen, in de straten rondom het Moscone Center te herkennen aan hun badges, misschien iets meer waar voor hun geld dan verwacht.
Op dinsdagochtend is het nauwelijks drie dagen nadat Anthropic-topman Dario Amodei zijn veelbesproken oproep tot een vertraging van de AI-industrie deed. Dat leidt er toe dat Dreamforce enigszins onverwachts uitgroeit tot hét forum waarop de AI-topmannen na het weekend hun discussie voortzetten. Jensen Huang (Nvidia), Sam Altman (OpenAI) en Amodei zelf maken hun opwachting, op een congres waar het opeens helemaal niet meer gaat over de hr-software van Salesforce.
AI-veiligheid neemt alles over. In zijn optreden op woensdag zet Huang de tegenaanval in op het plan om de ontwikkeling van AI te vertragen. „Als je een product of een dienst bouwt en je bent niet zeker van […] de veiligheid, breng het dan niet uit”, zegt hij, gekleed in zijn karakteristieke leren jack, op het podium tegen Salesforce-topman Marc Benioff.
Huang, die op slechts een paar minuten rijden van het Moscone Center in een postmoderne villa met uitzicht op de Baai van San Francisco woont, maakt zijn opmerkingen nauwelijks twee dagen nadat hij in Los Angeles bij een ander evenement op het podium een telefoontje van Donald Trump kreeg. Huang nam op, en hoorde Trump zeggen dat de veronderstelde existentiële dreiging van AI een „hoax” is, iets waar Huang mee instemde.
Later op dinsdag krijgt Huang op sociale media bijval van Meta-topman Mark Zuckerberg, die wijst op de „verantwoordelijkheid” van AI-bedrijven om veilig te werken. Maar Amodei en Altman zijn het in hun sessies op Dreamforce totaal niet met hem eens. Rustiger werken was „de manier om leiderschap te tonen in de industrie en een voorbeeld te stellen”, zei Amodei in gesprek met Benioff.
Zo tekenden zich duidelijke scheidslijnen af in de AI-wereld, die in zekere zin goed te verklaren zijn. Ofschoon aan de intenties van Altman en Amodei veel getwijfeld wordt (willen ze kleinere spelers dwarszitten door om regulering te vragen?), mag het ook geen verrassing heten dat Nvidia graag tempo maakt. Het levert chips – hardware – en hoe harder de toepassing van AI groeit, hoe meer rekenkracht van Nvidia nodig is.
Één iemand zal in ieder geval heel blij zijn geweest met de discussie: Marc Benioff van Salesforce. Zijn bedrijf – de grootste private werkgever van San Francisco, gezeteld in het hoogste gebouw van de stad – staat dankzij alle aandacht voor Dreamforce helemaal op de kaart.
WOENSDAG Verbazing bij de labs
De hoofdkantoren van concurrenten OpenAI en Anthropic – twee kilometer van elkaar verwijderd – staan beide bekend om één ding: ze zijn niet te herkennen als zodanig. Er zijn geen logo’s, geen namen, geen bordjes bij de deur. Het enige waar je aan zou kunnen aflezen dat hier iets belangrijks gebeurt, zijn de prominent gestationeerde beveiligers die de deur en de omgeving strak in de gaten houden.
Specifiek lijkt er een angst voor het voorstel om mensen ‘van buiten’ binnen te laten om toezicht te houden op de ontwikkeling van modellen. Amodei stelt in zijn essay zelfs voor dat deze mensen entreepasjes, laptops en toegang tot interne systemen krijgen en overal bij mogen zijn. Volgens de FT leidt dat intern tot zorgen over het lekken van de eigen technologie.
Wie de kantoren van Anthropic en OpenAI kent, begrijpt hoe radicaal het voorstel van Amodei is. Beide bedrijven zijn op meerdere plekken in de stad aanwezig, maar gelden als zeer gesloten en geven nauwelijks ruchtbaarheid aan hun aanwezigheid. Toegang is zo exclusief dat een lokale techjournalist een heel artikel wijdde aan het betreden van het gebouw, toen hij van OpenAI een keer langs mocht komen (binnen staat volgens hem een piano die zelf muziek speelt). Of het plan van de interne toezichthouders snel van de grond komt, valt nog zeer te bezien.
