12 sec. alledaags leven

Woensdag 19 juni 2024 15:24, een normale dag vanaf het balkon,..
(de stratenmakers doen er nog een decibelletje bovenop).
De precieze locatie van de opname.
Als ik zeg: ‘Zoek het in de eenvoudige dingen,’ dan lijkt dat een beetje dwaas. We zijn gewend dat het in de geweldige dingen moet zitten. Maar mensen, het zit niet in de geweldige dingen, dat zijn fantasieën van ons denken of van ons voelen. Het eenvoudige aantrekken van je schoenen kan meditatie zijn.
Je kunt aan jezelf merken of je aandachtig bent: als je aandachtig bent heb je geen haast, hoef je nergens meer naartoe, je bent op de plek waar het gebeurt, hier, nu! Dat is een groot ding. Dan heb je ook geen tijd meer om plannetjes te maken, om werelden te ontwerpen. Want je bent hier, op de enige plek waar het gebeuren kan.
‘Belangrijk’ is altijd datgene wat niet bij het dagelijks leven hoort. Dat is heel opmerkelijk. En eigenlijk heel gek! Want wat heb je anders dan je dagelijkse leven, het is het enige wat je hebt! Je dagelijkse leven, je dagelijkse gedachten, je dagelijkse gevoelens, je dagelijkse problemen, daar zit het dus in!
Je ‘zitten’ is toch ook in het dagelijkse leven… Maar voor een heleboel mensen is zitten iets wat afgescheiden is van het dagelijkse leven. Mensen, dat is niet waar! Zitten is net zo gewoon als kopjes afwassen. Als je er iets meer van maakt, houd je jezelf voor de gek.
Maarten Houtman, Het zit in de heel gewone dingen, Steyl 23 mei 1998

Youssou N’Dour, samen met Neneh Cherry, in ‘7 Seconds’ – over de “eerste zeven seconden in het leven van een pasgeborene, waarin het nog onbewust zou zijn van de problemen van de wereld.”

Ontwaakt gij die slaapt…

…en sta op uit de dood, Christus zal over u lichten!

Terwijl wij een land zijn
overvloeiende van melk en honing –
vanochtend stroomde de melk
in de melkschuimer nog over,
hij was boven het streepje gevuld –
en Albert Heijn onlangs een tekort
aan havermelk en krentenbrood had,
de vaste ingrediënten van ons ontbijt,
worden intussen overal in de wereld
hele bevolkingen gebombardeerd,
omdat ze de verkeerde personen,
op de verkeerde tijd en plek zijn.

Klaaske vertelde me vanochtend dat ze een hardnekkige nachtmerrie had gehad, waarin ze bij een pont aan de verkeerde kant van de weg stond en aangesproken werd door personen waar ze niets mee te maken wilde hebben.
In een nachtmerrie is er tenminste nog wel ruimte om te overleven…

Ik had zelf net gedroomd over een online ‘bombardementsspel’, waarbij ik al snel fantaseerde dat je kon kiezen tussen drie bevolkingsgroepen – in het spel drie kleuren – waar je het bord mee kon vullen…

Een kleine samenvatting hoe onze wereld eruit ziet – die van alle kanten op je aandringt, en pas in vergeten momenten echt tot je doordringt. Je ontkomt er niet aan…

Want jij bent het spel,
jij bent de wereld,
jij bent de schepping.
En je houdt op met jezelf af te scheiden
en te zeggen: ‘Ik moet er nog bijhoren…’
Je bent er al!
Dan heb je mij niet meer nodig,
niemand meer nodig,
dan ga je je weg.


Maarten Houtman, Jij bent het spel
Foto bovenaan:
Circa 210 miljoen jaar geleden, toen op aarde uit het oercontinent Pangaea de huidige continenten zich begonnen te vormen, vond in een naburige sterrenstelsel een frontale botsing plaats (Nature, 19 oktober). Een vrij forse begeleider van het Andromedastelsel bewoog toen door (bijna) het midden van zijn grote broer heen en de effecten daarvan zijn nog steeds te zien. Dat blijkt uit opnamen die de Amerikaanse Spitzer Space Telescope – de grootste infraroodtelescoop in de ruimte – van het Andromedastelsel heeft gemaakt. De ringvormige structuur in het centrum van dit stelsel wijst overduidelijk op een kosmische botsing.

De Tao van Mac

 Foto boven: Panoramafoto Studio ‘Pied à terre’ mét Mac, maart 2018
Nu mijn benen minderen
is het heerlijk online te zijn
vuur uit sloffen te rennen
en met bijna lichtsnelheid
boodschappen verzenden
je verhalen op te dissen
plaatjes op laten flitsen

Zie hem aandachtig zitten
stil achter de computer
een wereld zonder geluid
licht voorover gebogen
starend naar het scherm
en zinnend op verhalen
die zijn wereld verbinden

Om me heen geluiden
die een ander niet hoort
ben ik helderhorend?
of ben ik helderziend?
nu de zintuigen doven
in eigen wereld levend
aandacht haast tastbaar
The computer is artificial intelligence; it can learn, correct itself, write, compose music, and so on. So the computer, the machine invented by man, is changing society. It is changing the structure of outward human existence. Whether you know about it or not is perhaps of very little importance, but it is taking place; it is happening. If the machine can do everything thought can do – invent gurus, rituals, gods, write poems, beat a grand master in chess – what then is man? This is an important question you have to ask. I don’t think many of us realise what a dangerous state we are in.
Krishnamurti in Bombay 1981, gesprek 6

“Waarom koop je geen computer,” zei Maarten Houtman op een keer tegen me, “Krishnamurti heeft gezegd dat de computer de wereld zal veranderen…”
Maarten moest bovenstaand citaat in die tijd dus al gelezen hebben.
Nou, ik heb zijn advies opgevolgd, hoewel ik mezelf net als timmerman was gaan zien. En de naam van Krishnamurti deed wonderen, ook al had ik geen idee wat zijn boodschap was geweest.
Omdat een MS-Dos machine toen de standaard was, kocht ik er ook maar zo een – een ‘Mac’, waar Maarten toen al jaren mee werkte, kwam toen nog niet in me op, inmiddels is bij mij ook alles MAC wat de klok slaat.