Vergroten door te klikkenDario Amodei (Anthropic), Sam Altman (OpenAI) en Jensen Huang (Nvidia) op het Dreamforce-congres. BENJAMIN FANJOY / GETTY IMAGESDario Amodei (Anthropic), Sam Altman (OpenAI) en Jensen Huang (Nvidia) op het Dreamforce-congres. BENJAMIN FANJOY / GETTY IMAGES
DONDERDAG Een protest in het hol van de leeuw
De AI-explosie heeft San Francisco in zekere zin van een afgrond gered. Tijdens de coronapandemie verlieten techbedrijven massaal het stadscentrum, waar leegstand welig tierde en daklozen en drugsverslaafden de boel overnamen. De boom in kunstmatige intelligentie heeft de stad de afgelopen paar jaar plotseling weer nieuw leven ingeblazen. In elk bushokje hangen nu posters vol onbegrijpelijk jargon („agentic”, AUTH, API’s, „stacks”) van AI-start-ups, en een groot deel van de bevolking werkt in de sector.
Je kunt de plek dus gerust het hol van de leeuw noemen voor anti-AI-activisten. Op donderdagochtend om negen uur verzamelen enkele tientallen demonstranten zich bij het hoofdkantoor van OpenAI aan Third Street. Personeel van het bedrijf dat arriveert (opvallend vaak op flitsende fietsen), vlucht snel naar binnen, terwijl het verbaasde blikken werpt op de club.
„Dit protest is in twee dagen opgezet”, zegt Michaël Trazzi, de Franse aanvoerder van de actie en een bekend gezicht in de lokale anti-AI-scene. Dat had alles te maken met wat er afgelopen weekend gebeurde, zegt hij, en het groeiende zicht op de risico’s van AI. „We willen het personeel oproepen om ontslag te nemen.”
„Slam the brakes and slow the pace, we don’t want an AI race” (rem af, we willen geen AI-race), klinkt het, terwijl de groep onder politiebegeleiding een mars inzet naar het kantoor van Anthropic aan Howard Street. De zelfrijdende taxi’s die het straatbeeld van San Francisco domineren – en die boegeroep uitlokken bij de demonstranten – wachten keurig tot de groep voorbij is.
Anthropic blijkt een pleintje voor de deur preventief met linten te hebben afgezet, en de beveiligers van het bedrijf houden streng in de gaten dat niet op terrein van het bedrijf gedemonstreerd wordt. Iets verderop komt de groep voor de deur van Dreamforce tot stilstand. Terwijl de demonstranten verder scanderen („slechts één iemand hoeft het te bouwen om iedereen te laten sterven”), maken de bezoekers van het congres lachend foto’s.
Bovenaan: Utagawa Kuniyoshi, Het eenzame huis op de Adachi-heide. Houtsnede-diptiek, ōban tate-e (24,4 bij 38cm).Datum 1856 (3e maand) De legende achter deze prent is het bloedstollende en tragische verhaal van de Onibaba van Adachigahara (ook bekend als de demonenheks van Kurozuka). Dit is een van de beroemdste horrorverhalen uit de Japanse folklore. Een oude vrouw, met een mes in de ene hand en een kruik in de andere, staat op het punt haar gevangen dochter te vermoorden. Een jongeman (een incarnatie van de bodhisattva Kannon[1]) kijkt toe vanachter een kamerscherm.
Vanaf 1 oktober brengt de gevierde printserie Honderd gedaantes van de maan verhalen van krijgers, geliefden, historische figuren en mythische wezens naar het Van Gogh Museum:
Honderd prenten, honderd verhalen, en steeds opnieuw de maan.
In de kleinschalige tentoonstelling Yoshitoshi. Meester van de maan is voor het eerst in het Van Gogh Museum de beroemde prentenserie Honderd gedaantes van de maan te zien van de Japanse kunstenaar Tsukioka Yoshitoshi(1839-1892). Ontdek historische figuren, krijgers, geliefden en mythische wezens. Yoshitoshi brengt hun verhalen tot leven met krachtige lijnen, intense kleuren en opvallende composities. De tentoonstelling laat zien waarom Yoshitoshi geldt als de laatste grote meester en vernieuwer van de Japanse prentkunst.
Van Gogh’s inspiratie uit Japan
Vincent van Gogh hield van Japanse prints. Hij begon afdrukken te verzamelen voor de lol, maar uiteindelijk leerden ze hem een nieuwe manier van kijken naar de wereld. Ontdek hoe Japanse prints de kunst van Vincent voorgoed hebben veranderd.
Afbeeldingen vergroten door te klikkenDetail van het schilderij Courtisane (naar Eisen), geschilderd door Vincent van Gogh in 1887 en te bezichtigen in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Het toont een Japanse courtisane (een oiran) met traditionele haarspelden en een kleurrijke kimono, gebaseerd op een prent van de Japanse kunstenaar Keisai Eisen. Van Gogh maakte dit werk in de periode dat hij in Parijs sterk werd beïnvloed door de Japanse prentkunst, ook wel japonisme genoemd
Vincent van Gogh was enorm enthousiast over Japanse prentkunst en hij was niet de enige. In de tweede helft van de 19de eeuw was er grote bewondering voor vrijwel alles wat uit Japan kwam. Dit japonisme ging aanvankelijk aan Vincent voorbij.
In Nederland bestudeerden maar weinig kunstenaars de Japanse kunst. In Parijs was het mode. Daar ontdekte Vincent de impact die de Japanse kunst op Europa had, toen hij zijn kunst wilde gaan moderniseren.
Doorbraak van de Japanse kunst in Europa
Prenten verzamelen
Vincent kocht zijn eerste stapel Japanse houtsneden in Antwerpen. Hij speldde ze op de muur van zijn kamer. Begin 1886 trok Vincent in bij zijn broer in Parijs. Samen legden zij een flinke verzameling prenten aan. Japan was nu eenmaal in de mode. Misschien werd hij daartoe ook aangespoord door zijn kunstenaarsvrienden onder wie de Franse schilder Henri de Toulouse-Lautrec, fervent verzamelaar van japonaiserieën. Hoe groot Vincents verzameling destijds was, is onbekend. Zelf sprak hij in zijn brieven van ‘honderden’.
Al gauw beschouwde Vincent de prenten niet alleen meer als een aardigheidje. Hij zag ze als artistiek voorbeeld en schatte de houtsneden even hoog in als de klassieke hoogtepunten in de Europese kunstgeschiedenis. Ze leerden hem op een andere manier kijken naar de wereld.
Vincent van Gogh, Portret van Julien Tanguy, 1887, Musée Rodin, Parijs
Japanse sijl
Japanse kunstenaars lieten in de compositie vaak het middenplan weg. Objecten in de voorgrond werden soms vergroot. Ook hielden zij regelmatig de horizon buiten beeld. Of kozen zij voor abrupte afsnijdingen van de beeldelementen aan de rand.
Europese kunstenaars leerden zo dat ze hun kunstwerken niet altijd traditioneel hoefden in te delen – van dichtbij naar ver weg, zoals in een kijkdoos.
Vincent schilderde een paar keer kopieën naar Japanse prenten. In dit schilderij vulde hij de voorstelling van de pruimenboomgaard aan met een oranje kader waarop hij Japanse karakters plaatste. Die nam hij over van een andere houtsnede. Zo maakte hij zijn werk nog ‘exotischer’.
Vincents Bloeiende pruimenboomgaard (1887) en de prent van Hiroshige waar dit op is geïnspireerd. Vincent van Gogh, Courtisane(after Eisen), 1887
Japanse blik
Vincent nam de Japanse vondsten over. Wat hem aansprak, was de ongewone ruimtewerking, de grote vlakken in sterke kleuren, de alledaagse onderwerpen en de aandacht voor details uit de natuur. En het ‘exotische’ en vrolijke natuurlijk.
Wat leerde Vincent van Japanse prenten?
Nieuwe stijl
Vincent begon met het kopiëren van een paar Japanse prenten, maar daar bleef het niet bij. Dat kwam onder meer door Vincents kunstenaarsvriend Émile Bernard. Die ontwikkelde nieuwe ideeën over de richting van de moderne kunst. Met de Japanse prenten als voorbeeld stileerde hij zijn eigen schilderijen. Daarbij gebruikte hij grote vlakken in eenvoudige kleuren en met stevige contourlijnen.