Ik had van Klaaske gehoord, wat het effect van de nieuwe vinding op haar werk aan de VU was geweest. Zelf vond ze de computer eerst ingewikkeld, maar al gauw bleek het een welkome vervanger van de elektrische typemachine te zijn. En haar chef was inmiddels begonnen zijn eigen stukjes uit te tikken. Maar de boekhouder was opgestapt, hij kon er zich niet mee verenigen dat hij niet langer zijn eigen berekeningen mocht uitvoeren… Weer een andere collega was woest geworden, toen ze hem emails begonnen te sturen: ‘Je komt maar gewoon bij me langs, dit is slecht voor het onderlinge contact,’ had hij gezegd.
Dus dáár was de wereld inderdaad veranderd…

Nu ik zijn uitspraak lees, ziet Krishnamurti de computer – een machine die kan ‘denken’ als wij, dus een humanoïde machine – als een bedreiging voor de mensheid, maar ook als een uitdaging.
Ik heb in mijn omgeving diverse mensen meegemaakt, die hun ongenoegen uitten over het apparaat – terwijl ik intussen zijn talloze mogelijkheden benutte en creatief met mijn kameraadje bezig was. En daarin ook medestanders vond.
Was het jalousie? Of toch een zekere afkeer, een gevoel dat de ‘rekenaar’ in de grond van de zaak niet deugde – een mening die in new age kringen regelmatig te horen was. Ze moeten er duistere kwaliteiten aan toegekend hebben, zwarte magie misschien… In elk geval iets schadelijks voor de ziel.
Wat zo’n houding voor mij als enthousiaste gebruiker nog onbegrijpelijker maakt, is dat de machine ‘die alles kan wat het denken kan’, voor mij juist een toevlucht is geworden als ik door mijn eigen denken overmand word… Die me niet alléén laat, als woorden stenen dreigen te worden die naar believen door mijn hoofd beginnen te rollen… Maar me afleidt en er juist mee laat spelen.

Maarten Houtman schreef daar een verrassende en humoristische reflectie over: Stil achter de computer, waarbij Nico Tideman hem nog bijstond. Hij neemt daarin afstand van de aanspraak van Zen als ‘efficiënte’ methode om tot stilte te geraken – een pleidooi temeer voor zijn concept van ‘Zen als leefwijze’:

Dat Krishnamurti een ontwikkeling zag die hij als zeer verontrustend ervoer, kun je ook zien tegen de achtergrond van een wereld, die inmiddels totaal verslaafd is aan de smartphone – zeg maar de draagbare, geminimaliseerde variant van de computer. Waarbij we met z’n allen gebiologeerd op ons eigen schermpje zitten/lopen/fietsen/rijden te kijken. Alsof de rest van de wereld niet bestaat…
Riekt dat niet naar magie?

Epiloog

“Zaterdag 23 september 2023 was een speciale dag. Die dag besloten we om de computer van Hein te verhuizen naar de Elpermeer. We liepen naar de Studio, gewapend met een tas van de Landmarkt. Het regende heel zacht en alles rook naar herfst. De MAC paste precies in de tas, met snoeren en muis. De Studio lag er opeens verloren bij en alle losse eindjes werden zichtbaar. Losse snoeren, stapels papieren en verborgen stofvlokken kwamen tevoorschijn. We deden een eerste poging om een nieuwe orde te vestigen en gingen daarna weer richting Elpermeer. Daar kreeg de MAC zijn nieuwe plaats. Het voelde aan alsof hij daar altijd al stond.”
Klaaske Fokkens, Eindje lopen met de MAC

Torens van ivoor en staal

Interview met de Israëlische onderzoeker Maya Wind.
NRC woensdag 8 mei 2024

Maya Wind is Postdoctoral Fellow bij de afdeling Antropologie van de Universiteit van British Columbia. Haar beurs onderzoekt in grote lijnen hoe kolonisten-samenlevingen en mondiale systemen van militarisme en politie in stand worden gehouden, met bijzondere aandacht voor de reproductie en export van Israëlische veiligheidsexpertise. Ze heeft voor haar onderzoek steun gekregen van de National Science Foundation, de Social Science Research Council en de Killam Laureates Trust.
U was al jong geëngageerd en actief. U weigerde dienst te doen in het Israëlische leger.

„Dat klopt. Ik ben opgegroeid in Jeruzalem en tijdens mijn middelbareschooltijd politiek bewust geworden. Dat was tijdens de Tweede Intifada, [de Palestijnse opstand van 2000-2005]. De bezetting en het verzet ertegen waren toen al sterk aanwezig in mijn leven. Ik kon er niet omheen, ik ben toen betrokken geraakt bij een kleine groep gewetensbezwaarden en heb me verzet tegen de dienstplicht. We wilden het leger onze arbeid onthouden.”

Hoe liep dat af?

„Je kunt in Israël vrijstelling van dienstplicht krijgen op orthodox-religieuze gronden, maar dat ging voor ons niet op. Ik heb vier maanden vastgezeten, eerst in militaire hechtenis en toen in een gevangenis. De anderen ook. We wilden een statement maken. Toen ik vrijkwam ben ik me gaan inzetten voor de Palestijnse bevrijdingsbeweging. Die gebruikte toen al begrippen die nu wijder verbreid zijn geraakt: dat Israël een project is van vestigingskolonialisme dat is uitgemond in een apartheidsstaat. Mensen schrikken van die termen, maar je ziet dat Amnesty International, de VN en toonaangevende onderzoekers ze nu gebruiken. Palestijnen deden dat altijd al.”

Welke reacties ziet u in Israël?