Geïnspireerd door Bernard, verving ook Vincent de illusie van diepte door het platte vlak. In zijn schilderijen combineerde hij dat streven naar platheid wél met zijn eigen, wervelende penseelstreek:
Vincent van Gogh, La Berceuse (portret van Madame Roulin), 1889, The Metropolitan Museum of Art, New York (The Walter H. and Leonore Annenberg Collection). Platte vlakken en kleur: Vincent schilderde de Berceuse met een losse penseelstreek. Hij combineerde dat met Japanse vondsten zoals grote vlakken in knallende kleuren die door stevige contourlijnen werden afgebakend. Emile Bernard, Portret van Bernards grootmoeder, 1887. Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Japan in Zuid-Frankrijk
Na twee jaar liet Vincent het drukke Parijs achter zich. In februari 1888 vertrok hij naar Arles in Zuid-Frankrijk. Daar hoopte hij behalve rust ‘de helderheid van de atmosfeer en de vrolijke kleureffecten’ van de Japanse prenten te vinden.
Vanuit de trein had hij naar het landschap ‘zitten kijken of het al Japans was! Kinderlijk hè?’, zo schreef hij aan zijn vriend Gauguin die ook gegrepen was door de Japanse voorbeelden.
Net als Gauguin geloofde Vincent dat kunstenaars naar meer zuidelijke, ongerepte streken moesten trekken, op zoek naar uitgesproken kleuren. Dat zou hen helpen de kunst verder te ontwikkelen. Met dit idee ging hij naar Arles.
Vincents prentencollectie was bij zijn broer Theo in Parijs achtergebleven. Maar hij had zich inmiddels het ‘Japans kijken’ eigen gemaakt; hij had ze dus ook niet meer nodig.
‘En je kunt volgens mij de Japanse kunst niet bestuderen zonder veel vrolijker en gelukkiger te worden en het doet ons terugkeren naar de natuur, ondanks onze opvoeding en ons werk in een wereld vol conventies’. Vincent aan Theo, 23 of 24 september 1888
Vincent van Gogh, Self-Portrait, 1888, Harvard University Art Museums, Cambridge (MA), Fogg Art Museum
Onderling kunst ruilen
Vincent geloofde dat Japanse kunstenaars onderling kunst ruilden. Hij stelde Gauguin en Bernard voor hetzelfde te doen, en vroeg hen om portretten die zij van de ander zouden moeten maken. Ze stuurden echter zelfportretten. In ruil daarvoor stuurde Vincent een zelfportret waarop hij zichzelf als Japanse monnik had afgebeeld. Met amandelogen en korte, getrimde haren.
onbekend/unknown, Autumn Flowers, Yellow Bird, and Insects, 1875 Vincent van Gogh, Vlinders en klaprozen, 1889
‘Na verloop van tijd verandert je kijk, je kijkt meer op z’n Japans, je ondergaat de kleur anders. Ik ben er dan ook van overtuigd dat mijn persoonlijkheid zich zal ontwikkelen als ik hier lange tijd blijf.’
Vincent aan Theo vanuit Arles, 5 juni 1888
Vincent van Gogh, Falling Leaves (Les Alyscamps), 1888. Kröller-Müller Museum, Otterlo.
Leven als de Japanners
Vincent was niet alleen geïnteresseerd in de stijl van de Japanse kunst, maar ook in de Japanse manier van leven. Hij nam een voorbeeld aan de boeddhistische monniken die samenleefden en samenwerkten. Vincent wilde in Arles een vergelijkbare kunstenaarsgemeenschap oprichten. Hij nodigde verschillende kunstenaars uit, uiteindelijk kwam alleen Gauguin.
Om aan Gauguin te laten zien wat hij allemaal van de Japanse voorbeelden had geleerd, maakte Vincent onder meer het schilderij Vallende bladeren (Les Alyscamps).
Show-off
In dit schilderij maakte Vincent gewaagde keuzes naar Japans voorbeeld: hij stileerde nog meer dan voorheen. De voorstelling is in vogelperspectief (van bovenaf) geschilderd en de horizon blijft buiten beeld. De compositie heeft een sterke diagonaal. Deze wordt doorsneden door de bomen die de voorstelling opdelen in kleurvlakken.
Japan raakt op de achtergrond
Helaas verliep de samenwerking met Gauguin niet zoals Vincent had gehoopt. De twee kunstenaars verschilden te veel van mening en na een paar maanden ging Gauguin terug naar Parijs. Het vertrek van Gauguin ging gepaard met een hevige ruzie en Vincents eerste psychische crisis volgde, waardoor hij in het ziekenhuis belandde. In die tijd dacht men dat creativiteit en mentale problemen met elkaar verbonden waren. Uit angst voor een nieuwe aanval durfde Vincent hierna niet meer zo gewaagd te schilderen.
Door de worsteling met zijn mentale gezondheid verloor Vincent het geloof in eigen kunnen. Hij bleef schilderen, maar een bijdrage leveren aan het moderniseren van de kunst naar Japans voorbeeld was te hoog gegrepen. In zijn brieven sprak hij steeds minder over de Japanse prentkunst.
In het kort
Vincent nam zijn leven lang de natuur als uitgangspunt voor zijn kunst. De Japanse kunstenaars deden dat ook, en hij herkende dat. Tegelijkertijd boden de Japanse prenten hem het voorbeeld dat hij nodig had om te moderniseren.
‘Al mijn werk berust enigszins op japonaiserieën…’
Vincent aan Theo vanuit Arles, 15 juli 1888
Vincent wilde graag gehoor geven aan de roep om een moderne schilderkunst. De Japanse prenten met hun grote kleurvlakken en stilering wezen hem de weg, zonder dat hij daarbij de natuur als startpunt hoefde los te laten. Ideaal.
____________________ [1] Het wordt algemeen aanvaard dat Kannon de mahayana-boeddhistische bodhisattva (een verlicht wezen dat het boeddhaschap uitstelt om anderen te helpen) Avalokiteshvara vertegenwoordigt. Men neemt aan dat Avalokiteshvara in China is versmolten met de legendarische prinses Miao Shan en/of een taoïstische godin tot Guan Yin, de vrouwelijke godin van mededogen. Tegen de tijd dat de verering van de bodhisattva Japan bereikte, vertoonden de afbeeldingen uiteenlopende stijlen: sommige waren androgeen, maar vele waren vrouwelijk en uitgevoerd in hindoeïstische of Chinese stijlen uit de Tang-dynastie (zie: The Tale of Genji).
In het werk van de compromisloze architect Peter Zumthor draait alles om het spel van licht en materiaal
Peter Zumthor in april dit jaar in in Los Angeles.Bron Michael Buckner / Getty
Artikel geschreven door Kirsten Hannema, de Volkskrant, gepubliceerd op 7 september 2026. De foto’s vond ik op de site van PA (zie onderaan).
Regisseur Wim Wenders raakte bevangen door de atmosferische gebouwen van Peter Zumthor en werkte veertien jaar aan zijn documentaire over de atypische sterarchitect, met Zumthor-fan Brad Pitt als uitvoerend producent. Wie is deze Zwitser die ‘van binnen naar buiten’ ontwerpt?
Tijdens de bouw van het Kolumba Museum voor kerkelijke kunst in Keulen, ontworpen rondom de ruïne van de Sint-Columbakerk, constateerde architect Peter Zumthor dat het beter was om een reeds gemetselde muur een halve meter op te schuiven. Maar dat brengt extra kosten met zich mee, en leidt tot vertraging, wierp de opdrachtgever tegen. Niets mee te maken, zei Zumthor. ‘Sommige dingen doen pijn, maar jullie zullen me dankbaar zijn.’ En anders zou hij weglopen. De muur werd verplaatst.
Typisch Zumthor, vindt de Nederlander Serge Schoemaker. Hij was als projectarchitect aanwezig bij het bouwoverleg in Keulen. Schoemaker: ‘Zumthor is een man van ongelooflijke compromisloosheid, voor wie elk detail ertoe doet. Dat maakt zijn architectuur zo goed.’
Vertrouwdheid
Op andere momenten is het juist Zumthor zelf die een concessie doet. Toen zijn dochter de tekeningen bekeek van hun nieuwe, door hem ontworpen huis-met-atelier, was zij boos geweest, vertelde de Pritzker Prize-winnaar ooit in een interview.
‘Waar is de richel?!’, had ze gevraagd. In de keuken van hun oude huis – aan de overkant van de straat – bevond zich een houten rand waarop spulletjes stonden. Zij was daaraan gehecht, legde ze aan hem uit. ‘Naar die vertrouwdheid ben ik op zoek’, aldus Zumthor, die alsnog eenzelfde richel maakte.