„Veel Israëlische academici en intellectuelen uiten zorgen over het momentum dat de boycotbeweging nu aan het krijgen is. Maar geen van hen heeft de totale vernietiging van de onderwijsinfrastructuur in Gaza veroordeeld. Ze gaan niet in op de kern van de zaak, namelijk – dat is de boodschap van mijn boek – dat de Israëlische academische wereld medeplichtig is aan de vernietiging van Palestijnse kennis en identiteit, en inmiddels aan genocide. In het Westen leeft nog steeds het idee dat Israëlische universiteiten bolwerken zijn van liberalisme en democratie. Wat ik laat zien is de kloof tussen die mythe en de werkelijkheid. Academische instellingen zijn diep verwikkeld in de repressie. Niet alleen door samenwerking met de Israëlische veiligheids- en defensie-industrie, maar ook door in archeologisch onderzoek en in geschiedschrijving het Palestijnse perspectief uit te wissen.”
In mijn eigen post De tuin van koning David, was ik al tegengekomen dat bij de aanleg van een kabelbaan vanuit de Palestijnse wijk Silwan in Oost-Jeruzalem naar de Olijfberg en Getsemane, ‘opgravingen er de Joodse claim op het land moeten ondersteunen.’
Tegenstanders van het kabelbaanproject, waaronder Palestijnse inwoners van Silwan en de Israëlische ngo Emek Shaveh, die zich verzet tegen de politisering van archeologie, dienden verschillende petities in bij het Israëlische Hooggerechtshof. In mei 2022 bepaalde dat hof dat het niet tegen het project zou ingrijpen.

We zijn inmiddels een dag verder, het is donderdag Hemelvaartsdag, de christelijke agenda loopt door.

Ik was gisteren behoorlijk geschokt door het verhaal van Maya Wind, ook over haar persoonlijke lotgevallen: dat je in zo’n land zomaar voor maanden in de gevangenis verdwijnt als je dienstweigert – iets wat ik zelf ook heb gedaan. Het is een belangrijk signaal hoe het met de persoonlijke vrijheid in een land is gesteld, of je er met huid en haar aan het systeem overgeleverd bent…

En plotseling zag ik mezelf weer langs de St. Annastraat in Nijmegen staan – het moet rond 1960 geweest zijn – waar op de laatste dag van de Vierdaagse een peloton vrouwelijke Israëlische soldaten voorbijtrok. Ze hadden gelijk mijn hart gestolen… Nu denk ik: dat was gewoon propaganda…
‘Israël’ is voor ons altijd van een andere orde geweest, het vormt een vitaal onderdeel van ons Westers waardesysteem: het geboorteland van Jezus, waar hij zijn ‘blijde boodschap’ verkondigde en zijn wonderen verrichtte. Kortom, het ‘Heilige land’– lees de websites van de Evangelicals er dezer dagen maar op na.
En dat staat nu plotseling allemaal op z’n kop… En het wordt nog eens op scherp gezet door de wereldwijde protesten.

Zelf voldeed ik aanvankelijk aan m’n oproep en ging in militaire dienst. Pas toen ik opgeroepen werd voor herhaling, werd ik dienstweigeraar – een lang en moeizaam traject.

Militaire dienst is in feite de absolute onderwerping aan het systeem na mijn middelbare school werd ik direct opgeroepen. ik was toen inmiddels twintig meer vrijheid dan één keer blijven zitten werd je niet gegund. Ik was de eerste ‘rekruut’ uit het gezin, mijn oudere broer kreeg vrijstelling vanwege zijn studie theologie, net zoals dat in Israël het geval is.

Bij de ‘selectie’ vooraf hadden ze wel iets in me gezien, ik kwam op in de officiersopleiding. Maar na vier maanden werd het me daar te zwaar en ik gaf er de brui aan. En zei dat ik ‘gewetensbezwaren’ had – ik had de klok horen luiden.
Maar het bood helaas weinig soelaas… Per direct werd ik overgeplaatst naar een onderdeel van de ‘Limburgse Jagers’, dat al de volgende dag naar Seedorf vertrok, vlakbij de Oost Duitse grens…
Zo werd ik ‘voor straf’ – zo voelde het – gebombardeerd tot poortwachter bij het Ijzeren Gordijn…

Ook al was ik dan inmiddels een ‘kneusje’, ze wisten heel goed gebruik van je te maken: mij werd gevraagd daar een bar te beheren, die speciaal bedacht was voor onze compagnie van de Limburgse Jagers – die konden daar ’s avonds hun heimwee weg drinken… Het kwam dus goed uit dat ik zelf niet dronk.
Ik heb daar in de barre winter van ’63-’64 ook nog een grote oefening meegemaakt op de Lüneburger Heide, waarbij ik in een tentje sliep.
Intussen had het maar een haartje gescheeld, of ik was daar aan dat Ijzeren Gordijn écht in actie moeten komen… De Cuba Crisis brak uit, we verkeerden een week lang in de hoogste staat van paraatheid.

Een halfjaar later gingen we terug naar Nederland en kwamen in Oirschot terecht.
We waren daar nog maar nauwelijks bekomen, of er kwam een opgeblazen tambour-maître langs, die kandidaten zocht voor het klaroenkorps van het garnizoen. Nu speelden meerdere van mijn Limburgse maten in een fanfare, dus dat kwam wel goed. Al helemaal, toen ik zei dat ik klarinet speelde – en toen aangesteld werd als … tamboer!
Zo heb ik daar de rest van mijn dienst als een soort vrijgestelde gesleten – als we les kregen in bajonet vechten, zei ik gewoon ‘nee’. En dat werd gepikt…
Uiteindelijk mocht ik met ‘studieverlof’, ik zwaaide drie maanden eerder af dan de anderen. Zo kon ik in september 1964 in Amsterdam mijn studie psychologie beginnen.

Maar in Amsterdam speelde toen ook andere zaken die mijn aandacht vroegen: het was de tijd van de provo-rellen, de Vietnam demonstraties en de Maagdenhuis-bezetting. En langzaam raakte ik ‘gepolitiseerd’.
Toen ik een oproep kreeg voor ‘herhaling’, weigerde ik dienst – ‘niet nóg eens!’, dat wist ik zeker…
Ongeveer in diezelfde tijd begon ik, samen met wat vrienden, aan een eigen studieproject in de polemologie – de ‘wetenschap van oorlog en vrede’ was in Nederland geëntameerd door de Groningse volkenrechtskundige prof. Röling.
Röling was jurist betrokken geweest bij het het Internationaal Militair Tribunaal van Tokio. Hij zag het daarna als zijn plicht onafgebroken te waarschuwen voor een nucleaire catastrofe-op-termijn – een gedachte die ook toen al sterk aansprak. Vol idealisme richtten wij de Polemologische Studiegroep Amsterdam op, waar we in interdisciplinair verband ‘Peace Research’ beoefenden. In de bloeitijd telde de groep wel zeventig deelnemers – een getal wat helaas omgekeerd evenredig was aan resultaat en onderling vertrouwen. Al helemaal, toen een aantal leden ‘scholingsbijeenkomsten’ ging te organiseren o.l.v. een CPN-kaderlid…
Een van onze deelnemers was zoon van PSP senator Mr. Hein van Wijk – die ik al spoedig te hulp zou vragen bij mijn dienstweigering. Want toen ik voorkwam bij de Commissie voor Dienstweigering, werden mijn ‘gewetensbezwaren’ in eerste instantie niet erkend… Ik moet te weinig ‘principieel’ geklonken hebben en trapte pardoes in hun politieke valstrikken…
Er volgde tweede ronde. Toen had ik inmiddels geleerd te zeggen wat er van mij verwacht werd…
Het gesprek vond plaats in het gebouw van de Tweede Kamer, mijn commissie bestond uit kamerleden, onder wie KVP senator prof. Beel – het was een procedure die in ere gehouden werd. Ik deed er vanachter een lessenaar mijn prevelementje en beantwoordde vragen – en werd deze keer ‘erkend’! Ik had de heren overtuigd.