Nog iets wat typisch is voor Zumthor: hoe zijn nieuwe huis er van buiten moest uitzien, bedacht hij later; ‘het ontwikkelt zich eigenlijk van binnen naar buiten’, legde hij uit. Ofwel, From Inside Out, zoals de documentaire over zijn oeuvre heet die de Duitse regisseur Wim Wenders over hem maakte. 6 september was de première op het filmfestival in Venetië.
Veertien jaar lang werkte Wenders aan de film, waarin hij de kijker meeneemt op een zintuiglijke reis door Zumthors gebouwen, die draaien om het spel van licht en materiaal. Van het wereldberoemde thermencomplex in Vals (1996) – dat de architect met lokaal gewonnen kwartsietsteen bouwde als voortzetting van het omringende berglandschap – tot het pas opgeleverde Los Angeles County Museum of Art (LACMA), een glooiende kunsthal van ruig beton.
Het Los Angeles County Museum of Art in Los Angeles, een glooiende kunsthal van ruig beton. Beeld: Getty – Los Angeles Times
Fragment uit “From Inside Out” Bezoek van Siri Hustvedt aan het Steilneset Memorial
De officiële ‘first look’ clip van “From Inside Out”, de 3D-documentaire van Wim Wenders over de bekende Zwitserse architect Peter Zumthor. In deze specifieke scène zie je de Amerikaanse auteur en essayist Siri Hustvedt. De clip volgt haar tijdens haar allereerste, indrukwekkende bezoek aan het door Zumthor ontworpen Steilneset Memorial in het noorden van Noorwegen. Dit monument is gebouwd ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de 17e-eeuwse heksenprocessen in Vardø. Het monument herdenkt de slachtoffers van de heksenvervolgingen, wat in de kern een brute uiting was van historische vrouwenhaat en angst voor de autonomie van de vrouw. Dit is misschien wel hét centrale thema in Hustvedts werk. In haar veelgeprezen roman De vlammende wereld (The Blazing World) stelt ze de uitsluiting, demonisering en marginalisering van intellectuele en creatieve vrouwen in een patriarchale maatschappij op felle wijze aan de kaak. Als essayiste en filosofe schrijft Hustvedt veelvuldig over de relatie tussen herinnering, het menselijk lichaam en de fysieke ruimte. Haar bezoek aan het monument — een lange, houten, geïsoleerde cocon ontworpen door Peter Zumthor — is voor haar een fysieke ervaring van het geheugen. Ze onderzoekt hoe architectuur en kunst in staat zijn om het onzichtbare lijden uit het verleden tastbaar te maken voor het lichaam in het heden. Wim Wenders brengt haar in de film dus niet naar Vardø als historicus, maar als een denker en auteur die haar hele leven al reflecteert op hoe we als mensheid omgaan met trauma, de onderdrukking van de vrouw en de spoken uit ons verleden.
Bovenaan: Een huisaltaar met Akhenaten, Nefertiti en drie van hun dochters, onder de stralen van de zonnegod Aton (omstreeks 1350 v. Chr., Amarna-periode). 18e dynastie, regering van Achnaton.
Gij verschijnt prachtig in de lichtwoning des hemels, o Aton, levende die het eerst hebt geleefd! Wanneer gij opgaat in de oostelijke lichtwoning, vult gij alle landen met uw schoonheid.
Wanneer gij blinkend en groot zijt, schitterend en hoog boven alle landen, omvatten uw stralen de landen tot de uiterste zone van al wat gij gemaakt hebt. Wijl gij de zon zijt, bereikt gij hun uiterste zone.
Gij knecht ze voor uw beminden zoon. Ofschoon gij verre zijt, zijn uw stralen op de aarde; hun ogen zien u, hoewel men uw gangen niet kent.
Wanneer gij ondergaat in de westelijke lichtwoning, ligt de aarde in duisternis, als ware zij dood. De slapers bevinden zich in hun kamer met omhulde hoofden; het éne oog ziet het andere niet. Wanneer al hun bezittingen gestolen worden – zelfs al liggen zij onder hun ‘hoofd, zij merken het niet. Alle roofdieren komen uit hun holen te voorschijn, al het kruipende gedierte bijt.
Wordt het verlichte huis verduisterd, dan ligt de aarde in zwijgen, want hij, die hen gemaakt heeft, is ondergegaan in zijn lichtwoning.