Het project van Maya Wind, die onderzoekt ‘hoe kolonisten-samenlevingen en mondiale systemen van militarisme en politie in stand worden gehouden’, deed mij even denken aan mijn verhaal met de polemologie – ook al zijn de omstandigheden beduidend anders.


Dat het bij een weigerachtige houding in militaire dienst, ook heel anders kan aflopen dan bij mij, hoorden we op diezelfde dag van 8 mei nog van Hans, medebewoner van ons stadsdeel Amsterdam Noord. Hij kwam op het Buikslotermeerplein onverwachts aan ons tafeltje zitten bij Roezemoes – ik was nog helemaal in de ban van het krantenbericht, en stak gelijk van wal…
Maar Hans – die een paar jaar ouder is dan ik – vertelde vervolgens een heel ander verhaal…
Hij weigerde meteen bij opkomst dienst en werd toen in een speciaal bataljon ‘voor moeilijke gevallen’ geplaatst. Toen ze op oefening waren in La Courtine, kreeg hij er genoeg van en had uit protest de bajonet in de grond gestoken, onder de uitroep: ‘Ik ga naar huis!’
Hij was stante pede voor de krijgsraad gedaagd… Daar vroegen ze hem toen ‘hoe hij aan zulke idiote ideeën kwam…’
Later hoorde hij, dat ze in zijn woonplaats Ermelo navraag bij hun buren hadden gedaan – bij de buren, nota bene… Alsof hij een staatsgevaarlijk sujet was…
En dat had hem voor het leven getekend… Sindsdien staat er een kruisje in zijn paspoort … een kruisje??
Maar is het eigenlijk niet hetzelfde verhaal dat je nu hoort over mensen, die om onnaspeurlijke redenen als ‘terrorisme verdacht’ te boek staan? En kom daar dan maar eens af!
We zeiden tegen Hans: ‘Gelijk je dossier opvragen en dat kruisje weg laten halen…’
Maar het voelde wel heel ongemakkelijk aan…

Terug naar Israël.
Zal Maya Wind daar nu als ‘staatsgevaarlijk’ te boek staan?
Maar zie hoe ze de ban gebroken heeft, dat ‘anti-Israël’ in deze kwestie hetzelfde zou zijn als ‘antisemitisch’…
Voor mij heeft ze dat gedaan!

Zo oefenen we met onze labels de meest vreselijke terreur uit. Hoe komen we daarvan los?
Hoe komen we los van een wereld vol geweld: ‘Wat heb ik met oorlog te maken, is de cruciale vraag die Maarten Houtman stelt.
En bovenal: JE MOET DAT ZÉLF ONTDEKKEN, daar helpen geen leraren, cursussen of lieve moedertjes aan…

Foto geheel boven: Maya Wind (foto NRC).

Tekenen aan zon, maan en sterren… 1

27.000 lichtjaar verderop

Sagittarius A*, ook wel bekend als Sgr A*, is een superzwaar zwart gat en een radiobron in het centrum van de Melkweg. Het object bevindt zich in de samengestelde radiobron Sagittarius A op 26.673 lichtjaar van de Zon. Het bevat 4,15 miljoen zonsmassa's in een gebied met een radius van minder dan 6,25 lichtuur. Ontdekt: 13 februari 1974. (Wikipedia)
Twee jaar geleden haalde hij voorpagina’s van kranten wereldwijd: het gigantische zwarte gat in het centrum van de Melkweg, Sagittarius A* (Sgr A*), vastgelegd door een netwerk van radiotelescopen. Nu hebben diezelfde telescopen indirect een opname gemaakt van de magnetische velden rondom Sgr A*, een object waarvan de zwaartekracht zo sterk is, dat alles wat te dichtbij komt, er voor altijd in verdwijnt, zelfs licht. Astronomen zagen daarop sterke, spiraalvormige magnetische velden, wat eerder ook al werd waargenomen bij een ander veelbestudeerd zwart gat M87*. Mogelijk is dit dus ‘typisch’ voor zwarte gaten. En misschien straalt Sgr A*, net als M87*, dan ook stromen materie uit via dat magnetische veld. Sgr A* staat 27.000 lichtjaar van de aarde en zijn massa is vier miljoen keer die van de zon.
Laura Bergshoek, NRC 28 maart 2024

Klimaatverandering

Als wolken verdwijnen bij een zonsverduistering houden ze geen licht meer tegen. Dit effect bemoeilijkt het ‘dimmen’ van de zon.

Stapelwolken boven land lossen vrijwel direct op tijdens een gedeeltelijke zonsverduistering. Dit blijkt uit onderzoek van de TU Delft en het KNMI. Wolken die er niet zijn houden ook geen zonlicht tegen. Met dit tegenwerkende effect moet rekening gehouden worden in onderzoek naar het ‘dimmen’ van zonlicht om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications Earth & Environment.
Klimaatverandering kan bestreden worden door de hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer te laten afnemen. Het is de vraag of dat gaat lukken, en of dat op tijd gebeurt. Daarom is er ook interesse in – hoogst controversiële – technische ingrepen om klimaatverandering aan te pakken door zonnestraling tegen te houden en zo de temperatuur te laten dalen. Dit wordt solar geo-engineering genoemd.
Laura Wismans, NRC 26 februari 2024

Eclipsmania

Miljoenen Amerikanen kijken vandaag naar de zonsverduistering: eclipsmania is een feit. „Het is een hele bijzondere ervaring, maar de files zijn vreselijk.”
In een plaatsje in Arkansas trouwen ruim driehonderd stellen op het moment dat de maan tussen de zon en de aarde schuift. Gevangenen in de staat New York hebben afdwongen dat zij tijdens de volledige zonsverduistering gelucht worden. Delen van Texas kondigden de noodtoestand af vanwege de verwachte mensenmassa die daar het fenomeen komt bekijken dat maandag over Mexico, de Verenigde Staten en Canada trekt. Ohio sluit scholen en schort deze maandag 8 april alle wegwerkzaamheden op om het verkeer vrij baan te geven. Eclipsmania is een feit.

Complete zonsverduisteringen zijn schaars, maar komen met enige regelmaat voor. Omdat de maan in doorsnee vierhonderd keer kleiner is dan de zon en zich zo’n vierhonderd keer dichter bij de aarde bevindt, ogen ze ongeveer even groot. En kan de maan de zon blokkeren op het moment dat ze elkaar in de hemel perfect kruisen. Op klaarlichte dag wordt het dan enkele ogenblikken nacht.
Emilie van Outeren, NRC 7 april 2024

Maanmania

1 Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen.
(Lucas 21:25).

Een lied voor Hanna

“Dood is dus niet alleen dat einde van ieder van ons individueel, maar het is het principe van het sterven – het principe van het verenigen eigenlijk. Dood is eigenlijk weer verenigen, is eigenlijk weer thuiskomen.”
Maarten Houtman, De val uit het lichtend weefsel, Sterrelaan 25 januari '92
Nu Hanna weer met Maarten in het lichtend weefsel verenigd is, drong plotseling tot me door dat ik nu zelf de laatste voorpost ben aan de rand van de onmetelijkheid. En dat ik daar nu ook van dien te getuigen: ik ben nu zélf die schakel – hoewel ik het altijd al geweest moet zijn, maar die rol toch maar liever aan anderen overliet... 
Ik besef wel dat het nogal wat pregnante woorden op een rijtje zijn: ‘schakel’, ‘voorpost’, ‘verantwoordelijkheid’ – maar toch, hoe zou je die verantwoordelijkheid niet kunnen nemen...

Afgemeerd aan de Binnenkant

Afgelopen nacht, vier hoog in onze flat in Amsterdam-Noord, meende ik door het raam het geluid van kabbelend water te horen. En ik was weer terug op onze woonboot in Amsterdam Centrum, deinend op het altijd bewegende water, terug ‘in mijn element’ – terug naar vijftig jaar geleden.

Het begon voor Klaaske en mij allemaal met die woonboot, ‘Hobbitstee’ geheten, waarop we van 1966 tot 1996 woonden. Op zeker moment bleek dat die boot – gelegen t/o Binnenkant 39 – op een strategische plek lag. Zeg maar dat die plek ‘Zen’ was…
We lagen daar namelijk niet alleen om de hoek van het toenmalige Meditatiecentrum ‘De Kosmos’ – waar Klaaske en ik in 1981 in de leer gingen bij Zenleraar Maarten Houtman. Maar Binnenkant 39 zou later ook het pand worden, waar Maarten’s collega Nico Tydeman z’n intrek in nam met zijn ‘Zen Centrum Amsterdam’ – en waar nu nog steeds een Tao-zen groep van Maarten onderdak vindt.

En ja, het regende daar toeval… Was dat misschien omdat het bij Zen juist om ‘de binnenkant’ gaat? Wie zal het zeggen.

Toen ik in 1982 in ‘De Kosmos’ een weekend met de bekende Vietnamese zenleraar Thich Nhat Han volgde, was Maarten er ook. Op een gegeven moment zag ik hem daar in een scène met een vrouw, waarmee hij een wel heel bijzondere relatie moest hebben…
Toen ik aan het eind van de dag met hem naar de uitgang liep, zei hij: “Dat was m’n ex…”
Als gereformeerde jongen was ik daar best een beetje door geschokt: hij was dus gescheiden…

Een paar dagen later, op onze eerstvolgende Zen-les in ‘De Kosmos’, vroeg Maarten of hij met zijn vrouw bij ons langs kon komen, ze heette Hanna Mobach.
Ik was blij verrast… En vroeg me ook af: die naam‘Mobach’, die kende ik … dat was van die pottenbakkersfamilie uit mijn geboortestad Utrecht, waar mijn ouders mee bevriend waren. Die van die prachtige vazen, waar hun hele huis toen mee vol stond – en een aantal bij ons op de boot stond.

Het bezoek van Maarten en Hanna was heel gezellig. Maar pas toen ze op het punt stonden te vertrekken, met één voet al op het trappetje naar de kade, kon ik de moed opbrengen om Hanna te vragen of ze soms familie was van Klaas en An Mobach, met hun kinderen Jaan en Hans.
En ja, dat was ze, “Klaas is mijn oom,” zei ze.
Toen bleek even later ook nog dat we allebei in het Utrechtse Oog in Al geboren waren – bij elkaar om de hoek…
Zoveel ‘toeval’… het leek wel voorbestemd te zijn…

Het vervolg van het verhaal is, dat Klaaske in 1984 in Hanna’s atelier een tekening mocht uitzoeken. Samen met enkele andere leerlingen van Maarten, had ze de voorverkoop georganiseerd van zijn eerste boek: ‘Zen notities onderweg’ – dat door Hanna geïllustreerd was.
De tekeningen waar Klaaske uit mochten kiezen, waren de originelen van de illustraties uit het boek. Maar er hingen er nog meer, haar oog viel op de onderstaande – die sindsdien in haar werkkamer hangt:

Als een moeder die bezorgd is of haar kinderen wel een plekje in de wereld zullen vinden – zo voelde Hanna aan als je een werk van haar cadeau kreeg. Maar je wist: wat ze voor je meebrengt, daar heeft ze haar ziel in gelegd…