In de ochtendschemering gaat gij weer op in de lichtwoning, gij straalt als Aton bij dag, gij verdrijft de duisternis, gij zendt uw stralen neer en de beide landen zijn in feeststemming, de mensen ontwaken en gaan staan op hun voeten; gij hebt hen opgericht. Zij wassen ,hun lichaam en trekken hun kleren aan; hun armen zijn in aanbidding geheven voor u, wanneer gij verschijnt. De gehele mensheid verricht haar werk, alle dieren doen zich te goed aan hun weide. Bomen en planten worden groen. De vogels, die opvliegen uit hun nesten – hun vleugels zijn in aanbidding geheven voor uw wezen. Alle gedierte huppelt op zijn voeten; al wat opvliegt en neer strijkt – zij leven, wanneer gij voor hen opgaat. De schepen varen stroom af en stroom op en ook alle wegen liggen open, wanneer gij verschenen zijt. De vissen in de rivier springen op voor uw aangezicht, want uw stralen dringen door tot in het binnenste der zee.
O, gij die zaad herschept tot vrouwen, die vocht tot mannen maakt, die het kind in leven houdt in de schoot zijner moeder, die het sust, zodat het. niet schreit, voedster in de moederschoot, die lucht schenkt om leven te geven aan al wat gij maakt. Verlaat het de moederschoot op de dag zijner geboorte, dan opent gij zijn mond geheel en zorgt voor zijn nooddruft. De jonge vogel in het ei, die in de schaal reeds spreekt -gij geeft hem daarin lucht om hem in leven te houden. Gij hebt hem in het ei zijn bepaalde tijd gesteld om het te breken, en op zijn bepaalde tijd kruipt hij uit het ei om te spreken. Hij loopt op zijn voeten, zodra hij eruit gekropen is.
Hoe talrijk is wat gij gemaakt hebt, het is teveel om te zien. O, enige God, wien geen ander evenaart, gij hebt de aarde om uwentwil geschapen, gij alleen: mensen en alle klein en groot gedierte, al wat zich op aarde bevindt, dat zich voortbeweegt op voeten, wat er is in den hoge en vliegt met zijn vleugels, de vreemde landen, Syrië en Nubië, en het land Egypte. Gij hebt ieder mens op zijn plaats gesteld. Tongen en oren zijn gescheiden door de talen, hun karakter en ook hun uiterlijk is verschillend. Gij hebt onderscheid gemaakt tussen Egypte en de vreemde volkeren: gij hebt een Nijl gemaakt in de onderwereld, gij brengt die, naar het u behaagt, om de Egyptenaren in leven te houden, daar gij hen gemaakt hebt voor u, hun aller heer, die u moeite voor hen geeft, heer van alle landen, die voor hen opgaat, Aton van de dag, ontzagwekkende. Doc,h ook van alle verre vreemde landen maakt gij de leeftocht: gij hebt een Nijl in de hemel geplaatst, die voor hen neerdaalt en die op de bergen waterstromen .vormt als de zee, om hun akkers te bevochtigen met hetgeen hun toekomt. Hoe uitnemend is uw voorzienigheid, o heer der eeuwigheid! De Nijl in de hemel, hij is bestemd voor de vreemde volken, voor al het gedierte in den vreemde, dat zich voortbeweegt op voeten. Egypte daarentegen bezit de Nijl. die uit de onderwereld komt.
Uw stralen voederen alle tuinen; wanneer gij opgaat, leven en groeien zij Voor u. Gij maakt de seizoenen om op te kweken al wat gij gemaakt hebt, de winter om hun koelte te geven, de hitte opdat zij u ervaren. Gij hebt de hemel verre gemaakt om daarin op te gaan om te zien al wat gij gemaakt hebt, gij alleen. Wanneer gij opgaat in uw gedaante als levende Aton, schitterend en stralend, ver en toch dichtbij, maakt gij talloze gedaanten uit u, den éne: steden, dorpen en akkers, weg en rivier. Alle ogen schouwen u tegenover zich, zolang gij de Aton van de dag zijt boven de aarde. Zijt gij dan heengegaan, dan zullen alle ogen, wier gezicht gij geschapen hebt, u niet meer zien, noch iets wat gij gemaakt hebt. Doch ook dan zijt gij in mijn hart.