Een paar dagen later kwam ze bij ons langs op de boot, met een map met tekeningen uit diezelfde periode. Met een wissellijst, ‘zodat we ze om beurten konden ophangen’.
We kozen er één uit, die aan het voeteneinde van ons bed kwam te hangen – op mij bleek hij een weldadige uitwerking te hebben, als een mantra…

Dat was in 1984.
In het jaar daarop richtte Maarten  de stichting ‘Zen als leefwijze’ op, om zijn Tao-zen meditatie ‘voor een ieder toegankelijk te maken’. Klaaske en ik kwamen in het bestuur, onze woonboot ‘Hobbitstee’ werd het adres van het secretariaat – zie onder:


Hanna was heel erg blij met de steun die Maarten ondervond – eenmaal gepensioneerd, was hij soms wel veertig weekenden per jaar op stap voor zijn Zen-werk…
En dat deed hij allemaal vanuit eigen inspiratie, er was geen organisatie, geen beweging of ‘school’, die daarachter stond. Maar nu dus onze stichting…

Bootjes, 1993
Ongeglazuurde witbakkende klei, 32x25x5,5cm


Toen we in 1996 op de Elpermeer gingen wonen, kregen we ‘Bootjes’ cadeau, als welkomstgeschenk aan vaste wal. En ja, het zijn er twee, en beide hangen nu hoog en droog boven de bank.
Maarten en Hanna hadden hun best gedaan ons ervan te overtuigen, om dat bestaan als ‘bootjesmens’ achter ons te laten. En gewoon in Amsterdam-Noord in een flat te gaan wonen, net als zij.

Aan land op de Elpermeer

Later, niet ver van de plek waar de twee bootjes hangen, kwamen daar nog drie bomen bij.
‘Bomen’ staat nu fier op de kast ‘kast van tante Fien’ (een familie-erfstuk waar we zeer aan gehecht zijn), door Hanna zorgvuldig vastgeplakt op het bovenblad. Ze zei dat ze ze eigenlijk afgekeurd had, maar het zonde vond om ze weg te gooien…
En zie hoe fier ze daar staan, ze hebben menig huislijke storm doorstaan!

Bomen, 1998
Ongeglazuurde witbakkende klei, h49cm

Hoogtepunt van de collectie is onderstaande tegel-op-staalplaat met vogel in boom.
De combinatie tegel-metaal is er één die je in Hanna’s werk regelmatig tegenkomt. De kwetsbaarheid, het fijnzinnige, van de penseeltekening op het porselein, geeft een prachtig contrast met het koele metaal – dat uit een andere wereld lijkt te komen.

Bij haar vertrek naar Tiel, gaf Hanna ons nog onderstaande magische tegel-op-koperplaat, met de nadrukkelijke mededeling ‘dat hij bij de stichting Zen als leefwijze thuishoorde en daar moest komen te hangen.’

Hij hangt nu in de centrale hal van ons secretariaat, naast de de opbergkast met artikelen voor verzending.
Maarten Houtman heeft altijd gezegd, dat hij rond zijn persoon geen organisatie wilde – dáár waar het, bij alle mensen met een bijzondere inspiratie, altijd is misgegaan. Maar voor alledaagse dingen is er altijd een plaats en een tijd. Zo ook hier.

Studio ‘Pied à terre’

Toch was onze studio aan de Jisperveldstraat de eerste voet aan wal – de troef die Hanna ons in handen gaf voor een leven in Noord: “Ik heb hem in de krant zien staan, is het geen geschikte ruimte voor Klaaske’s massagepraktijk, in plaats van dat hokje bij jullie op de boot?”
Maar uiteindelijk ging ík erop in – al gauw reed ik elke avond na mijn werk op en neer naar de studio in Noord, mijn pied à terre…


Daar heb ik ook samen met Hanna haar website gemaakt, in volle concentratie – waarbij ze nu en dan zei: “Jij moet iets met je handen gaan doen!”
Dan was ik perplex… Maar ze was in haar ambacht ook niet anders gewend – en zie wat er uit die handen kwam…

Hanna had dat wel meer, dat ze het liefste wilde ingrijpen in je leven – héél ingrijpend soms – ze wilde je graag op het rechte spoor helpen…
Zoals die keer dat ze ons te eten uitnodigde, omdat ze ons maar verstokte vegetariërs vond die op één been liepen, en ons wel eens iets anders wilde voorzetten…
Het werd ‘draadjesvlees’, en we hebben ervan genóten – Klaaske al helemaal, die toch altijd een crypto-vleeseter was gebleven.

Toch gaf Hanna me tal van waardevolle adviezen, waarvan die studio er één was. Net als Maarten trouwens, hij was het die me gesuggereerd had om een computer te kopen: ‘want Krishnamurti heeft gezegd dat de computer de wereld zal veranderen’ – en ik had nog overwogen het als timmerman te proberen…
Want één ding was zeker: nooit in m’n leven meer psycholoog, daar had ik nu m’n tanden wel op stukgebeten – m’n handen waren nog heel…
Hoe dan ook, die website is er gekomen: www.hannamobach.nl – net zoals er een www.maartenhoutman.nl is gekomen.

Op bezoek in Tiel

Toen ik nog niet zolang geleden een afbeelding van bovenstaande tegel aan Hanna liet zien, zei ze: “Oh, die is dus bij jou…” Waarmee ze te kennen gaf dat ze in haar hoofd wel degelijk een lijstje bijhield, van waar en bij wie diverse van haar kunstwerken terecht gekomen waren…

Op 25 mei 2023 togen Klaaske en ik met een taxi naar Tiel, met een ‘liber amicorum’ onder de arm – waar we twee weken met veel liefde met de online foto-app Albelli aan gewerkt hadden.
Het beslissende moment om het cadeau naar haar toe te brengen, bleven we nog even voor ons uitschuiven vanwege de afstand tot Tiel – tot we resoluut in een taxi stapten. We kwamen ruim op tijd bij ‘De Herbergier’ aan. Het staat op een eerbiedwaardige locatie, tegenover de historische `Ambtmanstuin – waar we nog even konden verpozen na de rit.

Hanna bleek oud en broos – ze was inmiddels negenentachtig – maar nog wel aanspreekbaar. Op haar kamer werd een lunch geserveerd . We kregen het ook over meditatie – waar Maarten soms van zei ‘dat zij er met haar kunst óók mee bezig was.’
Het Liber Amicorum, ‘Hommage aan Hanna’ geheten, lag nu geopend op tafel.
“Verveelt het jullie nooit om er dagelijks naar te kijken”, vroeg Hanna.
We konden haar gerust stellen, we genieten er elke dag van.

Een vergeten stukje Bussum

Toen mijn vader in 1977 overleed, moest mijn moeder noodgedwongen hun geliefde huis op de Mookerheide achter zich laten – dat veel te afgelegen was, zeker als je geen auto reed – en vertrok naar Bussum. Daar voelde ze zich veiliger, in de buurt van haar kinderen in Amsterdam.
Na een ambitieus avontuur met de verbouwing van haar nieuwe huis daar, belandde ze uiteindelijk in ‘De Gooise Warande’, een verzorgingshuis aan de Mezenlaan, waar ze een goed verzorgde oude dag had – waarbij de bezoekjes van haar familie de rode draad waren in haar vrij geïsoleerde bestaan.
Ze overleefde mijn vader zestien jaar…
Toen ze in 1993 overleed, kreeg ze een grafmonument dat ontworpen en uitgevoerd werd door Hanna:

De stele is speciaal voor het graf gemaakt, de zerk is een van de zes beelden uit de serie ‘Verdwenen water’:
“Kleur en glazuur kunnen eenzelfde vorm een heel andere betekenis geven: ingetogen fluweelzwart of een stralend blauw. Het blauwe beeld werd op een graf geplaatst en weerspiegelt daar de hemel, ook als de lucht grijs is.”
Hanna Mobach, Lijf als landschap (2)

Epiloog

Afbeelding geheel boven: HANNA MOBACH, Ontwerp voor ‘Jacob’s droom’ (Maarten als Jacob), 1979. Reliëf in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m. Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.

naar boven

Amsterdam, 25 april 2024

Layla

Bericht uit de NRC van 4 april 2024:

Parafernalia van beroemde popartiesten zijn het nieuwe goud. Ook kunst voor legendarische albumhoezen brengt miljoenen op.

Over het bovenstaande schilderijtje van Emile Théodore Frandsen de Schomberg, La jeune fille au bouquet (circa 1950-55), zou een boek te schrijven zijn…
Eric Clapton en zijn band Derek and the Dominos logeerden in augustus 1970 in een Zuid-Franse boerderij van de kunstenaar, vlak bij een popfestival waar ze zouden optreden. Dat festival ging niet door toen 30.000 mensen zonder te betalen het festivalterrein bestormden.

De muzikanten verveelden zich stierlijk. Toen de zoon van de kunstenaar hen opzocht stonden ze elkaar in een kippenhok met eieren te bekogelen. Op uitnodiging bezochten ze het atelier van Frandsen. Op een ezel stond daar het vrouwenportret. Toen Clapton vertelde dat het leek op de vrouw op wie hij heimelijk verliefd was: de echtgenoot van zijn goede vriend Harrison, Pattie Boyd, kreeg hij het schilderij cadeau. Korte tijd later gebruikte Clapton het kunstwerk voor de hoes van Layla and Other Assorted Love Songs, zijn album met liefdesliedjes voor Boyd.

Boyd bleef bij Harrison en Clapton raakte verslaafd aan heroïne. Vier jaar nadat het album uitkwam scheidde Boyd alsnog van Harrison, om in 1979 met Clapton te trouwen. Clapton, die goed bevriend bleef met Harrison, deed de Beatle daarop het portret van ‘Layla’ cadeau, ‘ter vervanging’. Toen het huwelijk van Boyd en Clapton in 1989 eveneens stukliep gaf Harrison het schilderij aan Boyd. Na de veiling zei de 80-jarige Britse dat ze „van de sokken was geblazen” door het enthousiasme van de bieders.

What'll you do when you get lonely
And nobody's waiting by your side?
You've been running and hiding much too long
You know it's just your foolish pride

you've got me on my knees
(Layla) I'm begging, darling, please
(Layla) darling, won't you ease my worried mind?

I tried to give you consolation
When your old man had let you down
Like a fool, I fell in love with you
You turned my whole world upside down

you've got me on my knees
(Layla) I'm begging, darling, please
(Layla) darling, won't you ease my worried mind?

Let's make the best of the situation
Before I finally go insane
Please, don't say we'll never find a way
And tell me all my love's in vain

you've got me on my knees
(Layla) I'm begging, darling, please
(Layla) darling, won't you ease my worried mind?
Layla (Layla) you've got me on my knees
(Layla) I'm begging, darling, please
(Layla) darling, won't you ease my worried mind?

Het album Layla kwam uit in 1970, het geboortejaar van Ayn.

NB Het schilderijtje van Frandsen leverde 2,3 miljoen euro op, 33 keer de verwachte opbrengst.

Tropenmuseum Nieuwe kerk

Toverhoorn met vijf voorouder figuren op een singa. Collectie Tropenmuseum
Rituele hoorn voor het bewaren van een magische substantie, pupuk. Attribuut van een priester (datu). De stop is in de vorm van een singa met vijf figuren. Op de hoorn zijn drie slangen uitgesneden. Bovenop is een hagedis afgebeeld, die staat voor Boraspati, een vruchtbaarheidsgod.
Dankzij de goedheid en onvermoeibaarheid van mijn oude vriendin Emilie die me bij de arm nam, ben ik de laatste maanden driemaal naar een museum geweest. Voor mij een wereldrecord – waar natuurlijk ook het Wereldmuseum bij hoort.
Maar het begon allemaal in het Allard Pierson museum, bij die fantastische tentoonstelling van de mummieportretten, die ons niet alleen heel indringend met onze sterfelijkheid confronteert, maar ook nog eens verbindt
met drie oeroude culturen die aan ons voorafgingen: de Egyptische, de Griekse en de Romeinse cultuur.
Daarna liepen we in de Nieuwe kerk onze eigen
koloniale tijd binnen – in een natuurlijke verbinding met de gothiek. Ik heb daarna maar gelijk een museumkaart aangeschaft, museums zijn duur!
Driemaal is scheepsrecht
zo kon ik onvervaard mijn eigen verleden binnenwandelen, ‘mijn’ Tropenmuseum – waar helaas bijna elke vertrouwdheid was uitgewist – gelukkig maar dat er een attente fotograaf was, die het nog eens heeft vastgelegd:
Foto Casper Kraaieveld, 2023-01-05

Maar daar zal ik u hier verder niet mee vermoeien – het is gewoon niet meer de moeite waard…
Zo ontdekten wij dat het enig noemenswaardige deel van de collectie … nu in de Nieuwe kerk staat:

In het opnieuw herdoopte ‘Wereldmuseum’ worden alleen nog wereldproblemen – de naam zegt het al – met veel multimediaal geweld op de kaart gezet, het ging daar voornamelijk over ‘plastic soep’. Ik kon het natuurlijk niet laten daar als ex-collega met een suppoost aan te pappen, en die vertelde ons dat, behalve dat deel wat er nu in de Nieuwe kerk stond, de rest van de collectie in de depots staat. Heerlijke nieuwe wereld-museum.

Intussen hebben de roofridders van het VOC plaatsgemaakt voor de tropenartsen met injectiespuiten en de gewastovenaars van de organische chemie – zie Het trieste der tropen – en worden de bronbemalers en klimaatmanagers van Shell, Aramco en Gazprom inmiddels voor tribunalen gedaagd. Wat rest zijn cultuurantropologen, die ons in een gewijde omgeving onthullen hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt – kijk maar hoe waardig en gelijkwaardig wij zijn. Waarbij iedere zweem van ons koloniale verleden – dat ons nu van allentwegen wordt aangesmeerd – in diepe deemoed weggepoetst wordt of met de mantel der liefde bedekt.

Wat een voorrecht is het dan, wanneer je iemand ontmoet, die zonder schuld of wroeging je die wereld kan laten zien zoals hij was – met alle schoonheid en avontuurlijkheid en wreedheid die het lot voor hen gesponnen had. Dat kon Maarten Houtman, omdat volgens de plaatselijke bevolking ‘van het Verhaal was’[1], zeg maar dat hij een ‘Javaanse prins’ was. Hij liet je die wereld van binnenuit zien:

“ Stil is stil… 
Stil is niet onrust. Stil heeft geen bedoeling. Stil is niet opzettelijk. Stil is alomvattend en rust in zichzelf.

En hoe is ons leven. Ons leven heeft, bewust of onbewust, een bedoeling, opzet, belangstelling, enzovoorts. Dat is een natuurlijk gegeven. Maar wij missen de mogelijkheid om meer te zijn dan een natuurlijk gegeven. Zolang een van die dingen die ik opnoemde: richting, opzet, er is, kunnen we niet waarnemen.

Misschien kan ik het een beetje concreet voor jullie maken.

Ik zal een jongetje van zes jaar geweest zijn, toen ik van de tuinman leerde kijken. Dat was van levensbelang, want de plantage van mijn ouders was 500 meter van het oerwoud af, en als je wilde blijven leven, moest je de dieren die iets zouden kunnen doen, die moest je zien, die moest je weten. En een beweging kun je alleen maar waarnemen als je ogen stil zijn.

Je moet maar eens opletten hoe wij hier met onze ogen omgaan. Die zijn nooit stil. Of we knipperen of we bewegen met die ogen. En het is gewoon een wetmatigheid dat als je dat doet, dan merk je veel minder op.

De tuinman deed dat heel pragmatisch. Hij had een stelletje staakjes opgezet. Daar had hij mijn hele blikveld mee en hij kon met touwtjes – hij zat achter mij – die staakjes een beetje bewegen. En hij vroeg aan me: zie je iets bewegen? En op een bepaald moment zag ik wel dat daar een staakje bewoog, dus ging ik dáár kijken en dan zag ik niet dat dáár wat bewoog. Zo heb ik dat geleerd van hem. Om mijn ogen stil te houden en daardoor alles te zien. En dat is echt van levensbelang, want de dieren in het oerwoud zijn ook niet van gisteren, die gaan niet opzichtig zitten bewegen, die bewegen natuurlijk heel organisch. Dus om dat te kunnen zien, moeten je ogen stil zijn.

Maar wat voor de ogen geldt, geldt voor ons helemaal. Als je wilt kunnen waarnemen, moet je stil zijn. Zo is dat. Dat is niet anders.”
Maarten Houtman, Het vermogen om toe te laten, Eefde december 1984, vrijdag
Vishnu op Garuda. Hout, verf. ca. 1850-1900
Nationaal Museum van Wereldculturen

____________________
[1] Over het Verhaal.

Aalscholvervissers langs de Li

2011 was het jaar dat mijn wereld kantelde.
Ik maakte een rondreis door China, vanaf Beijing met een wijde boog langs de grenzen van Tibet en Vietnam, eindigend in Hong Kong. Ik was toen 67 en net gepensioneerd. En het was het jaar dat Maarten Houtman overleed, hij had nog tegen me gezegd: “Moet je doen, joh, die reis, straks kan het niet meer…”
Hij reisde met me mee.

4ALL THE TEA IN CHINA  Deel VIII.  YANGSHUO
[Klik rechtsboven op de afbeelding voor vergroting]

在離延朔附近的黎河上用竹筏進行遊戲航行

漓江遊船,陽朔

漓江沿岸的漁神廟(蒙太奇照片

Afbeelding geheel boven: Hanna Mobach, De visser, 1983.
Penseeltekening; omslag ‘Zen; notities onderweg’ van Maarten Houtman.

Rode pantoffels


In een donkere nacht van de ziel
streek ik neer op het Elpermeer,
jouw rode pantoffels mijn houvast,
opgloeiend in de omringende mist.

Gedesoriënteerd in de wereld,
waren ze spil van de aandacht:
‘dat rode daar’ als de ogentroost
van een mens zonder illusies –

zijn wij, door de ogen verklonken,
niet met huid en haar gebonden
aan de ons omringende materie,
de aankleding van onze beleving…

Mij resten slechts je rode pantoffels,
bakens in de zee van het ongewisse,
bezield door jouw aanwezigheid –
mijn veilige haven in angstige tijden.

Afb. geheel boven: Hanna Mobach, De minnaars in hun koperen paleis, 1995
Terracotta, koperlasdraad, katoenkoper en kopergaas, 38x32x38cm. 
Collectie Elpermeer 200.